Thema 1:  Zintuigen
Download
1 / 39

- PowerPoint PPT Presentation


  • 350 Views
  • Uploaded on

Thema 1: Zintuigen. 1. Inleiding. 1.1 Prikkel, reactie en zintuig. 1.1.1 Wat zijn prikkels?. Experiment. leerling blinddoeken verschillende veranderingen aangeboden. Waarneming:. gezichtszintuig. gehoorzintuig. tastzintuig. smaakzintuig. 1.1.1 Wat zijn prikkels?.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about '' - shana


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
Slide1 l.jpg

Thema 1: Zintuigen

1. Inleiding

1.1 Prikkel, reactie en zintuig

1.1.1 Wat zijn prikkels?

Experiment

  • leerling blinddoeken

  • verschillende veranderingen aangeboden

Waarneming:

gezichtszintuig

gehoorzintuig

tastzintuig

smaakzintuig


Slide2 l.jpg

1.1.1 Wat zijn prikkels?

Welke prikkels werken op je wanneer je je ogen dicht doet?

  • je kan iets ruiken

  • je hoort andere lln

  • je voelt je horloge

  • je hebt dorst, honger

  • je hebt tandpijn

Welke prikkels werken NIET op je wanneer je je ogen dicht doet?

Je ziet niet wat andere lln doen


Slide3 l.jpg

1.1.1 Wat zijn prikkels?

de postbode die nadert

pijn na een val

het zien van een vijand

krassen op het bord

Je ruikt minder fris na het sporten

Een prikkel is een verandering in de omgeving of je lichaam die voldoende sterk is om tot een reactie te leiden


Slide4 l.jpg

1.1.2 Wat zijn zintuigen?

Een zintuig is een orgaan dat prikkels kan ontvangen

= receptor

= sensor

1 2 3

4 5

Lekker ijsje

smaakzintuig

gehoorzintuig

Mooi liedje

tastzintuig

brailleschrift

reukzintuig

Lekker parfum

gezichtszintuig

Mooie film


Slide5 l.jpg

1.1.3 Wat zijn reacties?

je smaakpapillen beginnen te werken

je krijgt kippenvel

je ogen beginnen te tranen

je springt uit de zetel en neemt de hoorn af

je gaat overkop

reacties

spierwerking

klierwerking


Slide6 l.jpg

Opdracht

Je neemt nog een lepeltje

Zoete smaak

smaak

Je begint te zweten

Hoge temp.

warmte

Je loopt vlug verder

visgeur

reuk

Je trekt je voet terug

pijnscheut

pijn

Je laat het blokje vallen

Koude temp.

Koude

Je krijgt kippenvel

Scherp geluid

gehoor

lichtprikkel

gezichts

Je remt

Je kapsel vervormt

Je duwt je haren terug

gevoels


Slide7 l.jpg

2. Licht en zien

2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen

2.1.1 Donkere lichamen

Donkere lichamen worden zichtbaar als er licht op invalt


Slide8 l.jpg

2.1.1 Donkere lichamen

Experiment

Welke soorten donkere lichamen zijn er?

Waarnemingen

Mat glas: licht wordt

gedeeltelijk doorgelaten

metaal: licht wordt

geabsorbeerd

spiegel: licht wordt

weerkaatst

Besluit

Doorschijnende lichamen

ondoorschijnende lichamen

Doorzichtige lichamen

Laten al het licht door

Laten deel van het licht door

Laten geen licht door

  • helder glas

  • water

  • blokje ijs

  • plexiglas

  • houten plaat

  • metalen plaat

  • spiegel

  • mat glas

  • dun papier

  • perkament


Slide9 l.jpg

2.1.2 Lichtbronnen

= bronnen die zelf licht uitzenden

Welke verschillende lichtbronnen zijn er?

Opdracht

kunstmatig

natuurlijk

kunstmatig

natuurlijk

Besluit

Natuurlijke lichtbronnen

kunstmatige lichtbronnen

zenden uit zichzelf licht uit

zenden licht uit door tussenkomst van mensen

  • zon

  • ster

  • komeet

  • lamp

  • lantaarn


Slide10 l.jpg

2.2 Rechtlijnige voortplanting van het licht

Experiment

Onder welke voorwaarden kan je een kaarsvlam door een soepele slang zien?

