1 / 34

Het bloedvatenstelsel – Het lymfatisch systeem

Het bloedvatenstelsel – Het lymfatisch systeem. Overzicht. Bloed Het hart De bloedsomloop Het lymfatisch systeem. Overzicht. Bloed Het hart De bloedsomloop Het lymfatisch systeem. Bloed. Functie Plasma Bloedcellen Bloedgroepen. Bloed: Functie. Zuurstof Koolstofdioxide

reidar
Download Presentation

Het bloedvatenstelsel – Het lymfatisch systeem

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Het bloedvatenstelsel – Het lymfatisch systeem

  2. Overzicht Bloed Het hart De bloedsomloop Het lymfatisch systeem

  3. Overzicht Bloed Het hart De bloedsomloop Het lymfatisch systeem

  4. Bloed Functie Plasma Bloedcellen Bloedgroepen

  5. Bloed: Functie • Zuurstof • Koolstofdioxide • Voedingsstoffen • Afbraakproducten • Hormonen en vitaminen • Water • Vochtgehalte • Osmotische druk • Lichaamstemperatuur • Zuurtegraad • Bloedverlies • Infecties Transport Regulatie van Bescherming tegen

  6. Bloed Functie Plasma Bloedcellen Bloedgroepen

  7. Bloed: Plasma Volwassen mens heeft +/- 5l bloed Bloed = bloedplasma + bloedcellen Centrifugeren van onstolbaar gemaakt bloed Hematocriet = V (bloedcellen)/V (bloed) • Serum = plasma zonder stollingseiwitten

  8. Bloed: Plasma • Samenstelling plasma: • 90% water • 6-8% eiwitten • Suiker • Zouten • Hormonen en vitaminen • Eindproducten stofwisseling

  9. Bloed: Plasma • Plasmaeiwitten • 55% albumine • Handhaven colloïd-osmotische druk • Eiwitreserve • Transport van o.a. vetzuren • 13% -globulinen • Niet-specifieke afweer • Transport van o.a. koper, vitamines, ... • 12% -globulinen • Transport vitamines, vetten en ijzer • 20% -globulinen = immunoglobulinen • antistoffen

  10. Bloed: Plasma • Plasmazouten • NaCl (0,6g /100 ml) • KCl (0,02g /100 ml) • CaCl2(0,02g /100 ml) • NaHCO3(0,2g /100 ml)

  11. Bloed: Plasma • Functie ionen: regelen van pH en osmolaliteit => Juiste concentraties zeer belangrijk • Regulatie ionenconcentraties • aldosteron: Na+, Cl- (Nieren) • Bijschildklierhormoon: Ca2+

  12. Bloed: Plasma: Functies • Transport van CO2, voedingsstoffen, afbraakproducten, hormonen, vitamines • Afweer: leukocyten maken antistoffen aan (immunoglobulinen) => Immunologie • Bloedstolling: • Trombocyten • Stollingsfactoren (plasma + weefsel)

  13. Bloed: Plasma: Functies • Regulatie • Vochtgehalte: welke organen spelen hierbij een rol • Osmotische druk: wat is osmose – verschil tussen osmotische en colloïd-osmotische druk? • Zuurtegraad: hoe wordt deze uitgedrukt? Wat is neutraal – zuur - basisch • Lichaamstemperatuur: Hoe wordt deze geregeld?

  14. Bloed: Plasma: Functies • Regulatie osmotische druk • Membraan = semi-permeabel => Osmose • Osmotische druk: • waterverplaatsing a.g.v. verschillende concentraties aan zouten • vooral belangrijk verschil intracellulair-extracellulair • Hypertoon plasma: water gaat uit cellen => cellen verschrompelen • Hypotoon plasma: water gaat in cellen => cellen zwellen en barsten => hemolyse • Fysiologische zoutoplossing= 0,9 % NaCl = isotoon

  15. Bloed: Plasma: Functies Regulatieosmotische druk Colloïd-osmotische druk waterverplaatsing a.g.v. verschillende concentraties aan eiwitten 200x kleiner dan osmotische druk zouten Vooral verschil intravasculair-extravasculair (zouten kunnen over bloedvatwand, eiwitten niet) Wordt tegengewerkt door de bloeddruk Oedeem: vochtopstapeling in weefsel Hypoproteïnemisch oedeem Cardiaal oedeem Infectieus oedeem

  16. Wat klopt er niet in deze figuur?

  17. Duidelijke animatie over colloid osmotische druk • http://www.bioplek.org/animaties/bloed/haarvat.html#Scene_5

  18. Bloed: Plasma: Functies • Regulatie zuurtegraad • pH (bloed)= 7,35 – 7,45 • Lager: acidose • Hoger: alkalose • Nieren: uitscheiding van alkalische stoffen (bicarbonaat) of zuren (fosfaten) • Longen: • Dieper in-en uitademen => meer CO2 weg => pH stijgt • Minder diep in-en uitademen => minder CO2 weg => pH daalt Hyperventilatie?

