1 / 98

Communicatieve Vaardigheden 1

Communicatieve Vaardigheden 1. Les 1 N. Kelly. Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak:. Je verwoordt de theoretische basis om de communicatie binnen een klasproces te analyseren.

khan
Download Presentation

Communicatieve Vaardigheden 1

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Communicatieve Vaardigheden 1 Les 1 N. Kelly

  2. Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak: • Je verwoordt de theoretische basis om de communicatie binnen een klasproces te analyseren. • Je kan vertellen en voorlezen en bent je daarbij bewust van je eigen mogelijkheden. Je kan je eigen vaardigheden optimaal inzetten en eventuele beperkingen compenseren. Je hanteert een correct Nederlands. • Je maakt verslagen waarbij je gebruik maakt van de juiste spelling, correcte grammatica, vlotte stijl en een aangepaste lay-out.

  3. Je hebt inzicht in de vaardigheid feedback, waarbij je de spelregels bij het geven en krijgen van feedback beheerst. Langs deze feedback kan je je eigen communicatieve vaardigheden en de vaardigheden van je medestudenten bespreekbaar maken. • Je kan kritisch kijken naar je eigen leerproces. Aan de hand van eigen praktijkervaring en door gebruik te maken van de feedback van anderen, formuleer je voor jezelf nieuwe werkpunten en stuur je je eigen leertraject bij. Dit alles is te vinden in je portfolio.

  4. 1.2 Taalvaardigheidsportfolio • Per lesweek vind je een opdracht op Toledo, die telkens tijdens de les toegelicht wordt. Je volgt de instructies van de opdracht en je bewaart je opdracht en/of de verbetering ervan ALTIJD in je portfolio. • Je taalvaardigheidsportfolio is een map waarmee je laat zien dat je continu bezig bent met je taal en je taalgebruik, zowel schriftelijk als mondeling. Bij alle oefeningen die je maakt, zowel in als na de les, en evengoed tijdens andere vakken of in je vrije tijd, maak je een groeiproces door. Dit groeiproces moet duidelijk worden in je portfolio. Een jaar lang hou je deze portfolio bij, en de docent kan de map te allen tijde (!) opvragen, nakijken en quoteren.

  5. Opdrachten worden tijdens de lessen toegelicht en vervolgens op Toledo geplaatst zodat steeds duidelijk waaruit de portfolio zéker moet bestaan. Deze opdrachten zijn echter het minimum. Laat zien dat je werkt aan je taal, deze permanente evolutie wordt is de basis voor de permanente evaluatie voor dit vak door de docent. Evaluatie • Eerste examenkans – eerste examenperiode: • Mondeling examen 30% • Schriftelijk examen 30% • Portfolio 40% • Tweede examenkans – derde examenperiode: • idem

  6. Opdracht 1: Toledo

  7. Concreet: • Week 38 (17 september) • Week 39: Module Basisvaardigheden • Week 40: OVI Toolshop: • Lezen en Vertellen: • Beoordelingsfiche

  8. Tijdens de verteloefening vul je een beoordelingsfiche in voor 3 studenten. • Plaats, tijd, namenlijst wordt meegedeeld

  9. Communicatieve Vaardigheden Deel: N. Kelly Les 2

  10. TAALACADEMIE • Maandag 15 oktober 10.45 – 12.45 • Donderdag 18 oktober 15.00 – 17.00 • In 4.06 en 4.09 • = boven in de bibliotheek • Mondeling en schriftelijk • Vrijblijvend, boeiend en verrijkend

  11. Terugkomend op vorige les:Voorlezen en vertellen • Ervaringen bij het voorlezen? • Andere ervaring bij het vertellen? • Wie liever wat en waarom? • Video: you-tube hits?

  12. Opdracht 2 • Je hebt je opname bekeken op Toledo. Vergelijk de evaluatie die je van je medestudenten gekregen hebt met het beeld dat je nu van jezelf hebt. Doe dit met een kritische ingesteldheid. Je beoordelaar is misschien te streng geweest, maar het zou ook kunnen dat jij veel te streng voor jezelf bent. Denk hieraan.

