1 / 93

Verpleegkundige aspecten in de palliatieve zorg

Verpleegkundige aspecten in de palliatieve zorg. Barbara van den Berg master class juni 2014. Opzet deze Middag. Wat is palliatieve zorg Casus met interventies bij pijn Verpleegkundige interventies in de palliatievezorg. Wat is palliatieve zorg?. Ervaringen met palliatieve zorg?

maddox
Download Presentation

Verpleegkundige aspecten in de palliatieve zorg

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Verpleegkundige aspecten in de palliatieve zorg Barbara van den Berg masterclass juni 2014

  2. Opzet deze Middag • Wat is palliatieve zorg • Casus met interventies bij pijn • Verpleegkundige interventies in de palliatievezorg

  3. Wat is palliatieve zorg? • Ervaringen met palliatieve zorg? • Hoe verliep dit? • Wat deed dit met je?

  4. Behandelopties algemeen • Neo-adjuvant • Adjuvant • Palliatief • Curatief traject • Palliatief traject

  5. Curatief versus palliatief traject Curatief traject: • Primaire doel is de gezonde situatie • Dood gaan is beschouwd als falen • De ondersteuning is een onderdeel van revalidatie en reintegratie programma Palliatief traject: - Intentie is het verbeteren van de kwaliteit van leven of de kwaliteit van sterven • De gezonde status is onbereikbaar (feit!) • Dood gaan is een deel van het traject van de patiënt. 6

  6. Definitie palliatieve zorg • een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.

  7. Welke behandelingen heb je dan? • Operatie • RT • Chemotherapie • Hormoon therapie • Targeted therapie

  8. Patiëntenpopulatie • Uitgezaaidekanker • Neurologischeaandoeningen • Chronischelongaandoeningen • Stroke • Nierfalen • Hartfalen • Leverfalen • Geriatrisch / dementie • Advanced disease • Chronischeaandoeningen • Tuberculose

  9. Palliatieve zorg

  10. Palliatieve zorg

  11. Multidimensionele zorg • Lichamelijk • Psychisch • Sociaal • Existentieel

  12. Drie fases • Palliatievefase - vaak nog behandelen • Laatste 3 maanden terminale fase - voorbereiding op het sterven • Stervensfase - laatste dagen van het leven • Nazorg fase - zorg voor naasten

  13. Richtlijnen Palliatieve Zorg • Probleem gericht • Op basis van evidence en experts • Kwaliteit van palliatieve zorg waarborgen in de Nederlandse zorgverlening

  14. Symptomen, klachten en problemen • Symptoom: 'een door de patiënt aangegeven klacht op lichamelijk, psychosociaal of levensbeschouwelijk gebied’ • Klacht: Uiting van ‘iets’ waar de patiënt last van heeft • Probleem: Door de zorgverlener geïdentificeerd

  15. Hoe kom je er achter wat een patiënt ervaart? • Observeren • Luisteren • Vragen • ….

  16. Observeren

  17. Luisteren • Patiënt en naasten kunnen vertellen wat zij ervaren (klachten symptomen etc) • Maar: • Patiënten en naasten geven eigen klachten niet altijd aan • Patiënten en naasten herkennen iets niet als klacht • Patiënten en naasten denken dat een klacht er bij hoort • Patiënten en naasten zeggen pas iets zodra zij veel last ervaren

  18. Vragen • Als verpleegkundige kan je een patiënt en zijn naasten helpen door naar klachten te vragen. • Maar: • Waar vraag je naar • Hoe doe dat binnen een team • Afstemmen • Volledig

  19. Palliatief redeneren • Combinatie van de principes van Shared Decision Making, van klinischredeneren en de praktijk en omvang van kritischebeslismomenten in de palliatieve fase Toegevoegdewaarde: • Geeft op praktijkgerichte wijze vorm aan integrale palliatieve zorg met continue anticiperend en evaluerend karakter • Creëert ruimte voor afwegingen in het perspectief van beperkte tijd • Focus van het model komt overeen met focus van de patiënt • Beoogt de kwaliteit van de zorg en de communicatie te verbeteren • Ondersteunt het multidisciplinaire behandelteam • Maakt besluitvorming voor patiënt, naasten en professionals concreet en

