1 / 59

Agenda

BEHOUD GENETISCHE DIVERSITEIT SCHAPENRASSEN Subsidievoorwaarden en controles Voorlichting 17 en 18 september Steven Torfs en Els Bonte. Agenda. Overgangsjaar 2014 Subsidievoorwaarden Overnames Niet- nalevingen Controles randvoorwaarden

derick
Download Presentation

Agenda

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. BEHOUD GENETISCHE DIVERSITEIT SCHAPENRASSENSubsidievoorwaarden en controlesVoorlichting 17 en 18 septemberSteven Torfs en Els Bonte

  2. Agenda • Overgangsjaar 2014 • Subsidievoorwaarden • Overnames • Niet-nalevingen • Controles randvoorwaarden • Controles subsidie genetische diversteit schapenrassen

  3. Overgangsjaar2014 • Vanaf 2015 nieuwe GLB • 2014 wordt een overgangsjaar • Geen nieuwe verbintenissen • Houders van verbintenis met eindjaar 2013 krijgen de keuze: • Eind zoals origineel voorzien • Verlengen met een 6e jaar • ! Bij niet-naleving terugvordering vanaf startjaar • Volledig papierloos, dus enkel via e-loket

  4. Subsidievoorwaarden • Schapenrassen: • Ardense Voskop • Belgisch melkschaap • Entre-Sambre-et-Meuse schaap • Houtlandschaap • Kempens schaap • Lakens schaap • Mergellandschaap • Vlaams kuddeschaap • Vlaams schaap • Subsidiebedrag: 5 jaar lang jaarlijks 25 euro/schaap.

  5. Subsidievoorwaarden • Per ras: 1 verbintenis • Per ras:min. 5 en max. 650 schapen • aantal is bindend = gedurende volledige jaar moet aangevraagd aantal subsidiegerechtigde schapen aanwezig zijn • Dieren moeten aanwezig op de: • percelen aangegeven in de VA • OF in de VA extra opgegeven plaatsen

  6. Subsidievoorwaarden • Sanitel moet in orde zijn: • Correct geïdentificeerd en geregistreerd zijn (oormerken en register) • Tijdig melden in stamboek: • Geboortes: voor 31 augustus geboortejaar • Aankomsten/vertrekken: binnen 10 dagen

  7. Subsidievoorwaarden • Subsidiegerechtigd schaap: • Voldoet aan originele rasstandaard • Is tijdig in- en uitgeschreven in stamboek • Is minstens 1 jaar oud op 21 april ! • Wordt bij ziekte of ongeval binnen 3 maand vervangen

  8. Subsidievoorwaarden • Vlaamse exploitatie voor schapen bezitten • Verbintenis gedurende 5 opeenvolgende jaren naleven • Verbintenisaanvraag en jaarlijkse betaling aanvragen via de verzamelaanvraag • vanaf 2014 enkel via e-loket !! Het niet indienen van een verzamel- of betalingsaanvraag = niet-naleving

  9. Aantal dieren • Initieel aantal = het aantal dieren waarvoor men in startjaar subsidie aanvroeg • Maximum aantal = 120% van het initieel aantal = maximum aantal binnen huidige verbintenis Indien meer  nieuwe verbintenis (niet in 2014)

  10. Aantal dieren • Verbintenisaantal 5 jaar naleven = dieren dat u in het laatste jaar aangaf = jaarafhankelijk = minimaal aan te houden • Aantal dieren waarvoor u betaling aanvraagt = moet het hele jaar aanwezig zijn ≠ aantal dieren dat u heeft op een moment

  11. Aantal dieren • Verbintenisaantal is bindend minimum • Je kan het aantal dieren in je verbintenis niet verlagen • Voorzie een buffer ! • Bij ziekte of ongeval geldt een uitzonderingsperiode van 3 maand  attest Rendac of dierenarts binnen 10 dagen bezorgen aan buitendienst

  12. Aantal dieren • Voorbeeld bindend minimum Startjaar 2012 : 45 Vlaamse schapen  initieel aantal = 45 2013 : 50 Vlaamse schapen  verbintenisaantal = 50 2014: 47 Vlaamse schapen  aangevraagd aantal = 47 < verbintenisaantal  Niet OK !

