Welkom aan alle examenkandidaten Latijn! - PowerPoint PPT Presentation

slide1 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Welkom aan alle examenkandidaten Latijn! PowerPoint Presentation
Download Presentation
Welkom aan alle examenkandidaten Latijn!

play fullscreen
1 / 158
Welkom aan alle examenkandidaten Latijn!
119 Views
Download Presentation
gene
Download Presentation

Welkom aan alle examenkandidaten Latijn!

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Welkom aan alle examenkandidaten Latijn! In het bijzonder welkom aan een leerling uit klas 4, Romano van Genderen, die deze sessie graag wil bijwonen. Romano, we hopen dat jij er veel aan hebt. En je bijlesleerlingen ook….

  2. Siene Schoenmakersen Sander Leenman zijn vandaag jarig! Felix faustumquevobis! jullie X

  3. Dank aan: • de schoolleiding: voor de bijdrage in de pizza-kosten en voor de steun aan de organisatie van deze marathon • de heren Van Ringelenstein, Oduber, Vendelooen De Kloe voor hun hulp en technische assistentie • mijn collega mevrouw Kalb als mater intellectualis en leverancier van de POSTER • de mentoren, die we uit de kantine gejaagd hebben •  jullie allemaal voor jullie aanwezigheid

  4. Aan deze powerpoint is hard en lang gewerkt. Toch zal hij misschien niet dát zijn wat je ervan verwachtte. Wil je in dat geval je ongenoegen voor je houden? Retorische vraag! X

  5. Tijdschema: Begin 15:00 Eetpauze (pizza!!!) 17:00 – 18:00 Klaar om 20:00 uur

  6. Examen 2012 • Ab UrbeConditaI en II Titus Livius

  7. Padua • 17na Christus Padua 64voor Christus Portret van buste handschrift

  8. Ab UrbeCondita, in 142 boeken (waarvan 35 over gebleven zijn), begonnen in 29 voor Christus, twee jaar na de slag bij Actium, toen/waar de republiek definitief eindigde en plaats maakte voor het principaat van Octavianus. Die liet zich vanaf 27 Augustus noemen.

  9. Leeswijzer • Witte tekst  verhaallijn van Livius • Gele tekst  indirecte rede • Blauwe tekst  directe rede • --------------------- • Groene tekst  vragen: kies het beste antwoord • ============= • Roze tekst  samenvatting van de passage erboven

  10. --------------------- Noteer de antwoorden op de vragen op je papier door de letters juist over te nemen. Aan het eind van de marathon krijg je de antwoorden en kun je meteen zien hoe goed je voorbereid was/bent. Baseer steeds je antwoorden op de geprojecteerde teksten.

  11. PRAEFATIO --------------------- • 1Wat betekent PRAEFATIO? • A. voorspelling • B. inleiding C. voorspel D. voorspraak

  12. Facturusneoperaepretiumsim, si a primordio urbis res populi Romani perscripserim, necsatisscionec, sisciam, dicereausim, quippe qui cum veteremtumvolgatamesseremvideam, dumnovisemperscriptoresaut in rebus certiusaliquidallaturos se autscribendi arte rudemvetustatemsuperaturoscredunt. --------------------- • 2Hoe stelt Livius zich hier in de PRAEFATIO op? A. leergierig B. agressief C. bescheiden D. arrogant

  13. Utcumqueerit, iuvabittamenrerumgestarummemoriaeprincipisterrarumpopuli pro virili parte et ipsumconsuluisse; et si in tantascriptorumturba mea fama in obscuro sit, nobilitate ac magnitudineeorum me, qui nominiofficientmeo, consoler. Romanus … --------------------- • 3Hoe noemt Livius de Romeinen hier? A. populi pro viriliparte B. principisterrarumpopuli C. tantascriptorumturba D. magnitudineeorum

  14. Res estpraeterea et immensioperis, ut quae supra septingentesimum annum repetatur et quae abexiguisprofectainitiiseocreverit, utiammagnitudinelaboretsua; et legentiumplerisquehauddubito, quinprimaeoriginesproximaqueoriginibus minus praebituravoluptatissint, festinantibus ad haec nova, quibusiampridempraevalentispopulivires se ipsaeconficiunt: --------------------- • 4Wat beweert Livius? A. de geschiedenis is ook al zeer oud B. de oudste geschiedenis is onaantrekkelijk C. antwoord A en B zijn beiden waar D. antwoord A en B zijn beiden onwaar

