Economische aspecten van het concentratietoezicht Vereniging voor mededingingsrecht - PowerPoint PPT Presentation

liang
economische aspecten van het concentratietoezicht vereniging voor mededingingsrecht n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Economische aspecten van het concentratietoezicht Vereniging voor mededingingsrecht PowerPoint Presentation
Download Presentation
Economische aspecten van het concentratietoezicht Vereniging voor mededingingsrecht

play fullscreen
1 / 23
Download Presentation
Presentation Description
153 Views
Download Presentation

Economische aspecten van het concentratietoezicht Vereniging voor mededingingsrecht

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Economische aspecten van het concentratietoezichtVereniging voor mededingingsrecht 12 oktober 2006 Erik Kloosterhuis

  2. Overzicht van de presentatie • Enkele algemene opmerkingen over de relatie tussen economie en mededingingsrecht • Economische analyse van concentraties: - horizontaal, verticaal, conglomeraat - unilateraal, coördinatie

  3. Economie in het mededingingsrecht ‘Economie’ vinden we terug in: • Het kwalificeren van marktinformatie • De theoretisch onderbouwing van redeneringen i.h.b. ‘theories of harm’ • Kwantitatieve technieken (‘tellen en meten’)

  4. Kernbegrippen in de economische analyse • Marktmacht – concurrentie • Efficiëntie • Welvaart • Prikkels

  5. Kernmechanismen in de economische analyse: afwegen en interactie Zoals: • Is een winstgevende prijsverhoging mogelijk • Huidige winst versus toekomstige winst • Eigen (re)acties versus (re)acties van concurrenten, afnemers, toetreders


  6. Centrale vraagstelling in het concentratietoezicht vanuit economisch gezichtspunt “Hoe en in hoeverre beïnvloedt een concentratie het vermogen/ de prikkel om marktmacht uit te oefenen (direct effect) of verder uit te breiden (indirect effect)”

  7. Probleemvelden in het concentratietoezicht • Horizontale concentraties • Verticale concentraties • Conglomerate concentraties • Unilaterale versus coördinatie-effecten

  8. Factoren die altijd van belang zijn bij onderzoek naar marktmacht • Toetredings- en uitbreidingsmogelijkheden (zie: Haniel Cementbouw) • Vraagmacht (zie: Haniel Cementbouw, OPTA mobiele gespreksafgifte) • Elasticiteit van de marktvraag

  9. Drie essentiële begrippenparen bij de analyse van marktmacht • Homogene versus hetrogene producten • ‘Bertrand’ versus ‘Cournot’ concurrentie • Unilaterale versus coördinatie-effecten

  10. Horizontale concentraties (unilaterale effecten) Homogene producten • Concentratie heeft geen mededingingsbeperkend effect zolang er nog twee spelers met voldoende capaciteit overblijven tenzij ‘Cournot’ concurrentie aannemelijk is. • Vrije capaciteit als relevante factor • ‘Cournot’ concurrentie: een strikt verband tussen concentratie en marktmacht

  11. Horizontale concentraties (unilaterale effecten) Heterogene (gedifferentieerde) producten • Marktmacht gaat vaak gepaard met groot portfolio • En een sterke positie in ‘marktsegmenten’ • Mate van nabijheid van producten van fuserende partijen bepalend voor effect op mededinging • Herpositionering van concurrenten als disciplinerende factor

  12. Afwegen en interactie bij een horizontale fusie (unilateraal/ heterogeen) • Onderneming A bepaalt haar optimale p en q, mede op basis van concurrentiedruk van B • Een prijsverhoging wordt voor A vanaf een bepaald punt onrendabel, mede als gevolg van de invloed van B • Een fusie tussen A en B internaliseert het externe effect dat B ondervindt van het gedrag van A (het verlies van klanten aan B is geen verlies meer) • Van de fusie gaat daarom voor A een prikkel uit om de prijs te verhogen. B, C en D krijgen ruimte (prikkel) om prijs eveneens te verhogen, et cetera • C en D kunnen zich ook herpositioneren • Resultaat: hogere prijzen, lagere afzet, hogere winst, ‘dead weight loss’ (welvaartsverlies)

