1 / 48

Hoe kan de incidentele verwerving van veel taalelementen versneld worden? → aanvulling met….

Hoe kan de incidentele verwerving van veel taalelementen versneld worden? → aanvulling met…. Taalgerichte aandacht. Om het taalverwervingsproces te versnellen moet incidentele taalverwerving aangevuld worden met expliciete taalgerichte aandacht ( language-focused awareness)

joy
Download Presentation

Hoe kan de incidentele verwerving van veel taalelementen versneld worden? → aanvulling met….

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Hoe kan de incidentele verwerving van veel taalelementen versneld worden? → aanvulling met….

  2. Taalgerichte aandacht • Om het taalverwervingsproces te versnellen moet incidentele taalverwerving aangevuld worden met expliciete taalgerichte aandacht (language-focused awareness) • B.v. aandacht besteden aan de vorm na een meaning-focused input activiteit is een zinvolle methode om het incidentele leerproces te versnellen (bv. tekst 2x lezen om taalelementen intentioneel te verwerven, serie in vreemde taal 2x bekijken)

  3. Taalgerichte aandacht • B.v. expliciet grammatica- of woordenschatonderwijs volgens een present – practise – produce stramien: eerst de ‘regel’ uitgelegd, vervolgens maakt de leerder oefeningen (bv. geef de verleden tijd, kies het juiste woord, vul de correcte vorm in, ...) = “rule-basedlearning” (top-downlearning) • Nadruk op correctheid (vermijden van taalfouten) • Taalverwerving gebeurt intentioneel

  4. Voorbeeld Put the verbs in the simple past or the present perfect tense (and motivate your choice) She (break) ____________ her leg in an accident last year. I (fall) ________________ in love with you many years ago. So far, this teacher (not teach) _____________ us anything. He (not drink) _______________ for five days. He's trying to give up.

  5. ‘Geziene’ leerstof (intake) is zelden leerstof die meteen voldoende geconsolideerd is (uptake) om vlotjes in de praktijk te worden omgezet. → Belang van herhalingsoefeningen! (rehearsal) Bij het leren van nieuwe leerstof in een vreemde taal moet je steeds verder kunnen bouwen op je kennis van reeds geziene leerstof. → Leerstof goed bijhouden en geregeld herhalen.

  6. Vergeetcurve van Ebbinghaus

  7. Tips - Grammatica • Zorg ervoor de basisgrammatica van een taal goed te kennen (zinsbouw, verbuigingen en vervoegingen,…). • Zorg dat je je tijden correct en snel kunt gebruiken. → Je tijden automatisch uit het hoofd kennen door ze veel te herhalen. Zo hoef je tijdens het schrijven of spreken niet meer te zoeken naar de juiste tijd.

  8. Schrijf spraakkunstregels die je moeilijk onthoudt op aparte steekkaartjes. • Leer eerst je spraakkunstregels voor er toepassingen over te maken. → Oefeningen maken door voortdurend naar je boek of map te kijken is weinig efficiënt.

  9. Intentionelewoordenschatverwerving

  10. Wat is een woord?

  11. Wat is een woord? zanahoria smink changchang Schmetterling lilk bagnolle jumper

  12. Wat is een woord? zanahoria - wortel smink - make-up changchang - vaak Schmetterling - vlinder lilk - lelijk bagnolle - auto jumper-trui

  13. VORM BETEKENIS Wat is een woord?  Een vorm (=klank/spelling) die verwijst naar een betekenis.

  14. Wanneer ken je een woord helemaal? Je kent een woord helemaal als je weet • hoe het klinkt • hoe je het spelt • welke grammaticale rol het vervult • in welke context je het kan gebruiken • hoe je het uitspreekt • met welke andere woorden je het kan combineren • in welke uitdrukkingen je het kan gebruiken • Wat de verschillende betekenissen zijn.

  15. Wanneer ken je een woord helemaal? Je kent een woord helemaal als je weet • hoe het klinkt • hoe je het spelt • welke grammaticale rol het vervult • in welke context je het kan gebruiken • hoe je het uitspreekt • met welke andere woorden je het kan combineren • in welke uitdrukkingen je het kan gebruiken • wat de verschillende betekenissen zijn. Maar gelukkig...

  16. Wanneerken je eenwoordhelemaal? Je kenteenwoordhelemaalals je weet • hoe het klinkt • hoe je het spelt • welkegrammaticalerol het vervult • in welke context je het kangebruiken • hoe je het uitspreekt • met welkeanderewoorden je het kancombineren • in welkeuitdrukkingen je het kangebruiken • Wat de verschillendebetekenissenzijn. Maar gelukkig... hoef je in het begin enkelde connectietussen de betekenis en de vorm van eenwoordtekennen!