  15. ego contra hoc quoquelaborispraemiumpetam, ut me a conspectumalorum, quae nostra tot per annosviditaetas, tantispercerte, dumpriscaillatotamenterepeto, avertam, omnisexperscurae quae scribentisanimum, etsi non flectere a vero, sollicitumtamenefficereposset. --------------------- • 5Wat bedoelt Livius met “malorum”? A. gewoon, alle ellende B. de ellende van de burgeroorlogen C. de ellende om alles te moeten beschrijven D. de ellende van het eerste begin

  16. Quae ante conditamcondendamveurbem, poeticismagisdecorafabulis quam incorruptisrerumgestarummonumen-tis, traduntur, ea necadfirmarenecrefellere in animo est. --------------------- • 6Livius beweert over de oudste geschiedenis A. dat die absoluut betrouwbaar (incorruptis) is B. dat die door dichters verfraaid is (poeticisdecora) C. dat hij die niet juist of onjuist noemt (nec … est) D. dat die door dichters verzonnen kan zijn (magis)

  17. Hoc illudestpraecipue in cognitionererumsalubre ac frugiferum, omniste exempli documenta in inlustripositamonumentointueri; indetibituaequereipublicae quod imiterecapias, indefoeduminceptu, foedumexitu quod vites. --------------------- • 7Historiografie heeft volgens Livius met name een: A. hoog voorspelbaarheidgehalte B. sterke wetenschapsfunctie C. absolute bewijsfunctie D. morele voorbeeldfunctie

  18. Ceterumaut me amornegotiisusceptifallit, autnullaunquam res publicanecmaiornecsanctiornecbonisexemplisditiorfuit, nec in quam civitatem tam seraeavaritialuxuriaqueimmigraverint, necubitantus ac tam diupaupertati ac parsimoniaehonosfuerit. …avaritia… --------------------- • 8Waarom kent Rome pas sinds kort hebzucht? A. is niet zo: zijn liefde voor zijn taak bedriegt hem B. spaarzaamheid genoot lang respect C. Rome verschaft genoeg goede voorbeelden D. het is óf oorlog óf hebzucht

  19. Adeoquantorerum minus, tanto minus cupiditatiserat: nuperdivitiaeavaritiam et abundantesvoluptatesdesiderium per luxumatquelibidinempereundiperdendiqueomniainvexere. …avaritiam … greed … --------------------- • 9Hebzucht zoals Livius die in zijn tijd kent, komt door: A. grote armoede B. rijkdom C. gebrek aan eerzucht D. de omvang van de staat

  20. Liber I

  21. ROMULUS --------------------- • 10Hoe heet de broer van Romulus ook al weer? A. Remulus B. Mars C. Romus D. Remus

  22. DE SABIJNSE MAAGDENROOF --------------------- • 11Hoe heet de koning van de Sabijnen? A. TatiusTitius B. Tatus Titus C. Titus Tatius D. Titus Titius

  23. DE SABIJNSE MAAGDENROOF ?

  24. Crescebat interim urbsmunitionibus alia atque alia appetendoloca, cum in spemmagisfuturaemultitudinis quam ad id quod tumhominumeratmunirent. --------------------- • 12Waardoor groeide de stad? Citeer Latijn. A. Crescebat B. munitionibus C. aliaatquealiaappetendo D. in spemmagisfuturaemultitudinis

  25. Deinde ne vanaurbis magnitudoesset, adiciendaemultitudiniscausavetereconsiliocondentiumurbes, qui obscuramatquehumilemconciendo ad se multitudinemnatam e terra sibiprolemementiebantur, locum, qui nuncsaeptusdescendentibus inter duos lucos <ad laevam> est, asylum aperit. --------------------- • 13Hoe zou de “magnitudourbis”“vana”kunnen zijn? A. er was terrein ingepikt waar niemand woonde B. er waren oude stedenstichters die logen C. de stad was groter dan het bouwgebied D. er groeiden mensen uit de vruchtbare bodem

