HYPITAT-II - PowerPoint PPT Presentation

ostinmannual
hypitat ii l.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
HYPITAT-II PowerPoint Presentation
play fullscreen
1 / 22
Download Presentation
HYPITAT-II
483 Views
Download Presentation

HYPITAT-II

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. HYPITAT-II Martina Porath Josje Langenveld Marielle van Pampus Consortium maart 2009

  2. Inhoud • Inleiding • Achtergrond • Nederland tot heden • Inclusie / exclusie • Outcome • Interventie • Power Consortium maart 2009

  3. PICO Randomized Controlled Trial P PE of PIH 34 - 37 weeks I Induction of labor C Expectant management O Severe maternal and neonatal morbidity. Consortium maart 2009

  4. Achtergrond Consensus international: inleiden van de baring Consensus national: expectatief monitoring Consortium maart 2009

  5. Achtergrond • RDS: respiratory distress syndrome • Retrospectief premature partus e.c.i (kinderen niet gestresst) 34-37 weken • 34: 14.9% • 35: 0.9% • 36: 0% Consortium maart 2009

  6. Achtergrond • PE in Nederland: belangrijkste oorzaak maternale sterfte (53%) • Maternale Mortality Ratio (MMR) (per 100.000 levend geborenen) MMR: 0.7 MMR:4.4 Consortium maart 2009

  7. Achtergrond • Wat is er bekend voor de periode 34-37 weken? • Systematic review. • Search: Pre-eclampsia [Mesh] AND 34 OR 35 OR 36 OR 37 OR pre-term Consortium maart 2009

  8. Achtergrond Consortium maart 2009

  9. Achtergrond Wat weten we wel? HYPITAT-I (AD 36-41): reductie van de maternale complicaties zonder een toegenomen risico op een keizersnede. Consortium maart 2009

  10. Background: resultaten HYP-I

  11. Achtergrond: resultaten HYP-I • Inleiden na 37 weken geeft minder maternale complicaties dan afwachten (29 vs 42%, P <0.001) • Bij inleiden worden minder sectio’s verricht dan bij afwachten (14 vs 19%, RR 0.75 (0.54 to 1.0)) • Er kan nog geen conclusie getrokken worden wat betreft het meeste aangewezen beleid bij PIH/PE tussen 36 en 37 weken Consortium maart 2009

  12. Nederland 2006 • Perinatale registratie Nederland 2006 • Pre-eclampsie 720 bevallingen tussen 34-37 weken Inleiding: 43% • Pregnancy induced hypertension 555 bevallingen tussen de 34-37 weken (werkelijke aantal hoger) Inleiding: 50% Consortium maart 2009

  13. Netherlands 2006 Consortium maart 2009

  14. Nederland 2009 • Randomisatie: inleiden vs expectatief • Inleiden • AROM of prostaglandines afhankelijk Bishop score • Indien SC. i.a. i.o.m. patiënt inleiden of primaire S.C. (prostaglandines gecontraïndiceerd, mechanisch middels foley catheter) • Indien stuitligging i.o.m. patiënt vaginaal of Primaire S.C. • Expectatief monitoring • Volgens lokaal protocol • Minimaal 2/week toxlab en o.d.d. eiwit bepaling urine • Dagelijks CTG en RR Consortium maart 2009

  15. Inclusie • Pregnancy induced hypertension • 100 mmHg ≤ diastolische bloeddruk ≤ 110 mmHg • Patiënten (>110mmHg) die na medicatie een stabiele diastolische bloeddruk bereiken van ≤ 110 mmHg. • Chronisch hypertensie (diagnose voor 20ste week) • Die een pre-eclampsie ontwikkelen • De behoefte aan additionele medicatie na 34 weken • Pre-eclampsie • Diastolische bloeddruk ≥ 90 mmHg en • 0,3 g ≤ proteïnurie< 5 g of 2 + proteïnurie met stick of EKR>30 • Vrouwen met een eenling of meerling zwangerschap • Vrouwen met een kind in hoofd – stuit –of dwarsligging.  • DM, FGR, sectio in voorgeschiedenis Consortium maart 2009