  13. Afwegen en interactie bij een horizontale fusie (unilateraal/ heterogeen) A B P1 P1 P0 P0 Q1 Q0 Q0 Q1

  14. Horizontale fusies, casuïstiek • Volvo-Scania, vrachtwagens (heterogene producten) • Nuon-Reliant, elektriciteit (homogeen product) • GE-Honeywell, motoren voor regionale vliegtuigen, motoren voor zakenvliegtuigen, gasturbines (heterogene producten)

  15. Horizontaal versus verticaal/ conglomeraat • Horizontaal: inherent mededingingsbeperkend (meestal); efficiency mogelijk • Verticaal: inherente efficiency voordelen (vaak); mededingingsbeperking mogelijk • Conglomeraat: ’hangt ervan af’

  16. Verticale fusies/ efficiëntie • Bijdrage van economen is vooral geweest te wijzen op de mogelijke efficiëntie van verticale integratie, met name i.v.m. het ‘dubbele marginalisatieprobleem’ • Dubbele marginalisatie treedt op wanneer twee ondernemingen in opeenvolgende schakels van de productiekolom over marktmacht beschikken • Wanneer de twee ondernemingen onafhankelijk van elkaar handelen leidt dat tot een hogere prijs en een groter welvaartverlies dan bij een integrale afweging • Een verticale fusie (of afstemming) leidt tot een integrale afweging (enkelvoudige marginalisatie) en daarmee tot efficiencywinst

  17. Verticale fusies casus: GE-Honeywell (GvEA) • Concentratie leidt tot samenvoeging van starters en motoren • Honeywell is de enige geloofwaardige aanbieder van starters • Strategisch gebruik van positie in starters ten gunste van motoren is denkbaar • Strategisch gedrag: ‘to delay or disrupt the supply of starters’ • Als het commercieel belang groot is kan dat reden zijn dit gedrag waarschijnlijk te achten • Het prijsverschil tussen starters en motoren is groot • De prikkel tot uitsluiting is voldoende aangetoond

  18. Conglomerate fusies Conglomerate fusies zijn ‘Mixed bag’: • Eliminatie van ‘randsubstitutie’ • Eliminatie van potentiële concurrentie (Tetra-Sidel) • Versterking van/ door financiële macht (GE-Honeywell) • ‘Leveraging’ van markmacht naar andere markten (Tetra-Sidel) • Portfoliomacht/ bundeling (GE-Honeywell)

  19. Economische inzichten i.v.m. conglomerate fusies • Horizontale (mededingingsbeperkende) effecten i.g.v. eliminatie randsubstitutie of potentiële concurrentie • Positief ‘Cournot effect’ bij complementaire goederen (zie GE-Honeywell) • Overigens a priori geen effecten • Verdringingsgedrag alleen te verwachten indien bedrijfseconomisch rationeel • Hangt af van kosten en terugverdienmogelijkheden

  20. Coördinatie-effecten • Kernvraag: onder welke omstandigheden kunnen de ‘leden’ van een oligopolie zonder afspraken een bovencompetitief marktevenwicht bereiken en vasthouden • Stilzwijgende afstemming is het resultaat van individuele afwegingen, elke speler kiest op basis van eigenbelang een gedragslijn… • ...maar betrekt daarbij de te verwachten (re)acties van de concurrenten

  21. Coördinatie-effecten Analysekader en bewijsstandaard worden gegeven in ‘Airtours’: • De ondernemingen moeten een bovencompetitief evenwicht weten te vinden • Afwijkingen (‘cheating’) van de gezamenlijke gedragslijn moeten voldoende snel kunnen worden waargenomen • …en de reactie daarop van de overige spelers (‘retaliation’) moet voldoende afschrikken

  22. Coördinatie-effecten Belangrijkste vragen voor een economische analyse: • Lopen de belangen van de spelers voldoende parallel om initieel tot een bovencompetitief evenwicht te komen? • Hoe verhoudt (voor elk van de spelers) de winst van cheating zich tot het verlies na retaliation • Belangrijke variabelen bij de individuele afweging o.a. de snelheid van retaliation en de tijdsvoorkeur voor winst op korte termijn boven winst op lange termijn

  23. Mogelijke effecten van fusie op coördinatie Voorbeelden: • Minder leden in oligopolie, situatie wordt overzichtelijker • Belangen binnen oligopolie worden meer gelijkgericht (symmetrisch) • Symmetrie en/ of transparantie kunnen toenemen door verticale integratie • Door conglomerate fusies kunnen meervoudige marktcontacten ontstaan (retaliation)