deel 2 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Deel 2 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Deel 2

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 58

Deel 2 - PowerPoint PPT Presentation


  • 423 Views
  • Uploaded on

Inleiding tot de sociologie. Deel 2. Blokken, apart en gestapeld. 4. Blokken uit de sociologische blokkendoos. Over sociaal handelen, interactie en communicatie, posities en relaties, rol en status. Beoogde leercompetenties. Micro sociologie als domein kunnen begrijpen.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Deel 2' - dana


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
deel 2

Inleiding tot de sociologie

Deel 2

Blokken, apart en gestapeld

4 blokken uit de sociologische blokkendoos

4. Blokken uit de sociologische blokkendoos

Over sociaal handelen, interactie en communicatie, posities en relaties, rol en status.

beoogde leercompetenties
Beoogde leercompetenties
  • Microsociologie als domein kunnen begrijpen.
  • De sociologische basisbegrippen:
    • sociaal handelen
    • interactie
    • communicatie
    • positie
    • status
    • en rol

kunnen toepassen en illustreren.

slide4

Macro

Structuur

Meso

Sociaal handelen actoren / interacties in het dagelijkse leven

Gezin, samenlevingscontract, kaartclub, huwelijk, hulpverleningsrelatie ... (sociale relaties, ‘face to face’, onmiddellijke sociale omgeving)

Micro

Actor

slide5

Macro

Structuur

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Micro

Positie

Actor

Rol en status

Bouwstenen

microsociologie

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Rol en status

Microsociologie

Een conceptueel sociologisch kader

sociaal handelen

Samenleven betekent elkaar voortdurend ‘ontmoeten’.

  • = ‘afstemmen’ handelen op elkaar
  • = (zinvol) betrokken op andere(n)
  • = rekening houden met ‘de anderen’ (subjectieve betekenis in verband met anderen)
  • Vier typen:
  • Affectief (emotioneel)
  • Traditioneel
  • Waarderationeel
  • Doelrationeel
Sociaal handelen

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Rol en status

vier grondcategorie n van sociaal handelen volgens weber 1864 1920
Vier grondcategorieën van sociaal handelen volgens Weber(1864-1920)
  • Affectief (emotioneel)
  • Traditioneel
  • Waarderationeel
  • Doelrationeel
grondcategorie n sociaal handelen 1
Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (1)
  • Affectief
    • Niet doelgericht is, refereert niet aan een waarde.
    • Uitdrukking van een instinctieve, zintuiglijke, emotionele of passionele toestand.
    • Emotie is wel aan regels onderhevig, verschillend naar cultuur.
      • Bv. woede, angst, haat, passie of verdriet … , wel sociologisch gestuurd.
  • Traditioneel
  • Waarderationeel
  • Doelrationeel
grondcategorie n sociaal handelen 2
Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (2)
  • Affectief
  • Traditioneel
    • Gedrag via overlevering, ingewortelde gewoonten
    • Het staat heel dicht bij en gaat soms over de grens van wat nog ‘zinvol’ handelen is.
      • Bv.
        • Beleefdheidsregels en ‘etiquette’
        • Mensen die niet meer ‘kerks’ zijn, toch nog een kerkelijke huwelijksviering willen of hun kinderen laten dopen.
  • Waarderationeel
  • Doelrationeel
grondcategorie n sociaal handelen 3
Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (3)
  • Affectief
  • Traditioneel
  • Waarderationeel
    • Geïnspireerd door de overtuiging dat het handelen een intrinsieke waarde of betekenis bezit “op zich” heeft.
    • Het gebeurt omwille van het “waardevolle” van het handelen zelf,onafhankelijkvan het resultaat dat het eventueel oplevert.
      • Bv. Bidden, een gezellig samenzijn met vrienden of een partijtje tennis
  • Doelrationeel
protestantse marsen waren een voorbeeld van traditioneel en waarde rationeel handelen
Protestantse marsen waren een voorbeeld van traditioneel en waarderationeel handelen

