1 / 58

Dynamische systeemtheorie van ontwikkeling

M.C. Escher, Drawing hands (lithography, 1948). Dynamische systeemtheorie van ontwikkeling. 1-. Dynamische systemen: definitie en kenmerken. Dynamisch systeem: definitie 1.

sibley
Download Presentation

Dynamische systeemtheorie van ontwikkeling

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. M.C. Escher, Drawing hands (lithography, 1948) Dynamische systeemtheorie van ontwikkeling

  2. 1- Dynamische systemen: definitie en kenmerken dynamische systeemtheorie

  3. Dynamisch systeem: definitie 1 • “een dynamisch systeem is een manier om te beschrijven hoe een toestand zich ontwikkelt tot een andere toestand in de loop van de tijd” • xt+1 = f (xt) • Wat betekent dit en wat is hier nu zo bijzonder aan? dynamische systeemtheorie

  4. Systeemdenken Een voorbeeld van een ontwikkelingspsycho-logische bevinding • Kinderen die voorafgaand aan de intrede in de basisschool veel vrienden hebben in hun sociale netwerk • Hebben minder last van stress tijdens de overgang naar de basisschool • Gevonden in longitudinaal onderzoek • Bij 32 kinderen • Samenhang is statistisch significant • DST is een benadering: een algemene kijk op processen • Het kan op alle klassieke verklaringsmodellen worden toegepast • Veel ontwikkelingsonderzoek volgt een lineaire logica • A beïnvloedt B • Het aspect tijd wordt eruitgehaald • Er wordt gegeneraliseerd over groepen Bij sommige kinderen uit de groep is het andersom Hoe komt het dat het bij sommige kinderen zo werkt en bij andere kinderen anders? Wat is het mechanisme? dynamische systeemtheorie

  5. Dag 3 vriendjes stress Dag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ............................ School-intrede Dag 1 Dag 2 vriendjes • “een dynamisch systeem is een manier om te beschrijven hoe één toestand zich ontwikkelt tot een andere toestand in de loop van de tijd” • xt+1 = f (xt) • een iteratief of recursief proces stress Wat voor mechanisme zit er in die pijlen? • dynamisch basismodel • xt+1 = f (xt) • statisch basismodel • yi = f (xi) dynamische systeemtheorie

  6. Dynamisch systeem: definitie 2 • Een systeem • Is een verzameling componenten • Die met elkaar verbonden zijn • Een dynamisch systeem • Is een verzameling veranderlijke componenten • Die elkaar beinvloeden • Een belangrijk kenmerk is zelf-organisatie dynamische systeemtheorie

  7. Zelf-organisatie • Nativisme, overdrachtstheorie • structuur ontstaat niet vanzelf • een structuur wordt overgedragen en aangeleerd • Of een structuur is aangeboren • Core knowledge theory • Dynamische systeemtheorie: • Zelf-organisatie is een centraal kenmerk van de levende natuur • Structuur ontstaat vanzelf, onder gepaste omstandigheden • De klassieke illustratie: the Game-of-Life dynamische systeemtheorie

  8. The Game of Life: een voorbeeld van zelf-organisatie Een structuur van cellen Die “dood” of “levend” zijn Een levende cel met 2 of 3 levende buren overleeft, anders gaat hij dood Een dode cel die precies 3 levende buren heeft komt tot leven Life Mirek dynamische systeemtheorie

  9. Voorbeelden uit de gedragsbiologie • Gedrag van groepen organismen • “scholen” vissen, vliegende vogels • Gedrag verklaren op basis van heel eenvoudige regels binnen elk individu • Beweeg je in de richting van je naaste buren • Vermijd botsingen met je naaste buren • Vermijd obstakels • Ga ergens naartoe • Voorbeelden van complex groepsgedrag • Zie ook de sociale psychologie dynamische systeemtheorie

  10. Voorbeelden uit de ontwikkelingspsychologie • Veranderen van (ongewenst) gedrag: de leetheorie • Stadiagewijze ontwikkeling: Piaget en de neo-Piagetiaanse theorie • Ontwikkeling door sociale interactie: Vygotsky en de sociaal culturele theorie • Is basale kennis aangeboren? Een antwoord vanuit de theorie van Thelen en Smith dynamische systeemtheorie