  13. Verbintenisaantal dieren Voorbeeld: genetischediversiteitrunderen VBA 20 dieren Geconstateerdaantaldieren Start nieuwe 5 jarige VB Niet in 2014 Betaling + verhoging VBA (startjaar + 20%) Procentuelekorting VBA = 20 dieren = initieelaantal Stopzetting en terugvordering 50% VBA Min. vereiste 5 dieren

  14. Overdrachten • Wanneer alle of groot aantal dieren naar een andere schapenhouder gaan  indien je VBA niet aanhoudt  je verbintenis kan stopgezet en teruggevorderd worden  indien nodig (gedeeltelijke) overdracht bespreken met overnemer • Geen tijdig ingediend overdrachtsformulier = geen overdracht

  15. Overdrachten • De landbouwer die actief is op 21 april  doet betalingsaanvraag in de verzamelaanvraag • Overname tem 21 april  de overnemer is verantwoordelijk en wordt betaald • overname na 21 april  de overlater is verantwoordelijk en wordt betaald

  16. Niet-nalevingendieren • Verlaging van de steun • Bij niet-naleving van één of meerdere subsidievoorwaarden • Het ‘geconstateerd’ aantal < verbintenisaantal • Het aangegeven aantal < verbintenisaantal • Verstrengingsfactor voor herhaling • 2emaal tekort tijdens verbintenis = sanctie x 2,… • De aanhoudingsperiode niet in orde = aanwezigheid (volledige jaar!) en leeftijd • Laattijdige melding bewegingen • Bij niet-naleving van randvoorwaarden of minimumeisen

  17. Niet-nalevingendieren • Stopzetting en terugvordering = subsidie wordt teruggevorderd vanaf het startjaar ! • Geen verzamelaanvraag of geen betalingsaanvraag ingediend • Maatregelspeciefiekevoorwaarden niet nageleefd bijvoorbeeld niet ingeschreven in stamboek • Het geconstateerd aantal < 5 dieren of 50% van verbintenisaantal • Aanhoudingsperiode < 50% vd vereiste aanhouding • Bij opzet

  18. Niet-nalevingendieren • Ten gevolge van overmacht • Ernstige ziekte van de landbouwer, epizoötie, onteigening, … • Contacteer de buitendienst en dien de bewijsstukken in • Verbintenis blijft lopen, maar tijdelijk geen betaling • Verbintenis stopt, maar geen terugvordering

  19. Controles TER PLAATSE IN HETKADER VAN PREMIES BIJ ALV

  20. Soorten controles • Controles op premievoorwaarden • Controle op bedrijfstoeslag • Controle op zoogkoeienpremie • Controle op agromilieumaatregelen (bv. genetische diversiteit schapenrassen) • … • Controles op randvoorwaarden • Controle door ALV • Controle door andere diensten

  21. Controle op de Randvoorwaardenin praktijk

  22. Wat zijn randvoorwaarden ? • Uitbetaling van (rechtstreekse) steun koppelen aan voorwaarden leefmilieu, volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn • Sinds 2005 • Doelstelling : evenwicht landbouw – leefmilieu – duurzame landbouw

  23. Wat zijn randvoorwaarden ? • voldoen aan een aantal beheerseisenleefmilieu, volksgezondheid, diergezondheid, gezondheid van planten en dierenwelzijn • 18 bestaande Europese verordeningen en richtlijnen • voldoen aan een aantal normen om de landbouwgrond in goede landbouw- en milieuconditie te houden • Vlaamse wetgeving • het areaal blijvend grasland behouden

