1 / 17

Onderwijs in informatievaardigheden: do’s en don’ts

Dr. Els Kuiper e.j.kuiper@uva.nl Afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding. Onderwijs in informatievaardigheden: do’s en don’ts. Keynote conferentie Informatie zoeken op het web 15 oktober 2010.

ciara
Download Presentation

Onderwijs in informatievaardigheden: do’s en don’ts

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Dr. Els Kuiper e.j.kuiper@uva.nl Afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding Onderwijs in informatievaardigheden: do’s en don’ts Keynote conferentie Informatie zoeken op het web15 oktober 2010

  2. Veel docenten zien noodzaak van verbeteren van informatievaardigheden bij leerlingen • Veel docenten zien ook de taak die het onderwijs daarbij heeft: kritisch leren omgaan met informatie hoort bij de kerntaak van de school

  3. Om welke vaardigheden gaat het? Onderdelen het informatiezoekproces: • Lokaliseren • Selecteren • Evalueren • Verwerken Vaardigheden die daarbij een rol spelen: zoeken, lezen en beoordelen van internetinformatie

  4. In bestaande methoden is meestal weinig aandacht voor lezen en verwerken van internetinformatie Uit: Begrijpend lezen VMBO deel 1. Giralis groep, locatie de Zuid-Vallei (2008). www.remediering.nl

  5. Die vaardigheden zijn niet gelijk verdeeld: • ‘digital divide’: gebruik van internet leidt tot nieuwe vormen van digitale ongelijkheid • niet meer gerelateerd aan verschillen in toegang tot internet maar aan verschillen in vaardigheden om met internetinformatie om te gaan • het gaat (dus) bij informatievaardigheden niet alleen om leren omgaan met ‘schoolse informatie’

  6. Er speelt bovendien méér dan vaardigheden alleen: • ongeduld • impulsiviteit • weinig flexibiliteit • gebrek aan reflectie • verwachting dat met Google ‘alles’ kant-en-klaar te vinden is … zijn oorzaken van verschijnsel dat leerlingen (en alle andere internetgebruikers) vaak wel weten hoe het moet, maar die kennis niet toepassen

  7. Taakgericht Redelijk tot goede leesvaardigheid In staat om redelijk adequate zoektermen te formuleren Efficiënt scannen van Google resultaten: eerste idee van bruikbaarheid Niet ‘zomaar’ klikken op een resultaat Herkennen van fouten; in staat om zichzelf te corrigeren en zoekstrategie aan te passen Hardop denken over manier van werken “Dit is niet over… wacht wat stond in de opdracht, 2004? Dan moet het die eerste zijn, we moeten toch daar nog even kijken” Snel afgeleid en niet taakgericht Matige leesvaardigheid Moeite met formuleren zoektermen Impulsief zoekgedrag: niet de tijd nemen om goed te kijken wat er staat Willekeurige afwisseling van heel precies lezen en websites zonder te lezen wegklikken Overschatting van eigen vaardigheden, mede daardoor snel gefrustreerd als het niet lukt “Waarom snapt Google niet wat we bedoelen?” Bij fouten wordt zoekgedrag niet gecorrigeerd, of at random en radicaal zonder goede gronden Adequaat vs niet-adequaat zoekgedrag

  8. Do’s en don’ts – schoolniveau • Doorgaande lijn: aandacht voor informatievaardigheden in alle leerjaren op alle niveaus, liefst in een leerlijn • Dus geen losse, kortdurende projecten of lessenseries • Integreer onderwijs in informatievaardigheden in de schoolvakken • Dus geen aparte lessen of een apart vak • Werk samen met (school)bibliotheek/mediatheek, met onderlinge verdeling van taken • Dus niet informatievaardigheden = bibliotheek • Maak onderwijs in informatievaardigheden iets van alle docenten: zorg voor ‘eigenaarschap’ • Dus zie het niet als alleen iets voor een ‘voorhoede’ en maak duidelijk dat het veel raakvlakken heeft met wat docenten dagelijks doen

  9. Do’s en don’ts – klasniveau • Gebruik zoveel mogelijk authentieke opdrachten waarbij leerlingen de vaardigheden geïntegreerd kunnen leren toepassen • Maar wissel die opdrachten wel af met gerichte, kleinere opdrachten voor het oefenen van specifieke deelvaardigheden • Stem het lesmateriaal af op leeftijd en niveau van de leerlingen • Bepaal van tevoren het leerdoel: schoolkennis of vaardigheden? • Als je wilt dat leerlingen kennis verwerven over een concreet onderwerp: zoek zelf goede bronnen en selecteer websites op inhoud, niveau en taalgebruik • Als je wilt dat leerlingen kritisch met internet leren omgaan: zet kennis verwerven op de tweede plaats • Besteed ook op andere momenten aandacht aan internetgebruik en informatievaardigheden

  10. Do’s en don’ts – niveau didactisch handelen • Modelen: doe hardop voor hoe je te werk gaat • Bespreek veel na: reflecteer samen met de leerlingen op wat goed en minder goed ging • Gebruik daarbij een IWB of een beamer • Laat leerlingen zelf vertellen en voordoen hoe ze het aan hebben aangepakt, en betrek rest van de klas daarbij • Model ook het ‘denken’ en het gewenste gedrag • Verplaats je in de leefwereld van de leerlingen • Ook jonge kinderen gebruiken Google en geen kinderzoekmachines • Ga het gesprek aan met leerlingen over hoe zij internet in hun dagelijks leven gebruiken • Bespreek samen verschillende strategieën en de voor- en nadelen (bv trial-and-error)

  11. Leerling: Wij gingen hierheen [typt in www.pathe.nl] Docent: Waarom kozen jullie die site uit? Leerling: Ik ben daar geweest Docent: Jij kende die bioscoop. Dat is slim. Soms weet je al een site waar je iets kunt vinden. Laat eens zien hoe jij zocht op die site. Leerling: Dan ga je naar Pathe Arena. En dan staat hier Tarieven. Docent: En drukte je gelijk op Tarieven? Leerling: Nee ik ging allemaal kijken. Ik keek eerst op Bios Info. En op Adres en openingstijden. Docent: Laat eens zien, wat stond daar? [leerling klikt op ‘Adres en openingstijden’] Docent: Wat zie je nu? Waar gaat dit over? Leerling: Dit is openbaar vervoer, metro, trein [Docent bespreekt met leerlingen het woord openbaar vervoer] Docent: Hier staat dus hoe je er kunt komen. Leerling: Ja en hier staat ook tarieven. Maar dat is voor auto. Tarief 4 euro 50 voor 4 uur anders 2 euro 50 per uur. Docent: Maar jullie zochten wat het kost om naar de bioscoop te gaan. Leerling: Ja toen zagen we nog een keer Tarieven. Hier. En hier staat Tarieven en Normaal. Online is 8 euro 80. Ticket machine is 9 euro 10. En kassa is 9 euro 50. Ochtend is goedkoopst. En voordeeldinsdag.

  12. Verschillen tussen leeftijden en niveaus: • Van jong naar ouder en van vmbo naar vwo = van concreet naar meer abstract • Bij jongere leerlingen en in lagere onderwijsniveaus relatief veel aandacht voor lezen en woordenschat, en voor opdelen in deelvaardigheden • Met name in het vmbo is het essentieel dat er vaak en door de vakken heen aandacht wordt besteed aan kritisch omgaan met informatie, met veel nadruk op de rol die dat speelt in het dagelijks leven

More Related