  19. Bloed: Plasma: Functies • Regulatie lichaamstemperatuur • Normale lichaamstemperatuur: 36,4 – 37,4 °C • Thermoregulatie: bloed vervoert warmte naar rest van lichaam • Warmte afgeven • Capillairen meer open • Buitentemperatuur lager

  20. Bloed Functie Plasma Bloedcellen Bloedgroepen

  21. Bloed: Bloedcellen Rode bloedcellen (RBC) = erythrocyten Witte bloedcellen (WBC) = leukocyten Bloedplaatjes = trombocyten

  22. Bloed: Bloedcellen: RBC Rode bloedcellen 4 – 6,5 miljoen / l bloed Diameter = 7m Geen celkern Aanmaak: Pro-Erythroblasten -> Erythroblasten -> erytrocyten zie Binas tabel 84I Stimulatie door EPO (nieren) Vit B12 nodig voor rijping Levensduur RBC = 120 dagen Afbraak in reticulo-endotheliaal systeem (lever)

  23. Bloed: Bloedcellen: RBC Rode bloedcellen Functie: Zuurstoftransport Koolzuurtransport Via hemoglobine Bestaat uit haem (met ijzer) en globine Bindt zuurstof in de longen en laat het weer vrij in de capillairen (haarvaten) Bindt koolzuur in de capillairen (haarvaten) en laat het weer vrij in de longen

  24. Bloed: Bloedcellen: WBC Witte bloedcellen Beschermen tegen indringers 4000-10.000/ l bloed Monocyten (Macrofagen genoemd als ze buiten de bloedsomloop zijn) Lymfocyten T-lymfocyt; controle, virusinfecties bestrijden B-lymfocyt; productie antistoffen Granulocyten Neutrofiel Eosinofiel basofiel

  25. Bloed: Bloedcellen: WBC • Granulocyten: • 12-16 m • 66% van de WBC • Kunnen zichzelf voortbewegen (amoeboïde beweging) en zich door een vaatwand verplaatsen (diapedese) • Aanmaak in rode beenmerg uit myeloblasten

  26. Bloed: Bloedcellen: Bloedplaatjes Bloedplaatjes = trombocyten 150.000-300.000 / l bloed Diameter = 2- 4m Geen celkern Aanmaak in beenmerg door uiteenvallen van megakaryocyt Levensduur 7 – 10 dagen Functie: bloedstolling (in samenwerking met stollingsfactoren)

  27. Bloed: Bloedstolling Defect in vaatwand Bindweefselvezels komen bloot te liggen Trombocyten hechten hieraan Stollingsfactoren worden geactiveerd Stollingsfactor XII zet factor X om in Xa Samen met Ca2+ en trombocytenfactor zet Xa protrombine om in trombine Trombine zet fibrinogeen om in fibrine Fibrine zal samen met de trombocyten trombus vormen

  28. Bloed: Bloedstolling

  29. Bloed Functie Plasma Bloedcellen Bloedgroepen

  30. Bloed: Bloedgroepen • Antigenen op rode bloedcellen (agglutinogenen) • A, B, AB, 0 • Rhesus + en – • Antistoffen tegen agglutinogenen = agglutininen • In serum • Tegen antigenen die men niet bezit • Bij AB-systeem: vanaf geboorte • Rhesussysteem: na eerste contact

  31. Bloed: Bloedgroepen • Transfusie • Donorbloed: bevat antigenen (agglutinogenen) • Ontvangerbloed: bevat antistoffen (agglutininen) • Men mag dus enkel bloed ontvangen van donor die geen bloedgroep heeft waartegen ontvanger antistoffen heeft • Anders: agglutinatie (klontering)

  32. Bloed: Bloedgroepen

  33. Bloed: Bloedgroepen • Rhesusantagonisme: Zwangere vrouw rhesusnegatief en vader van het kind rhesuspositief • Kind kan rhesuspositief zijn • Bij geboorte: moeder maakt antistoffen aan tegen RBC kind • Probleem bij volgende zwangerschap Oplossing: antiserum geven zodat moeder geen antistoffen kan maken

More Related