Dosis respons relaties krw hydromorfologie mep gep
Download
1 / 18

Dosis-respons relaties KRW - Hydromorfologie & MEP/GEP - PowerPoint PPT Presentation


  • 102 Views
  • Uploaded on

Dosis-respons relaties KRW - Hydromorfologie & MEP/GEP. Rob Portielje (RWS RIZA). Hydromorfologie. Stuurvariabelen Hydrologie Stroomsnelheid Debiet Peil(variatie) Getijdewerking (R8) Morfologie Substraat Diepte(verdeling) Kunstwerken Oeverconstructies.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about ' Dosis-respons relaties KRW - Hydromorfologie & MEP/GEP' - shelby


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
Dosis respons relaties krw hydromorfologie mep gep

Dosis-respons relaties KRW - Hydromorfologie & MEP/GEP

Rob Portielje (RWS RIZA)


Hydromorfologie

  • Stuurvariabelen

  • Hydrologie

  • Stroomsnelheid

  • Debiet

  • Peil(variatie)

  • Getijdewerking (R8)

  • Morfologie

  • Substraat

  • Diepte(verdeling)

  • Kunstwerken

  • Oeverconstructies



Rekenregels

  • Dosis-respons relaties

    • MEP  Alle beheer- en inrichtingmaatregelen

    • GEP  Afzien van maatregelen met gering effect

    •  maatregelen voor realiseren GEP

    • Beleidsdoelstelling 2015  effecten van haalbare en betaalbare maatregelen

  • Invloed van huidige situatie


Toepassing Praagse methode

  • Invloed uitgangssituatie

  • Systeemspecifieke respons versus algemene relaties

    • Afhankelijkheid systeemkenmerken

    • Succes- en faalfactoren

  • Voorbeelden:

    • vis in meren (studie Witteveen en Bos, 2006)

    • vis in stromende wateren (studie VisAdvies BV, 2007)


  • Voorbeeld: vis in meren

    Methodiek: Statistische analyse meetgegevens: multivariate regressie

     empirische relaties tussen stuurvariabelen en maatlatindicatoren

     sleutelfactoren kunnen ook andere kwaliteitselementen zijn (water- en oeverplanten)

     maar ook systeemkenmerken


    meren

    belangrijke interacties

    eutrofiëring

    peilbeheer

    fytoplankton

    fytoplankton

    droogval

    oeverzone

    via

    helderheid

    oever-inrichting

    waterflora

    waterflora

    fytobenthos

    fytobenthos

    ondergedoken

    ondergedoken

    oevervegetatie

    oevervegetatie

    structuur,

    structuur,

    habitat

    habitat

    habitat

    habitat

    habitat

    habitat

    bodem

    bodem

    vis

    vis

    macrofauna

    macrofauna

    hydromorfologische pressures in blauw, eutrofiëring in rood


    Relatie peilbeheer - KRW maatlatten

    maatlat afhankelijkheid

    van peilbeheer via

    macrofyten direct - waterplanten: lichtbeschikbaarheid

    - oeverplanten: droogval nodig voor kieming

    fytoplankton indirect - waterplanten: competitie om nutriënten

    vis indirect - waterplanten en oevervegetatie als habitat

    macrofauna indirect - waterplanten en oevervegetatie als habitat


    Voorbeeld: vis in meren

    Maatlatindicator, stuurvariabelen,systeemkenmerken,

    aandeel brasem: submerse vegetatie + zicht (+ oppervlakte) .systematische afwijking van bepaalde meren & regio’s; robuust

    aandeel baars en blankvoorn in % van alle eurytopen: aandeel submerse vegetatie + zicht (+ oppervlakte);systematische afwijking van bepaalde meren & regio’s; robuust

    aandeel plantminnende vis: areaal oevervegetatie, zicht/diepte.geringe respons op verklarende variabelen; minder robuuste relatie,niet relevant voor meren met vast peil


    Voorbeeld: vis in meren (vervolg)

    Maatlatindicator, stuurvariabelen,systeemkenmerken,

    aandeel zuurstoftoleranten: areaal oevervegetatie, samen met zicht en submerse vegetatie.slechts geringe relatie met de verklarende variabelen.niet robuust

    aantal soorten: oppervlakte en zicht.

    Wel erg watersysteemspecifieke indicator, zowel de helling als de hoogte van de lijn verschillen sterk tussen wateren.robuust


    Toepassen rekenregels MEP/GEP IJsselmeergebied

    • GET totaal P and totaal N concentration als startpunt

    • Effecten dammen en dijken en gereguleerd peil

    • Compensatie voor visserij and migratiebarrieres door dammen

    • Met ´nieuwe´ morfologieen helderheid  vegetatie habitat beschikbaarheid voor vis samenstelling visgemeenschap


    waterflora

    waterflora

    waterflora

    fytobenthos

    fytobenthos

    fytobenthos

    ondergedoken

    ondergedoken

    ondergedoken

    oevervegetatie

    oevervegetatie

    oevervegetatie

    inrichting

    hydrologie

    structuur,

    diepte

    habitat, bodem

    stroomsnelheid

    getijde (R8)

    stromende wateren

    belangrijkste interacties

    eutrofiëring

    “areaal geschikt ecotoop”

    vis

    macrofauna

    migratie

    connectiviteit

    hydromorfologische pressures in blauw, eutrofiëring in rood


    Voorbeeld: vis in stromende wateren

    Areaal geschikt habitat: Welk deel van het waterlichaam voldoet aan gewenste combinaties van stuurvariabelen?

     per soort ranges van stuurvariabelen

    Habitatcorrectiefactoren (HCF)

     beheer

     connectiviteit (migratiebarrieres)

    Ecologische netwerken

     voldoende bereikbaar habitat voor alle levensstadia


    Vergroting areaal geschikt habitat

    Verbetering connectiviteit

    = HCF

    = HCF


    Wat kun je met generieke rekenregels onder systeemspecifieke omstandigheden?

    Bij voldoende robuuste relaties vallen afwijkingen van individuele wateren veelal binnen foutmarge van bemonstering.

     minder noodzaak verschillen tussen wateren te beschouwen.

    Vaak sprake van van “gemiddelde” afwijkende systemen:

     is reden van afwijking bekend?

    Ja:op basis van expert judgement inschatting maken van

    afwijking ten opzichte van “gemiddelde”.

    Nee: watersysteemspecifiek afwijken van “gemiddelde” indien bekend is of het een systematische afwijking (bv. overal 10% lager) of afwijkende respons (andere helling van de lijn) is.

     Voldoende waarnemingen nodig.


    Wat is er verder nodig?

    • Vastleggen uitgangssituatie

    • Goede monitoring en evaluatie van genomen maatregelen

    •  verbetering robuustheid relaties

    • Sturen op habitatdiversiteit (voorkomen van combinaties van stuurvariabelen


    ad