Download
slide1 n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Het lichaam in beweging Fysiologie / Sportfysiologie PowerPoint Presentation
Download Presentation
Het lichaam in beweging Fysiologie / Sportfysiologie

Het lichaam in beweging Fysiologie / Sportfysiologie

727 Views Download Presentation
Download Presentation

Het lichaam in beweging Fysiologie / Sportfysiologie

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Het lichaam in beweging Fysiologie / Sportfysiologie Algemeen gedeelte Trainer B en Instructeur B

  2. Beweging = samentrekken van skeletspieren Energie nodig Vraag naar energie bepaalt de aanpas- singen die optreden Uitgangspunt • Een sportmotorische prestatie is het resultaat van het samenwerken van verschillende stelsels. • Kennis van anatomie, fysiologie, sportfysiologie, biochemie e.a. zijn geen doel op zich maar een middel om aanpassingen van het lichaam te doorgronden. Doel • Inzicht verwerven in hoe de anatomische structuur en de fysiologische werking van verschillende stelsels kan veranderen in functie van de trainingsprikkel. Rode draad

  3. Inhoud Deel 1 Energie Deel 2 Aanpassingen van het lichaam aan oefening • Metabole aanpassingen • Neuro-musculaire aanpassingen. • Het cardiovasculair systeem en zijn aanpassingen. • Het ademhalingssysteem en zijn aanpassingen.

  4. Deel 1 ENERGIE De basis van de menselijke prestatie

  5. Energie in het menselijk lichaam • Voedsel • Energierijke verbinding ATP • Mechanische energie (bewegen) ATP ADP + P + energie

  6. ATP • Stelt onze spieren in staat te werken. • Er is slechts een heel kleine voorraad. • Het lichaam zal continu ATP moeten aanmaken wil de atleet zijn inspanningen verder zetten. • Dit aanmaken is cruciaal in het leveren van verschillende soorten inspanningen.

  7. Aanmaak van ATP • ADP als signaal • Snel via CP • Via suikers • Zonder zuurstof • Met zuurstof • Via vetten ! ? FB

  8. Aandacht voor: • Warmteproductie en efficiëntie • Enzymes • Het probleem van de verzuring ! FB

  9. Aandeel van de energiesystemen

  10. Geschikte trainingsoefeningen vloeien voort uit een analyse van de energiecomponenten van de sportspecifieke activiteiten. Het is de totale hoeveelheid energie die per seconde door de drie systemen samen kan worden geleverd die bepalend is voor de maximale prestatie. FB

  11. Inhoud Deel 1 Energie Deel 2 Aanpassingen van het lichaam aan oefening • Metabole aanpassingen • Neuro-musculaire aanpassingen. • Het cardiovasculair systeem en zijn aanpassingen. • Het ademhalingssysteem en zijn aanpassingen.

  12. Metabole aanpassingen Belang van het zuurstoftransport

  13. VO2 max • Erfelijkheid • Training • Geslacht • Leeftijd • Type oefening • lichaamssamenstelling

  14. Aanpassingen • Acute aanpassingen • Chronische aanpassingen

  15. Acute aanpassingen • Lichte inspanningen • Matige inspanningen • Zware inspanningen • Herstel na inspanning FB

  16. Lichte inspanningen ?

  17. Matige inspanningen

  18. Zware inspanningen

  19. De klassieke lactaatcurve FB

  20. Herstel na inspanning • Snel: terugwinnen ATP en CP. • Traag: • Aanmaak CP • Aanvullen glycogeen • Verwerken La • Normaliseren van de lichaamstemperatuur • bijvullen in het bloed van van Na, K, O2 … • Zuurstofschuld = EPOC FB

  21. Aanpassingen • Acute aanpassingen • Chronische aanpassingen

  22. Chronische aanpassingen • Aërobe energielevering • Anaërobe energielevering

  23. Aërobe energielevering • Toename mitochondriën • Stijging van de enzymes • verbeterde La drempel (rechtsverschuiving)

