Download
babylon n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Babylon… PowerPoint Presentation

Babylon…

325 Views Download Presentation
Download Presentation

Babylon…

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Babylon… Wie zou daar nu willen wonen?

  2. Babel • Babylon (ten tijde van ballingschap) • Babylon (de val voorzegd in Openbaring)

  3. Babel

  4. Eerste machthebber • 8 En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; 9 hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN als Nimrod. 10 En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear. • Genesis :10:8-10

  5. Nimrod staat voor… • Nimrod is the prototype of a rebellious people, his name being interpreted as "he who made all the people rebellious against God" (Pes. 94b; comp. Targ. of pseudo-Jonathan and Targ. Yer. to Gen. x. 9). He is identified with Cush and with Amraphel, the name of the latter being interpreted as "he whose words are dark" • As he was the first hunter he was consequently the first who introduced the eating of meat by man. He was also the first to make war on other peoples (Midr. Agadah to Gen. x. 9). • http://www.jewishencyclopedia.com/view.jsp?artid=295&letter=N&search=nimrod

  6. Bouw van toren van babel • 1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. • Genesis 11:1-2

  7. Babel

  8. Een ziggoerat (Babylonisch ziqqurrat, D-Stam van zaqāru "bouwen op een verhoogd gebied") is een tempeltoren uit het oude Mesopotamië en Perzië (Iran) in de vorm van een terrasvormige piramide van opeenvolgend teruglopende verdiepingen.

  9. Ziggorat

  10. Voortvarendheid van de mens •  En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. • Genesis 11:3-4

  11. Waarom een toren • De bewoners van de vlakte van Sinear geloofden niet in het verbond van God, dat Hij nooit weer een zondvloed op de aarde zou doen komen. Velen loochenden het bestaan van God en schreven de vloed toe aan natuurlijke oorzaken. Anderen geloofden in een opperwezen, en dat dit opperwezen de wereld van voor de vloed had verdelgd; en hun harten kwamen, evenals dat van Kaïn, tegen Hem in opstand. • Het oprichten van de toren had ten doel een beveiliging te verschaffen in geval van een nieuwe zondvloed. Door een bouwwerk te maken van groter hoogte dan het peil van het water tijdens de vloed, meenden ze, dat ze buiten alle gevaar waren. En als ze in staat zouden zijn te bouwen tot in de wolken, hoopten ze een verklaring voor de vloed te vinden. Heel de onderneming was be­doeld om de trots van de bouwers te bevredigen en de gedachten van komende geslachten af te wenden van God en hen tot afgodendienst te leiden • Patriarchen en Profeten hoofdstuk “Toren van Babel”

  12. Het begin van ‘menselijk’ streven • 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. • Genesis 11:5-8

  13. Ingrijpen was noodzakelijk • Toen de toren gedeeltelijk voltooid was, werd een deel ervan gebruikt als woonplaats voor de bouwers; andere delen, prachtig ingericht en versierd, werden aan de afgoden gewijd. De mensen roemden op hun succes en prezen de gouden en zilveren goden, terwijl ze zich kantten tegen de Heerser van hemel en aarde. Plotseling werd het werk, dat zo voorspoedig vorderde, tegengehouden. • Patriarchen en Profeten hoofdstuk “Toren van Babel”

  14. Verstrooiing & vernietiging

  15. De éérste verwarring • 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft. • Genesis 11:9

  16. Na de spraakverwarring • Nimrod, de stichter van Babylon maakte aanspraak op aanbidding door zijn onderdanen. Het is geweldig als iemand wordt geëerd. Maar het is godslasterlijk om door andere mensen te worden aangebeden. Als een mens aanspraak maakt op aanbidding is dat een vreselijke zonde tegen God. • De leider van het “beest” doet hetzelfde. 

  17. Na de spraakverwarring • Na de dood van Nimrod kondigde zijn vrouw, koningin Semiramis aan, dat Nimrod de zonnegod was geworden!

  18. Afgodendienst compleet • Ze kondigt haar volgelingen aan dat de goden van de hemel haar hebben geopenbaard, dat hun grote en geliefde koning nu zijn volk dient in een verheven positie. Nimrod is nu de zonnegod!

