2 havo vwo - PowerPoint PPT Presentation

2 havo vwo n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
2 havo vwo PowerPoint Presentation
play fullscreen
1 / 6
2 havo vwo
147 Views
Download Presentation
yoshio-wallace
Download Presentation

2 havo vwo

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. 2 havo vwo Grammairechapitre 3

  2. Pouvoir (kunnen)Vouloir (willen) • Leer deze werkwoorden in de présent, imparfait en passé composé. • Gebruik le conjugueur op de website van je docent.

  3. Le futur proche (de nabije toekomst) • Wordt gebruikt als je wilt aangeven of je iets zometeen of binnenkort gaat doen. • Je gebruikt daarvoor aller+ infinitief (hele werkwoord) • Exemple: je vais nager- nous allons travailler ik ga zwemmen- wij gaan werken • Dat betekent dat jij het ww. aller in le présent uit je hoofd moet leren.

  4. Kijk hieronder Nederlands Frans • Ik ga morgen zwemmen. • Caroline gaat naar Japan reizen • Mijn ouders gaan volgende week in een Frans restaurant eten. • Wat valt je op? • Demain, je vais nager. • Caroline va voyager au Japon. • La semaine prochaine, mes parents vont manger dans un restaurant français.

  5. Een vraagzin maken • In het Frans maak je de zin op 3 manieren vragend: • Je zet een vraagteken achter de zin: tuviensdemain? • Je zet Est-ceque/qu’ voor de zin Est-cequetuviensdemain? • Je zet het onderwerp achter de persoonsvorm: viens-tudemain? Let op! Dit kan alleen als het onderwerp een pers.vnw. is. Caro va nagerVa-t-ellenager?

  6. Let op! • Als twee klinkers naast elkaar staan wordt voor de uitspraak een t tussen het onderwerp en de pers. vorm gezet. • Il parle de ses parents • Parle-t-il de ses parents?