  20. De praktijk: hulpmiddelen Beslisschijf

  21. Mw de Vries • 2005 mama carcinoom • Nu lage rugpijn • Pijnstilling: panadol en tramal

  22. Waar denken jullie nu aan?

  23. PIJN! • Wat is pijn? • Welke soorten pijn heb je? • Oorzaken van pijn bij kanker? • Hoe vaak treed het op? • Pijn in kaart brengen? • Welke behandelingen zijn er dan?

  24. Definities van pijn Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring, geassocieerd met (potentiële) weefselschade of beschreven in termen van dergelijke schade (IASP, 1986)

  25. Pijn is een complex multidemensioneelfenomeen, dat afhankelijk is van de individuele beschrijving of beleving van sensorische en emotionele ervaringen die gepaard gaan met (potentiële) weefselbeschadiging (Merksey at al, 1979) Pijn is wat de patiënt zegt dat het is, en treedt op wanneer de patiënt het zegt, pijn is gelokaliseerd daar waar de patiënt het zegt” (Mc Caffery)

  26. Wat is pijn? Pijn is wat de patiënt zegt dat het is en treed op wanneer de patiënt zegt dat het optreed

  27. Functie van pijn

  28. Is elke patiënt in staat om iets te zeggen over de pijn?

  29. Cognitie • Drukte • Hoort erbij • Bang voor de gevolgen…

  30. Wacht niet op een pijnklacht • Vraag er actief naar! • En….. volg de patiënt (follow up)

  31. Hoe kijk je naar pijn? Observeren en interpreteren van pijn wordt beïnvloed door: • Kennis • Eigen ervaring • Opvoeding • cultuur

  32. Classificatie van pijn Acuut Duur Chronisch Nociceptief Pathofysiologie Neuropathisch

  33. Acute pijn • Pijn die optreedt vaak als gevolg van een ziekte of trauma • Aanwijsbare oorzaak • Alarmfunctie • Reageert op het wegnemen van de oorzaak • Reageert op de behandeling • Beperkt zich van 3 tot 6 maanden

  34. Chronische pijn • Oorzaak? • Alarmfunctie? • Reageert matig op de behandeling • Meestal sprake van zenuwschade • Bestaat langer dan 3 tot 6 maanden Psychogene pijn?

  35. Nociceptieve pijn • Pijn ten gevolge van weefsel beschadiging • Mechanisch • Thermisch • Chemisch • Prikkeling nociceptoren • Viscerale pijn • Somatische pijn

  36. Maligne pijn: pijn ten gevolge van eentumor, metastase of een antikanker behandeling • Benigne pijn: pijn die niet samenhangt met kanker

  37. Neuropatische pijn International Associationfor the Study of Pain (IASP) Pijn die geïnitieerd of veroorzaakt wordt door primaire beschadiging of disfunctie van het zenuwstelsel Chronische neuropathische pijn is dan ook zijn waarschuwingsfunctie verloren

  38. Oorzaken van pijn bij kanker • Directe doorgroei van de tumor of metastasen (70%) • Gevolg van de behandeling (20%) • Bijkomende ziekten of andere factoren (10%) NB. Onderrapportage!

  39. Prevalentie pijn bij kanker • Thorax 52% • Long 54% • Bot 85% • Mond 80% • Buikorganen 40% • Urogenitaal man 75% • Urogenitaal vrouw 70% • Lymfoom 20% • Leukemie 5%

  40. Signalen opvangen!!!!! • Diagnostiek • Dagelijks volgen • Gebruik van meetinstrumenten www.pijnverpleegkundigen.nl

More Related