  26. Eo ex finitimispopulisturbaomnis, sine discrimineliber an servusesset, avidanovarumrerumperfugit, idqueprimum ad coeptammagnitudinemroborisfuit. Cum iamviriumhaudpaeniteret, consiliumdeindeviribusparat. sine discrimineliber an servusesset … --------------------- • 14Wat wordt bedoeld met “eo” (r1): A. Roma B. asylum C. Capitolium D. duoslucos

  27. Centum creatsenatores, sivequia is numerussatiserat, sivequia soli centum erant qui crearipatrespossent. Patrescerteabhonorepatriciique progenies eorumappellati. …senatores… --------------------- • 15Waarom geeft Livius twee alternatieve redenen? A. hij is geschiedschrijver: hij moet informeren B. er staat sive: dan moet er nog een keer sive staan C. hij heeft bladvulling nodig D. hij weet het zelf ook niet

  28. Iam res Romanaadeoeratvalida, utcuilibetfinitimarumcivitatiumbello par esset; sedpenuriamulierumhominisaetatemduraturamagnitudoerat, quippequibusnecdomispesprolisnec cum finitimisconubiaessent. Tum ex consiliopatrum Romulus legatos circa vicinasgentesmisit, qui societatemconubiumque novo populopeterent: …conubium… --------------------- • 16Wat is Rome’s grootste probleem, aanvankelijk? A. bello (r.2) • B. penuriamulierum (r.2)mmmmm C. spes prolis (r.4) D. societatem (…) peterent (r.6)

  29. urbesquoque, ut cetera, ex infimonasci; dein, quassuavirtus ac diiuvent, magnasopessibimagnumquenomenfacere; satisscire, originiRomanae et deosadfuisse et non defuturamvirtutem; proinde ne gravarenturhomines cum hominibussanguinem ac genus miscere. …deosadfuisse… --------------------- • 17Waarom staat deze tekst in het geel? A. is weer eens een ander kleurtje B. het is nog wat moeilijker dan de rest C. het is indirecte rede: Romulus’ opdrachten D. het is indirecte rede: de woorden van de gezanten

  30. Nusquambenignelegatioauditaest: adeosimulspernebant, simultantam in mediocrescentemmolemsibi ac posterissuismetuebant. Ac plerisquerogitantibusdimissi, ecquodfeminisquoque asylum aperuissent; id enimdemumcomparconubium fore. ..feminisquoque asylum.. --------------------- • 18Waarom sturen de buurvolkeren de gezanten weg? A. angst en paniek B. minachting en afgunst C. angst en minachting D. arrogantie en zenuwen

  31. AegreidRomana pubes passa, et hauddubie ad vim spectare res coepit. Cui tempus locumqueaptumutdaret Romulus aegritudinemanimidissimulansludos ex industriaparatNeptunoequestrisollemnes; Consualiavocat. Indicideindefinitimisspectaculumiubet; quantoqueapparatutumsciebantautpoterant, concelebrant utremclaramexspectatamquefacerent. --------------------- • 19Wat wordt bedoeld met “id” (r.1)? A. de smalende woorden van de buurvolkeren B. het weggestuurd worden door de buurvolkeren C. het door de buurvolkeren afgetuigd worden D. het bij nader inzien slechte plan van Romulus

  32. Multi mortalesconvenere, studio etiamvidendae novae urbis, maximeproximiquique, Caeninenses, Crustumini, Antemnates; iamSabinorumomnismultitudo cum liberis ac coniugibusvenit. Invitatihospitaliter per domos cum sitummoeniaque et frequentemtectisurbemvidissent, mirantur tam breviremRomanamcrevisse. Multi mortalesconvenere… --------------------- • 20“cum liberisacconiugibus” (r.3/4). Verklaar dit. A. mannen van andere volken hebben geen familie B. het geldt ook voor de andere genoemde volkeren C. bij het Sabijnse volk gaat het juist daar om D. die vinden het leuk mee te komen

  33. Ubispectaculi tempus venitdeditaequeeomentes cum oculiserant, tum ex compositoortavissignoquedatoiuventusRomana ad rapiendasvirginesdiscurrit. Magna pars forte, in quemquaequeinciderat, raptae: quasdam forma excellentes, primoribuspatrumdestinatas, ex plebe homines, quibus datum negotiumerat, domosdeferebant. ..raptae?.. --------------------- • 21Welke 2 typen geroofde meisjes zien we hier? A. geschaakt (rapiendas) en groot (magna) B. lukraak (forte) en voorbestemd (destinatas) C. afgesproken (forma) en schitterend (excellentes) D. belangrijk (primoribus) en agressief (vis)

