1 / 48

VRAGENREEKSEN EN VOLGROEIDE UITSPRAKEN AFSLUITING HEDENDAAGSE SOCIOLOGISCHE THEORIEË

VRAGENREEKSEN EN VOLGROEIDE UITSPRAKEN AFSLUITING HEDENDAAGSE SOCIOLOGISCHE THEORIEËN 14 JANUARI 2010 WOUT ULTEE. WELKE VRAGEN VOLGEN ER OP ELIAS’ VRAAG :

minna
Download Presentation

VRAGENREEKSEN EN VOLGROEIDE UITSPRAKEN AFSLUITING HEDENDAAGSE SOCIOLOGISCHE THEORIEË

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. VRAGENREEKSEN EN VOLGROEIDE UITSPRAKEN AFSLUITING HEDENDAAGSE SOCIOLOGISCHE THEORIEËN 14 JANUARI 2010 WOUT ULTEE

  2. WELKE VRAGEN VOLGEN ER OP ELIAS’ VRAAG : A) WERDEN DE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG IN FRANKRIJK TUSSEN 1400 EN 1850 SCHERPER OF MINDER SCHERP ? B) WAAROM WERDEN ZE SCHERPER ? C) EN WAAROM LEIDT STAATSVORMING TOT SCHERPERE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG ?

  3. DE MEEST VOOR DE HAND LIGGENDE VERVOLGVRAGEN HEBBEN BETREKKING OP ANDERE PLAATSEN EN ANDERE TIJDEN : WAS ER IN NEDERLAND TUSSEN 1938 EN 1978 EEN TREND NAAR SCHERPERE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG ? DAT WAS DE VRAAG VAN BRINKGREVE & KORZEC

  4. HET ZOU FLAUW ZIJN OM DE VRAAG TE STELLEN WAAROM MEER INTERDEPENDENTIES TOT SCHERPERE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG LEIDEN DE VRAAG IS VEELEER IN HOEVERRE MEER INTERDEPENDENTIES OF MEER STAATSVORMING ANDERE GEVOLGEN HEEFT DAN SCHERPERE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG

  5. HOE ZIEN MINDER VOOR DE HAND LIGGENDE VERVOLGVRAGEN ER UIT?

  6. WEBER NOEMDE HET MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN ‘STAAT’ VOLGENS ELIAS HEEFT DE STAAT OOK HET MONOPOLIE OP DE BELASTINGHEFFING VOLGENS ULTEE HEEFT DE STAAT OOK HET MONOPOLIE OP HET UITGEVEN VAN GELD

  7. VERVOLDVRAAG VOORAL DOOR ECONOMEN GESTELD : ONDER WELKE OMSTANDIGHEDEN IS DE GELDONTWAARDING IN EEN LAND GROTER EN ONDER WELKE KLEINER ?

  8. DE VRAGEN VAN DE SWAAN IN ZORG EN DE STAAT ZIJN MINDER VOOR DE HAND LIGGENDE VERVOLGVRAGEN DE STAAT IS NAMELIJK NIET ALLEEN HET MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN, MAAR OOK HET MONOPOLIE OP DE BELASTINGMIDDELEN EN EEN STEEDS GROTER DEEL VAN DE BELASTINGEN WERD NIET UITGEGEVEN AAN LEGER, POLITIE EN RECHTSPRAAK MAAR AAN SOCIALE WETGEVING

  9. WAAROM WERD VANAF HET BEGIN VAN DE MODERNE TIJD IN DUITSLAND, ENGELAND, FRANKRIJK, NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN DE SOCIALE WETGEVING UITGEBREID?

  10. DE SWAAN GIET DEZE VRAAG THEORETISCH IN HET VAT DOOR DE ZEGGEN DAT SOCIALE WETGEVING COLLECTIEVE GOEDEREN VOORTBRENGT : A) WAAROM KWAMEN ER ARMENHUIZEN ? B) WAAROM KWAM ER LEERPLICHT ? C) WAAROM KWAMEN ER RIOLEN EN WATERLEIDINGEN ? D) WAAROM KWAM ER AOW, WAO, WW ?

