1 / 23

Leidinggeven en coachen

Leidinggeven en coachen. Leidinggeven Blz . 113. Introductie. Any given Sunday. Taken leidinggevende. Plannen Organiseren Coordineren Opdrachten geven Controleren Corrigeren. Vast stellende taken. Plannen Organiseren Coordineren

druce
Download Presentation

Leidinggeven en coachen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Leidinggeven en coachen Leidinggeven Blz. 113

  2. Introductie • AnygivenSunday

  3. Taken leidinggevende • Plannen • Organiseren • Coordineren • Opdrachtengeven • Controleren • Corrigeren

  4. Vast stellende taken • Plannen • Organiseren • Coordineren Deze taken hebbentemaken met het regelen en vaststellen van zakenwaarvoor de manager verantwoordelijk is. Ookwelconstituerende taken genoemd

  5. Regelende taken • Opdrachtengeven • Controleren • Corrigeren Ookweldirigerende taken genoemd

  6. Wie is eengoedeleider? • Daadkracht • Helikopterkwaliteit • Analytischekwaliteit • Realistischekwaliteit • Verbeeldingskracht

  7. Stijlen van leidinggeven • Taakgerichtedimensie: gericht op de taak, leidinggevendeheeftmeeraandachtvoorwerkmethodes, werkvoorbereidingenen voorschriften… • Mensgerichtedimensie: gericht op de medewerkers, leidinggevendeheeftmeeraandachtvoor het motiveren van mensen en het stimuleren van teamvorming. Welke stijl de leidinggevende kiest, hangt af van zijn visie op medewerkers.

  8. Theorie X en Y van McGregor • Theorie X: gaatuit van negatiefmensbeeld • Theorie Y: gaatuit van eenpositiefmensbeeld X en Y thoerie

  9. Leiderschapsstijlen van Blake en Mouton • Hebben de taak- en mensgerichtestijlverderuitgewerkt in een model van 5 leidersschapsstijlen. Dit is een model omverschillendestijlen van leidersschaptelatenzien. Waarbij de stijlensterk of juistzwaktaakgericht of mensgerichtzijn • Blake en Mouton • Laissez-faire stijl • Autoritair leidinggeven

  10. Laissez-fair stijl: besteedweinigaan het werk en de mensen. • Sociaalleidinggeven: hechtgrotewaardeaanzijnmensen, en wildatzetevredenzijn over hunwerksituatie en datereengoedesfeerheerst • Autoritairleidinggeven: Veelaandachtvoorwerk, weinigaandachtvoor de mens • Geintegreerdleidinggeven: Zowel de mensals de taakbelangrijk. Wilsamen met medewerkerskwaliteitleveren • Balancerendleidinggeven: Goedevenwichttussenresultaat en mens. Zoekt de compromis!

  11. zeermensgericht sociaalleidinggeven geïntegreerdleidinggeven balancerendleidinggeven laissez-fairestijl autoritairleidinggeven weinigmensgericht weinigtaakgericht zeertaakgericht Leiderschapsstijlen van Blake en Mouton

  12. Situationeelleidinggeven Je past je stijl van leidinggeven aan: • aan de situatie • aan de medewerker die je aanstuurt.

  13. Welke stijl kies je? • Hoeveel sturing is er in deze situatie bij deze persoon nodig? • Hoeveel ondersteuning is er in deze situatie bij deze persoon nodig? • Wat is het niveau van taakvolwassenheid van de groep of van de medewerker?

  14. taakvolwassen taakonvolwassen mensgericht veel ondersteuning weinig sturing S3 participatiestijl veel ondersteuning veel sturing S2 overtuigstijl delegatiestijl S4 weinig ondersteuning weinig sturing opdrachtstijl S1 weinig ondersteuning veel sturing taakgericht

  15. geschikte stijl mate van zelfstandigheid medewerker opdrachtstijl weinig zelfstandig, geen ervaring overtuigstijl minder zelfstandig, een beetje ervaring ondersteunde stijl vrij zelfstandig, redelijk veel ervaring delegeerstijl zelfstandig, veel ervaring

  16. Opdrachtstijl Als leidinggevende moet je: • duidelijke opdrachten geven • het werk controleren en waar nodig bijsturen • duidelijke regels hanteren.

  17. Overtuigstijl Als leidinggevende moet je: • sterk blijven sturen • meer ruimte bieden voor tweerichtingsverkeer • uitleggen waarom taken op een bepaalde manier uitgevoerd moeten worden.

  18. Ondersteunende stijl • De medewerker krijgt zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en hij werkt redelijk zelfstandig. • De leidinggevende en de medewerker lossen samen problemen op. • Beslissingen worden in overleg genomen. • De leidinggevende luistert naar de medewerker en toont begrip. • De leidinggevende geeft geen ongevraagde adviezen, maar laat de medewerker zelf nadenken over oplossingen. • De leidinggevende benadrukt niet continu regels, taken en resultaten.

  19. Delegeerstijl De leidinggevende: • vraagt de medewerker zelf oplossingen aan te dragen • helpt de medewerker bij het verwoorden van problemen • luistert naar de medewerker en toont begrip voor zijn situatie.

  20. Delegeerstijl De leidinggevende: • vraagt de medewerker zelf oplossingen aan te dragen • helpt de medewerker bij het verwoorden van problemen • luistert naar de medewerker en toont begrip voor zijn situatie.

  21. Coachen

  22. De STAR-methode(omproblementeachterhalen) • Star-methode

  23. Feedback • Geef eerst positieve feedback, daarna pas negatieve. • Wees specifiek en duidelijk. • Geef alleen feedback op zaken waarop de medewerkers invloed uitoefenen. • Moedig veranderingen aan. • Controleer of de feedback wordt begrepen en geaccepteerd.

More Related