“Orange Order marches date back to the 18th century”

grondcategorie n sociaal handelen 4
Grondcategorieën ‘sociaal handelen’ (4)
  • Affectief
  • Traditioneel
  • Waarderationeel
  • Doelrationeel
    • Rationeel verwezenlijken van weloverwogen doelstellingen.
    • Omdat de verschillende mogelijke doelstellingen tegenover elkaar worden afgewogen, maar ook omdat - eens een doelstelling gekozen - de middelen en de mogelijke neveneffecten rationeel worden beoordeeld in functie van deze doelstelling.
      • Bijvoorbeeld: anticonceptiva
    • Het verwachte gedrag van de andere mensen wordt daarbij als voorwaarde of middel gehanteerd om de geselecteerde doelstelling te bereiken.
    • Het is de “logica” van het “kapitalistische economische handelen” (maar milieuvraagstukken ?) of van een “bureaucratische organisatie”.
interactie en communicatie

Processen van sociaal handelen

  • Realisatie externe doelen
  • Beleven van waarden
  • Volgen affecten en tradities

Waarneembaar

Zinvol op mekaar betrokken handelen, is voortdurende wisselwerking

Interactie

Voortdurende wisselwerking tussen mensen. Hoe?

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Meedelen rationele, emotionele informatie

Rol en status

Interactie en communicatie
4 2 1 interactie
4.2.1 Interactie
  • Het waarneembare gedrag van de sociaal handelende personen.
  • Essentiële karakteristieken
    • De wisselwerking
      • ‘inter’ (met elkaar)
      • ‘agere’ (handelen)
    • Anticipatie op het handelen van de andere.
    • De gemeenschappelijke (gedeelde) interpretatie van het sociale handelen ‘verstehen’, maakt sociaal handelen mogelijk door actoren.
  • Vooral zichtbaar voor het tussenmenselijk verkeer in kleinere groepen
    • Sociogram
interactie karakteristieken
Interactie: karakteristieken

Sociogram

  • Frequentie
  • Regelmaat
  • Uitgebreidheid
  • Coördinatie
  • Richting
  • Directheid

E

A

C

D

B

mechanismen om interacties met anderen te ordenen dramaturgische benadering e goffman 1922 1982
Mechanismen om interacties met anderen te ‘ordenen’: dramaturgische benadering (E. Goffman, 1922-1982)
  • ‘Front stage’ en ‘back stage’
    • De scène en de coulissen van de samenleving.
  • Het afbakenen van persoonlijke ruimte (proxemics)
    • Intieme, persoonlijke, sociale of publieke afstand (Edward T. Hall, 1959)
  • De ongerichte interacties
  • Het tussen haakjes plaatsen (‘bracketing’)
  • ‘Beleefde inattentie’
4 2 2 communicatie

Gezichtsuitdrukking

4.2.2 Communicatie
  • Omvat
    • het op anderen overdragen (meedelen) van gedachten, gevoelens, wensen en strevingen
    • zodat die anderen worden geïnformeerd over wat men denkt, voelt of wenst.
  • Boodschap die van A (de zender) naar B (de ontvanger) gaat.
  • Complement van interactie
    • Communicatie kan gevolgd door interactie
    • Interactie omvat communicatie
  • Voorwaarde: gedeelde sociale codes (binnen cultuur)
    • anders pseudo-communicatie
  • Verbale en niet-verbale communicatie
    • V-teken, vuist ballen …
  • Niet alle communicatie = meedelen
    • Bv. roddelen (wel functioneel)
bekijk
Bekijk
  • mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/intro_sociologie/Interactienstructuren.wmv (V)
    • Van sociale interactie naar structuren (synthese theorie)
  • http://www.youtube.com/watch?v=amNiOJv1RyU&feature=related sociale interactie (V)
  • mms://video.ua.ac.be/Henderickx_Erik/sociology_en_psychologieBA1/ch03_reallife.wmv (V)
    • Communicatie is meer dan woorden !
zeven functies van de non verbale communicatie
Zeven functies van de non-verbale communicatie
  • Herhaling van hetgeen verbaal is medegedeeld
    • tegelijkertijd ja zeggen en knikken, de weg uitleggen en wijzen
  • Vervanging van de verbale communicatie
    • ja knikken, nee schudden, vragende gezichtsuitdrukking, embleemgebaren
  • Tegenspreken van de verbale communicatie
    • iets bevestigen maar daarbij twijfelend het hoofd schudden of de schouders ophalen
  • Affectieve (gevoelsmatige) ondersteuning van het gesproken woord
    • bezorgde frons of bemoedigend schouderklopje
  • Informatie over de onderlinge relatie
    • glimlachen, oogcontact, aanraken, afstand, lichaamshouding
  • Beklemtonen van de verbale communicatie
    • wijzen met een priemende vinger in de lucht als je een beschuldiging uit of met luide toon verwijten maken en driftig op tafel slaan
  • Structureren en reguleren van de verbale communicatie
    • de punten en komma's van de gesproken zinnen: hummen, aankijken en wegkijken, spreekpauzes en ondersteunende handgebaren
sociale relaties en posities sociale rol en status
Sociale relaties en posities, sociale rol en status

Interactie

.

