Download
hoofdstuk v rome les 4 veroveringen en caesar n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar PowerPoint Presentation
Download Presentation
Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar

Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar

191 Views Download Presentation
Download Presentation

Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Hoofdstuk V: RomeLes 4: Veroveringen en Caesar

  2. H5:§ 3-4:p76-7 Strijd in Rome • De Republiek breidde haar grondgebied steeds verder uit. • Intern raakte de Senaat steeds verder verdeeld • Senatoren willen de machtigste zijn • Beconcurreren elkaar (b.v. om consul te worden) • Willen niet hervormen • Daardoor bleek de Republiek zwak

  3. Het uitdijende imperium

  4. Gevolgen van de veroveringen • Instelling provincies • Aan het hoofd stond de proconsul (ex-consul, later werd de term gouverneur gebruikt) • Het besturen van een rijke provincie werd populair onder de senatoren. Waarom denk je? • Vanuit de provincies vloeiden inkomsten naar Rome • Goud en zilver • Slaven • Graan • Olijfolie • Grote Griekse invloed. In 146 v Chr. werd Griekenland door de Romeinen veroverd. • Grieks-Romeinse cultuur ontstaat • Griekse goden werden gelijkgesteld met de Romeinse goden (Zeus = Jupiter) • Griekse slaven waren populair, o.a. als pedagoog  onderwijzer • Senatoren lieten Griekse tempels leegroven en plaatsten de beelden bij hun villa’s

  5. Provincies

  6. Strijd in Rome - grote armoede • Er was een kleine rijke bevolkingsgroep, de patriciërs. • Zij lieten slaven werken op hun grote boerderijen buiten Rome, de latifunda. De vrije boeren konden daartegen niet concurreren. Gevolg: • Konden hun schulden niet betalen en werden zelf slaaf • Trokken naar de stad op zoek naar werk  proletariërs • Het Romeinse leger raakte zijn basis kwijt omdat steeds minder boeren hun wapenrusting konden betalen.

  7. Hervormingen onder Gaius Marius • Geen patriciër, maar carrière-militair • Hervormde het leger • Proletariërs in dienst – staat betaalde wapenrusting • Land als betaalmiddel (pensioen) • Carrièremogelijkheden ‘gewone’ man • Maar ook: leger als pressiemiddel. Soldaten loyaal aan generaals  explosief • Marius was een voorbeeld voor JuliusCaesar

  8. Julius Caesar • Kwam uit een ambitieuze familie – wel afstamming van goden, maar weinig ‘daden’ om voor ‘vol’ te worden aangezien • Romeinse Republiek tijdens zijn leven: • Burgeroorlogen - interne machtsstrijd tussen bevelhebbers onderling en bevolkingsgroepen (plebejers tegen patriciërs) • Oorlogen tegen bondgenoten • Corruptie • Kortom: Senaat is druk bezig eigen graf te graven • Caesar zag de potentie van de gewone Romein en steunde hen in de machtstrijd tegen de patriciërs. Werd daardoor al erg populair en handige bondgenoot voor senatoren. • Door groeiende populariteit belangrijke bondgenoten: Pompeius en Crassus • Triumviraat bestuurden met z’n drieën de Republiek • Caesar consul (60/59 v. Chr.)

  9. Caesar als consul • Maakte carrière in Gallië vanaf 58 v Chr. Veroverde Gallië en voegde het als provincie bij het Romeinse Rijk. • Was een populair bevelhebber • Vocht in de frontlinie mee • Zorgde goed voor zijn soldaten  hoe succesvoller Caesar, hoe meer buit voor de soldaten: “wij zijn geen burgers van Rome, maar soldaten van Caesar”. • Probleem voor de Senaat: • de legers waren trouw aan hun bevelhebber, niet aan de senatoren.

  10. Groei van het Imperium

  11. Caesar en Rome • Caesar wilde opnieuw consul worden. • De Senaat wilde zijn leger niet bij Rome hebben en wilde hem alleen mee laten doen als ambtloos burger. • Caesars concurrent Pompeius mocht zijn soldaten blijven aanvoeren, dus besloot Caesar hetzelfde te doen. • Door met zijn leger de Rubicon (de grens tussen Italië en Gallië) over te steken startte Caesar eigenlijk een burgeroorlog. • Na vier jaar had hij zijn vijanden verslagen, zijn invloed in Egypte uitgebreid (graanschuur!) en liet hij zich tot dictator voor het leven benoemen

  12. Caesars dood en opvolging • Caesar wist tijdens zijn korte regeerperiode hervormingen door te voeren: • Veteranen konden een boerderij krijgen in de provincies  Vaak bij de grenzen. Waarom was dat handig? • Inwoners van het Romeins Rijk konden het burgerrecht krijgen • Paste de Romeinse kalender aan. • Een groep senatoren besloot hem op 15 maart 44 v Chr. te vermoorden. • Gevolgen: • Burgeroorlog tussen tegenstanders van Caesar en zijn toekomstige opvolger Octavianus(de latere keizer Augustus) • Burgeroorlog tussen Octavianus en Marcus Antonius (die zichzelf als opvolger van Caesar zag) • Stichting van het Romeinse keizerrijk • De Senaat bleef bestaan, maar de macht was in handen van de keizer.

  13. De samenleving

  14. Huiswerk • Beeldvorming over Caesar (HB: p. 77) • Beeldvorming over Obama • In de VS zijn duidelijke voorstanders én tegenstanders van President Obama. • Ga naar het web en zoek uit wat de voornaamste argumenten voor en tegen. • Neem kort het argument over; kort citaat • Geef er drie voor beide. • Geef ook aan van welke site je de info hebt. • Geef je eigen mening (kort, 30 woorden) over Obama • Dit alles in je schrift. • SO par 1-4 op vrijdag 15 maart