koolhydraten en suikers in de voeding suiker en verslaving n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving PowerPoint Presentation
Download Presentation
Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 48

Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving - PowerPoint PPT Presentation


  • 168 Views
  • Uploaded on

Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving. Prof. dr. ir. Gertjan Schaafsma. Inhoud. Basiskennis energiestofwisseling en gewichtsbeheersing Koolhydraten en suikers in de voeding Officiële aanbevelingen ( reference intakes) Suikerverbruik in Europese landen

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving' - blaise


Download Now An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
koolhydraten en suikers in de voeding suiker en verslaving

Koolhydraten en suikers in de voeding. Suiker en verslaving

Prof. dr. ir. Gertjan Schaafsma

Almere, 1 oktober 2013

inhoud
Inhoud
  • Basiskennis energiestofwisseling en gewichtsbeheersing
  • Koolhydraten en suikers in de voeding
  • Officiële aanbevelingen (reference intakes)
  • Suikerverbruik in Europese landen
  • Suiker functionaliteiten
  • Suiker in gezondheid en ziekte
  • Suiker en verslaving
  • Conclusies

Almere, 1 oktober 2013

basiskennis uit de natuurkunde 1
Basiskennis uit de natuurkunde (1)

Eenheden

  • Tijd (t): seconde
  • Massa (m): kg
  • Lengte (s): meter

Afgeleide eenheden

  • Kracht (F): Newton
  • Energie (E) : Joule
  • Vermogen (P): Watt
basisregels uit de natuurkunde 2
Basisregels uit de natuurkunde (2)

Kracht = massa x versnelling (F = m x a)

1 Newton = 1 kg.m/sec2

Energie = kracht x afgelegde weg (E = F x s)

Joule = 1 Nm = 1 kg.m/sec2.m = 1 kg.m2/sec2

Verm. = energie per tijdseenh. (P = E/sec)

1 Watt = 1 joule/sec = (1 kg.m2/sec)

basisregels uit de natuurkunde 3
Basisregels uit de natuurkunde (3)

Wet van behoud van energie

Potentiële energie: mgh

Kinetische energie: ½ mv2

1 calorie = 4.19 Joule

het maximale vermogen van de mens
Het maximale vermogen van de mens

Uitgangspunten:

  • 5 x de ruststofwisseling = 7500 kcal/d
  • 1 cal = 4.19 Joule
  • 1 Watt = 1 J/sec

Maximaal vermogen:

7500 x 1000 x 4.19 J

--------------------------- = 364 Watt (J/sec)

24 x 60 x 60 sec

e intake e output
E intake = E output

E intake:

  • Koolhydraten
  • Vetten
  • Eiwitten
  • Alcohol

E output:

  • Rustofwisseling
  • Lichamelijke activiteit
  • Extra warmte ontwikkeling na de maaltijd
  • Energie in ontlasting en urine
energieinname in relatie tot energieverbruik
Energieinname in relatie tot energieverbruik

Onvoldoende

opnamecapaciteit

Fysiologisch

proces

Cognitief

proces

rmr in adult man and woman
RMR in adult man and woman

Adult man 18-29 years old, 75 kg

RMR = 2.84 + 0.0640 x 75 = 7.64 MJ = 1823 kcal

Adult women, 18-29 years old, 65 kg

RMR = 2.08 + 0.0615 x 65 = 6.08 MJ = 1451 kcal

resting metabolic rate and physical activity level
Resting Metabolic Rate and Physical Activity Level
  • RMR depends on body composition and body weight
  • Women have 10 % more body fat than man of the same weight
  • PAL-value (X times RMR) defines level of physical activity

PAL value

Whole day sitting 1.2

Seated work, no exercise 1.4-1.5

Seated work with little exercise 1.6-1.7

Standing work 1.8-1.9

Considerable effort (work and free time) 2.0-2.4

Highest reported PAL 5.0

from kcal to watts the concept of metabolic rate met
From kcal to watts, the concept of metabolic rate (MET)

1 kcal = 4.19 kJ

1 J/s = 1 watt

RMR (male) = 6.94 MJ/24 hr = 80 Watt = 1 MET = 4.8 kJ/min

Activity MET

Resting 1

Sleeping 0.9

Light housework 2.5

Walking 3.5

Swimming 6-11

Jogging 10-12

Squash 12

Marathon running 18

energy stores in the body
Energy stores in the body
  • ATP
  • Creatine phosphate
  • Blood glucose (10 g)
  • Liver glycogen ( 80 g)
  • Muscle glycogen (350 g)
  • Intra muscular fat (500 g)
  • Adipose tissue (7-20 kg)
generation of atp
Generation of ATP
  • Creatine-P in muscles (up to 20 sec)
  • Glycolyse (anaerobic)
  • Citric acid cycle (aerobic)
mechanical efficiency
Mechanical Efficiency

