1 / 39

Uitleg lijdend voorwerp (lv)

Uitleg lijdend voorwerp (lv). Je vindt het lijdend voorwerp (lv) door te vragen: wie/wat + wg + on? Het antwoord op die vraag kan het lv zijn. Je kunt dit controleren met een wordt-door-zin : lv + wordt door + on + zww.

Download Presentation

Uitleg lijdend voorwerp (lv)

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Uitleg lijdend voorwerp (lv) Je vindt het lijdend voorwerp (lv) door te vragen: wie/wat + wg + on? Het antwoord op die vraag kan het lv zijn. Je kunt dit controleren met een wordt-door-zin: lv + wordt door + on + zww. Als het lv in de wordt-door-zin on is, heb je te maken met een echt lv, anders niet.

  2. Uitleg lijdend voorwerp (lv) In een zin met worden (een passieve of lijdende zin) komt nooit een lv voor. In een zin met een ng komt ook nooit een lv voor.

  3. voorbeelden wordt-door-zin: lv + wordt door + on + zww Hij heeft haar toen zien lopen. wie/wat heeft hij zien lopen? Antwoord:haar, dus haarkan het lv zijn.wordt-door-zin: zij wordt door hem gezien. zij is on in de wordt-door-zin, dus is zij echt het lv.

  4. voorbeelden Hij wilde niet, dat zij hem zou zien. Wie/wat wilde hij niet? dat zij hem zou zien wordt door hem gewild. dat zij hem zou zien is on in de wordt-door-zin, dus echt een lv.

  5. Al na een kwartier had zij het eerste hoofdstuk helemaal gelezen. lv = het eerste hoofdstuk antwoord uitleg

  6. Al na een kwartier had zij het eerste hoofdstuk helemaal gelezen. het eerste hoofdstuk is het lv, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (het eerste hoofdstuk wordt door haar gelezen), dus is het echt een lv.

  7. Staat in een vragende zin de persoonsvorm altijd vooraan? lv ontbreekt antwoord uitleg

  8. Staat in een vragende zin de persoonsvorm altijd vooraan? Er is geen lv, want er is geen antwoord op de vraag wie/wat + wg + on.

  9. Doe die deur eens even achter je dicht! lv = die deur antwoord uitleg

  10. Doe die deur eens even achter je dicht! die deur is het lv, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (on = jij!!). In de wordt-door-zin is het onderwerp (die deur wordt door jou dicht gedaan), dus is het echt een lv.

  11. Had jij dit antwoord van haar verwacht? lv = dit antwoord antwoord uitleg

  12. Had jij dit antwoord van haar verwacht? dit antwoord is het lv, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (dit antwoord wordt door jou verwacht), dus is het echt een lv.

  13. Daar wordt op de deur geklopt! lv ontbreekt! antwoord uitleg

  14. Daar wordt op de deur geklopt! Er is geen lv, want dit is een passieve zin (een zin met worden) en daarin kan geen lv staan.

  15. Hadden ze me dat maar iets eerder verteld! lv = dat antwoord uitleg

  16. Hadden ze me dat maar iets eerder verteld! dat is het lv, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat wordt door hen verteld), dus is het echt een lv.

  17. Als je het mij vraagt, bedoelen ze precies hetzelfde. lv = het en hetzelfde antwoord uitleg

  18. Als je het mij vraagt, bedoelen ze precies hetzelfde. het is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (het wordt door jou gevraagd), dus is het echt een lv. hetzelfde is het lv in de tweede zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (hetzelfde wordt door hen bedoeld), dus is het echt een lv.

  19. Toen ze die boom hadden omgezaagd, zagen ze pas, dat er een schat onder lag. lv = die boom endat er een schat onder lag antwoord uitleg

  20. Toen ze die boom hadden omgezaagd, zagen ze pas, dat er een schat onder lag. die boom is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (die boom wordt door hen omgezaagd), dus is het echt een lv. dat er een schat onder lag is het lv in de tweede zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (wat zagen ze?). In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat er een schat onder lag wordt door hen gezien), dus is het echt een lv. De derde zin heeft geen lv, want het antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (Wie/wat lag een schat?) is onmogelijk.

  21. Het is gemeen, als je zonder bewijs zegt, dat zij het heeft gedaan. lv = -, dat zij het heeft gedaan en het antwoord uitleg

  22. Het is gemeen, als je zonder bewijs zegt, dat zij het heeft gedaan. De eerste zin bevat een ng en dus geen lv. dat zij het heeft gedaan is het lv in de tweede zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (wat zeg je?) In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat zij het heeft gedaan wordt door jou gezegd), dus is het echt een lv. het is het lv in de derde zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (het wordt door haar gedaan), dus is het echt een lv.