  13. Stel nu voor jezelf een nieuwe evaluatiefiche op, waar de nadruk gelegd wordt op die punten die voor jou toepasbaar zijn (wees hierin creatief en streng tegelijkertijd!). • Verschillende structuren – vormen van de fiche! Géén twee dezelfde!! • Duid voor jezelf je werkpunten aan, dit is erg belangrijk: waar moet je nog aan werken en waar wil je nog aan werken.

  14. Deze nieuwe en persoonlijke fiche print je af en breng je mee naar de volgende les. De docente zal je persoonlijke fiche vergelijken met haar beoordeling. • Hou ook een print van je persoonlijke fiche in je portfolio bij, naast de kopie van of titelverwijzing van de tekst die je voorgelezen hebt.

  15. Tijdens de hierop volgende les krijg je dan individueel feedback over je opname en je prestatie.

  16. Terugkomend op vorige les – en verdergaand … • 2 Taalvaardigheden en taalcompetenties • Vaardigheden? • Kennis? • Attitudes?

  17. Taalvaardigheden op een rijtje • Na stilgestaan te hebben bij de attitudes, kennis en vaardigheden waar een goed leraar zich bewust van is, gaan we dieper in op de verschillende taal-vaardigheden.

  18. 1. Luistervaardigheid • Luisterenactviteitswerkwoord. • Horenwaarnemingswerkwoord. • Luistervaardigheid ! positieve en open luisterbereidheid, een attitude die essentieel is in het communicatieproces. • De spreker en de luisteraar veranderen in een gesprek voortdurend van rol. • Een correcte luisterhouding is ook kritisch en aanvoelend: je inleven in iemands gedachtegang, openstaan voor de gevoeligheden bij de spreker(s) of binnen de gespreksgroep. • non-verbale communicatie,maar niet alleen de spreker ook de luisteraar doet dit: knikken, inhaken op een bewering, een bepaalde houding ‘tonen’ door lichaamstaal, …

  19. 2. Spreekvaardigheid • “words of the mouth” vs “words of the heart”. • Wij articuleren allerlei klanken, voegen ze samen tot woorden en zinnen, en komen zo meestal tot menselijke communicatie, al is een misverstand bij iedereen wel al voorgekomen. • Spreekvaardigheid • spreektechnisch deel (fonetiek, fonologie, of klankleer, uitspraakleer, spreektechniek, …) • communicatieve aspect van de spreekvaardigheid (vertellen en voorlezen, en ook je gedrag, hoe je iets over brengt, hoe iets over komt, misverstanden, …). • In een ruimer perspectief betekent spreekvaardigheid de correcte, nauwkeurige, soepele en expressieve uiting van gevoelens en gedachten.

  20. 3. Leesvaardigheid • Lezen = ontmoeting met een bredere werkelijkheid. • Als creatieve bezigheid zwaar in de verdrukking. Tegelijkertijd is het zo dat het in deze vertechniseerde informatie maatschappij meer dan ooit belangrijk is informatie in de vorm van schrift snel te lezen en te kunnen begrijpen. • Er is detaillezen (close reading) en vraaggericht lezen (scannen).

  21. De massa geschreven informatie zodanig groot: diagonaal lezen. • Training! • Snel oordelen waar tekst over gaat.Deze leestechniek wordt ook wel skimming genoemd. Het is het in een flits bekijken van informatie, onmiddellijk oordelen wat er belangrijk is en wat niet (hoofd- en bijzaak onderscheiden). • Vb lijvige krant in het weekend of een weektijdschrift. • Kenmerk van een goede (en getrainde) lezer: kan tekstdoelen onderscheiden, kan objectieve informatie onderscheiden van de mening van de auteur, en kan er als lezer een eigen mening over vormen.

  22. 4. Schrijfvaardigheid • beheersing van een veelheid van componenten die heel nauwkeurig in een "grafische code" zijn omschreven: • woordvorm en spelling • morfologie en vervoeging • interpunctie en syntaxis • De steller, schrijver of redacteur moet zich er strikt aan houden. Dan is er ook nog het spreekwoord uit de Oudheid: "Verba volent, scripta manent". • Schrijven is het doelmatig en betekenisvol communiceren met taal in haar grafische vorm met een mogelijke lezer: in een eenvoudige, logische en duidelijke bewoording en in een hechte, consistente structuur een boodschap overbrengen, aangepast een en afhankelijk van een bepaalde context, doelstelling, doelgroep.