  11. MAAR OOK ALS STAATSVORMING NEERKOMT OP EEN STEVIGER MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN , IS HET DE VRAAG IN HOEVERRE STAATSVORMING, IN DE ZIN VAN EEN POLITIEAPPARAAT EN RECHTSPRAAK GEPAARD GAAT MET EEN DALEND MOORDCIJFER DAT WAS DE VRAAG VAN FRANKE

  12. SPIERENBURG : A) WELKE WAS IN NEDERLAND VANAF 1850 TOT 2000 DE TREND IN HET CIJFER VOOR MOORD EN DOODSLAG ? EN B) KAN DEZE TREND (AFNAME TOT 1970, DAARNA LICHTE STIJGING) WORDEN VERKLAARD UIT TOENEMENDE INTERDEPENDENTIES (EN NA 1970 AFNEMENDE INTERDEPENDENTIES ) ?

  13. NOG MEER VERVOLGVRAGEN OVER HET MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN EEN STAAT KAN HET MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN KWIJT RAKEN ALS HET EEN OORLOG VERLIEST EN DOOR EEN ANDER LAND WORDEN BEZET

  14. A) IN HOEVERRE BEREIKT EEN LAND DAT EEN OORLOG WINT MET EEN BEZETTING ZIJN DOELEN? EN B) IN HOEVERRE IS DEZE BEZETTING NIET ALLEEN DOELTREFFEND, MAAR OOK DOELMATIG? LAMMERS STELDE IN VREEMDE OVERHEERSING DEZE VRAGEN NAAR AANLEIDING VAN DE BEZETTING VAN DENMARKEN, NEDERLAND EN POLEN DOOR DUITSLAND IN 1939-1945 EN NAAR AANLEIDING VAN DE BEZETTING VAN NEDERLANDS-INDIË DOOR JAPAN

  15. AAN DEZE TWEE VRAGEN VOEGDE LAMMERS EEN DERDE EN VIERDE VRAAG TOE: EN C) IN HOEVERRE VERSLECHTERT MET EEN BEZETTING DE LEEFBAARHEID VAN DE INWONERS VAN BEZETTE LANDEN ? EN D) IN HOEVERRE VERSLECHTERT DE LEEFBAARHEID VAN MENSEN DIE DOOR DE BEZETTER IN KAMPEN ZIJN VASTGEZET?

  16. EEN VAN DE DOELEN VAN DIT STUDIE-ONDERDEEL WAS U VRAGENREEKSEN TE LATEN ONDERKENNEN EEN VRAGENREEKS STAAT NIET ALLEEN IN ÉÉN BOEK EEN THEORETISCHE TRADITIE ONTWIKKELT ZICH DOOR NIEUWE VRAGEN AAN OUDE VRAGEN TOE TE VOEGEN

  17. DE MEEST ALGEMENE HYPOTHESE VAN ELIAS GAAT OVER INTERDEPENDENTIES DE HYPOTHESEN VAN DE SWAAN GAAN OOK OVER INTERDEPENDENTIES MAAR ZIJN ZE HALFWASSEN UITSPRAKEN OF ZIJN ZE VOLGROEID ?

  18. ULTEE HEEFT ER VOLGROEIDE UITSPRAKEN VAN GEMAAKT DE SWAAN OPEREERT MET HET FIGURATIEBEGRIP : A) DE FIGURATIE VAN HET DILEMMA DER GEVANGENEN B) DE BLOEMFIGURATIE C) DE HONINGRAATFIGURATIE D) DE VIERZIJDIGE FIGURATIE DE TERM HONINGRAATFIGURATIE IS BEDACHT DOOR RICK LINSSEN IN ULTEE’S STUDIE-ONDERDEEL