  23. In de vakantie zie je vaak, dat mensen naar het buitenland gaan, omdat het weer daar warmer is. lv = dat mensen naar het buitenland gaan en 2x geen lv antwoord uitleg

  24. In de vakantie zie je vaak, dat mensen naar het buitenland gaan, omdat het weer daar warmer is. dat mensen naar het buitenland gaan is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat mensen naar het buitenland gaan wordt door jou gezien), dus is het echt een lv. De tweede zin heeft geen lv (wie/wat gaan de mensen? kun je niet beantwoorden). De derde zin heeft geen lv, omdat er een ng in voorkomt.

  25. Zij blijven de hele vakantie in Nederland, omdat volgens het KNMI het hier ook warm wordt. lv ontbreekt in beide zinnen antwoord uitleg

  26. Zij blijven de hele vakantie in Nederland, omdat volgens het KNMI het hier ook warm wordt. De eerste zin bevat geen lv, want je kunt de vraag Wie/wat blijven zij? niet beantwoorden. De tweede zin bevat geen lv, omdat er in die zin een ng voorkomt.

  27. Als je daar je rijbewijs wilt verliezen, hoef je alleen maar dronken achter het stuur te gaan zitten. lv = je rijbewijs en geen lv antwoord uitleg

  28. Als je daar je rijbewijs wilt verliezen, hoef je alleen maar dronken achter het stuur te gaan zitten. je rijbewijs is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (je rijbewijs wordt door jou verloren), dus is het echt een lv. In de tweede zin staat geen lv, want het antwoord op de vraag wie/wat hoef je te gaan zitten? is onmogelijk.

  29. Er wordt blindelings van uitgegaan, dat het waar is, wat ze daarover verteld hebben. lv = -, - en wat antwoord uitleg

  30. Er wordt blindelings van uitgegaan, dat het waar is, wat ze daarover verteld hebben. De eerste zin is passief en heeft dus geen lv. De tweede zin heeft een ng en dus geen lv. wat is het lv in de derde zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (wat wordt door hen verteld), dus is het echt een lv.

  31. Wie dat heeft gezegd, is niet bekend, maar je kunt het wel raden. lv = dat, - en het antwoord uitleg

  32. Wie dat heeft gezegd, is niet bekend, maar je kunt het wel raden. dat is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat wordt door wie gezegd, beter: door wie wordt dat gezegd?), dus is het echt een lv. De tweede zin bevat een ng en dus geen lv. het is het lv in de derde zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (het wordt door jou geraden), dus is het echt een lv.

  33. Wie je vertrouwt, vertel je het, maar dat lijkt me logisch. lv = wie, het en - antwoord uitleg

  34. Wie je vertrouwt, vertel je het, maar dat lijkt me logisch. wie is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (wie wordt door jou vertrouwd), dus is het echt een lv. het is het lv in de tweede zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on. In de wordt-door-zin is het onderwerp (het wordt door jou verteld), dus is het echt een lv. De derde zin bevat een ng en dus geen lv.

  35. Wil je het meisje van wie je dit hebt gehoord, mijn hartelijke groeten doen? lv = mijn hartelijke groeten en dit antwoord uitleg

  36. Wil je het meisje van wie je dit hebt gehoord, mijn hartelijke groeten doen? mijn hartelijke groeten is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (Wat wil je doen?). In de wordt-door-zin is het onderwerp (mijn hartelijke groeten worden door jou gedaan), dus is het echt een lv. dit is het lv in de tweede zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (Wat heb je gehoord?). In de wordt-door-zin is het onderwerp (dit wordt door jou gehoord), dus is het echt een lv.

  37. Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen. lv = dat ik twee hondjes was en 2x geen lv antwoord uitleg

  38. Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen. dat ik twee hondjes was is het lv in de eerste zin, want dat is antwoord op de vraag wie/wat + wg + on (Wat wou ik?). In de wordt-door-zin is het onderwerp (dat ik twee hondjes was wordt door mij gewild), dus is het echt een lv. De tweede zin bevat een ng en dus geen lv. De derde zin bevat geen lv, want het antwoord op de vraag wie/wat + wg + on is niet te geven (Wie/wat kon ik spelen?).

  39. einde

More Related