Hoofdstuk 1 Endogene en exogene processen Paragraaf 7 t/m 9 - PowerPoint PPT Presentation

netis
slide1 n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Hoofdstuk 1 Endogene en exogene processen Paragraaf 7 t/m 9 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Hoofdstuk 1 Endogene en exogene processen Paragraaf 7 t/m 9

play fullscreen
1 / 47
Download Presentation
Hoofdstuk 1 Endogene en exogene processen Paragraaf 7 t/m 9
110 Views
Download Presentation

Hoofdstuk 1 Endogene en exogene processen Paragraaf 7 t/m 9

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Hoofdstuk 1Endogene en exogene processenParagraaf 7 t/m 9

  2. inhoud • Gesloopt gesteente (par. 7) • Verweringsmateriaal in beweging (par. 8) • Van de bergen naar de zee (par. 9)

  3. Verwering = Afbraak van gesteente onder invloed van exogene krachten  grote stenen worden steeds kleinere ‘stenen’ • Bodemerosie  vast materiaal wordt na afbraak verplaatst (door wind, water of ijs)

  4. Al het gesteente verweert, maar hoe? Verwerings- materiaal Vast gesteente Waar ligt het gesteente en waar het verweringsmateriaal?

  5. Hoe verweert het gesteente bij 1 en 2? A Water in spleten bevriest en zet uit 2 B Water met humuszuren tast het gesteente aan door het oplossen van mineralen 1 Chemische verwering Fysische verwering

  6. Chemische en fysische verwering

  7. Hoe verweert graniet? Graniet bestaat uit een aantal mineralen (de verschillende vlekjes) Kwarts (grijs) SiO2 Veldspaat (roze) KAlSi3O8

  8. Wat gebeurt er met graniet door fysische verwering? Als door fysische verwering een stuk gesteente afbrokkelt, houd je nog steeds graniet over met dezelfde samenstelling van mineralen Als door fysische verwering een stuk gesteente afbrokkelt, ….

  9. Wat gebeurt er met graniet door chemische verwering? Als graniet in aanraking komt met zuur water … Als graniet in aanraking komt met zuur water gebeurt er met kwarts niets. Maar de veldspaat lost op en een nieuw mineraal ontstaat, klei! Ondertussen is de chemische samenstelling van de graniet veranderd en uiteindelijk blijft alleen kwarts over > zandkorrels Kwarts (grijs) Veldspaat (roze)

  10. Welke vorm van verwering?

  11. Welke vorm van verwering?

  12. Wat zijn de gevolgen van verwering? Chemische verwering Fysische verwering Een dikke verweringslaag die steeds dikker wordt Verbrokkeld gesteente rolt en valt naar beneden

  13. Verwering wordt beïnvloed door het klimaat… Chemische verwering verloopt sneller als -de temperatuur … -de vochtigheid … -het gesteente … Chemische verwering verloopt sneller als -de temperatuur hoog is -de vochtigheid hoog is -het gesteente bedekt is Fysische verwering verloopt sneller als -de temperatuur … -de temperatuur … -het gesteente … Fysische verwering verloopt sneller als -de temperatuur sterk wisselt -de temperatuur regelmatig de 0°C passeert -het gesteente bloot ligt

  14. Verwering wordt beïnvloed door het klimaat… Op welke plaats of plaatsen vindt nauwelijks fysische verwering plaats? B en D

  15. Verwering wordt beïnvloed door het klimaat… Op welke plaats of plaatsen vindt de sterkste chemische verwering plaats? D

  16. Verwering wordt beïnvloed door het klimaat… Op welke plaats of plaatsen vindt zowel chemische als fyschische verwering plaats? A

  17. Verwering wordt beïnvloed door het klimaat… Op welke plaats of plaatsen vindt de sterkste fysische verwering plaats? C

  18. Verwering van de tropen tot de polen 75˚NB Bij welke breedteligging horen de volgende uitspraken? 50˚NB 20˚NB 0˚ A De dikste verweringslaag B Sterke fysische verwering (2x) C De sterkste chemische verwering D Zowel chemische als fysische verwering

  19. Verwering van de tropen tot de polen B Sterke fysische verwering 75˚NB D Zowel chemische als fysische verwering 50˚NB B Sterke fysische verwering 20˚NB A De sterkste chemische verwering 0˚ C De dikste verweringslaag

  20. Karstverschijnselen: een bijzondere vorm van chemische verwering

  21. Karstverschijnselen Kalksteen lost niet zomaar op in water. Dat gebeurt alleen als het water zuur is. Kalksteen lost niet zomaar op in water. Dat gebeurt alleen als het water… CaCO3 + H2O + CO2 Kalksteen + water + koolzuur

  22. Karstverschijnselen Grotten zijn in het verleden ontstaan doordat de de kalksteen in het grondwater oploste. De druipsteen is pas gevormd nadat het grondwater gezakt is, de grotten zich hebben gevuld met lucht en water door de kalksteen sijpelt. De opgeloste kalk in het water slaat neer en vormt de druipsteen. Wat is eerder ontstaan, de grotten of de druipsteen?