  19. DE SWAAN MAAKT TROUWENS ELIAS’ UITSPRAAK DAT BIJ STERKERE INTERDEPENDENTIES TUSSEN DE MENSEN DE MAATSTAVEN VOOR BESCHAAFD GEDRAG SCHERPER ZIJN NAUWKEURIGER: EN MENSEN ZIJN NOOIT VOLLEDIG ONAFHANKELIJK VAN ANDEREN

  20. HOE RIJK EEN PERSOON OOK IS, DEZE PERSOON IS ALTIJD IN BEPAALDE OPZICHTEN AFHANKELIJK VAN ANDEREN MAAR IN WELKE OPZICHTEN DAN? DE SWAAN : GEZONDHEID, ARBEIDSKRACHT

  21. LAMMERS HEEFT EEN ZELFDE TOEVOEGING AAN DE AFHANKELIJKSHEIDSHYPOTHESE : HOEVEEL WAPENS EEN PERSOON OOK BEZIT, VOOR HET BEREIKEN VAN ZIJN DOELEN IS HIJ ALTIJD IN BEPAALDE MATE AFHANKELIJK VAN DE PERSONEN DIE HIJ MET ZIJN WAPENS KAN BEDREIGEN WAARDOOR EEN BEZETTING NOOIT VOLLEDIG ONLEEFBAAR IS EN OOK IN KAMPEN VOOR SOMMIGEN VOOR KORTE TIJD HET LEVEN MINDER ONDRAGELIJK IS DAN VOOR ANDEREN

  22. DURKHEIM SCHREEF PROPOSITIES UIT MAAR ULTEE SMOKKELDE EEN BEETJE MET DE INTEGRATIEHYPOTHESE WANT DURKHEIM ZEI NERGENS UITDRUKKELIJK DAT ALS EEN PERSOON HECHTER IN EEN GROEP IS GEÏNTEGREERD DEZE PERSOON DE NORM VAN DE GROEP OEVR ZELFDODING MET GROTERE KANS NALEEFT

  23. HET MOOIST UITGESSCHREVEN STAAT DE INTEGRATIEHYPOTHESE IN HET LEERBOEK SOCIOLOGY, VIJFDE DRUK, 1994, BLZ. 82 VAN RODNEY STARK, DE BEKENDE GODSDIENSTSOCIOLOOG

  24. MARX HAD HET, ZOALS ULTEE ZEI, OVER DE ALGEMENE WET VAN KAPITALISTISCHE ACCUMULATIE, MAAR HIJ HAD ER WEL EEN ONTSNAPPINGSCLAUSULE BIJ BEDACHT

  25. MARX, HET KAPITAAL, 1867, NEDERLANDSE VERTALING, BLZ. 500

  26. WEBER HEEFT DE WERELDBEELDENHYPOTHESE NOOIT UITDRUKKELIJK GEFORMULEERD DIT IS DE PLAATS WAAR BIJ WEBER DE TERM WERELDBEELD OPDUIKT HET IS EEN TOEVOEGING UIT 1920 AAN EEN VERHAAL UIT 1916

  27. WEBER, GESAMMELTE AUFSÄTZE ZUR RELIGIONSSOZIOLOGIE, 1920, DEEL 1, BLZ. 252

  28. WERELDBEELDEN OPGESOMD WEBER, WIRTSCHAFT UND GESELLSCHAFT, 1923, BLZ, 379

  29. EEN HALFWASSEN UITSPRAAK IN HOOFDSTUK 3 VAN LAMMERS’ VREEMDE OVERHEERSING

  30. ENKELE BLADZIJDEN LATER STAAT BIJ LAMMERS DE VOLGROEIDE VERSIE VAN DEZE UITSPRAAK

  31. De Swaans halfwassen hypothesen (blz. 138 en 139) : … ruimtelijke segregatie … had grote gevolgen voor de verschaffing van collectieve goederen. Telkens weer is het de vraag voor welke collectiviteit een goed collectief is. De opkomst van collectieve dienstverlenende netwerken (WU: voor de aanvoer van drinkwater en voor de afvoer van afvalwater) is in hoge mate bepaald door deze (ruimtelijke) segregatie.