De structurele neerslag van communicatie en interactie.

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Sociaal adres binnen een sociaal netwerk

Positie

Rol en status

  • Regieaanduidingen, het scenario dat bij die posities hoort (los concrete individu).
  • Maatschappelijke waardering in termen van hoog en laag, vaak zichtbaar via ‘uiterlijkheden’.
sociale relaties 1
Sociale relaties (1)
  • Een relatie is de kans dat mensen op een bepaalde wijze (zinvol ten opzichte van elkaar) zullen handelen.
    • Zo ontstaan vaste patronen interactie en communicatie zich tot min of meer autonome entiteiten met een eigen dynamiek die het sociaal handelen van mensen sturen, binnen sociale relaties sturen.
    • Geeft waarschijnlijkheid aan de interactie, verwachtbaar gedrag.

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Rol en status

sociale relaties 2

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Rol en status

Sociale relaties (2)
  • Structurele neerslag van communicatie en interactie.
  • De kanalen die in de bedding van de sociale werkelijkheid worden gegraven door steeds wederkerende interactie en communicatie (continuïteit)
  • = routines en patronen
typen sociale relaties korte en lange
Primaire (‘korte’)

Sterk

Kort

‘Face to face’

Totale persoon

Emotioneel

Privaat / primair

Secundaire (‘lange’)

Zwak

Lang

Functioneel/ rationeel

Positie

Rationeel

Publieke scène

Typen sociale relaties: korte en lange

Micro, ‘gemeinschaftliche’, associaties …

Meso / macro, ‘gesellschaftliche’, ‘organisatie’

sociale posities
Sociale posities
  • Een plaats in een netwerk van sociale relaties of verhoudingen
    • Een knooppunt van sociale relaties
    • Een ‘sociaal adres’ (‘hoog’ of ‘laag’ in het netwerk)
    • Plaats van waaruit we (sociaal) handelen
      • Wij ontmoeten de ‘andere’ niet als een persoon, wel als ‘representant’ van een sociaal netwerk waarbinnen die een positie heeft (Onafhankelijk van de concrete mensen)
      • Dus enkel gedefinieerd door een verwijzing naar andere sociale posities.
      • Bouwsteen van de structuur van het samenlevingsverband.
  • Positiestellen
    • Setsvan posities
hoe op een positie terecht komen 1
Hoe op een positie terecht komen? (1)
  • Toewijzing (‘ascription’ / vererving)
    • Op basis van ‘oneigenlijke’ criteria
      • Bv. sociale afkomst, geslacht, ethnische origine, leeftijd.
      • Als individu geen greep op de voorwaarden die nodig zijn voor de toegang tot zo’n positie.
    • Vooral in traditionele, gesloten samenlevingen (beroep van ‘vader’ op ‘zoon’)
      • Gevolgen samenleving: niet de meest geschikte personen komen in een bepaalde positie terecht, wat ook economisch een minder dan optimale toestand is. (zwarten USA of ZA, vrouwen, stemrecht …)
hoe op een positie terecht komen 2
Hoe op een positie terecht komen? (2)
  • Toewijzing (‘ascription’ / vererving)
  • Verwerving(‘achievement’)
    • Op basis (eigen) inspanning
      • Sociale kwalificaties (een diploma, een sociaal netwerk) om een bepaalde positie te kunnen bekleden.
    • Typerend voor moderne, open samenlevingen.