  17. VORM BETEKENIS Wanneer ken je een woord helemaal?  Je kent de grondslag van een woord als je er de juiste betekenis op kan plakken, en als je het woord zelf kan oproepen als je zijn betekenis wil uitdrukken.

  18. Wat is het moeilijkst? zanahoria - wortel smink - make-up changchang - vaak Schmetterling - vlinder lilk - lelijk bagnolle - auto jumper-trui

  19. Wat is het moeilijkst? zanahoria - wortel smink - make-up changchang - vaak Schmetterling - vlinder lilk - lelijkbagnolle - auto jumper-trui

  20. Engelse woorden... rug - tapijt raspberry - framboos tomcat - kater magic wand - toverstok to frolic - ravotten gullible - naïef gingerly - met tegenzin

  21. Hoe leer je intentioneel woorden sneller? • Door ze vaak genoeg te herhalen (kwantiteit) • Door ze grondig te verwerken (kwaliteit)

  22. Door ze vaak genoeg te herhalen

  23. HERHAALTIPS

  24. HERHAALTIPS • Schrijf woorden of hele zinnen op kleine kaartjes of fiches. De vreemde taal op de ene kant, je moedertaal op de andere kant. Neem ze overal mee naartoe en als je even tijd hebt kan je ze overlopen. • Schrijf nieuwe woorden in twee kolommen in een schriftje, één voor je moedertaal en één voor de nieuwe taal. Dan overloop je deze lijst dag na dag en neem je de woorden die je je niet kan herinneren over op een andere lijst. • Herhaal de nieuwe woorden gedurende korte periodes. Het is efficiënter elke dag 10 minuten te herhalen dan één dag per week één uur te herhalen. Herhaal nieuwe woorden de dag na dat je ze voor het eerst gezien hebt. • Hang de woordjes die je moeilijk onthoudt aan demuur!

  25. Maar we kunnen ook... • de nieuwe woorden ‘grondig’ verwerken ?

  26. ‘Grondige’ verwerking: Waarom?  De kwaliteit en kwantiteit van wat we onthouden wordt bepaald door de manier waarop we de informatie mentaal verwerken (cognitieve psychologie) Dit geldt ook voor L2 woordenschat.  Hoe grondiger we ingaan op een nieuw woord, hoe beter! Maar wat betekent dat?

  27. Door ze grondig genoeg te verwerken:  Je kaneenwoord ‘grondig’ verwerken door zoveelmogelijkverbandenteleggen en associatiestemakentussen het nieuwewoord en woorden die je al kent. Want, hoe meerverbanden je legt, hoe meergeheugensporen je creëert, en dus hoe meertoegangswegen je naar het opgeslagenwoordzalhebben, en hoe sterker het woordzalverankerdworden in je geheugen.  Watvoorverbandenkunnen we leggentussennieuwewoorden en watwe al kennen?

  28. Welke verbanden kan je leggen bij de volgende woorden bijvoorbeeld? dungarees (n.) - salopet tryst (n.) - (geheime) afspraak dank (adj.) - donker en vuil puckish (adj.)- speels denote (v.) - aantonen dwell (v.) - wonen superciliously (adv.) - arrogant

  29. ASSOCIATIETIPS (betekenis)

  30. ASSOCIATIETIPS (betekenis) • Visualiseer het woord en wat je ermee doet (vooral nuttig voor concrete woorden en werkwoorden) • Associeer het woord met synoniemen en antoniemen • Associeer het woord met een persoon, een gebeurtenis, een gewoonte, etc..

  31. ASSOCIATIETIPS (vorm) • Denkna over de klank/spelling van eenwoord Bv. Het woordlijkt op ... Het woordrijmt met .... Het woord is lang/kort Het woordheeftveelklinkers of medeklinkers  Groepeerwoorden in eenlijstvolgenseerste letter, aantallettergrepen, etc...

  32. Zijn alle woorden even moeilijk?

  33. Zijn alle woorden even moeilijk? dungarees (n.) - salopet tryst (n.) - (geheime) afspraak dank (adj.) - donker en vuil puckish (adj.) - speels denote (v.) - aantonen dwell (v.) - wonen superciliously (adv.) - arrogant

  34. Zijn alle woorden even moeilijk? dungarees (n.) - salopet tryst (n.) - (geheime) afspraak dank (adj.) - donker en vuil puckish (adj.) - speels denote (v.) - aantonen dwell (v.) - wonen superciliously (adv.) - arrogant  Wordt dit bepaald door de lengte, de klanken, de frequentie, een gelijkenis met woorden die je al kent?