  24. Verbeterde vetverbranding • Toegenomen glycogeendepots • CP wordt sneller aangemaakt(belang van uithouding voor niet-duursporters) • Verbeteren van de aërobe mogelijkheden van alle spiervezels. • Grotere mitochondriën halen pyruvaat makkelijker binnen kleiner zuurstofdeficit FB

  25. Anaërobe energielevering • Toename [ATP], [CP] en [glycogeen] • Toename enzymes • Toename van de mogelijkheid om hoge concentraties lactaat voort te brengen. FB

  26. Inhoud Deel 1 Energie Deel 2 Aanpassingen van het lichaam aan oefening • Metabole aanpassingen • Neuro-musculaire aanpassingen. • Het cardiovasculair systeem en zijn aanpassingen. • Het ademhalingssysteem en zijn aanpassingen.

  27. Het neuromusculair systeem • Van chemische energie tot beweging • Structuren • Werking • Aanpassingen • Acute • Chronische • Domeinen van het NM-systeem • Spierkracht • Snelheid • Lenigheid

  28. Van chemische energie tot bewegen • Structuren • De bezenuwing • De spier • Bouw • Soorten vezels • Verhouding vezels • Werking • Sliding filament theorie

  29. Het neuromusculair systeem • Van chemische energie tot beweging • structuren • Werking • Aanpassingen • Acute • Chronische • Domeinen van het NM-systeem • Spierkracht • Snelheid • Lenigheid

  30. Aanpassingen • Acute • FT of ST tijdens inspanning? • Regeling van de spierkracht • Spierkracht en prikkel • Spierkracht en lengte van de spier • Spierkracht en de hoek waaronder ze werkt • Regeling van houding en beweging • Spierspoeltjes • Golgi peessensoren • Vermoeidheid

  31. Regeling van houding en beweging Hoe kunnen we onze houding en onze bewegingen controleren? • In het bewegingsapparaat zijn sensoren (proprioreceptoren) aanwezig. • Spierspoeltjes in de spier. • Golgi apparaatjes in de pees. • Regelmechanisme van agonisten en antagonisten FB

  32. Vermoeidheid • Treedt op ter hoogte van: • de overdracht van de impuls op de spiervezel. • het contractiemechanisme. • Sensorische zenuwvezels registreren lokale vermoeidheid • Hersenen remmen het motorisch systeem en beschermen tegen overbelasting.

  33. Het neuromusculair systeem • Van chemische energie tot beweging • Structuren • Werking • Aanpassingen • Acute • Chronische • Domeinen van het NM-systeem • Spierkracht • Snelheid • Lenigheid

  34. Chronische aanpassingen • Algemeen • Krachttraining • Detraining

  35. Algemeen

  36. Krachttraining

  37. Een interessant discussieonderwerp schuilt in volgende bedenking: in hoeverre laat je de spiermassa toenemen in functie van de bewegingsvereisten van de sport ? • Anders gesteld: er kan slechts prestatiewinst worden verwacht als de uitvoeringssnelheid niet wordt beperkt door de toegenomen spiermassa.

  38. De toename in omvang van de spiervezels komt neer op een toename van de contractiele eiwitten actine en myosine. • De invloed van krachttraining beperkt zich niet tot enkele spiervezels maar werkt in op alle spiervezels van de getrainde spier. Het grootste aandeel van de verdikking komt echter op rekening van de FT vezels. FB

  39. Detraining • Na één maand: • Verminderde spiermassa • Daling van het aantal enzymes • Eén tot twee krachttrainingen volstaan om het krachtniveau te handhaven

  40. Het neuromusculair systeem • Van chemische energie tot beweging • Structuren • Werking • Aanpassingen • Acute • Chronische • Domeinen van het NM-systeem • Spierkracht • Snelheid • Lenigheid

  41. Kracht • Soorten kracht • Roeier • Hinkstap springer • Judoka