  16. Exclusie • Diastolische bloeddruk > 110 mmHg ondanks medicatie • Systolische bloeddruk ≥ 170 mmHg ondanks medicatie • Proteïnurie ≥ 5 g/L • Nier –of hart aandoeningen • Seropositief voor HIV • HELLP syndroom • Pulmonaal oedeem of cyanose • Urine productie < 500 mL in 24 uur • Verdenking foetale nood, O-flow of reverse flow • Congenitaal afwijkend kind • Ernstige pre-eclamptische klachten zoals ernstige hoofdpijn Consortium maart 2009

  17. Primaire outcome • Maternaal: progression naar ernstige pre-eclampsie, eclampsie, HELLP syndroom, long oedeem. • Neonatal conditie: Respiratory distress syndrome. Consortium maart 2009

  18. Power • Reductie maternale complicaties van 10% naar 1% • Two sided test (-error 5% en -error 20%) • N= 100 beide groepen • Toename neonatale complicaties van 3% naar 14% • Two sided test (-error 5% en -error 20%) • N= 100 beide groepen Consortium maart 2009

  19. Can we do this? Consortium maart 2009

  20. Participating centers • Academisch medisch centrum, Amsterdam [2[. • Amphia ziekenhuis, Breda [34]. • Amstelland ziekenhuis, Amstelveen. • Atrium MC, Heerlen [5]. • Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen [50]. • Diakonessen ziekenhuis, Utrecht [32]. • Elkerliek, Helmond [24]. • Flevo ziekenhuis, Almere [51]. • Gelre, Apeldoorn [15]. • Jeroen Bosch Ziekenhuis, Den Bosch [20]. • Kennemer Gasthuis, Haarlem [70]. • Leids Universitair Medisch centrum, Leiden [1]. • Lucas Andreas Amsterdam [40]. • Maaslandziekenhuis, Sittard [48]. • Maastricht Universitair Medisch Centrum, Maastricht [4]. • Maasziekenhuis Pantein, Boxmeer [74]. • Meander ziekenuis, Amersfoort [33]. • Martini Ziekenhuis, Groningen [8]. • Maxima Medisch Centrum, Veldhoven [7]. • Medisch Centrum Haaglanden Westeinde, Den Haag [22]. • Medisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarden [27]. • Reinier de Graaf gasthuis, Delft [10]. • Scheper Ziekenhuis, Emmen [37]. • Sint Elisabethgasthuis, Tilburg [13]. • Spaarne ziekenhuis, Hoofddorp [30]. • TweeSteden Ziekenhuis, Tilburg [6]. • Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen [3]. • Universiteit Medisch Centrum Utrecht, Utrecht [12].  • Vie Curi Venlo, [26]. • Wilhelmina ziekenhuis, Assen [89]. • Zaans Medisch Centrum, Zaandam [28].

  21. Local METC • Academisch medisch centrum, Amsterdam [2[. • Amphia ziekenhuis, Breda [34]. • Amstelland ziekenhuis, Amstelveen. • Atrium MC, Heerlen [5]. • Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen [50]. • Flevo ziekenhuis, Almere [51]. • Gelre ziekenhuis, Apeldoorn [15]. • Jeroen Bosch Ziekenhuis, Den Bosch [20]. • Kennemer Gasthuis, Haarlem [70]. • Leids Universitair Medisch centrum, Leiden [1]. • Lucas Andreas ziekenhuis, Amsterdam [40]. • Maaslandziekenhuis, Sittard [48]. • Maastricht Universitair Medisch Centrum, Maastricht [4]. • Maasziekenhuis Pantein, Boxmeer [74]. • Maxima Medisch centrum [7] • Meander ziekenhuis, Amersfoort [33]. • Medisch Centrum Haaglanden Westeinde, Den Haag [22]. • Medisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarden [27]. • Reinier de Graaf gasthuis, Delft [10]. • Spaarne ziekenhuis, Hoofddorp [30]. • TweeSteden Ziekenhuis, Tilburg [6]. • Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen [3]. • Vie Curie, Venlo [26]. • Wilhelmina ziekenhuis, Assen [89]. • Zaans Medisch Centrum, Zaandam [28].

  22. www.studies-obsgyn.nl/hypitat2 Atrium MC is in afwachting op de METC goedkeuring Neonatologen geinformeerd? Consortium maart 2009