  19. De verering van Nimrod • Vol dankbaarheid moesten ze nu hun toewijding jegens Nimrod tonen door voor hem neer te buigen als hij elke morgen opnieuw overwinnend uit de strijd tevoorschijn trad. De koningin maakte wetten voor deze nieuwe vorm van aanbidding. Elke man, vrouw en elk kind moest elke morgen neerbuigen voor de zon om hem dank te brengen. Zo begon het satanische gebruik van zonne-aanbidding. Een sinistere vervanging, een namaak godsdienst, en u zult zich verbazen over de wegen en de middelen waarmee Satan dit anti-christelijk gebruik door de eeuwen heen ingang heeft doen vinden.”

  20. (Neo-)Babylonische Rijk

  21. Historische Kenschetsen • Neo-Babylonische rijk • Nabopolassar, een Chaldeeuwse generaal, kwam in opstand tegen het Assyrische Rijk (dat al 200 jaar over Babylon had geregeerd) in 626 v.Chr., nadat de laatste echt machtige Assyrische koning, Assurbanipal, was gestorven in 627 v.Chr. Hij zou de eerste koning van het Neo-Babylonische rijk worden (zie ook Neo-Babylonische dynastie). Zijn zoon Nebukadnezar II verfraaide Babylon met de beroemde Ishtarpoort.

  22. Prachtige stad En Babel, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der Chaldeeën, Jesaja 13:19-20

  23. Muren van Babel

  24. Hangende tuinen van Semiramis

  25. Istharpoort

  26. De stad lag voor het grootste deel op de oostelijke oever van de Eufraat., met op de westelijke oever een uitbreiding, die de "Nieuwe Stad" werd genoemd.  Buiten de stadsmuren strekte zich een groene gordel van palmbomen en bouwland uit, want de Babyloniërs waren de techniek van irrigatie al lang machtig. Om de stad was een massieve wal gebouwd, die uit twee dikke muren bestond, zo'n 12 meter van elkaar waren verwijderd. De ruimte tussen de muren was opgevuld met puin en vormde een weg waarop troepen en wagens zich snel konden bewegen om een aanval af te slaan. Deze versterking werd nog doeltreffender gemaakt dor een brede gracht met bruggen naar de acht poorten van de stad. Indrukwekkende stad

  27. Van de "Nieuwe Stad" leidde een mooie brug over de Eufraat naar de Processiestraat, de hoofdstraat van de stad. Deze straat was geplaveid met platte kalkstenen, afgezet met marmeren blokken. De hoge, gepolijste muren langs deze hoofdstraat waren versierd met leeuwen en gelakte steen: sommige waren wit met gele manen, andere geel, met rode manen. Elke leeuw was ongeveer twee meter lang en waren in reliëf aangebracht op een blauwe achtergrond. Ze gromden om de kwade geesten af te schrikken en de reizigers te begroeten.  De stad binnenwandelde

  28. Er waren zo 120 van deze prachtige dieren, 60 aan elke kant van de straat. De Processiestraat liep langs de hoge muur van een groot tempelterrein liep, waarop zich hoog boven de stad de tempeltoren (zigurrat) van de tempel van Nimrah, de Grote Moeder en godin van de onderwereld: de beroemde Toren van Babel. 

  29. Prachtige stad… die verwoest wordt. • zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze onderstboven keerde; 20 het zal in eeuwigheid niet meer bewoond worden, noch bevolkt zijn van geslacht tot geslacht; geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herders zullen daar legeren; (Jesaja 13:19-20)

  30. Het dagelijkse leven in Babylon

  31. Stad had zijn eigen afgod - bel

  32. Bel = Baäl

  33. Het leven in Babylon Het zwaard over de Chaldeeën, luidt het woord des HEREN, en over de inwoners van Babel en over zijn vorsten en over zijn wijzen! …Het zwaard over zijn schatten, dat zij geplunderd worden! Het zwaard over zijn wateren, dat zij uitdrogen! Want een land van gesneden beelden is het en door schrikwekkende beelden laten zij zich verdwazen. Jer 50:35,38

