1 / 9

Montage en Nabewerking

Montage en Nabewerking. Maak altijd eerst een nieuw project in Imovie aan die je altijd een goede naam geeft. Stel je beeldverhouding op 16:9 (breedbeeld) in.

Download Presentation

Montage en Nabewerking

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Montage en Nabewerking Maak altijd eerst een nieuw project in Imovie aan die je altijd een goede naam geeft. Stel je beeldverhouding op 16:9 (breedbeeld) in. • Let op met het inladen, laad je materiaal altijd in imovie zelf in. Als je het op de computer zelf opslaat ben je je beelden kwijt! Voeg de beelden toe aan het project wat je net hebt aangemaakt. • Met monteren bepaal je vooral de snelheid van je film en wat je wil benadrukken voor de kijker.

  2. De volgorde in de montage • Het beeld wat je hebt geschoten is 'ruw' materiaal • Het eerste wat je doet is de shots selecteren die je wil gaan gebruiken. Nadat je dit hebt gedaan ga je pas monteren • Deel de film in verschillende 'sequences' in. • Later monteer je deze sequences aan elkaar en is de gehele film gemonteerd.

  3. 'Regels' van het monteren • Zorgt de 'cut' voor de juiste emotie? • Draagt de 'cut' bij aan het verhaal? • Klopt het ritme van de film? • Zorgt de 'cut' ervoor dat het publiek de juiste focus blijft houden? • Gaat de 'cut' niet over de as en wordt er vastgehouden aan de 180 graden regel?

  4. Denk aan de continuïteit van je scene • 'Kill your darlings'; ook al heb je het mooiste shot ooit gemaakt, als het afdoet aan je verhaal moet je het niet gebruiken.

  5. Overgangen • Crossfade: twee beelden na elkaar die in elkaar overvloeien. Vaak gebruikt om het verhaal te vertragen. • Fade to black: een beeld gaat over naar zwart, het andere beeld begint met zwart. Vaak gebruikt om een sprong in de tijd aan te geven. • Montage in beweging: voorbeeld: een rijdende auto op verschillende plekken achter elkaar monteren (vaak gebruikt om een reis aan te geven)

  6. Werken in Lagen • Monteren doe je met een audio- en videospoor • Er kunnen meerdere sporen boven elkaar worden gezet. • In het audiospoor hoor je alle geluiden als je die onder elkaar zet (bijvoorbeeld: muziek, dialoog en achtergrond geluiden) • In het videospoor zie je alleen het beeld wat bovenaan staat. Je kan hier evt. de 'opacity' (doorzichtigheid) aanpassen zodat je twee beelden door elkaar ziet.

  7. Werkenaan de montage

  8. Geluidsnabewerking • Begin en eindig elk blok geluid met een fade in en fade uit. Dit om het gehele geluidsspoor zuiver te laten klinken door de geluiden geleidelijk in te laten komen. • Om een balans in de verschillende volumes van je geluiden te vinden, verander de db's • Mix het geheel altijd af op -4 db of minder

  9. Beeldnabewerking • Als je de belichting anders wil, kan je de helderheid en belichting aan passen • Je kan er voor kiezen de kleuren te veranderen door op het kleurenspectrum de cursor te verplaatsen • Gebruik alleen filters als het iets aan je verhaal kan toevoegen. • Je kan het 'canvas' veranderen, bedenk wel dat als je te veel digitaal in gaat zoomen de kwaliteit achteruit gaat.

More Related