newton klas 4h n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Newton klas 4H PowerPoint Presentation
Download Presentation
Newton klas 4H

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 37

Newton klas 4H - PowerPoint PPT Presentation


  • 117 Views
  • Uploaded on

Newton klas 4H. H3 Lichtbeelden. Voortbeweging. Licht beweegt zich voort in rechte lijnen: stralen. Schaduw ontstaat als een ondoorzichtig voorwerp de baan van het licht verspert. Hele grote zwaartekracht kan lichtstralen een beetje afbuigen. ster. Optische eigenschappen.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Newton klas 4H' - kizzy


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
newton klas 4h

Newton klas 4H

H3

Lichtbeelden

slide2

Voortbeweging

Licht beweegt zich voort in rechte lijnen: stralen.

Schaduw ontstaat als een ondoorzichtig voorwerp de baan van het licht verspert.

Hele grote zwaartekracht kan lichtstralen een beetje afbuigen.

ster

slide3

Optische eigenschappen

Als licht op een voorwerp valt, treden er drie verschijnselen op:

Reflectie (spiegeling)

Absorptie (opname)

Refractie (breking)

slide4

Periode 2 LICHT & GELUID

Samenvatting

Reflectie (spiegeling)

Wordt bepaald door de spiegelwet:

hoek van inval

=

hoek van terugkaatsing

Hoeken worden altijd gemeten ten opzichte van de normaal (loodlijn).

hoek van inval

normaal

hoek van terugkaatsing

slide5

Absorptie (opname)

Bij absorptie wordt licht opgenomen door een stof en omgezet in warmte (beweging van de atomen en moleculen).

De combinatie van absorberende en reflecterende eigenschappen van een voorwerp bepaalt onder andere de kleur van een voorwerp.

terugkaatsing
terugkaatsing

Diffuse terugkaatsing

Spiegelende terugkaatsing

slide7

Op het grensvlak tussen twee stoffen met verschillende optische eigenschappen verandert de lichtstraal dan van richting.

De richtingsverandering wordt bepaald door de brekingsindex en de Wet van Snellius:

Refractie (breking)

normaal

r

i

Medium 2

Medium 1

slide8

Tweede vorm van breking

Bij breking van de normaal af (van een dichtere naar een dunnere stof) is de hoek van breking (r) groter dan de hoek van inval (i).

In dit geval treedt breking op tot maximaal de grenshoek. Bij een grotere hoek van inval treedt totale reflectie op. Voor de grenshoek geldt: sin(g) = n21

Medium 2

Medium 1

breking
breking

perspex

perspex

slide13

Lenzen

+

Met een +-teken geven we aandat het om een positieve, dusconvergerende lens gaat.

De sterkte van de lens wordtaangeduid door aan beidezijden het brandpunt van de lens weer te geven.

De hoofdas door het optischmidden van de lens

Een lampje in punt L

Een lens

L

hoofdas

F

F

slide14

90°

1e constructie-straal

+

De lichtstraal gaat vervolgens verder door het brandpunt aan de andere zijde van de lens.

De lichtstraal valt loodrecht in op de lens.

L

hoofdas

F

F

slide15

90°

2e constructie-straal

+

De 2e constructiestraal is de straal die precies door het optisch midden van de lens gaat.

Deze straal gaat aan de andere kant van de lens gewoon rechtdoor.

L

hoofdas

F

F

slide16

90°

90°

3e constructie-straal

+

De laatste constructiestraal gaat eerst door het linker brandpunt F en valt dan op de lens.

Deze constructiestraal gaat vervolgens aan de andere kant verder in een lijn loodrecht vanaf de lens.

L

hoofdas

F

F

slide17

90°

90°

Andere lichtstralen

+

Alle lichtstralen die vanuit punt L vertrekken en op de lens vallen, gaan ook door het beeldpunt B.

L

hoofdas

F

F

B

slide18

Afstanden bij lenzen

Om b uit te rekenen, als je v en f kent gebruik je:

f

f

Om v uit te rekenen, als je b en f kent gebruik je:

De lenzenwet wordt echter meestal zo geschreven:

De beeldafstand f is de afstand tussen de middellijn van de lens en een evenwijdige lijn door B.

Om f uit te rekenen, als je v en b kent gebruik je:

De voorwerpsafstand v is de afstand tussen de middellijn van de lens en een evenwijdigd lijn door L.

De brandpuntsafstand f is de afstand tussen de middellijn van de lens en een evenwijdige lijn door F.

L

F

F

B

hoofdas

v

b

slide20

Voorbeeld: v =15cm; f=12cm Bereken b.

Aanslaan op rekenmachine geeft 0,0166667

slide21

Op verzoek van Robby H. een ingewikkelde opgave met uitwerking

2. Vergroter

In een vergrotingstoestel maakt men van een negatief van

24 x 36 mm een vergroting 12 x 18 cm, de brandpuntsafstand van het

vergrotingsobjectief is 50 mm.

Bereken de afstand van het negatief tot het fotopapier.

3 constructiestralen
3 constructiestralen

De controlestraal gaat voor de lens door het brandpunt en na de lens evenwijdig verder

drie kenmerken van het beeld
Drie kenmerken van het beeld:
  • 1.Rechtopstaand of omgekeerd
  • 2. vergroot, even groot of verkleind
  • 3. reëel of virtueel

Bij een bolle lens geldt:

    • v>2f reëel verkleind, omgekeerd
    • v<f virtueel, vergroot, rechtopstaand
    • f<v<2f reëel, vergroot, omgekeerd
vergroting
Vergroting

BB’

VV’

VV’

BB’

accommoderen
accommoderen

B = beeldpunt

N

B = beeldpunt

N= nabijheidspunt (maximale accommodatie)

sterkte van een lens
Sterkte van een lens

1

S is de sterkte in dioptrie(D)

S =

f(m)

vb. een lens met een sterkte van - 2,5 dioptrie is een holle lens met een brandpuntsafstand (f)= - 0,40m

100

S =

f(cm)

een oudziende natuurkunde leraar
Een oudziende Natuurkunde leraar

Een oudziende Natuurkundeleraar heeft een nabijheidspunt op 45 cm voor zijn oog. Hij wil een boek kunnen lezen op 25 cm voor zijn oog. Bereken de sterkte van de bril die hij nodig heeft.

uitwerking voorbeeldopgave
Uitwerking voorbeeldopgave

Een oudziende Natuurkundeleraar heeft een nabijheidspunt op 45 cm voor zijn oog. Hij wil een boek kunnen lezen op 25 cm voor zijn oog. Bereken de sterkte van de bril die hij nodig heeft.

Oplossing: de bril moet er voor zorgen dat het voorwerp dat op 25 cm staat een virtueel beeld krijgt op 45 cm.

Dus v=0,25m en b=-0,45m

Met de lenzenformule geeft dit f=0,56m dus S=+1,8dioptrie

scherptediepte
Scherptediepte
  • Definitie: “afstand waarover we het voorwerp kunnen verschuiven, waarbinnen het beeld voldoende scherp blijft”
  • een groter diafragma geeft een kleinere scherptediepte