  34. 3 vrienden die niet met de gewoonte meededen • 15 Nu dan, indien gij bereid zijt, zodra gij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten hoort, u ter aarde te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik gemaakt heb . . . maar indien gij niet aanbidt, zult gij ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden; en wie is de god, die u uit mijn hand zou kunnen bevrijden? 16 Toen antwoordden Sadrak, Mesak en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. 17 Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; 18 maar zelfs indien niet – het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden. 19 Toen werd Nebukadnessar vervuld met gramschap, en zijn gelaatsuitdrukking veranderde tegen Sadrak, Mesak en Abednego; hij antwoordde en gebood, dat men de oven zevenmaal heter zou stoken dan gewoonlijk, 20 en aan enige mannen, van de sterksten uit zijn leger, gaf hij bevel Sadrak, Mesak en Abednego te binden en in de brandende vuuroven te werpen. • Dan 3:15-20

  35. Standvastig blijven!

  36. 2de gebod • Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. 5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden. , die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden. • Exodus 20: 4-6

  37. Belangstelling voor magie door inwoners • 1 Daal af, en zet u neer in het stof, jonkvrouw, dochter van Babel. Zet u neer ter aarde, zonder zetel, dochter der Chaldeeën, want men zal u niet langer verwekelijkt en verwend noemen. 9 Maar deze beide zullen u overkomen, plotseling, op één dag: beroving van kinderen en weduwschap; in volle omvang zullen zij u overkomen, ondanks uw vele toverijen en zeer krachtige bezweringen. 10 Gij vertrouwdet op uw boosheid; gij zeidet: Niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis zijn het, die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zeidet: Ik ben het en niemand anders. 11 Maar u overkomt een onheil, dat gij niet weet te bezweren; u overvalt een verderf, dat gij niet vermoogt te verzoenen; u overkomt plotseling een verwoesting, waarvan gij geen vermoeden hadt. 12 Houdt maar aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen waarmede gij u van jongs af hebt afgetobd; misschien kunt gij iets bereiken, misschien jaagt gij schrik aan. 13 Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen; laten nu opstaan en u redden, zij die de hemel indelen, die de sterren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal. • Jesaja 47:1, 9-13

  38. Wat zegt de bijbel over magië • 27 Wanneer een man of een vrouw door zich de geest van een dode laat spreken of een waarzeggende geest bezit, zullen zij zeker ter dood gebracht worden; stenigen zal men hen, hun bloedschuld is op hen. • Leviticus 20:27

  39. Misbruik de zaken van de Here • 1 Koning Belsassar richtte een grote maaltijd aan voor zijn machthebbers, duizend in getal; en in tegenwoordigheid van die duizend was hij aan het wijndrinken. 2 Belsassar beval bij het genot van de wijn, dat men het gouden en zilveren gerei zou brengen, dat zijn vader Nebukadnessar uit de tempel te Jeruzalem had weggevoerd, opdat de koning en zijn machthebbers, zijn gemalinnen en zijn bijvrouwen daaruit zouden drinken. 3 Daarop bracht men het gouden gerei dat uit de tempel, het huis Gods te Jeruzalem, was weggevoerd, en de koning en zijn machthebbers, zijn gemalinnen en zijn bijvrouwen, dronken daaruit; 4 zij dronken wijn en roemden de goden van goud en zilver, koper, ijzer, hout en steen. • Daniel 5:1-3

  40. Jezus trad op tegen misbruiken in de tempeldienst • 14 En Hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars, die daar zaten. 15 En Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om. 16 En tot de duivenverkopers zeide Hij: Neemt dit alles hier vandaan, maakt het huis mijns Vaders niet tot een verkoophuis. • Johannes 2:14-16