  23. 5. Kijkvaardigheid • Zoals wij bij het spreken een aantal non-verbale signalen uitzenden moeten wij bij het luisteren ook observeren, visueel waarnemen, zien wat er aan communicatie geboden wordt, en die geboden informatie correct identificeren en interpreteren.

  24. Communicatieve Vaardigheden 1les 3 N. Kelly

  25. 3. Vertellen en voorlezen in de juiste stem(ming): stemgebruik en uitspraak 3.1 Doelstelling 8: Voorlezen 3.2 Doelstelling 7: Vertellen zie opdracht 1 en opvolging ervan 3.3 … met de juiste stem, … in de juiste stemming: stemgebruik luik achtergrondinformatie luik oefenen en voelen en begrijpen

  26. Het is de motor van je communicatieapparaat. Weet het te verzorgen! De stem is tegelijkertijd één van onze uitingsmogelijkheden waar we het minste invloed op hebben. Daarom delen we (onbewust) met onze manier van praten een heleboel over onze psychische gesteldheid mee.

  27. Spreken gebeurt niet altijd "vanzelfsprekend". • + 50% van de mensen die beroepshalve veel moeten praten (zoals jij later) ondervinden wel eens 'stemlast‘! • lichte vermoeidheid na langdurig spreken • ernstige organische afwijkingen aan de stembanden (stemknobbels, enz.). Stemproblemen leiden dan ook regelmatig tot perioden van werkonbekwaamheid.

  28. Lesgeven is ook "spreken“ • niet "zomaar": psychomotorisch vereist het een strakke beheersing van de micromotoriek van het spreken (ademhaling, spierspanning, stemzetting, articulatie, ... ) en van de macromotoriek van de algehele houding, de beweging, het gebaar, de gelaatsuitdrukking, kortom de totale communicatie: verbaal, paraverbaal (toon, register, ...) en non-verbaal, communicatief geladen gedrag.

  29. 3.3.1 Spreektechniek • ADEMHALING • Het is wonderlijk: we spreken dagelijks, maar de meeste sprekers hebben eigenlijk geen flauw idee hoe de stem werkt. • Spreken is een harmonisch samenwerken van ademhaling, stemgeving, articulatie en spanning. Zodra één van deze elementen niet correct functioneert, krijg je problemen met je stem.

  30. Klinkklaar • Uitspraak en intonatiegids • Met praktische oefeningen, op alle niveau’s • Met CD

  31. 1.neusholte 2. neuskeelholte 3. mondholte 4. keelholte 5. strottenhoofd met luchtpijp 6. borstkas 7. resonantieholten

  32. Ademsteun – buikademhaling: oefening berenzit • Rechtstaand ook voelen • Plofoefening: voel de ex- en implosies…

  33. STEMGEVING EN RESONANTIE • Oefeningen ademhaling, resonantie

  34. Resonantie

  35. Berenzit

  36. Communicatieve Vaardigheden N. Kelly

  37. Taalacademie inzage en feedback: • NIET nu donderdag, • WEL woensdag 7 november • Tussen 12.00 en 14.00 uur, 4.06 bibliotheek. • Lukt dit echt niet: e-mail mij.

  38. Les 4: • Evaluatiefiches: heel erg goed • Feedback in les 5 • DT-zelfstudie! • Wordt getoetst (nu (informeel) – en op examen) • 10 op 10 is de norm • Cursus: hst 3 na herfstvakantie • Theorie: Nieuwe Spelling! • Deels in de les – aanvullen als zelfstudie !

  39. D, T en DT … • Vul in – tegenwoordige tijd • Vin______ jij ook dat we veel geluk hadden? • Het rivierwater stink______. • Wat gebeur______ er op straat? • Moeder laa______ de koffers in. • Weet jij waar zus heen rij______? • Oom vertel______ een spannen______ verhaal. • Papa vermij______ de ochtendfiles. • In onze straat bevin______ zich geen bushalte. • De meester beloof______ geen werk te geven. • De juf beweer______ dat ze heel goed kan zingen.

