1 / 17

Hoe kun je helpen? Laat je klasgenootje er niet alleen voor staan!

Hoe kun je helpen? Laat je klasgenootje er niet alleen voor staan! O Zeg “dag" als je de klas binnenkomt. O Zeg nooit iets aardigs tegen hem of haar. O Vraag hem of haar mee te doen in een groepje. O Laat anderen niet merken dat jij wel met hem of haar wilt samenwerken of spelen.

cicero
Download Presentation

Hoe kun je helpen? Laat je klasgenootje er niet alleen voor staan!

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Hoe kun je helpen? Laat je klasgenootje er niet alleen voor staan! O Zeg “dag" als je de klas binnenkomt. O Zeg nooit iets aardigs tegen hem of haar. O Vraag hem of haar mee te doen in een groepje. O Laat anderen niet merken dat jij wel met hem of haar wilt samenwerken of spelen. O Niet meelachen om stomme grappen. O Doe zelf nooit mee met het pesten. O Zeg tegen de pestkoppen dat ze moeten ophouden. O Vertel het aan niemand. O Spreek in de klas af dat er niet gepest mag worden. O Als je ziet dat er op internet iets stoms staat over je klasgenoot, zeg het tegen je ouders of de juf of meester. Samen sta je sterk!

  2. Praten over pesten is opkomen voor jezelf. Praten over pesten.Niemand wil gepest worden. Jij dus ook niet. Praat erover met iemand die je vertrouwt! Praten over pesten is absoluut geen klikken!De pester wil graag dat jij het aan niemand vertelt, dan kan hij doorgaan met jou te pesten zonder dat iemand er iets aan doet. Dat wil jij toch niet? Wel vertellen dus en niet geheim houden! Ook als de pester zegt: "Als je het vertelt dan sla ik je in elkaar! Praten over pesten is opkomen voor jezelf.Het is dus juist heel goed om aan je vader of moeder, aan je vriend of vriendin, aan je meester of juf te vertellen wat je dwars zit. Zij willen je vast helpen om een oplossing voor het probleem te vinden. Dan stopt het sneller! Dat wil jij toch ook? TipsJe bent misschien bang om het thuis of op school te vertellen, maar als je niet praat over pesten, duurt het pesten langer! • Kies iemand die je echt vertrouwt bijvoorbeeld je vader of moeder, je meester of juf of de voor- of naschoolse opvang. • Kies een rustig moment zodat je vader of moeder, de meester of juf de tijd heeft om naar je te luisteren. • Zeg: "Ik wil je iets vertellen, maar dat vind ik moeilijk". • Zeg: "Beloof me dat je alleen luistert en niet meteen iets gaat doen". • Spreek met elkaar af dat er niks gebeurt zonder dat jij dat weet

  3. Ben jij een pestkop? Heb je er wel eens over nagedacht hoe het is om gepest te worden? Vinden andere kinderen het wel echt leuk wat jij doet? Pesten is niet grappigWeet jij dat het kind dat jij pest soms niet goed meer kan slapen? En thuis veel moet huilen? Vind je dat grappig? Plaag niet steeds hetzelfde kindAls je steeds hetzelfde kind plaagt, wordt het al gauw pesten. Is het geintje nog wel leuk?Je bent begonnen met een geintje waar de hele klas om moest lachen en je bent met dat geintje doorgegaan. Misschien denk je wel dat de klas van jou verwacht dat je doorgaat met pesten. Stoppen kan altijd! Waarom pest je eigenlijk?Jij pest, maar je bent vast geen gemeen kind. Ben je zelf vroeger gepest? Of weet je niet hoe je kunt zorgen dat anderen je leuk en stoer vinden? Heb je zelf problemen? Echte vrienden?Denk jij dat andere kinderen het leuk en stoer vinden dat jij pest? Dat is niet zo! Zoek andere stoere dingenPest je omdat het stoer staat? Probeer dan op een andere manier stoer te zijn: ga op een stoere sport of doe echt stoere dingen met je vrienden of vriendinnen. Pest ook niet op internetPesten op internet lijkt minder erg. Dat is niet zo! Het is zelfs erger. Want je ziet elkaar niet. Blijf aardig tegen elkaar. Denk je dat een ander niet aardig is? Vraag wat hij of zij bedoelde. Misschien begreep je het niet goed. Zet niet iets over anderen op internet, ook niet voor de grap. Een ander kan daar veel problemen mee krijgen.