  24. Wat zijn randvoorwaarden ? Vogelrichtlijn Grondwaterrichtlijn Slibrichtlijn Nitraatrichtlijn Habitatrichtlijn Runderen Schapen en Geiten Varkens • Landbouwgrond in goede landbouw- en milieuconditie (bodemerosie, bodemstructuur, organische stof, minimaal onderhoud, waterbeheer) • Areaal blijvend grasland behouden • Beheerseisen • Milieurichtlijnen • Identificatie en Registratie van dieren • Hygiënepakket, dierziekten, hormonen, dierenwelzijn

  25. Wat zijn randvoorwaarden ? Brochure randvoorwaarden en checklist kan je terugvinden op het internet : www.vlaanderen.be/landbouw/randvoorwaarden

  26. Betrokken diensten nitraat- en slibrichtlijn OVAM VLM Mestbank FAVV slibrichtlijn Vlaams Betaalorgaan dier- en plantgezondheid dierenwelzijn Agentschap Natuur en Bos vogel- & habitatrichtlijn grondwaterrichtlijn Departement LNE goede landbouw & milieuconditie Milieu- Inspectie Dienst Land & Bodembescherming

  27. Wie doet wat? AgentschapvoorLandbouw en Visserij (ALV) externe beheersdiensten (FAVV/VLM/LNE/ANB) • subsidiabiliteit (5 %) • randvoorwaarden (1%) • niet-naleving van beheerseis(‘ad hoc’ vaststellingen) Verlagingen van de steun

  28. Controle op de randvoorwaarden • De volgende randvoorwaarden worden niet ter plaatse gecontroleerd door ALV • Gebruik van hormonen • Meldingsplicht in geval van bepaalde dierziekten (o.a. blauwtong en mond- en klauwzeer) • Maatregelen in geval van BSE • Administratieve controle : • Mestbalans van het bedrijf (gegevens van de Mestbank) • Vergelijking geproduceerde/geleverde mest ten opzichte van de afgezette mest • Behoud van het areaal blijvend grasland • Naleven verplichte aardappelrotatie

  29. Procedure controles ALV • Controle aan de hand van een controlerapport • Algemeen deel • Checkpunten in verschillende bijlagen • Evaluatie van de niet-nalevingen

  30. Procedure controles ALV • Controle wordt in principe niet aangekondigd • Na afloop van controle worden controlerapport en de vaststellingen overlopen • Landbouwer kan opmerkingen noteren • Binnen de maand na controle krijgt de landbouwer een afdruk van het volledige geregistreerde controlerapport

  31. Procedure controles andere diensten • Resultaten van de controles van andere beheersdiensten worden aan ALV bezorgd. • ANB – VLM • Werken aan de hand van PV’s of inspectieverslagen • Niet–nalevingendie ook randvoorwaarden zijn worden geregistreerd in ALV–databank • ALV stuurt een afdruk van het geregistreerde randvoorwaarden- controlerapport

  32. Procedure controles andere diensten • FAVV • Werkt met checklists • Alle checklists worden aan ALV bezorgd • ALV registreert de niet–nalevingen • ALV bezorgt een afdruk van het geregistreerde randvoorwaarden– controlerapport • Enkel de controlepunten die relevant zijn voor de randvoorwaarden worden geregistreerd

  33. Communicatie naar de landbouwer • Controlerapporten • Bevatten de gecontroleerde items, de gemaakte vaststellingen + omschrijving • Landbouwer kan reeds opmerkingen noteren op het rapport • Bevatten geen uitleg over financiële gevolgen • Afrekeningen • Bevat overzicht van de niet–nalevingen, met de verlagings-percentages per niet–naleving + totale verlagingscoëfficiënt die is toegepast + niet uitbetaald bedrag door randvoorwaarden • Laatste versie steeds beschikbaar op e-loket • Overzicht vaststellingen randvoorwaarden • Aan iedere landbouwer wordt apart een overzicht gestuurd van de niet–nalevingen en de toegepaste verlagingscoëfficiënten, geen vermelding van bedragen