  11. 2- Voorbeeld 1 Leertheorie dynamische systeemtheorie

  12. Leertheorie en gedragsmodificatie • Reductie van ongewenst gedrag • Agressief gedrag, pesten in de klas • Door middel van • Straffen en andere aversie stimuli die het gedrag onderdrukken • Door het bekrachtigen van gewenst gedrag en het tot stand brengen van gedragsalternatieven dynamische systeemtheorie

  13. Ongewenst en agressief gedrag in de klas: een dynamisch model Aversiveness of punishment reduces increases Undesirable behavior punishment reduces Determines level of reduces Attractiveness of undesirable behavior Reinforcement of desirable behavior reduces simulation dynamische systeemtheorie

  14. Waarom is dit een dynamisch systeem? • Bestaat uit componenten die elkaar in de tijd beinvloeden • Is gebaseerd op een iteratief proces • De gedragspatronen zijn zelf-organiserend • De effecten zijn niet-lineair • Kleine verandering in een variabele brengt een kwalitatieve verandering in het patroon teweeg dynamische systeemtheorie

  15. 3- Voorbeeld 2: Cognitieve ontwikkeling Neo-Piagetiaanse theorie dynamische systeemtheorie

  16. Netwerken van componenten en stadia-gewijze groei • Neo-Piagetiaanse modellen van cognitieve groei • een “stadium” • is een specifiek patroon van handelen en denken • De componenten in een ontwikkelingsproces vormen een netwerk van relaties dynamische systeemtheorie

  17. Dynamic Growth Modeling • A developing system can be described as a system of variables • Variables change according to laws of growth • Auto-catalytic process • Depends on limited resources • Variables are connected through • Supportive • Competitive • Conditional relationships dynamische systeemtheorie

  18. Property A competition competition Property A support Property B support Property A Property B support competition Property B Predator-Prey dynamics dynamische systeemtheorie

  19. Linguistic knowledge concerns The form of the developmental process is determined by the way the variables interact with each other • Stepwise development (stages) • Temporary regressions Motor system Social knowledge Perceptual system Physical knowledge emotions Pedagogical support External symbol systems dynamische systeemtheorie

  20. Linguistic knowledge concerns Motor system Social knowledge Perceptual system Physical knowledge emotions resource system Pedagogical support External symbol systems dynamische systeemtheorie

  21. Example: Fischer’s model of developmental levels in different domains • E.g. two levels: stage of operations and stage of relations • stage of relations supports stage of operations by level • the better your understanding of the relationship between addition and subtraction, the stronger the effect on the growth of the (already established) addition and subtraction skill (operations) • Stage of relations competes with stage of operations by change • the increase in the understanding of the relation consumes resources that are also needed for the operations of addition and subtraction itself and thus temporary exerts a negative effect on the ability to add or subtract • Versus: recruitment of resources needed for a better understanding of the relation also assigns resources to the processes of adding and subtracting themselves dynamische systeemtheorie

  22. 4- Voorbeeld 3: Cognitieve ontwikkeling Conservatie dynamische systeemtheorie

  23. Conservatie • Vermogen om behoud van kwantiteit,massa, oppervlakte onder bepaalde transformaties te begrijpen • Is het een stadium-overgang zoals Piaget beweert, of leren kinderen dit geleidelijk? • Hoe zit het met individuele kinderen? dynamische systeemtheorie

  24. Conservatie ontwikkeling (± 5 jr) Horizontal = measurement time Vertical = score dynamische systeemtheorie

  25. Conservatie: leeftijds- en gecalibreerd gemiddelde dynamische systeemtheorie

  26. 5- Voorbeeld 4: Taalontwikkeling dynamische systeemtheorie

  27. Pauline:1, 2-3 en 4+ W zinnen dynamische systeemtheorie

  28. Pauline:1, 2-3 en 4+ W zinnen dynamische systeemtheorie

  29. 1-woord zin Holofrase principe ondersteunt beconcurreert 2&3-woord zinnen Combinatorisch principe 4&meer-woord zinnen Syntactisch principe ondersteunt beconcurreert simulation dynamische systeemtheorie

  30. dynamische systeemtheorie

  31. 6- Voorbeeld 5: Intelligentie dynamische systeemtheorie

  32. A definition of intelligence • “ability to adapt effectively to the environment, either by making a change in oneself or by changing the environment or finding a new one” (encyclopdia britannica) • Componential nature • G-factor and specific abilities • Fluid and crystallized intelligence • Sternberg’s triarchic theory of intelligence • Howard Gardner’s multiple intelligences dynamische systeemtheorie