Mechanical efficiency of the body:

20-25%

vergelijking voeding met activiteit
Vergelijking voeding met activiteit

PAL van 1,2  1,7: 750 kcal

1 uurjoggen (10 MET): 750 kcal

1 Mars (51 g) 227 kcal

Zeist, 17 februari 2011

populaire di ten
Populaire diëten
  • Atkins
  • Montignac
  • Juicing Detox
  • South Beach
  • Zone
  • New Beverly Hills
  • Scarsdale Medical
  • Bodysense
  • New Hilton Head Metabolism
  • New Biogenic
  • Fit for life
  • Multi colour
  • Bloedgroepen
  • Sherry
  • Brood-wissel
  • EDH
  • Sonja Bakker
  • Dr. Frank

Zeist, 17 februari 2011

werkzaamheid di ten
Werkzaamheiddiëten
  • Korte termijn: allemaal werkzaam
  • Lange termijn: gedoemd tot mislukken
    • Compliance problemen
    • Daling energiebehoefte
    • Geen duurzame verandering van leefstijl

Zeist, 17 februari 2011

mono en disacchariden 1 2 units
Mono- en disacchariden (1-2 units)
  • Glucose
  • Fructose
  • Sacharose (sucrose, riet- of bietsuiker)
  • Maltose
  • Trehalose
  • Lactose
  • Suikeralcoholen (sorbitol, lactitol, xylitol, maltitol)
oligosachariden 3 10 units
Oligosachariden (3-10 units)
  • Malto-oligosachariden
  • Fructo-oligosacchariden
  • Galacto-oligosacchariden
polysachariden 10 units
Polysachariden (> 10 units)
  • Zetmeel (α-glucan)
    • Amylose (1,4-α-binding)
    • Amylopectine (1,4-α- en 1,6-α-bindingen)
    • Glycogeen (‘dierlijk zetmeel’; 1,6-α-bindingen)
  • Non-starch polysacchariden (NSP)
    • Cellulose, hemicellose
    • Psyllium
    • Guar
    • Pectine
    • β-glucanen
    • inuline
fysiologische verschillen tussen cho s
Fysiologischeverschillentussen CHO’s
  • Verteerbaarheid
  • Glycaemische index
  • Sensoriek (zoetkracht, structuur)
  • Cariogeniciteit
koolhydraatbehoefte
Koolhydraatbehoefte
  • Alle verteerbare koolhydraten dragen bij aan de glucosebehoefte van het lichaam
  • Voor zowel kinderen als volwassenen geldt dat tenminste 130 g glucose nodig is voor de hersenen (EFSA, 2010)
  • 50-100 g glucose per dag is nodig om ketose te voorkomen

Almere, 1 oktober 2013

mogelijke bijwerkingen van extreem laag cho dieet
Mogelijkebijwerkingen van (extreem) laag-CHO-dieet
  • Nutriëntenvoorziening (ookvezel)
  • Ketose (risicovoor arrhythmia)
  • Verlies van spiermassa
  • Gewichtsverlies door dehydratie
  • Verhoogd LDL (verzadigd vet)
  • Nierschade door eiwitbijdiabetici

Geenevidentiedat op langetermijnlaag CHO effectiever is danlaag vet (Astrup et al., 2004; Barret, 2010)

reference intakes digestible cho s en
Reference intakes digestibleCHO’s (en%)

Total CHO Addedsugars

Health Council Nl (2006) ≥40 No USL (<20)

EFSA (2010) 45- 65 No USL

USA (2010) 45- 65 No USL (< 25)

NordicCountries (2012) Notindicated < 10

UK (1991,2006) 50 < 11

WHO (2003) 55-75 < 10

Almere, 1 oktober 2013

standpunt gr 2006
Standpunt GR (2006)

Voor personen met ongewenste gewichtstoename of overgewicht:

  • Dagelijks ten minste 1 uur fysieke activiteit.
  • Verminder de energieinname met name door beperking van:

- Voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid

- Suiker-rijke dranken

- Grote porties.