  4. Bron: www.pestweb.nl

  5. Doe de klasgenotentest! http://www.keuzegidsweerbaarheid.nl/klasgenoten/default.asp

  6. Voor kleuters en eerste graad: http://www.beertje-anders.nl/

  7. Om uit te hangen:

  8. Achtergrondinformatie per regel op: • http://www.bobvandermeer.info/index.php?option=com_content&task=view&id=279&Itemid=100 • lessuggesties per regel op: • http://www.bobvandermeer.info/index.php?option=com_content&task=view&id=281&Itemid=100

  9. Om zelf te maken in een les beeld of zo … http://www.eenfijnedag.be/bencorrect.php

  10. EVEN STILSTAAN BIJ ONSZELF … vijf belangrijke vaardigheden die ervoor zorgen dat leerlingen een prosociale en respectvolle houding aannemen en de kans op probleemgedrag afneemt:

  11. 1. Leiding geven en grenzen stellen Zorg voor klare afspraken, duidelijke grenzen en maatregelen die op voorhand zijn afgesproken. Kinderen en jongeren moeten weten wat er heel concreet van hen wordt verwacht (en wat ze niet mogen doen). Kies bij voorkeur voor een beperkt aantal duidelijke regels (rond het meest storende gedrag) dan een teveel aan regels. Geef voorrang aan die afspraken of regels die te maken hebben met de belangrijkste problemen die je op dat ogenblik ervaart.

  12. 2. Monitoring • Kinderen laten zich niet bijsturen door een overdosis aan controle. Dit leidt enkel tot gespeelde volgzaamheid en stiekem gedrag. Kinderen laten zich makkelijker bijsturen door iemand die respect toont voor hun leef- en ervaringswereld (weten wat hen bezig houdt, waar ze mee bezig zijn, waar ze rondhangen) en niet verlegen is om hen zo nodig te waarschuwen of ( liefst preventief) op de vingers te tikken.

  13. 3. Positieve betrokkenheid • Laat zien dat je er staat voor jouw leerling(en): hij/zij moet(en) voelen en zien dat je er voor hem/haar/hen wil zijn en dat je in hem/haar/hen blijft geloven. Maak duidelijk dat jouw leerling(en) op jouw inzet en deskundigheid kunnen rekenen en dat je oprecht geïnteresseerd bent in hun persoon (met respect voor de aangegeven grenzen).

  14. 4. Positieve bekrachtiging • Stel je vast dat jouw leerling(en) zich positief gedraagt/gedragen of geeft een van hen blijk van een positieve houding, maak dan duidelijk dat je dat gedrag waardeert. Reageer snel, oprecht en zonder overdrijving. Zorg steeds voor een positieve invalshoek wanneer je commentaar geeft (maar sluit je ogen niet voor wat zorgen baart). Kijk naar de goede punten in het groeiproces van de leerling(en) en benut alle aanwezige kansen. Druk vertrouwen uit.

  15. 5. Probleemoplossend handelen • Laat jouw kinderen/leerlingen mee nadenken over problemen. Stimuleer hen op zelf oplossingen te verzinnen. Geef hen de verantwoordelijkheid die ze redelijkerwijs aankunnen.

  16. Bewegingstussendoortjes ter vergroten van de weerbaarheid: Maak jezelf sterk!Maak jezelf groot en sterk, net als de dieren in het bos. Dan voel je je ook groot en sterk. Probeer maar eens! • Stamp met je voeten op de grond, net als een grote olifant. Sta daarna stevig met je voeten op de grond! • Brul als een leeuw en kijk recht vooruit, jij bent voor niemand bang! • Sla jezelf als een gorilla op de borst en houd je schouders breed! • Zit en loop rechtop als een giraffe!

  17. Andere interessante websites: • www.kieskleurtegenpesten.be • www.jeugdenvrede.be

More Related