Download
hoofdstuk 3 periode 1918 1945 n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Hoofdstuk 3: PERIODE 1918-1945 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Hoofdstuk 3: PERIODE 1918-1945

Hoofdstuk 3: PERIODE 1918-1945

181 Views Download Presentation
Download Presentation

Hoofdstuk 3: PERIODE 1918-1945

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Hoofdstuk 3: PERIODE 1918-1945 Industrialisatie, economische crisis en een wereldoorlog

  2. OPM: • Republikeinen nu conservatief • Democraten nu progressief

  3. 1. Industrialisatie en veranderingen in de samenleving

  4. De Red Scare (1919-1920) • Oorzaken Red Scare: • Russische revolutie • Activiteiten van kleine communistische en socialistische partijen • Stakingen op grote schaal

  5. Reactie Amerikaanse overheid (geleid door minister van Justitie Palmer): • Arrestaties echte of vermeende communisten • Deportatie van immigranten • Drastisch beperken immigratie uit Europa

  6. Einde Red Scare? • Voorspelde revolutie vindt niet plaats MAAR: wel nog verdere argwaan

  7. Nieuw economisch tijdperk onder leiding van de Republikeinen • Einde van de Progressive Era • Presidenten Harding en Coolidge geloven in economisch liberalisme

  8. Groeiende welvaart in de jaren ‘20 • Enorme groei in elektrotechnische en auto-industrie • Rationalisatie van de arbeid (lopende band) → Prijzen dalen en lonen stijgen

  9. Hoogtepunt consumptie door: • Stijging lonen • Groot aanbod nieuwe elektrotechnische producten • Professionele reclame • Mogelijkheid tot lenen van geld • Betalen op afbetaling

  10. Gevolg: Ontstaan New Capitalism = Idee dat economie alleen nog maar verder stijgt en socialisme wordt zelfs overbodig! (VANDAAR: Republikeinse presidenten)

  11. Door optimisme over de economie gaan steeds meer mensen speculeren en geld lenen Loon zou toch blijven stijgen: • Bevolking mag lenen om aandelen te kopen • Aankopen nieuwe producten op afbetaling

  12. Federale overheid toont te weinig begrip voor structurele economische problemen • Overproductie: meer produceren dan loon stijgt • Spoorwegen, textielindustrie en mijnbouw hadden al een tijd structurele problemen • Overproductie in landbouw na WO I (+ Europese landen richten zich opnieuw op eigen economie) • Ondanks welvaartsstijging konden nog veel mensen de producten niet kopen

  13. De ‘beurskrach’ van New York in 1929: ineenstorting van de aandelenhandel • Al twijfels vanaf begin 1929 • Op zwarte donderdag, 24 oktober 1929: krach

  14. Gevolgen? • Speculanten kunnen geleend geld niet terugbetalen • Vervolgens gaan zeer veel banken failliet • Vervolgens geen leningen meer voor ondernemers, zij ook failliet • Geen leningen meer voor producten dus verkoop daalt

  15. - Grote werkeloosheid in de VS

  16. Onder president Hoover verergert de crisis • Hoover houdt vast aan economisch liberalisme • Recessie groeit uit tot depressie Bv: Hoovervilles

  17. Roosevelt bestrijdt de depressie met zijn eerste New Deal • Franklin DelanoRoosevelt – 1933-1945 • Overheid wordt eindelijk actief! • Wetten uitvaardigen voor verschillende sectoren economie (beperken productie, werkverschaffingsprojecten,…) AAA, NIRA • Organisatie oprichten om deze wetten uit te voeren NRA

  18. Zakenlieden en Hooggerechtshof tegen New Deal • Zakenlieden noemen het ‘communistisch’ (zij betalen nu – Hoover gaf hen juist steun) • Hooggerechtshof roept enkele wetten terug (te veel federale wetten!) MAAR: volk steunt Roosevelt en verkiezen hem opnieuw!