  41. Babylon in Oud-Testamentische Profetie

  42. Israel verbannen… • 5 Jojakim was vijfentwintig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen van de HERE, zijn God. 6 Nebukadnessar, de koning van Babel, trok tegen hem op en boeide hem met twee koperen ketenen om hem naar Babel te voeren. 7 Een deel van het gerei van het huis des HEREN bracht Nebukadnessar naar Babel en hij plaatste het in zijn paleis te Babel. 8 Het overige van de geschiedenis van Jojakim, de gruwelen die hij bedreven heeft, en het kwaad dat in hem gevonden werd, zie, dit is beschreven in het boek der koningen van Israël en van Juda. Zijn zoon Jojakin werd koning in zijn plaats. • 9 Jojakin was achttien jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN. 10 In het daarop volgende jaar liet koning Nebukadnessar hem naar Babel brengen met het kostbare gerei van het huis des HEREN. En hij maakte zijn bloedverwant Sedekia koning over Juda en Jeruzalem. • 11 Sedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. 12 Hij deed wat kwaad is in de ogen van de HERE, zijn God. • Hij verootmoedigde zich niet voor de profeet Jeremia, die in opdracht van de HERE sprak. 13 Ook kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnessar, die hem bij God een eed had doen afleggen; hij verhardde zijn nek en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HERE, de God van Israël. 14 Eveneens maakten al de oversten van de priesters en het volk zich voortdurend aan ontrouw schuldig, naar al de gruwelen der volken; zij maakten het huis des HEREN onrein, dat Hij in Jeruzalem geheiligd had.

  43. Ondanks wanhoop… toch hoop • 15 De HERE, de God hunner vaderen, zond wel zijn boden tot hen, vroeg en laat, want Hij ontfermde Zich over zijn volk en zijn woning, 16 maar zij bespotten de boden Gods, verachtten zijn woorden en hoonden zijn profeten, totdat de gramschap des HEREN zich zozeer tegen zijn volk verhief, dat geen herstel meer mogelijk was. 17 Hij deed de koning der Chaldeeën tegen hen optrekken, deze doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom, en hij spaarde jongeling noch maagd, oude noch grijsaard; alles gaf Hij in zijn macht. 18 Al het gerei van het huis Gods, het grote en het kleine, de schatten van het huis des HEREN en de schatten van de koning en van zijn vorsten, alles bracht hij naar Babel. 19 Zij verbrandden het huis Gods en braken de muur van Jeruzalem af; al zijn paleizen verbrandden zij met vuur en alle kostbaarheden vernietigden zij. 20 Ook voerde hij hen die aan het zwaard ontkomen waren, naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, totdat het koninkrijk van Perzië de heerschappij verkreeg; – 21 om het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, in vervulling te doen gaan: totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken. • 2 kronieken 36:5-21

  44. Israel weggevoerd naar Babel • 1 In het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, rukte Nebukadnessar, de koning van Babel, zelf met zijn gehele leger tegen Jeruzalem op en sloeg het beleg erom, en zij bouwden er een belegeringswal omheen. 2 Zo werd de stad belegerd tot het elfde jaar van koning Sedekia. 3 Op de negende van de (vierde) maand, toen de hongersnood in de stad zwaar geworden was en er geen brood meer was voor het volk des lands, 4 werd een bres in de stadsmuur geslagen; en al de krijgslieden (vluchtten) des nachts door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin – de Chaldeeën nu lagen rondom tegen de stad –, en sloegen de weg in naar de Vlakte. 5 Maar het leger der Chaldeeën zette de koning na en achterhaalde hem in de vlakte van Jericho; zijn gehele leger werd van hem gescheiden en verstrooid. 6 Zij grepen de koning, brachten hem naar de koning van Babel te Ribla, en men velde vonnis over hem: 7 de zonen van Sedekia bracht men voor diens ogen ter dood; en hij liet de ogen van Sedekia verblinden en hem met twee koperen ketenen binden; en men bracht hem naar Babel. • 2 koningen 25:1-7

  45. De inval & vernietiging • 8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur. 10 En het leger der Chaldeeën, dat met de bevelhebber van de lijfwacht was, haalde gezamenlijk de muren rondom Jeruzalem neer. 11 De rest van het volk, die in de stad nog was overgebleven, en de overlopers die naar de koning van Babel overgelopen waren – de rest van de menigte voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, in ballingschap. 12 Slechts enige van de armen van het land liet de bevelhebber van de lijfwacht achterblijven als wijngaardeniers en als landbouwers. • 2 koningen 25:8-12