  34. Verloop controle randvoorwaarden ALV • Verloop van een controle ter plaatse • Controle op de percelen • Controle op het bedrijf • Stallen • Fytolokaal • Mestopslag • Bedrijfsgebouwen • Administratieve controle (papieren)

  35. Controle op de percelen • Milieurichtlijnen • Vogel– en habitatrichtlijn • Instandhouding vegetatie en kleine landschapselementen • Bescherming van vogels • Grondwater– en Slibrichtlijn • Nitraatrichtlijn • Uitrijverbod voor mest in de winter • Geen mest uitrijden op ondergelopen, bevroren gronden of op hellingen • Geen mest uitrijden nabij waterlopen • Mest ‘emissiearm’ aanwenden (o.a. mestinjectie) • Geen mestlozingen

  36. Controle op de percelen • De landbouwgrond in goede landbouw– en milieuconditie houden • Bodemerosie bestrijden • Verplichte maatregelen op sterk erosiegevoelige percelen • Aanbevolen maatregelen op matig erosiegevoelige percelen • Geen oogstresten verbranden • Minimaal onderhoud van de percelen • Landbouwkundig gebruik • Onkruiden bestrijden • Geen distels • Geen houtachtige begroeiingen

  37. Controle in de stallen • Identificatie en registratie van dieren • Runderen • Oormerken • Runderpaspoorten • Register • Sanitel • Varkens • Oormerken • Register • Schapen en geiten • Oormerken • Register

  38. Controle identificatie en registratie schapen • Bijhouden van een correct register • Elke landbouwer die schapen (of geiten) houdt, moet correct register bijhouden (per diersoort). • Dat register (op papier of digitaal) bevat minimaal : • totale aantal schapen die op 15 december op bedrijf zijn; • alle verplaatsingen, met vermelding van aantal dieren, vorige veehouder of overnemer, datum van verplaatsing en oormerknummers; • alle geboortes. • De landbouwer moet elke verplaatsing (aankomst of vertrek) binnen 3 werkdagen correct in zijn register inschrijven en elke geboorte op ogenblik van identificeren. • Hij moet zijn register ten minste 5 jaar op zijn bedrijf bewaren en op elk moment aan controleagenten kunnen tonen. • De gegevens in het register moeten overeenstemmen met bijhorende bewijsstukken (bv. facturen).

  39. Controle identificatie en registratie schapen • Oormerken • Elk schaap geboren vóór 10 juli 2005 moet 1 voorgeschreven oormerk dragen. Elk schaap geboren ná 9 juli 2005 moet 2 identieke voorgeschreven oormerken dragen (uitz.: jonge slachtdieren die vóór leeftijd 12 maanden rechtstreeks naar binnenlands slachthuis gaan => 1 beslagoormerk). • Landbouwer moet elk pasgeboren dier ten laatste op leeftijd 6 maanden en vóór dier bedrijf verlaat identificeren. Hij moet elk ingevoerd schaap (van buiten EU) laten identificeren door DGZ: hij verwittigt DGZ binnen 3 dagen na aanvoer. • Als schaap 1 oormerk heeft verloren (of onleesbaar) => onmiddellijk bij DGZ nieuw oormerk met zelfde identificatie-nummerbestellen en aanbrengen. Als schaap al zijn oormerken heeft verloren (of onleesbaar) => onmiddellijk DGZ verwittigen en dier opstallen. Dier niet zelf hermerken (uitz.: als jong slachtdier beslagoormerk heeft verloren => onmiddellijk merken met eerstvolgende beslagoormerk).