  34. Unamlonge ante alias specie ac pulchritudineinsignem a globoThalassicuiusdamraptamferuntmultisquesciscitantibus, cuinameamferrent, identidem, ne quisviolaret, Thalassioferriclamitatum; indenuptialemhancvocemfactam. … pulchritudineinsignem … --------------------- • 22Livius verklaart iets uit zijn eigen tijd, namelijk: A. een typisch huwelijksgebruik B. de schoonheid van de Sabijnse meisjes C. wie Thalassius was D. waarom iedereen naar het mooie meisje vroeg

  35. Turbato per metumludicromaestiparentesvirginumprofugiunt, incusantesviolatumhospitiifoedusdeumqueinvocantes, cuius ad sollemneludosque per fas ac fidemdeceptivenissent. Necraptisautspes de se meliorautindignatioest minor. Sed ipse Romulus circumibatdocebatque … …deumqueinvocantes … ============= • De Sabijnen zijn bedroefd, boos, voelen zich bedrogen en roepen Neptunus aan als “verantwoordelijke” god. De meisjes zelf zijn ook boos, maar dan wordt Romulus als held geïntroduceerd. Hij is kalm en legt dingen uit …

  36. patrumidsuperbia factum, qui conubiumfinitimisnegassent; illastamen in matrimonio, in societatefortunarumomniumcivitatisque et, quo nihilcariushumanogeneri sit, liberum fore; mollirentmodoiras et, quibusfors corpora dedisset, darentanimos; … --------------------- • 23Waarnaar verwijst “id” (r.1)? A. naar de roof door de meisjes B. naar de angst van de bezoekers C. naar een belangrijk feit D. naar de roof van de meisjes

  37. … saepe ex iniuriapostmodumgratiamortam; eoquemelioribususurasviris, quod adnisurus pro se quisque sit ut, cum suamvicemfunctus officio sit, parentiumetiampatriaequeexpleatdesiderium. --------------------- • 24Romulus probeert de Sabijnse meisjes A. een rad voor ogen te draaien B. de deugden van de Romeinen in te laten zien C. een schuldgevoel te geven vanwege de roof D. tot inkeer te laten komen

  38. Accedebantblanditiaevirorum, factum purgantiumcupiditateatque amore, quae maxime ad muliebreingeniumefficacesprecessunt. … blanditiaevirorum … --------------------- • 25Wat toont “purgantium” (r.1) aan? A. dat de Romeinen hun liefde weg drukken B. dat de Romeinen de Sabijnsen beminnen C. dat de Romeinen hun schanddaad ontkennen D. dat de Romeinen beseffen dat ze fout zitten

  39. TARQUINIUS PRISCUS

  40. AncoregnanteLucumo, virimpiger ac divitiispotens, Romamcommigravitcupidinemaxime ac spemagnihonoris, cuiusadipiscendiTarquiniis—namibiquoqueperegrinastirpeoriunduserat—facultas non fuerat. AncusMarcius ============= • Uit Tarquinii komt Lucumo. Hij is ambitieus en rijk, maar hij is anderzijds in Tarquinii niet in zijn eerzucht geslaagd, omdat hij nou eenmaal van buitenlandse komaf was. Pijnlijk punt altijd.

  41. DemaratiCorinthiifiliuserat, qui, ob seditiones domo profugus, cum Tarquiniis forte consedisset, uxoreibiducta duos filiosgenuit. Nomina his LucumoatqueArrunsfuerunt. Lucumosuperfuitpatribonorumomniumheres: Arruns prior quam patermorituruxoregravidarelicta. Corinthe/Korinthe ============= • Hier vertelt Livius kort over de komaf van Lucumo: uit Korinthe afkomstig dus. Zijn broer Arruns stierf vroeger dan Demaratus. Die stierf ook en wist niet van de zwangere vrouw van Arruns.