Waarnemingen

De kaars is enkel te zien als

de darm volledig gestrekt is en oog – darm – kaars op één rechte liggen

Besluit

Licht plant zich rechtlijnig voort in een homogene middenstof


Slide11 l.jpg

2.3 Soorten lichtbundels

= verzameling van lichtstralen

Experiment

Hoe kunnen lichtbundels zich gedragen?

1. Licht zaklamp op muur schijnen

Waarneming

De stralen

lopen vanuit 1 punt

2. Met vergrootglas licht van retroprojector projecteren

Waarneming

De stralen

lopen naar elkaar toe om elkaar in 1 punt te snijden


Slide12 l.jpg

2.3 Soorten lichtbundels

3. Hoe lopen de stralen van een laser?

Waarneming

De stralen

lopen evenwijdig met elkaar

Besluit

Divergerende lichtbundels

convergerende lichtbundels

evenwijdige lichtbundels

Stralen lopen uit elkaar

Stralen komen naar elkaar toe

Stralen lopen evenwijdig


Slide13 l.jpg

2.4 Schaduwvorming

2.4.1 Wat is schaduw?

Experiment

Hoe ontstaat een schaduw?

Op het scherm ontstaat een schaduwbeeld. Op de plaats waar geen licht invalt hebben we een schaduwfiguur.

Waarneming

Schaduw ontstaat wanneer er licht invalt op een ondoorschijnend lichaam. Achter het lichaam onstaat een schaduw

Besluit

Schaduw is een gevolg van rechtlijnige voortplanting van licht


Slide14 l.jpg

2.4 Schaduwvorming

2.4.2 Welke soorten schaduw zijn er?

Experiment

Hoe kunnen we verschillende soorten schaduw bekomen?

scherm

Puntvormige lichtbron

licht

Puntvormige lichtbron

voorwerp

Scherpe schaduw

licht


Slide15 l.jpg

2.4.2 Welke soorten schaduw zijn er?

scherm

Niet - Puntvormige lichtbron

licht

Niet – puntvormige lichtbron

bijschaduw

kernschaduw

bijschaduw

voorwerp

licht

Onscherpe schaduw

Schaduwvlek met grijze rand


Slide16 l.jpg

2.4.1 Wat is schaduw?

Verklaring

1. Kernschaduw

Divergerende lichtbundel

kernschaduw

Hier komt geen licht

Niet – puntvormige lichtbron

2. Bijschaduw

Hier komt deel van het licht

bijschaduw

kernschaduw

bijschaduw

Niet – puntvormige lichtbron


Slide17 l.jpg

2.5 Wat is gerichte en diffuse terugkaatsing?

Experiment

Wat gebeurt er met het licht als het invalt op een spiegel en op Al-folie dat we eerst open geduwd hebben?

Effen oppervlak

oneffen oppervlak

gerichte weerkaatsing

diffuse weerkaatsing

  • vlakke spiegel

  • metaaloppervlak

  • glasplaat

  • verkreukeld aluminiumfolie


Slide18 l.jpg

2.5 Lichtbreking

2.5.1 Wat is lichtbreking?

Experiment

Wat is lichtbreking nu eigenlijk?

We leggen een glasplaat op

tuk tekst. Als we

hillende hoeken kijken, merken w kst schijnbaar na komen en horizon hoven is. Dit kan

lijken met de twe

situatie in voorgaande proef.

we zien de tekst niet op de juiste plaats. Soms zien we de tekst ook groter

Door het prisma zien we de rietjes gebroken

Besluit

Breking ontstaat als licht overgaat van de ene middenstof naar de andere

Licht gaat niet altijd rechtdoor.


Slide19 l.jpg

2.5.1 Wat is lichtbreking?

Enkele belangrijke begrippen

n

normaal

Invallende lichtstraal

i

invalshoek

I

lucht

grensvlak

glas

brekingshoek

R

r

gebroken lichtstraal


Slide20 l.jpg

2.5.2 Welke wetten gelden er bij breking?

A Hoe liggen de invallende straal, de normaal en de gebroken straal t.o.v. elkaar?

Experiment

Hoe liggen de invallende straal, de normaal en de gebroken straal t.o.v. elkaar?

n

i

I

R

r

De invallende straal, de normaal en de gebroken straal liggen in één vlak


Slide21 l.jpg

2.5.2 Welke wetten gelden er bij breking?

B Geldt bij lichtbreking het omkeerbaarheidsprincipe?

