1 / 29

Obstipatie bij kinderen

Obstipatie bij kinderen. “over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft”. Claudia van den Camp Kinderarts Atrium MC Heerlen. Inhoud. Inleiding Obstipatie algemeen Fysiologie Pathofysiologie Zuigelingen Peuters Schoolgaande kinderen Behandeling Pedagogisch team.

keita
Download Presentation

Obstipatie bij kinderen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Obstipatie bij kinderen “over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft” Claudia van den Camp Kinderarts Atrium MC Heerlen

  2. Inhoud • Inleiding • Obstipatie algemeen • Fysiologie • Pathofysiologie • Zuigelingen • Peuters • Schoolgaande kinderen • Behandeling • Pedagogisch team

  3. Inleiding • Obstipatie/ poepproblemen bij kinderen zijn een zeer veel voorkomend probleem. • Mild tot ernstig. • Per leeftijdscategorie verschillend beeld/ aparte benadering nodig. • Buikpijn eci: obstipatie vaak de oorzaak. • Frequent veel pedagogische onmacht.

  4. Obstipatie • Definitie: faecesretentie die resulteert in een veranderde faecesconsistentie en defaecatiefrequentie. • Meestal hardere consistentie en vertraagde frequentie. • Striktere definitie maakt diagnose lastiger. • Overloopdiarree: paradoxale diarree (retentiefaeces) die langs de hardere faeces afloopt. • Encopresis: het onwillekeurig verliezen van ontlasting in de onderbroek. • Soiling: kleine hoeveelheden encopresis: vegen, remsporen.

  5. Fysiologie normale defaecatie • colonwerking: grotendeels nog onbekend. • 2 hoofdpijlers: 2 lagen spieren: • Longitudinale spierlaag: faecesmassa wordt gekneed en vermengd met darmflora. Tevens absorptie van korte keten vetzuren, vocht en elektrolyten. • Circulaire spierlaag: propulsie. • Colontransversum: pacemaker voor contractiegolvel ante- en retrograad. • Coecum en rectum: reservoir functie. • Enkele malen per dag: massmovement: darminhoud wordt naar distaal verplaatst.

  6. Fysiologie normale defaecatie • Vulling rectum geeft dilatatie en rek van de rectumwand. • Anorectaleremmingsreflex (ARIR) wordt geactiveerd  relaxatie van de interne anussphincter  aandrang! • Normaal gesproken kan continent persoon nu bepalen wanneer de ontlasting te laten gaan door bewuste relaxatie van externe anussphincter.

  7. Obstipatie • Overgrote meerderheid: geen oorzaak. • Dus: meestal functionele obstipatie. • Diagnostiek: • ANAMNESE, • ANAMNESE, • ANAMNESE • Lichamelijk onderzoek • Aanvullend onderzoek

  8. Symptomen

  9. Lichamelijk onderzoek • Alles kan en niets moet. • Bolle buik met veel lucht. • Hyperperistaltiek. • Palpabele colonsegmenten/ drukpijn. • Inspectie anus: faecesresten, openstaande anus, fissuren, hemorrhoiden. • (kijk ook naar rest genitaal; CAVE tekenen misbruik) • Rectaal toucher: weet wat je doet en waarom, bij oudere kinderen goede uitleg.

  10. Aanvullend onderzoek • Zelden nodig. • Alleen bij alarmsymptomen. • Zuigelingen meestal: CF/ Hirshprung uitsluiten. • Mogelijkheden: • X-BOZ • Passagetijd • Anorectalemanometrie

  11. Pathofysiologie • Door langdurige stase van ontlasting in het rectum vermindert geleidelijk het gevoel van aandrang. • Permanent beroep op externe anale sphincter: decompensatie: verlies/ encopresis • Uitgezet colon kan druk geven op blaas, waardoor enuresisklachten door prikkeling van de blaas • Door ophouden van ontlasting, ongemerkt ook meer stase van urine, waardoor grotere kans op rec. UWI.

  12. Zuigelingen/ niet zindelijke kinderen. • Zeer belangrijk: direkt vanaf geboorte? (wanneer eerste meconium?) of eerst periode goed? • Zeker invloed van voeding/ hoeveelheid vocht. • Meer frequent bij ex-prematuren. • “Persen” zegt NIKS!!! • Roosviceelaxo mag, maar doet weinig. • Meestal met wat extra vocht goed te behandelen. • Ontlasting niet manipuleren met thermometer!!: geeft gewenning.