  42. Necdiumanetsuperstesfiliopater; qui cum, ignoransnurumventremferre, immemor in testandonepotisdecessisset, puero post avi mortem in nullamsortembonorumnatoabinopiaEgerioinditumnomen. Lucumoni contra, omniumheredibonorum, cum divitiaeiamanimosfacerent, auxitducta in matrimoniumTanaquil, summo loco nata et quae haud facile iis, in quibusnataerat, humiliorasineret ea, quo innupsisset. --------------------- • 26Wat drijft Tanaquil, volgens Livius? A. frustratie over de lamlendige Lucumo B. de sociaal lagere positie waarin zij is gekomen C. de sociaal hogere positie waarin zij wil komen D. het feit dat zij graag met Lucumo wil trouwen

  43. SpernentibusEtruscisLucumonemexsuleadvenaortum, ferreindignitatem non potuit, oblitaqueingenitaeergapatriamcaritatis, dummodovirumhonoratumvideret, consiliummigrandiabTarquiniiscepit. Roma est ad id aptissima visa: --------------------- • 27Wie is het onderwerp van “potuit” (r.2)? A. Tarquinia B. de Etrusken C. Tanaquil D. Lucumo

  44. in novo populo, ubiomnisrepentinaatque ex virtutenobilitas sit, futurum locum forti ac strenuoviro; regnasseTatiumSabinum, arcessitum in regnum Numam a Curibus, et Ancum Sabina matreortumnobilemqueuna imagine Numaeesse. Facile persuadetutcupidohonorum et cui Tarquinii maternatantum patria esset. Sublatisitaque rebus amigrantRomam. --------------------- • 28Waarom is het bovenste deelgeel? A. het geeft aan waar Tanaquil naar informeert B. het geeft aan wat Lucumo erover denkt C. het geeft aan wat Tanaquil erover denkt D. het geeft aan wat Lucumo hierover zegt

  45. Ad Ianiculum forte ventumerat. Ibiei, carpentosedenti cum uxore, aquilasuspensisdemissaleviteralispilleumaufert, superquecarpentum cum magnoclangorevolitansrursusvelutministeriodivinitusmissacapitiaptereponit; indesublimisabiit. Accepisse id auguriumlaetadiciturTanaquil, perita, utvolgoEtrusci, caelestiumprodigiorummulier. Excelsa et altasperarecomplexavirumiubet: ============= • Een voorteken voor TarquiniusPriscus: een adelaar pakt hem zijn muts af en zet hem die ook weer op. Tanaquil, Etruskische, legt dat allemaal positief uit. Haar man kan gerust naar het hoogste streven dat er is: het koningschap.

  46. eamalitem ea regionecaeli et eiusdeinuntiamvenisse; circa summumculmenhominisauspiciumfecisse; levassehumanamanusuperpositumcapitidecus, utdivinituseidemredderet. Has spescogitationesquesecumportantesurbemingressisunt, domicilioqueibicomparato L. TarquiniumPriscumediderenomen. …aquila… --------------------- • 29Wat is de uitleg van het voorteken met de adelaar? A. Lucumo moet oppassen voor een bijl in z’n hoofd B. Lucumo zal de macht krijgen C. Lucumo moet beter naar de goden luisteren D. Lucumo moet met die vogel het circus in

  47. Romanisconspicuumeumnovitasdivitiaequefaciebant; et ipse fortunambenignoadloquio, comitateinvitandibeneficiisque quos poteratsibiconciliandoadiuvabat, donec in regiamquoque de eofamaperlata est. ..comitate.. ..divitiae.. ============= • Tarquinius is nieuw in Rome en valt daardoor op; maar ook zijn rijkdom en zijn aardige gestes doen het goed. Niet alleen in de stad, maar ook in het paleis verwerft hij in korte tijd een aardige reputatie.

  48. Notitiamqueeambrevi, apudregemliberaliterdexterequeobeundoofficia, in familiarisamicitiaeadduxeratiura, utpublicispariter ac privatisconsiliisbellodomiqueinteresset et per omniaexpertuspostremo tutor etiamliberisregistestamentoinstitueretur. ============= • Tarquinius werkt zich binnen het paleis naar boven, en wekt zoveel vertrouwen, dat hij door koning Ancus bij alles betrokken wordt, en zelfs voogd van diens kinderen wordt.