1 / 25

Hoofdstuk 2 Klimaatzones en landschappen Paragraaf 9 en 10

Hoofdstuk 2 Klimaatzones en landschappen Paragraaf 9 en 10. inhoud Wat zijn landschapszones? (par. 9) Warme gebieden (par. 9) Droge gebieden (par. 9) Subtropische gebieden (par. 10) Gematigde gebieden (par. 10) Koude gebieden (par. 10). Klimaatgebieden volgens Köppen.

berget
Download Presentation

Hoofdstuk 2 Klimaatzones en landschappen Paragraaf 9 en 10

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Hoofdstuk 2Klimaatzones en landschappenParagraaf 9 en 10

  2. inhoud • Wat zijn landschapszones? (par. 9) • Warme gebieden (par. 9) • Droge gebieden (par. 9) • Subtropische gebieden (par. 10) • Gematigde gebieden (par. 10) • Koude gebieden (par. 10)

  3. Klimaatgebieden volgens Köppen Natuurlijke vegetatiezones

  4. Landschapszones = fysisch-geografische zones • Door bepaald klimaat is er een bepaalde natuurlijke vegetatie • Onder invloed van: • - geografische breedteligging, reliëf en bodem, afstand tot de zee

  5. Tropische landschapszone Welke twee klimaten horen bij deze zone?

  6. Tropische landschapszone  A • Hele jaar > 18 graden Celsius • Neerslag: hele jaar door of moesson • Tropisch regenwoudklimaat (Af of Am) en savanneklimaat (As of Aw) • Natuurlijke vegetatie: tropisch regenwoud, mangrovebos, savanne

  7. Landgebruik • Shifting cultivation (vaak ‘slash and burn’)  tijdelijk gebruik van landbouwgrond om later door te schuiven

  8. Landgebruik • Sawa’s  terrasbouw in water (voor rijstbouw)

  9. Aride landschapszone Welke klimaten horen bij deze zone?

  10. Aride (droge) landschapszone  B • Temperatuur varieert: dag en breedteligging • Steppeklimaat (> 250 mm per jaar)  BS • Woestijnklimaat (< 250 mm per jaar)  BW • Steppeklimaat: semi-aride • Natuurlijke vegetatie: steppe, woestijn

  11. Landgebruik • Nomadisme  rondtrekken met vee zonder vaste woonplaats • Overbeweiding (overbegrazing) • begrazing waarbij de vegetatie zich niet kan herstellen

  12. Landgebruik • Oase  plek in de woestijn met toegang tot water • Wadi rivierdal dat het grootste deel van het jaar droog staat

  13. Subtropische landschapszone  Cs • Temperatuur: zomer hoog, winter gematigd • Neerslag: vooral in één seizoen • Middellandse Zeeklimaat  Cs • Natuurlijke vegetatie: mediterrane vegetatie (vaak laag struikgewas)

  14. Boreale landschapszone  D • Temperatuur: • zomer hoog • winter kouder naarmate noordelijker • Neerslag in het hele jaar • Landklimaat of continentaal klimaat •  Df • Natuurlijke vegetatie: naaldwoud Drunken forest Taiga

  15. Gematigde landschapszone • Ligging dicht bij zee: gematigde werking • Temperatuur zomer lager, winter hoger dan boreale zone • Neerslag in alle jaargetijden • Gematigd zeeklimaat  Cf • Natuurlijke vegetatie: loofwoud, moerasbos

  16. Zeeklimaat vergeleken met landklimaat

  17. Koude klimaten Welke klimaten?

  18. Polaire landschapszone  E • Geen echte warme periode • Onderscheid tussen: • - toendraklimaat  ET • - sneeuwklimaat  EF • - hooggebergteklimaat  EH • Neerslag: vaak hele jaar door in kleine hoeveelheden • Natuurlijke vegetatie: toendra of geen

  19. Permafrost • Bodem die nooit helemaal ontdooit (denk aan permanent en vorst)

More Related