  13. Zuigelingen/ niet zindelijke kinderen. DIFFERENTIAALDIAGNOSE

  14. Belangrijk voor verwijzen.

  15. Zuigelingen/ niet zindelijke kinderen. • Behandeling: • Uitleg/ educatie. • Vaak geen medicatie nodig: voedingsadviezen/ vocht. • Soms pedagogische interventie. • Indien oorzakelijke factor: behandelen (bv koemelkeiwitallergie).

  16. Peuters in fase van zindelijkheidstraining • Vaak meer acuut begin, uitlokkend moment aan te wijzen. • Onderscheid tijdens training of na pijnlijk moment bv fissuraani. • Beiden zeer gevoelig voor goede pedagogische begeleiding! • Vaak duidelijk beeld van ophoudgedrag/ angst: in hoekje gaan staan, op ronde voorwerpen zitten (tegendruk), paniek.

  17. Peuters in fase van zindelijkheidstraining DIFFERENTIAALDIAGNOSE

  18. Peuters in fase van zindelijkheidstraining • Behandeling: • Uitleg en instructies. • Bijna altijd Macrogol. • Eventueel lokaal lidocaine (niet evidencebased). • Pedagogische begeleiding (bij oudere peuters al stikkerkaarten/ poepdagboek). • Relatief vaak makkelijk te verbeteren.

  19. Zindelijke kinderen (kleuter/ schoolgaand) • Goede anamnese nog belangrijker. • Kijk ook naar zuigeling/ peuterfase. • Frequenter verkeerd bekkenbodemgebruik en ophouden (geen tijd!). • Frequent sociale complicaties: school/ logeren. • Kijk ook goed naar mictiepatroon. • Grotere rol voor beweging en vochtintake. • Meer plaats voor psychologen, dietiste en fysiotherapeut.

  20. Zindelijke kinderen (kleuter/ schoolgaand) DIFFERENTIAALDIAGNOSE

  21. Zindelijke kinderen (kleuter/ schoolgaand) • Altijd medicatie nodig als onderdeel van behandeling • Pedagogische begeleiding zowel voor ouders als kind: meer sturing. • Vaker psychologie nodig (oorzaak EN behandeling). • Vaak verkeerd bekkenbodemgebruik aangewend, waarvoor fysiotherapie belangrijke rol. • Bij combinatie obstipatie/ enuresis: eerst obstipatie behandelen, soms gaat enuresis dan vanzelf beter.

  22. Uitleg door arts • Duidelijke uitleg over werkingsmechanisme obstipatie in begrijpelijke taal: plaatjes! • Duur behandeling!!! • Waarom medicatie!!! • Eerste uitleg gedrag rondom defaecatie: belonen/ niet straffen, vaste momenten, goede zithouding, niet ophouden, vochtintake. • Verwijzen als indruk dat met eerste duidelijke adviezen niet voldoende effect wordt bereikt.

  23. Medicamenteuze behandeling • Verschillende medicamenten met verschillende werking: dus weet wat je voorschrijft. • Meest gebruikt: PEG-producten en Lactulose. • < 1 jaar: iplactulose, tenzij….. • > 1 jaar: PEG en lactulose redelijk vergelijkbaar, maar: PEG minder bijwerkingen (krampen), meestal beter resultaat in frequentie.

  24. Medicamenteuze behandeling • Lactulose: osmotisch laxans, werkt pas na enkele dagen!! • Dosering (geregistreerd): • Zuigeling: tot 5ml/d • 1-6 jaar: 5-10ml/d • > 6 jaar: 10-15ml/d • Wij geven op indicatie wel hogere doseringen.

  25. Medicamenteuze behandeling • PEG-producten (osmotisch laxans): • Macrogol met elektrolyten: movicolon junior (2-11jr), movicolon (vanaf 11 jaar), transipeg (vanaf 1 jaar, hoeveelheid afhankelijk van leeftijd) • Macrogol zonder elektrolyten: Forlax junior (6m-8jr), Forlax (vanaf 8 jaar), Macrogol 4000 basisproduct (speciaal recept)

  26. Medicamenteuze behandeling • Overig: • Bisacodyl/ dulcodruppels: contact laxans: evt voor kortdurend gebruik bij kinderen. • Paraffine-olie: emmolientia: maakt darminhoud week. • CAVE: bij verslikken kans op chemische pneumonie, dus alleen geschikt voor grotere kinderen. • Klysma’s: • NaCl 0.9%: bij neonaten: > 1kg 10ml/keer • Microlax: zachtmakende inwerking op faeces. • 1mnd-1jr: 0.5 klysma • >1jr: 1 klysma • Fosfaatklysma: vanaf 12 jaar 1 hele flacon.

  27. Conclusie • Frequent voorkomend. • Soms moeilijk te behandelen en met grote sociale impact. • EDUCATIE: is belangrijkste onderdeel (ook effect op medicatietrouw.

More Related