Almere, 1 oktober 2013

suikerverbruik in 28 europese landen
Suikerverbruik in 28 Europese landen

Mean Range

Verbruik (kg/hoofd.jaar) 34.7 18.5 – 55.2

% van beschikbare energie 11.4 6.2 – 17.5

From FAO Statistics (2009)

Almere, 1 oktober 2013

total mono and disaccharide consumption en in the netherlands from vcp s
Total Mono- and disaccharideconsumption (en%) in The NetherlandsfromVCP’s

AddedSugar: approx. 12 en%

Almere, 1 oktober 2013

functies van suiker in de voeding
Functies van suiker in de voeding
  • Snelle bron van energie en glucose (matige Glycaemische Index)
  • Hoge oplosbaarheid
  • Zoete smaak, excellent profiel (gouden standaard)
  • Aroma/geur precursor (Maillard reacties, caramel)
  • Textuur vormer (biscuits, cakes, confectionary)
  • Stabilisator van kleuren
  • Conserveringsmiddel (jams, chutneys)
  • Glazuur agens

Almere, 1 oktober 2013

gezondheidsaspecten
Gezondheidsaspecten
  • Nutriëntendichtheid
  • Mondgezondheid
  • Glycemic Index; GlycemicLoad
  • Obesitas
  • Cardio Vasculaire Ziekten
  • Type II Diabetes
  • Metabool syndroom
  • Gedragsstoornissen
  • Sportvoeding

Almere, 1 oktober 2013

nutri nten dichtheid
Nutriënten dichtheid
  • > 20-25 en% toegevoegde suikers verhogen het risico op te lage inname van onmisbare voedingsstoffen
  • Er zijn niet voldoende gegevens om een veilige bovengrens voor inname van toegevoegde suikers te benoemen.

GR(2006); IOM (2002); EFSA (2010)

Almere, 1 oktober 2013

mondgezondheid
Mondgezondheid
  • Het cariogene effect van sucrose is positief gerelateerd aan de frequentie van het gebruik ervan.
  • Er zijn niet voldoende gegevens om een bovengrens voor inname van toegevoegde suikers te benoemen (EFSA, 2010).

Almere, 1 oktober 2013

glycaemische index
Glycaemische index

Glucose 100

Fructose 19

Lactose 46

Sucrose 68

Gekooktewitterijst 83

Maltose 105

Gekookteaardappelen 85

Patat frites 75

Wittebrood 95

Foster and Powel et al (2002)

Almere, 1 oktober 2013

glycaemische index and glycaemische belasting
Glycaemische Index and Glycaemische belasting

Het bewijs voor een rol bij gewichtbeheersing en preventie van aan voeding gerelateerde chronische ziekten is ‘inconclusive’ (EFSA, 2010).

Almere, 1 oktober 2013

increase of prevalence of overweight and obesity in nl no increase of added sugar consumption
Increase of prevalence of overweight and obesity in NL; no increase of added sugar consumption

Almere, 1 oktober 2013

cardio vasculaire ziekten
Cardio Vasculaire Ziekten
  • Hoge fructose inname kan het plasma TG verhogen.
  • Ongewenste effecten op het bloed lipiden profiel kunnen voorkomen bij fructose inname niveaus van > 12 en%.
  • Er is geen bewijs dat het huidige fructose inname niveau van 30-60 g/day invloed heeft op het bloed lipiden profiel.

Bantle JP, Dietary fructose and metabolic syndrome and diabetes. The Journal of Nutrition 139 (2009) 1263S-1268S. 

Nederlandse Diabetes Federatie, Voedingsrichtlijn voor diabetes. Nederlandse Diabetes Federatie, Amersfoort, augustus 2010.

Almere, 1 oktober 2013

type ii diabetes
Type II Diabetes
  • Er is geen bewijs voor een specifieke rol van de inname van mono-anddisachariden op de ontwikkeling van type II diabetes.

Laville M, Nazare J-A, Diabetes, insulin resistance and sugars. Obesity Reviews 10 (2009) Suppl. 1, 24-33.

Almere, 1 oktober 2013

metabool syndroom
Metabool Syndroom
  • Er is geen bewijs voor een specifieke rol van sucrose bij de ontwikkeling van overgewicht, verhoogde bloedlipiden, type II diabetes and hypertensie.

Almere, 1 oktober 2013

suiker en gedrag
Suiker en gedrag
  • Suiker, additieven en soms alle vormen van industriëel-bereid voedsel zijn geblameerd voor de toename van anti-sociaal gedrag, hyperactiviteit, agressie en geweld. violence.
  • Er is geen bewijs voor een specifieke rol van suiker.
  • Verteerbare koolhydraten kunnen de serotonine synthese in het brein verhogen.