  32. DOOR ULTEE GEMAAKTE VOLGROEIDE HYPOTHESE : De bouw van nieuwe huizen voor rijkere inwoners in buitenwijken ging gepaard met de soms particuliere (maar wel met gemeenteconcessie), soms gemeentelijke aanleg van waterleiding en riolering. Toen deze buitenwijken het centrum gingen omsluiten, werd het centrum van gemeentewegen tegen minimale kosten aangesloten op de waterleiding en het riool. De collectiviteit was dus eerst de (rijke) stadswijk, en pas later de gehele stad..

  33. TUSSEN HET MONOPOLIE OP DE GEWELDSMIDDELEN VAN WEBER EN ELIAS EN DE VERZORGINGSSTAAT VAN DE SWAAN HOORT TE STAAN DE REPRESENTATIEVE DEMOCRATIE, EEN STAATSVORM WAARBIJ IEDERE INWONER STEMRECHT HEEFT DE SWAAN VERWAARLOOST ALGEMEEN KIESRECHT IN ZIJN VERKLARINGEN

  34. VOLGENS DE NEDERLANDSE SOCIOLOOG VAN DOORN IS IN HET EERSTE DECENNIUM VAN DE 21e EEUW IN NEDERLAND MET FORTUIJN EN WILDERS IS HET HERFSTTIJ DER DEMOCRATIE AANGEBROKEN

  35. ZOIETS GEBEURDE NIET ALLEEN IN NEDERLAND, MAAR OOK IN ANDERE DEMOCRATISCHE INDUSTRIELANDEN NIET ALLEEN ONTSTONDEN NAAST DE OUDE LINKSE PARTIJEN NIEUWE LINKSE PARTIJEN, SOMS MET EEN POPULISTISCHE INSLAG, MAAR NAAST OUD RECHTSE APRTIJEN ONTSTONDEN NIEUWE RECHTSE PARTIJEN, VOORAL TEGEN IMMIGRANTEN GERICHT

  36. WAAROM DIT HERFSTIJ DER DEMOCRATIE? ENE VERKLARING: ONTZUILING, WAARDOOR ZWEVENDE KIEZERS ONTSTONDEN ANDERE VERKLARING: MEER SOCIALE MOBILITEIT EN MEER SOCIAAL GEMENGDE HUWELIJKEN, WAARDOOR ZWEVENDE KIEZERS ONTSTONDEN DERDE VERKLARING: DE KLASSENSTRUCTUUR IS VERSPLINTERD, WAARDOOR ZWEVENDE KIEZERS ONTSTONDEN

  37. ER IS ECHTER MEER CASTELLS, THE POWER OF IDENTITY, VOLUME II OF THE INFORMATION AGE, 1997, PAGE 312

  38. DIT IS EEN HALFWASSEN UITSPRAAK HET IS EEN BELANGRIJKE UITSPRAAK OMDAT DE LAATSTE ZIN VAN DE ALINEA AANGEEFT WELKE VRAAG ERMEE MOET WORDEN OPGELOST NEDERLAND LIJKT MET FORTUIJN EN WILDERS EEN CRISIS VAN DE DEMOCRATIE TE KENNEN LEES ZELF CASTELLS NA BLADZIJDE 312 ZO DAT ER EEN VOLGROEIDE UITSPRAAK VOOR ELK GEPOSTULEERD EFFECT VAN DE LOGICA VAN DE MEDIA ONTSTAAT

  39. IN BOEKEN MET HEDENDAAGSE SOCIOLOGISCHE THEORIEËN STAAN EEL HALFWASSEN UITSPRAKEN DIT STUDIE-ONDERDEEL HAD ONDERMEER ALS DOEL U HALFWASSEN UITSPRAKEN TE LATEN ONDERKENNEN EN U EEN MANIER VAN LEZEN EN FORMULEREN BIJ TE BRENGEN ZODAT HALFWASSEN UITSPRAKEN TOT VOLGROEIDE UITSPRAKEN WORDEN

More Related