Hoofdstuk 3 - PowerPoint PPT Presentation

hoofdstuk 3 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Hoofdstuk 3 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Hoofdstuk 3

play fullscreen
1 / 20
Hoofdstuk 3
152 Views
Download Presentation
deiondre
Download Presentation

Hoofdstuk 3

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Hoofdstuk 3

  2. Na de WOI vluchtte de keizer naar Nederland • Waarom NL? • Nederland was een neutraal land. • Bleef in NL tot aan zijn dood.

  3. Vrede van Versailles • Vs, Eng, Fra winnaars. • Duitsland als enige schuldig (oostenrijk-hongarije valt uit in meerdere staten) • Men wilde Duitsland zwaar straffen (zwak houden) om te voorkomen dat ze ooit weer europa proberen te veroveren.

  4. In de Vrede van Versailles staat: • Duitsland moest herstelbetalingen in goud doen. • Duitsland moest gebieden en kolonies afstaan. • Duitse leger mocht niet groter zijn dan 100.000 man. • Er mochten geen Duitse soldaten zijn in het Rijnland. (Rijnland was aan de grens met Frankrijk. Dus geen soldaten om te voorkomen dat ze ooit proberen aan te vallen). • (Poolse corridor; polen kreeg een weg naar zee door Duits grondgebied)

  5. De nieuwe regering: Republiek van Weimar • 19 januari 1919 vrije verkiezingen in Duitsland (parlementaire democratie) • De republiek tekende de VVV want anders zou het leidden naar een nieuw oorlog. • Duitsers waren tegen de republiek omdat ze tegen de vvv waren. • Men begreep niet waarom ze schuldig waren terwijl er niet op Duits grondgebied werd gevochten.

  6. Volkenbond • Conflicten op een vreedzame manier oplossen. • De senaat wilde niets te maken hebben met problemen in Europa en stemden om geen deel te maken van het Volkenbond. • Het volkenbond is een voorloper van de Verenigde Naties.

  7. 2.1 beurskrach van 1929 • 1923 duitsland kon de herstelbetalingen niet betalen. • De regering begon extra geld te drukken met als gevolg inflatie. • Rurhgebied werd in beslag genomen door de Fransen zodat Duitsland zich aan de herstelbetalingen hield. (1923) • VS leent geld aan Duitsland om de economie te stimuleren. • 1929: de beurscrisis; de beurskoersen stortten volledig in. Gevolg-> een wereldwijde economische crisis.

  8. 2.2 gevolgen • VS wilde hun geleende geld terug. • Duitsland had geen geld want alles was geïnvesteerd in de opbouw van de economie. • Fabrieken moesten sluiten, werkloosheid, export daalde. • De regering kon de problemen niet oplossen.

  9. Nationaal-socialistenNazi's • De nazi's vonden dat de democratie en de joden de schuld hadden van alle ellende. • Alleen een sterke leider kon de ellende oplossen dus Hitler • Hitler beloofde een eind te maken aan de werkloosheid en de Vrede v Versailles.

  10. 2.3 NL onder Colijn • 1934: 25% werkloosheid • Werklozen kregen uitkering maar was te laag. • Werlozen moesten elke dag gaan stempelen. • Er kwamen werkverschaffingsprojecten (bv de afsluitdijk). • Aanpassingspolitiek (alleen helpen als het nodig was). • Nederland wilde zijn neutraliteit houden voor het geval er nog een oorlog zou uitbreken.

  11. Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 opkomst nationaal socialisme

  12. 1933 NSDAP (ideeën nationaal socialisme) • Democratie afschaffen; èèn leider!! • Lebensraum: levensruimte. Duitstalige mensen moesten binnen de grenzen van het Duitse rijk wonen. • Herbewapening (dit gaat tegen de Vrede van Versailles) • Rassenleer: de arische ras is de hoogste ras. Nazis vonden dat joden uitgeroeid moesten worden. • Antisemitisme; jodenhaat. Joden kregen de schuld van de nederlaag van de WOI, werkloosheid etc.

  13. Italië en fascisme • Fascisten hadden ongeveer dezelfde ideeën als de nazi's. • Tegen democratie, èèn sterk leider ( Mussolini). • Verschil tussen nazi's en fascisten: bij de fascisten was de rassenleer en jodenhaat geen belangrijk punt.

  14. 3.2 Duitsland wordt een dictatuur • 1933 wordt Hitler de eerste minister • Hij zorgde ervoor dat de tweede kamer een wet aannam waarbij alleen de NSDAP als politieke partij werd toegestaan. • Duitsland werd een dictatuur dus èèn leider en èèn partij hebben alle macht. • Geen vrijheid van mening, alle burgers moesten de leider gehoorzamen.

  15. Propaganda en terreur • Via de media werden de ideeën van de nazi's verspreid. • Op school leerden de kinderen dat Hitler een zegen was voor Duitsland. • De jeugd was de toekomst!!! • Kritiek op de nazi's was verboden. • Mensen tegen de nazi's werden opgesloten. • De SS en SA bedreigden de mensen, pakten de joden, zigeuners etc die tegen waren. • D.m.v terreur de mensen onder controle houden.

  16. Nationaalsocialisme in Nederland. • 1931 NSB ( nationaal socialistische beweging) wordt de nieuwe politieke partij (leider Anton Mussert) • Eens met Duitse ideeën. • Volgens hen moest de democratie afgeschaft worden om de economische crisis op te lossen. • Vonden andere (communistische en socialistische) partijen een gevaar. • NSB was niet antisemitisch.

  17. 4.1 totalitaire staat. • Iedereen is ondergeschikt aan de staat -> de staat beheerst het leven van de burgers. • Gelijkschakeling: op dezelfde manier opgeleid worden. Iedereen moest op èèn lijn blijven ( geschiedenis, bio lessen over nazi ideeën) • Eèn partij en één leider. • Indoctrinatie( wij weten wat goed is voor jou) • Geheime politie mag altijd ingrijpen. Rechten van de mens tellen niet meer. • Alles staat onder controle van de staat (pers, kunst, opvoeding, godsdienst) alle joodse boeken, kunst etc werd verboden.

  18. 4.2 dagelijks leven • Na 1933 daalt de werkloosheid. • Niet alle Duitsers kregen een beter leven. Er werd veel beloofd maar alle winsten werden in de bouw van het leger gestopt. • Joden kregen de schuld dat niet alles beter ging. • Nazi ideeën werden aan kinderen geleerd ( gelijkschakeling) • Moederschap werd bevorderd... Dus vrouwen moesten thuis zijn en meer kinderen krijgen. • Gestapo (geheime politie) had als taak politieke tegenstanders op te sporen en gevangen te nemen in concentratiekampen.

  19. 4.3 discriminatie • Joden en mensen met een andere huidskleur of afkomst werden ontslagen. • 1935 Neurenberg rassenwetten: • 1 huwelijk tussen Joden en "echte" Duitsers was verboden. • 2 seksuele relaties tussen joden en "echte" Duitsers was verboden. • 3 joodse bedrijven waren verboden om "echte" vrouwelijke Duitsers in dienst te nemen. • Door deze wetten werd de burgerrechten van joden afgepakt. Duitsers hoopten dat joden het land zouden verlaten.

  20. 1938 Kristallnacht • Winkels werden geplunderd, synagogen in brand gestoken en joden mishandeld of vermoord. • Veel joden probeerden te vluchtten maar andere landen lieten vluchtelingen niet toe. Ze hadden al veel problemen met de economie. Dus veel joodse vluchtelingen werden terug gestuurd.