Bellisle F (2004), Effects of diet on behaviour and cognition in children. British Journal of Nutrition 92, Supplement 2; S227-S232.

Fernstrom JD and Wurtman RJ (1971), Brain serotonin content: increase following ingestion of a carbohydrate diet. Science 174: 1023-1025.

Almere, 1 oktober 2013

verteerbare cho en serotonine aanmaak
Verteerbare CHO en serotonine aanmaak

CHO

Insuline

Plasma Trp/LNAA

Brein serotonine

Almere, 1 oktober 2013

suiker en sportvoeding
Suiker en sportvoeding
  • Inname van gemakkelijk verteerbaar CHO is vereist vóór-, tijdens- en na duurinspanning ter verbetering van de prestatie en ter bevordering van herstel (uitstel van glycogeen depletie en bevordering van herstel van de glycogeen voorraad.
  • Sucrose kan voordelen hebben t.o.v. glucose:
  • Lagere osmotische belasting
  • De verschillende transportsystemen in de darm voor glucose en fructose kunnen zorgen voor een hoger CHO transport naar het bloed.

Wallis G and Wittekind A, Is there a specificrole for sucrose in sports and exercise performance? International Journal of Sport Nutrition and ExerciseMetabolism (in press)

Almere, 1 oktober 2013

glycogeengehalte van spieren en tijd tot uitputting in relatie tot voeding
Glycogeengehalte van spieren en tijd tot uitputting in relatie tot voeding

VoedingGlycogeenTijd tot uitputing (g/100 g muscle) (minutes)

Gemengd 1,75 113,6

Atkins 0,63 56,9

Hoog CHO 3,31 166,5

Bergstrom et al (1967)

suiker verslavend
Suiker verslavend?

Wat is verslaving?

“Zodanige fysieke of mentale afhankelijkheid van een gewoonte of van een stof, dat het gedrag van een persoon in hoofdzaak gericht is op het handelen naar die gewoonte of naar het verkrijgen van die stof en ernstige ontwenningsverschijnselenoptreden als de gewoonte niet kan worden uitgeoefend of de stof niet kan worden verkregen.”

Almere, 1 oktober 2013

twee soorten verslaving voorbeelden
Twee soorten verslavingVoorbeelden

Gewoonteverslaving

Middelenverslaving

Stimulerend

amfetamine

cocaïne

nicotine

Verdovend

alcohol

opium

Bewustzijnveranderend

THC

LSD

  • Gokken
  • Chatten
  • Internetten
  • Gamen
  • Seks
  • Werk

Almere, 1 oktober 2013

verslaving
Verslaving

Lichamelijk

Geestelijk/mentaal

Persoon denkt stof nodig te hebben of lekker te vinden en kan niet zonder.

Persoonsgebonden

Kan lichamelijk effect hebben door verstoring van de balans binnen de hersenen

  • Onthoudingsverschijnselen
    • Slapeloosheid, koorts, braken etc.
  • Tolerantie

Almere, 1 oktober 2013

diagnosecriteria voor verslaving aan middelen
Diagnosecriteria voor verslaving aan middelen
  • Het optreden van tolerantie.
  • Ontwenningsverschijnselen, specifiek voor het middel.
  • Inname van steeds grotere hoeveelheden.
  • Drang om te stoppen, mislukte pogingen zijn ondernomen om te stoppen of te minderen.
  • Veel tijd wordt besteed aan verkrijging en/of gebruik van het middel.
  • Het middelengebruik vermindert sociale activiteiten, werk of vrije tijdsbesteding.
  • Aanhoudend gebruik, ondanks kennis over negatieve fysieke of psychologische effecten van het middel

Als 3 of meer van bovenstaande symptomen zich gelijktijdig voordoen binnen 12 maanden is sprake van verslaving.

Almere, 1 oktober 2013

conclusies
Conclusies
  • Verdunning van voedingsstoffen en mondgezondheid zijn relevante (negatieve) aspecten van toegevoegde suikers.
  • Verteerbare complexe en eenvoudige CHO’s hebben overeenkomstige metabole effecten.
  • Beperking van de inname van toegevoegde suikers en geraffineerd zetmeel is nuttig in het kader van gewichtbeheersing.
  • Suikerinname heeft niet met verslaving te maken

Almere, 1 oktober 2013