  33. The dynamics of intelligence Example: • Standard view • Intelligence as a fixed property of a person • Components are independent • Dynamic systems view • Ability to adapt develops, i.e. intelligence develops • In a developmental process, the components change and affect each other’s development Speed of Processing (a fluid factor) Knowledge (a crystrallized factor) dynamische systeemtheorie

  34. Growth of intelligence … • depends on current level of intelligence • depends on available resources • Internal resources (in the person) • E.g. Growth in a particular I-component depends on the properties of the additional I-components • External resources • E.g. Experience, Teaching, … • Structural resources • E.g. Structural constraints of the brain (e.g. limitations on working memory) • Functional resources • Time invested in an activity • components entertain mutual relationships • Support, competition, conditionality dynamische systeemtheorie

  35. The internal dynamics of intelligence growth 1 • Components of intelligence have mutual supportive relationships • High growth level in one causes high growth level in other • Investment of time-attention-effort in one component may negatively interact with another component • Example: • fluid and crystallized components theory • Triarchic theory (Sternberg) dynamische systeemtheorie

  36. The internal dynamics of intelligence growth 2 • Components of intelligence have mutual competitive relationships • High growth level in one causes low growth level in other • Example: • Specific intelligence factors • Multiple intelligences theory (Gardner) dynamische systeemtheorie

  37. 7- Voorbeeld 6: ontwikkeling door sociale interactie (Vygotsky) dynamische systeemtheorie

  38. Vygotsky’s model van ontwikkeling • Ontwikkeling vindt plaats in interactie tussen volwassene en kind • Volwassene stelt een doel dat vooruitloopt op het huidige ontwikkelingsniveau van het kind • Volwassene helpt het kind dingen te doen die het huidige ontwikkelingsniveau van het kind overstijgen • Kind leert die dingen vervolgens zelfstandig te doen • Naarmate het kind zich ontwikkelt worden de doelen verhoogd • Als de afstand tussen kind en doel te groot is, is er geen vooruitgang (“het gaat boven mijn pet”) • Kinderen verschillen in de mate waarin ze kunnen leren simulation dynamische systeemtheorie

  39. Leren en onderwijzen Hoe nieuw mag de leerstof voor jou zijn? Een heel klein beetje nieuw ... Heel erg nieuw en onbekend ... Wat gebeurt er met een leerproces als ik de mate van nieuwheid van de stof geleidelijk doe toenemen? Experiment: klik in de volgende slide op het driehoekje links onder in beeld De nieuwheid neemt dan in stapjes toe, bekijk het effect ervan in de leercurve erboven. Eerst is er nauwelijks effect, dan plots een groot effect, op het einde wordt het systeem chaotisch ... • De dynamica van leren en onderwijzen • Als ik jou iets nieuws onderwijs • Dan kun jij wat leren • Als jij dat dan geleerd hebt • Dan kan ik jou weer iets nieuws onderwijzen • Jij leert met een bepaalde snelheid • En ik bepaal wanneer jij iets geleerd hebt dynamische systeemtheorie

  40. Een model van sociaal gedrag • Gedrag is bepaald door belangen of concerns • “samen” belang en “alleen belang” • Concerns worden gerealiseerd door gedrag • Samen dingen doen, iets alleen doen • Emoties • zijn de uitdrukking van de mate waarin concerns worden gerealiseerd • Maken de concerns sterker of zwakker • Gedrag is sociaal dynamische systeemtheorie

  41. determine Realization of concerns Behaviors of self and other determine determines A dynamic model of human action determine Strength of concerns determine Emotional appraisal Emotional expressions of self and other determine simulation dynamische systeemtheorie

  42. Korte- en lange-termijn tijdschalen Sociale status en sociale competentie interactie interactie interactie interactie interactie interactie interactie dynamische systeemtheorie

  43. dynamische systeemtheorie

  44. Emotionele expressie model data dynamische systeemtheorie

  45. interactie model data dynamische systeemtheorie

  46. 5- Voorbeeld 4: aangeboren kenmerken? (Thelen en Smith) dynamische systeemtheorie

More Related