Zogenaamde verworven posities zijn voor een belangrijk deel ook ‘toegewezen’

Sociale afkomst blijft dominante variabele

= de sociologische wetmatigheid

de sociale status
De sociale status
  • De positie = statusbepalend
  • Binnen elke verzameling van posities bestaan immers ‘meer’ en ‘minder’ gewaardeerde posities
    • Leidt tot rangorde van posities met een hogere en met een lagere sociale status.
    • Cruciaal bij centrale maatschappelijke posities
    • ‘Hoog' en 'laag' op de denkbeeldige sociale ladder
    • Géén eigenschap van mensen die een bepaalde positie bekleden, maar wel positie zelf
      • Wel ‘sociaal aanzien’
  • Er is een samenhang tussen sociologische variabelen zoals:
    • Beroepsstatus (diploma, inkomen …) en …
    • bv. studiekeuze, vrijetijdsbesteding … (statuscongruentietheorie)
de status in congruentietheorie stelling in de sociologie
De status(in)congruentietheorie (stelling in de sociologie)
  • Individuen zullen bij het aangaan van min of meer duurzame sociale engagementen rekening houden met de weerslag die dit heeft op hun maatschappelijke status.
  • Zij zullen zich bewegen naar sociale posities met een status die verzoenbaar lijkt met hun globale sociale status.
  • Omgekeerd zullen zij posities mijden waarvan de status maatschappelijk wordt gedefinieerd als onverzoenbaar met hun globale status.
  • In beide bewegingen zullen ze in niet-onbelangrijke mate worden gestuurd door hun sociale omgeving.
  • Statuscongruentie
    • Een toestand in ‘evenwicht’
    • = voorspelbaarheid en vlot functioneren van het ‘sociaal verkeer’
rol functionalistisch en identiteit

Rol

Identiteit

Situering binnen ‘een’ sociaal netwerk

Wie ben ‘ik’ binnen het sociale netwerk / samenlevingsverband?

Rol (functionalistisch) en identiteit

de samenleving als een theater

De samenleving als een ‘theater’

Komedie

Drama

Tragedie

Horror

Rolspelers hebben enige speelruimte.

de sociale rol theater
De sociale rol(theater)
  • Op grond van de posities die we bekleden, worden bepaalde gedragingen van ons verwachten zijn andere uitgesloten
    • Een collectief geaccepteerd verwachtingspatroon dat sociaal handelen van actoren programmeert / regisseert in een gedragspatroon.
      • Regieaanduidingen, het scenario dat bij die posities hoort en dat losstaat van het concrete individu dat op die plaats terechtkomt.
      • Positiegebonden karakter: sociaal handelen worden min of meer voorspelbaar
        • Sociale norm van de reciprociteit
        • Als ‘ik’ goed wordt behandeld, doe ik dit ook, met de ‘andere’.
      • Gericht op een maatschappelijk evenwicht (functionalisme)
      • Conformisme aan maatschappelijke verplichtingen (verbonden met rol).
      • ‘Het masker’ voor / binnen diverse sociale situaties.
    • Geleerd via ‘socialisatie’

‘Doordat het individu sociale posities bekleedt, wordt hij deel van het drama dat de samenleving waarin hij leeft, geschreven heeft. Met elke positie overhandigt de samenleving hem een rol, die hij moet spelen’ (Dahrendorf, 1958/1965)

een rollenstel role set
Een rollenstel (‘role set’)
  • Rollen niet alle hetzelfde sociale belang.
  • Hiërarchie m.b.t. verwachtingen die aan posities gekoppeld zijn, een hiërarchie die het duidelijkst tot uitdrukking komt in het soort van sancties dat toegepast wordt bij het niet naleven ervan.
    • Afweging tussen verschillende rollen
    • Beoordeeld door ‘anderen’

Elke rol bestaat uit een verschillende mengeling van deze drie soorten van verwachtingen.

d eterminanten rol
Determinanten rol

Wetgeving/beleid

Zeden/ moraal

Prima verbanden

Rol

rol en identiteit functionalisme 1
Rol en identiteit (functionalisme) (1)

Wie ben ik? Wie zijn wij? …

  • Verwijzing naar ‘verwacht’ rolgedrag binnen sociale verbanden.

= Een sociale structuur van gedeelde ervaringen en innerlijke kenmerken.