  23. Karstverschijnselen De waterhuishouding van karstgebieden is erg gecompliceerd. Vooral na een regenbui kan het gevaarlijk zijn in de grotten te gaan. Hoe komt dat? Het stelsel van grotten is enorm vertakt. Hierdoor zakken rivieren de grond in, stromen ondergronds verder en komen ergens anders weer tevoorschijn.

  24. Verweringsmateriaal in beweging Gesteente brokkelt af, verweert en komt door het reliëf direct in beweging… het valt het rolt het glijdt Alle verplaatsingen van verweringsmateriaal worden aardverschuivingen genoemd.

  25. Verweringsmateriaal in beweging Vier soorten aardverschuivingen: 1 Vallend gesteente 2 Bergstorting 3 Puinlawine 4 Modderstroom ►Losse stenen/rotsblokken vallen ►Rotsblokken glijden ►Een mengsel van losse stenen rolt en glijdt ►Een verweringslaag verzadigd met water vloeit naar beneden

  26. Verweringsmateriaal in beweging Aardverschuivingen zijn levensgevaarlijk. Onder welke weersomstandigheden komt materiaal vooral in beweging? A Droog en zonnig weer B Regenachtig weer C Na hevige sneeuwbuien D Als het in de lente plotseling warmer wordt A Droog en zonnig weer B Regenachtig weer C Na hevige sneeuwbuien D Als het in de lente plotseling warmer wordt

  27. Verweringsmateriaal in beweging Al het gesteente dat naar beneden valt, glijdt, rolt of vloeit, hoopt zich op onder aan de helling… Puinhelling of puinwaaier

  28. De vorming van een modderstroom langs de Engelse zuidkust Door langdurige neerslag raakt de grond oververzadigd met water. Deze grond laag vloeit langs de helling naar beneden. Een modderstroom

  29. Sedimenttransport door rivieren Bij hoog water verandert deze rivier in een kolkende stroom die in staat is om naast zand en klei ook grind en hele boomstammen te vervoeren… …maar al dat sediment zie je pas bij laag water liggen. Bij laag water vervoert deze rivier nauwelijks sediment

  30. Sedimenttransport door rivieren Maak de juiste combinaties! Zand 1 Klei 2 Grind 3 A Rollend B Springend C Zwevend Rivieren transporteren enorme hoeveelheden verweringsmateriaal. De korrelgrootte bepaalt de wijze waarop…

  31. De hoeveelheid en soort sediment wordt bepaald door … • De stroomsnelheid van de rivier • Het gewicht van het sediment • Het klimaat

  32. De hoeveelheid en soort sediment • Wat voor soort en welke hoeveelheid sediment kun je dus verwachten in de bovenloop van een rivier met een landklimaat (Df klimaat)?

  33. Riviererosie Rivierwater is in staat om dalen uit te schuren maar kan dat alleen dankzij het sediment dat het gesteente uitschuurt Rivierwater is in staat om dalen uit te schuren maar kan dat alleen dankzij…. Terwijl het water hier doorheen kolkt schuren de zand- en grindkorrels langs het gesteente.

  34. Riviererosie De rivier snijdt zich net zo lang in tot het moment komt dat de rivier het dal gaat verbreden. Het V-dal verandert in een dal met een vlakke dalbodem. De rivier snijdt zich net zo lang in tot het moment komt dat…

  35. Riviererosie - verticale erosie - alleen erosie - horizontale erosie - naast erosie ook sedimentatie Welke omschrijvingen horen bij welke foto? - horizontale erosie - verticale erosie - alleen erosie - naast erosie ook sedimentatie

  36. Riviererosie In welk deel van de rivier komen de volgende foto’s voor?

  37. Riviererosie bovenloop middenloop benedenloop

  38. Verschillende soorten riviererosie 1 verticaal of horizontaal 2 door de turbulentie van het water zelf of door de schurende werking van zand en grind

  39. Verschillende soorten riviererosie verticaal horizontaal door de schurende werking van zand en grind door de turbulentie van het water zelf

  40. Van de bergen naar de zee In de benedenloop stroomt de rivier door een overstromingsvlakte In de benedenloop stroomt de rivier door een overstromingsvlakte

  41. Sedimentatie na elke overstroming Het overstromingswater stroomt traag of staat stil waardoor al het vervoerde materiaal sedimenteert…

  42. Sedimentatie in de overstromingsvlakte leidt tot… dikke pakketten sedimentlagen Doordat overstromingsvlakten vaak ook langzaam wegzakken gaat de sedimentatie door en vormen zich dikke pakketten.

  43. Als sedimentpakketten dikker worden… komen de lagen sediment onder druk te staan. Zand verandert in… Grind verandert in… Klei verandert in… schalie conglomeraat zandsteen

  44. Riviermondingen Estuarium TRECHTERMONDING Delta

  45. Delta Weinig kuststroom Ondiepe zeebodem Estuarium Sterke kuststroom (eb en vloed) Diepe zeebodem Riviermondingen