  35. Zijn alle woorden even moeilijk? Ellis and Beaton 1993, p.560. “Hoe minder overeenkomst er is tussen een nieuw woord in de vreemde taal en een woord in de moedertaal, hoe moeilijker het zal zijn voor de leerder om dat woord te leren.” Hulstijn 2001, p.262. “Als het voor de leerder lijkt alsof de vorm van een nieuw woord niet past bij zijn betekenis, dan zal dat woord meer aandacht en mentale deliberatie vergen dan als het een transparant uiterlijk heeft.” Maar waar ligt die ‘transparantie’ aan?

  36. “Linguïstische motivatie” • Als je (achteraf) kan verklaren waarom een woord in een bepaalde taal een bepaalde vorm heeft om een bepaalde betekenis uit te drukken.

  37. “Linguïstische motivatie” • Als je (achteraf) kan verklaren waarom een woord in een bepaalde taal een bepaalde vorm heeft om een bepaalde betekenis uit te drukken.  Maar hoe kan je dat verklaren?

  38. Hoe kan je een woord ‘linguïstisch motiveren’?

  39. Hoe kan je een woord ‘linguïstisch motiveren’? • intra-linguistisch:woord lijkt op gekende woorden in dezelfde taal met een gelijkaardige betekenis •  voorbeelden: overjoyed=very happy, horrendous=horrible, dank=

  40. Hoe kan je een woord ‘linguïstisch motiveren’? • intra-linguistisch: woord lijkt op gekende woorden in dezelfde taal met een gelijkaardige betekenis •  voorbeelden: overjoyed=very happy, horrendous=horrible, dank= • inter-linguistisch: woord lijkt op gekende woorden in een andere taal met een gelijkaardige betekenis • voorbeelden: book, photo, love, disgusting, retire, city, etc..

  41. Hoe kan je een woord ‘linguïstisch motiveren’? • intra-linguistisch: woordlijkt op gekendewoorden in dezelfdetaal met gelijkaardigebetekenis •  voorbeelden: overjoyed=very happy, horrendous=horrible, dank= • inter-linguistisch: woordlijkt op gekendewoorden in eenanderetaal met eengelijkaardigebetekenis • voorbeelden: book, photo, love, disgusting, retire, city, etc.. • ’klanksymbolisme’:woordlijkttepassenbij de betekenis, omdat • het klank of gevoelimiteert in de echtewereld • voorbeelden: klanknabootsingenzoals ‘koekoek’, ‘zoem’, ‘slissen’, etc.. • het simpelweglijkttepassenbijzijnbetekenis (subjectief!)  voorbeelden: Kika & Buba, Tom & Tim

  42. Samenvatting: tips voorbij het intentioneelleren van woordenschat! • Gabewustom met woordenschat, je leert het nietallemaalvanzelf, ditbetekentvaakherhalen en grondigverwerken: • Herhaalgeregeld, vooral in het begin. Vergeetniet in de L1-L2 richtingtevertalen. Let op de vorm van nieuwewoorden. • Maakwoordlijstjes en ordenze op jouwmanier (alfabetisch, thematisch, ...) • Maakzoveelmogelijkassociatiestussennieuwe en gekendewoorden, en tussennieuwewoorden en hunbetekenis. • Buitwat je al kentuit! • En creëerdaarnazoveelmogelijkinput en outputkansenom de nieuwgestudeerdewoorden in context tegentekomen en tegebruiken

  43. “Kunnen” taalvaardigheid; communicatieve competentie; betekenisoverdracht & vlotheid “Kennen” expliciete kennis van formele kenmerken van de standaardtaal (normatieve grammatica, etc.) aandacht voor de vorm & correctheid Kunnen vs. kennen

  44. Voor een een effectieve taalverwerving, moeten voor elk van de componenten leeractiviteiten georganiseerd worden. Betekenisgerichte input betekenisgerichte Output TAALVERWERVING Taalgerichte aandacht Fluency development

  45. Betekenisgerichte output • Communicatieve activiteiten die de leerders noden tot taalproductie • Betekenisoverdracht primordiaal • Als de leerder bij de uitvoering van de taak geconfronteerd wordt met de lacunes in zijn kennis of tekortkomingen in een vaardigheid (Noticing Hypothesis), worden de condities gecreëerd voor het opvullen van die lacunes en het wegwerken van die tekortkomingen • Taalverwerving gebeurt dus (semi-)incidenteel

  46. Voorbeelden • Gelezen teksten of opname navertellen of er tekstje over schrijven. • Tijdens het rijden in de auto of met de trein, tijdens het wandelen, wachten in de rij ... kan je in je hoofd gesprekken en dialogen simuleren. → Zo besef je wat je nog niet kent en kan je gaan opzoeken. • Conversatietafels • Mondelinge oefeningen tijdens de les

  47. Oefening Tot welke strand(s) behoren de volgende activiteiten? Waarom? • Een tekst vertalen naar de moedertaal • Een tekst vertalen naar de vreemde taal • Welke strand komt volgens jou het meeste aan bod tijdens je instructie-uren?

More Related