  19. De tweede New Deal: streven naar maatschappelijke hervorming • Meer gericht op maatschappelijke hervorming • SocialSecurity Act (werkeloosheid, pensioen en invaliditeit) • National Labor Relations Act • Works ProgressAdministration

  20. Het einde van de New Deal • Vanaf 1937 wordt verdere uitbouw geblokkeerd • Roosevelt voert bezuinigingen door • Zuidelijke Democraten en Republikeinen werken tegen

  21. In de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de depressie • Economische gevolgen: • Verdubbelen productie • Werkeloosheid verdween bijna compleet

  22. Sociale gevolgen: • Aantal vrouwelijke arbeidskrachten stijgt enorm • Macht van de vakbeweging neemt toe

  23. 2. In de strijd voor gelijke burgerrechten wordt door de zwarten weinig bereikt

  24. De zwarte bevolking levert een bijdrage aan de Eerste Wereldoorlog • Mannen en vrouwen gaan werken in oorlogsindustrie • Zwarte mannen dienden in het leger (alhoewel apart van blanken) → Hoop op einde segregatie na WO I → Verzet van de zwarte bevolking groeit aan

  25. De achterstelling van de zwarten bleef, maar het verzet ertegen groeide • Na WO I • Veel zwarten naar Noorden in hoop dat daar een beter leven was • Ontstaan van zwarte ghetto’s

  26. Tijdens interbellum • protestacties, stakingen, demonstraties,… • NAACP voert actie tegen lynchen in zuiden en aanspannen van rechtszaken • UNIA en tijdschrift ‘Black World’

  27. MAAR tegenstanders houden vol: • Reageren met geweld en nationalguard op lokaal niveau • Rechtspraak discrimineert de zwarten • De KluKluxKlan leeft weer op → Steeds grotere protestacties

  28. Teleurstelling bij de zwarten over de New Deal • New Deal beperkt productie in landbouw dus veel zwarten ontslagen • Later is werkeloosheidsuitkering van zwarten verlaagd MAAR: dankzij New Deal werd wel meer werk gecreëerd

  29. Meer gelijkheid in het leger van de VS, maar segregatie blijft bestaan tot 1948 • Al meer zwarten benoemd tot officier • MAAR: zwarten nog steeds functies achter het front • MAAR: nog steeds aparte eenheden Pas in 1948: segregatie in leger afgeschaft

  30. 3. Isolationisme in buitenlands beleid wordt door WO II doorbroken

  31. De VS worden geen lid van de Volkenbond • Na WO I: Vrede van Versailles • Plan van Woodrow Wilson – Veertien Punten BV: • Internationaal rechtssysteem • Zelfbeschikkingsrecht voor volkeren • Geen oorlog om land • Oprichting Volkenbond

  32. MAAR: VS gaat niet akkoord met Verdrag van Versailles • Republikeinse Senaat is tegen • Oude waarden moeten opnieuw belangrijk worden (kleinschaligheid, gemeenschapszin,…)

  33. Uit eigenbelang geen volledig isolationisme onder de Republikeinse presidenten • Harding, Coolidge en Hoover • Volledige terugkeer is onmogelijk, VS is economische supermacht

  34. Enkel internationaal ingrijpen voor eco en pol belangen VS • VS claimt Latijns- Amerika als invloedssfeer • Protectionistische economie • Dawesplan zorgt voor contact met Europa

  35. Roosevelt wijzigt buitenlandse politiek deels: ‘GoodNeighboorPolicy’ in Latijns-Amerika • GoodNeighboorPolicy: VS werkt nauwer samen met Latijns-Amerikaanse landen • Ingrijpen in jaren 30 neemt af • Open Door Policy in China onder druk door Japan (maar men grijpt niet in!)

  36. Tegen de zin van Roosevelt blijven de VS zich vasthouden aan isolationisme • Jaren ‘30 • Neutraliteitswet • Ook na bezetting delen Europa moet Roosevelt en dus VS afzijdig blijven

  37. Roosevelt toont toch betrokkenheid • Lend Lease Act • Opzetten Atlantisch Handvest met Churchill