Experiment

Geldt hier het omkeerbaarheidsprincipe?

Lucht  glazen cilinder

De invallende straal breekt

naar

de normaal

toe

bij overgang van ijl  dicht

I

>

R


Slide22 l.jpg

2.5.2 Welke wetten gelden er bij breking?

B Geldt bij lichtbreking het omkeerbaarheidsprincipe?

Experiment

Geldt hier het omkeerbaarheidsprincipe?

Glazen cilinder  lucht

De invallende straal breekt

van

de normaal

weg

bij overgang van dicht  ijl

<

I

R


Slide23 l.jpg

2.6.3 Wat is totale terugkaatsing?

Experiment

Nagaan hoe totale terugkaatsing ontstaat?

Wat merk je?

Bij een bepaalde invalshoek,

is er geen breking maar terugkaatsing

I

R

Waarneming

1) Invalshoek niet te groot dan treedt er

breking op

2) Is brekingshoek = 90 ° dan noemen we

invalshoek de grenshoek

3) Invalshoek te groot dan treedt er

totale terugkaatsing op


Slide24 l.jpg

2.6.3 Wat is totale terugkaatsing?

Wanneer is er totale terugkaatsing?

Als bij de overgang van de ene middenstof naar de andere middenstof geen breking tot gevolg heeft.

Alle lichtstralen worden teruggekaatst

Wat is de grenshoek?

= de invalshoek in een optisch dichtere middenstof waarbij de brekingshoek = 90 °


Slide25 l.jpg

2.6.3 Toepassingen

A Staat de zon wel waar wij denken dat ze staat?

Schijnbare zon

Eigenlijke zon


Slide26 l.jpg

2.6.3 Toepassingen

B Schijnbare beweging van een voorwerp in het water

B

V

Hoe komt het dat we een vis hoger zien dan waar hij werkelijk zit?

We zien het voorwerp altijd in het verlengde van de straal die invalt op het netvlies

Schijnbare verhoging van de vis



Slide30 l.jpg

3. Beeldvorming en oog

3.1 Het oog

3.1.1 Beschermende delen

1

2

1. Wenkbrauwen

2. traanklier

3

3. wimpers

4

5

4. bovenste ooglid

6

5. bovenste traankanaaltje

7

6. traanheuvel

8

7. onderste traankanaaltje

9

8. onderste ooglid

10

9. traanbuis

10. neuholte


Slide31 l.jpg

3.1 Het oog

3.1.1 Beschermende delen

Licht temperen, stofdeeltjes opvangen

Haartjes op ooglid

Zweet, vocht zijwaarts afvoeren

Rij haartjes boven oog

Oogbol afsluiten en beschermen

Traanvocht verspreiden

Dunne huidplooi

Klier achter bovenste ooglid

Traanvocht afscheiden

Vochtig houden oogbol

Ontsmetten oogbol

Kleurloze vloeistof

Traanvocht naar neusholte afvoeren

Buisje tussen traankanaaltje en neusholte


Slide32 l.jpg

3.1 Het oog

3.1.1 Beschermende delen

Experiment

Nagaan wat er bij verschillende lichtsterkten met de pupilopening gebeurt.

Waarneming

De pupil is eerst groot. Als er plots veel licht invalt wordt de opening kleiner. Dit gebeurt vanzelf en in beide ogen tegelijk.

Besluit

Door de pupilreflex wordt de hoeveelheid licht dat in het oog valt geregeld. De pupilopening wordt vanzelf aangepast


Slide33 l.jpg

3.1 Het oog

3.1.1 Beschermende delen

Opdracht

Schrijf onder elke foto de juiste pupilopening en lichtsterkte

pupilopening

klein

pupilopening

groot

groot / veel licht

zwak / weinig licht

lichtsterkte

lichtsterkte


Slide34 l.jpg

3.1 Het oog

3.1.2 Inwendige bouw

7. Voorste oogkamer

1

8. lensbandjes

9. straallichaam

10

10. glasachtig lichaam

2

11

3

11. Harde oogrok

12

4

13

12. vaatvlies

5

14

6

13. gele vlek

7

8

15

14. netvlies

9

16

15. oogzenuw

16 blinde vlek

1.oogspier

4.iris

2. lensbandjes

5. pupil

3. Achterste oogkamer

6. ooglens



ad