  40. Controle in de stallen • Dierenwelzijn kalveren • Kalveren : alle runderen jonger dan zes maanden • Mogen niet aangebonden worden • Strooisel indien jonger dan twee weken • Voldoende ruimte hebben • Indien in groep (1,5 m²) • Box / iglo : voldoende afmetingen • Alarmsysteem indien kunstmatige ventilatie • …

  41. Controle in de stallen • Dierenwelzijn varkens • Voor alle stallen • Varkens moeten permanent over vers water beschikken • Aanbinden van zeugen is verboden • In groep gehouden varkens moeten beschikken over materiaal om te onderzoeken (‘speelgoed’) • Varkens moeten voldoende ruimte hebben • Alarmsysteem indien kunstmatige ventilatie • … • In nieuwe zeugenstallen (sinds 2003) bijkomend • Groepshuisvesting verplicht • Voldoende ruimte per zeug • Normen voor roostervloer (max 2 cm spleetbreedte)

  42. Controle in de stallen Dierenwelzijn andere diersoorten (bv. schapen)

  43. Controle in de stallen Dierenwelzijn andere diersoorten (bv. schapen)

  44. Controle op het bedrijf • Controle in het fytolokaal • Zijn aanwezige producten erkend • Originele verpakking / erkenningsnummer aanwezig • Is product nog toegelaten? • Bijkomende minimumeis PDPO • Uitsluitend bestemd voor de opslag van bestrijdingsmiddelen • Slotvast afgesloten en gescheiden van andere ruimtes • Droog en goed onderhouden • Vervallen middelen of middelen voor privégebruik staan apart

  45. Controle op het bedrijf • Controle van het spuittoestel • Is het spuittoestel gekeurd? Heeft het een geldige sticker?

  46. Controle op het bedrijf • Controle van de mestopslagcapaciteit • Kan voldoende mest opgeslagen worden? • 9 maanden voor dieren die altijd op stal staan • 6 maanden voor dieren met buitenloop • 3 maanden voor stalmest

  47. Controle op het bedrijf • Controle van de mestopslagvoorwaarden • Mestopslag voor vaste mest • Mestdichte wanden • Drain– en regenwater opvangen (in aalput) • Geen overstort / afleidingskanalen naar waterlopen, riolering • Mestopslag voor drijfmest • Geen overstort / afleidingskanalen naar waterlopen, riolering • Mestdichte voorzieningen om gemorste mengmest op te vangen

  48. Administratieve controle • Traceerbaarheid • Registratie van inkomende en uitgaande producten • Wat? • Naam, datum, hoeveelheid en leverancier/koper van diervoeders, zaaizaden, gewasbeschermingsmiddelen, eindproducten, dieren, … • Hoe? • Vorm speelt geen rol : teeltfiches, registers, geordende facturen, leveringsbonnen, … • Register van het gebruik van sproeistoffen • Wat? • Welk product wanneer op welke teelt is gebruikt • Registratie van het gebruik van diergeneesmiddelen • Enkel indien afspraak met bedrijfsbegeleidende dierenarts • Enkel in risicoperiode (twee maand voor het slachten)

  49. Behoud areaal blijvend grasland Uitgangspunten • Behoud van het aandeel blijvend grasland in de totale oppervlakte landbouwgrond • Definitie blijvend grasland : grond met eennatuurlijke of ingezaaidevegetatie van grassen of anderekruidachtigevoedergewassen, die gedurendeten minstevijfjaarniet in de vruchtwisseling van het bedrijfwerdopgenomen. • Iedere landbouwer moet zijn individueel referentieareaal blijvend grasland behouden • Wordt meegedeeld via de verzamelaanvraag

  50. Behoud areaal blijvend grasland • indien equivalente hoeveelheid grasland elders ingezaaid wordt én voor minstens vijf jaar behouden Binnen een landbouwbedrijf is omzetten van blijvend grasland mogelijk: • indien het oorspronkelijke perceel de status blijvend grasland “P” heeft (kolom “c” van de verzamelaanvraag) historisch permanent grasland grasland in VEN-gebieden

More Related