= Een collectief gevoel continuïteit tussen generaties

= Gedeelde herinneringen

= Een collectief bewustzijn gemeenschappelijke lotsbestemming.

rol en identiteit functionalisme 2
Rol en identiteit (functionalisme) (2)

Herbert Mead

    • Personen ontwikkelen zelfbegrip door naar zichzelf zoals de rolbeoordelaars (‘significante anderen’).
      • ‘Taking the role of the other’
        • geïnternaliseerde publieke verwachtingen
      • ‘Generalized other’
        • Richt: keuzes, gedachten, gevoelens, handelingen …

= Samenleving

= de ‘andere’ (= samenleving) is medebepalend

    • Essentieel in identiteitsontwikkeling

= Coherent zelfbeeld

  • Mensen hebben een ‘meervoudige’ identiteit
    • ‘Schoonzoon’, ‘overspelig’, ‘student’ …
4 8 1 rolconflicten
4.8.1 Rolconflicten
  • Bij elke positie horen meerdere rollen
    • Wellicht uiteenlopende of tegenstrijdige verwachtingen
      • Dus hiërarchie (ouders zijn belangrijker dan buren, acceptabel gedrag voor de ‘baas’, eerder dan collega’s … bv.)
    • Geen psychologisch, wel structureel fenomeen
      • tegenstrijdige verwachtingen
        • die met elkaar worden geconfronteerd
        • die op een of andere wijze afdwingbaar zijn via sociale sancties
  • Twee typen
      • Intern rolconflict: divergente verwachtingen tussen rollen binnen één positie
      • Extern rolconflict: conflict tussen rollen bij verschillende posities
typen rolconflict
Typen rolconflict
  • Rolambiguïteit
  • Stress

Positieset / role set

Persoon

Positie 1

Positie 2

Rol A1

Rol A2

Rol B1

Rol B2

Internrolconflict

Conflict tussen verschillende rollen die bij éénzelfde positie horen

Extern rolconflict

Conflict tussen rollen die bij verschillende posities horen

rolattributen en statussymbolen
Rolattributen en statussymbolen

Waarneembare dimensie rol en status

  • Rolattributen
    • Herkenning van een positiebekleder / voorwerpen die nodig zijn om een rol te kunnen vervullen.
      • Rolattributen = communicatieve functie en een utilitaire functie.

= Doorzichtigheid van het sociale leven

  • Statussymbolen
    • Verwijzingen naar een ‘schaars sociaal goed’ dat zich ‘achter’ de sociale positie bevindt
    • Beïnvloeden zo het ‘zelfbeeld’ (identiteit) en het gevoel van eigenwaarde dragers, die “trots” zijn op hun positie
    • Middelen voor sociale controle
    • Dragen ertoe bij dat de sociale afstand tussen ‘hoog’ en ‘laag’ in stand wordt gehouden.
de microsociologie synthese
De microsociologie (synthese)

Interactie

Sociale relaties

Sociaal handelen

Communicatie

Positie

Rolattributen en statuskenmerken

volledigheidshalve twee dimensies binnen sociale handelen
Volledigheidshalve: twee dimensies binnen sociale handelen
  • Positionele dimensie / netwerken (dit hoofdstuk)
    • ‘Plaatsen’ binnen samenlevingsverband en verbindingen tussen mensen
      • Zichtbaar via interactie en communicatie, vaak gevolgd door relaties
    • Geheel posities = sociale netwerk (volgend hoofdstuk)
  • Culturele dimensie
    • ‘Zin’ die mensen geven aan sociale handelen en sociale verbanden (‘verstehen’)
      • Uitdrukking cultuurpatronen

= (gestructureerde gehelen van waarden, normen, verwachtingen en doelstellingen)

      • Status

= waardering voor sociale positie

Netwerken en cultuurpatronen zijn altijd met elkaar verbonden.

ter uitleiding microsociologie
Ter uitleiding microsociologie
  • Sociale handelen is doelgericht, maar ook in onze (post)moderne samenleving komt nog traditioneel handelen voor, of handelen dat om zichzelf gebeurt.
  • Sociaal handelen
    • Interactie(de handelingscomponent)
    • Communicatie (het (mee)delen).
  • Sociale relaties (primaire en secundaire)
    • Verbindingen tussen knooppunten = sociale posities (verworven of vererfd)
  • Elke positie heeft
    • Waardering (status)
    • Stel verwachtingen omtrent het gedrag van de positiebekleder (rollen). Deze verwachtingen sturen in belangrijke mate het handelen van de positiebekleders; de eigen opvattingen over hoe men zich kàn gedragen, worden erdoor beperkt.
    • Posities worden hoger / lager gewaardeerd in termen van status.
      • Sociale verschillen tussen mensen in de samenleving
  • Sociaal weefsel - netwerken - is een verzameling posities met relaties aan elkaar.