  40. Vul in – tegenwoordige tijd – verleden tijd als moet • Ik dacht dat jullie wel vermoe__en wat we van plan waren. • Met een ijzeren staaf had de inbreker een ruit verbrijzel__. • Als je met grootvader over zeilschepen praat, wei__ hij geweldig uit over zijn reizen. • Pas op, die handelaar overvraag__ altijd. • In de zomer van 1971 was alles zo nat, dat zelfs de sleutels in de sloten verroes__en. • De gruwelijke misdrijven van de bezetters werden door ieder weldenkend mens verafschuw__. • Wie heeft jou vertel__ dat de koning het gedenkteken persoonlijk onthul__? • Als hij inlichtingen nodig had, wen__e hij zich altijd tot onze directeur. • Er is na WO II veel verander__ in de wereld. • Ieder jaar verblij__ mijn oom ons met mooie cadeautjes.

  41. Verbeteren… • Vul in – tegenwoordige tijd • Vind jij ook dat we veel geluk hadden? • Het rivierwater stinkt. • Wat gebeurt er op straat? • Moeder laadt de koffers in. • Weet jij waar zus heen rijdt? • Oom vertelt een spannend verhaal. • Papa vermijdt de ochtendfiles. • In onze straat bevindt zich geen bushalte. • De meester belooft geen werk te geven. • De juf beweert dat DT gemakkelijk is.

  42. Vul in – tegenwoordige tijd – verleden tijd als moet • Ik dacht dat jullie wel vermoedden wat we van plan waren. • Met een ijzeren staaf had de inbreker een ruit verbrijzeld. • Als je met grootvader over zeilschepen praat, weidt hij geweldig uit over zijn reizen. • Pas op, die handelaar overvraagt altijd. • In de zomer van 1971 was alles zo nat, dat zelfs de sleutels in de sloten verroestten. • De gruwelijke misdrijven van de bezetters werden door ieder weldenkend mens verafschuwd. • Wie heeft jou verteld dat de koning het gedenkteken persoonlijk onthult? • Als hij inlichtingen nodig had, wendde hij zich altijd tot onze directeur. • Er is na WO II veel veranderd in de wereld. • Ieder jaar verblijdt mijn oom ons met mooie cadeautjes.

  43. En??? • Zie ook: diagnostische test Taalacademie • Community Toledo …

  44. Terug naar de cursus … • 3.3.1 Spreektechniek • 3.3.2 Uitspraak • (volgende les) • 3.3.3 Stemgebruik • (volgende les) • 4. Spelling – verankerd in doelstelling 2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten

  45. 13 D: Doelstelling 2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten • De leraar maakt in zijn onderwijs veel gebruik van teksten. Hij schat voortdurend in of die geschikt zijn voor zijn leerlingen. Dat betreft kleine teksten (een vraagstelling, opdracht, verhaal, informatieve tekst,…) tot hele methodes/schoolboeken. • De leraar kiest voor een gevarieerd aanbod aan bronnenmateriaal, zodat de taal en kennis van de leerlingen op verschillende niveaus worden aangesproken. • Ook bij de aanpassingen die de leraar maakt, lopen didactischevaardigheden en taalvaardigheden erg door elkaar. Soms herschrijft de leraar een wat moeilijkere tekst naar een meer leesbaar niveau. De leraar is zich ervan bewust dat er bij het ‘vertalen’ van de inhoud soms fouten of andere onduidelijkheden in de tekst sluipen.

  46. Want: • De leraar schat de talige en inhoudelijke complexiteit van teksten in, maakt de teksten zo nodig via mondelinge en schriftelijke ingrepen toegankelijk en gebruikt ze binnen zijn onderwijs. Voortdurend observeert hij hoe de teksten overkomen bij de leerlingen. Zo nodig stelt hij ze opnieuw bij.

  47. 4.1.1 Toegankelijk maken is herschrijven?! Is schrijven! • Om een tekst te herschrijven, om te schrijven op zich, heb je taalbeheersing nodig. Een correcte spelling gefundeerd door een beheersing van de grammatica, vormen de bouwstenen, het cement én het voegwerk van je tekst.

  48. In vogelvlucht behandelen we de spellingsregels. Denk eraan dat je altijd extra oefeningen aan de docente kunt vragen mocht je dit nodig hebben. • Websites! • Spellingfolder • Weet waar je terecht kunt met vragen:

More Related