spierwerking als reactie op prikkels n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Spierwerking als reactie op prikkels PowerPoint Presentation
Download Presentation
Spierwerking als reactie op prikkels

play fullscreen
1 / 20
Download Presentation

Spierwerking als reactie op prikkels - PowerPoint PPT Presentation

freja
375 Views
Download Presentation

Spierwerking als reactie op prikkels

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Spierwerking als reactie op prikkels Bewegingen bij enkele ongewervelde dieren

  2. Bewegingsstructuren vliegende insecten • Poten • Drie paar poten  hangen vast aan borststuk; • Heup, dijring, dij, scheen, voet  hol; • Bedekt met talrijke haartjes  stof verwijderen. Bewegingsstructuren vliegende insecten Bouw borststuk vliegende insecten Bewegingsmechanis- me vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen • Vleugels • Twee paar vleugels  hangen vast aan borststuk; • = Plaatvormige uitstulpingen huid; • Bedekt met chitine +verstevigd met aders of nerven  stijf en onbuigzaam; Bewegingsmechanis- me regenwormen Beweging als reactie op prikkels

  3. Hoe is het borststuk aangepast aan beweging? • Bouw lichaamswand (= exoskelet): • Eén laag opperhuidcellen; • Cuticula bevat chitine; • Waslaagje. • Spieren hangen vast aan exoskelet. • Bouw borststuksegmenten: • Chitineplaten (zijplaten, buikplaat, rugplaat); • Vliegspieren (lengtespieren, verticale spieren). Bewegingsstructuren vliegende insecten Bouw borststuk vliegende insecten Bewegingsmechanis- me vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen Bewegingsmechanis- me regenwormen Beweging als reactie op prikkels Lichaamswand (schematisch) Spieren in de poten (schematisch) Borststuk (schematisch)

  4. Bewegingsmechanisme vliegende insecten • Poten • Spiercontracties loopspieren: buigers en strekkers; • Tussen de leden weinig chitine in cuticula  soepele beweging (=soort gewricht); • Spieren = dwarsgestreepte spieren  snelle contractie. Bewegingsstructuren vliegende insecten Bouw borststuk vliegende insecten Bewegingsmecha-nisme vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen • Vleugels • Verticale spieren (heffers) trekken samen  rugplaat beweegt naar beneden + vleugels slaan op; • Lengtespieren (zinkers) trekken samen  rugplaat beweegt naar boven + vleugels slaan neer. Bewegingsmechanis- me regenwormen Beweging als reactie op prikkels

  5. Bewegingsstructuren regenworm • Regenwormen = ringwormen: • Lichaam (uitwendig, inwendig) ingedeeld in segmenten of ringen; • Segmenten zijn gevuld met lichaamsvloeistof. • Hydroskelet: stevigheid door spanning van de lichaamsvloeistof op de lichaamswand. • Huidspierzak: kringspieren + lengtespieren + opperhuid. • Per segment op buikzijde + flanken: 4 paren borstels. Bewegingsstructuren vliegende insecten Bouw borststuk vliegende insecten Bewegingsmechanis- me vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen Bewegingsmechanis- me regenwormen Beweging als reactie op prikkels Regenworm (uitwendig) Regenworm (inwendig)

  6. Bewegingsmechanisme regenworm Beweging: samenwerking spierlagen lichaamswand, lichaamsvloeistof en borstels. Bewegingsstructuren vliegende insecten Bouw borststuk vliegende insecten Kringspieren trekken samen Bewegingsmechanis- me vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen Lengtespieren trekken samen Bewegingsmecha-nisme regenwormen Beweging als reactie op prikkels Borstels in de bodem Contractiegolf: opeenvolgende segmenten trekken na elkaar samen.

  7. Beweging als reactie op prikkels Taxis: het gericht verplaatsen als gevolg van een prikkel. Bewegingsstructuren vliegende insecten • Bodemtrillingen: regenworm weet dat er een mol komt  vluchten; • Regenval: gangen regenworm lopen onder water en de zuurstof in de bodem geraakt op  vluchten boven de grond; • Droogte: regenwormen houden van vochtig milieu  bewegen dieper de grond in; • Licht: regenwormen in een omgeving met veel licht  vluchten in de grond; • Aanraking: aanraken van een regenworm  vluchten; • Chemische stoffen: regenwormen reageren negatief op zure of bittere stoffen  opzoeken van zoete stoffen (humus). Bouw borststuk vliegende insecten Bewegingsmechanis- me vliegende insecten Bewegingsstructuren regenwormen Bewegingsmechanis- me regenwormen Beweging als reactie op prikkels

  8. Heup Scheen Voet Dij Dijring Poot vliegend insect Klauwtje Zuignapje Vliegpoot op glad oppervlak Vliegpoot op ruw oppervlak

  9. Nerven (aders) gevuld met lucht Vleugels vliegend insect vastgehecht aan tweede en derde borststuksegment

  10. Waslaagje Cuticula Eenlagige opperhuid Lichaamswand bij insecten (schematisch) Chitine: hoornachtige stof die dient als uitwendige versteviging van het lichaam.

  11. Exoskelet Loopspieren Binnenkant exoskelet poten

  12. Vleugel Rugplaat Zijplaat Lengtespieren Verticale spieren Buikplaat Vliegspieren vliegende insecten Dwarsdoorsnede borstsegment vliegende insecten

  13. Cuticula met minder chitine Buiger (ontspannen) Buiger (samengetrokken) Strekker (samengetrokken) Strekker (ontspannen) Buigbeweging bij een poot Strekbeweging bij een poot

  14. Rugplaat (naar beneden) Heffers (samengetrokken) Zinkers (ontspannen) Opslaan van vleugels Rugplaat (naar boven) Heffers (ontspannen) Zinkers (samengetrokken) Neerslaan van vleugels

  15. Uitwendige segmentatie van de regenworm

  16. Segment Opperhuid Segment gevuld met lichaamsvloeistof Darm Tussenschot Lengtespieren Borstels Kringspieren Inwendige segmentatie van de regenworm (schematisch)

  17. Lichaamsvloeistof in segment Tussenschot Achterzijde Voorzijde • Kringspieren trekken samen. • Diameter wordt dunner; • Lichaamsvloeistof drukt op tussenschotten; • Segment wordt langer en smaller. Borstels Contractie kringspieren

  18. Lichaamsvloeistof in segment Tussenschot Achterzijde Voorzijde • Lengtespieren trekken samen. • Segment wordt korter; • Lichaamsvloeistof drukt op huidspierzak; • Segment wordt korter en dikker. Borstels Contractie lengtespieren

  19. Lichaamsvloeistof in segment Tussenschot Achterzijde Voorzijde Borstels zitten door borstelspieren in de bodem.  Segment schuift naar voren. Borstels Borstels in de bodem

  20. Contractiegolf