Welkom op de cursus basisveiligheid vca versie 4 5
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 152

Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.5 PowerPoint PPT Presentation


  • 126 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.5. Telefoon uit a.u.b. Tijdens het examen is het tonen van een geldig legitimatiebewijs verplicht. Introductie. Basisveiligheid VCA Opleiding over veiligheid gezondheid welzijn voor werknemers.

Download Presentation

Welkom op de cursus Basisveiligheid VCA Versie 4.5

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Welkom op de cursus basisveiligheid vca versie 4 5

Welkom op de cursusBasisveiligheid VCAVersie 4.5


Telefoon uit a u b

Telefoon uit a.u.b..


Tijdens het examen is het tonen van een geldig legitimatiebewijs verplicht

Tijdens het examen is het tonen van een geldig legitimatiebewijs verplicht.


Introductie

Introductie

Basisveiligheid VCA

Opleiding over

veiligheid

gezondheid

welzijn

voor werknemers


Introductie1

Introductie

Hoofdstukindeling

  • Arbeidsomstandigheden en milieu

  • Arbo in de praktijk

  • Gevaarlijke stoffen

  • Etikettering en Signalering

  • Elektriciteit

  • Brand- en explosiegevaar

  • Werken in besloten ruimten

  • Werkplekeisen algemeen

  • Hijs- en hefwerktuigen

  • Werken op hoogte

  • Handgereedschap

  • Gereedschapsmachines

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen


Arbeidsomstandigheden en milieu

Arbeidsomstandigheden en milieu

Hoofdstuk 1

Arbeidsomstandigheden en milieu

1.1De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

1.2Rechten en plichten

1.3Toezicht en de Inspectie SZW

1.4Arbo-ondersteuning

1.5Milieu en Europese richtlijnen

1.6Vragen


Arbeidsomstandigheden en milieu1

Arbeidsomstandigheden en milieu

Belangrijkste elementen van de Arbowet:

  • Veiligheid en gezondheid;

  • Voortdurende verbetering;

  • Werkgever en werknemer verantwoordelijk;

  • Samenwerking en overleg;

  • Deskundige ondersteuning.

Blz 6 / 7


Arbeidsomstandigheden en milieu2

Arbeidsomstandigheden en milieu

Arbowet

  • Arbowetdoelvoorschriften

  • Arbobesluit toelichting

    Hulpmiddel bij overheidstoezicht en – handhaving

  • Arbocatalogus door werkgever en werknemers opgesteld

  • Branche brochure informatie van Inspectie SZW voor bedrijven

Blz 6 / 7


Arbeidsomstandigheden en milieu3

Arbeidsomstandigheden en milieu

Arbeidstijdenwet

Regels voor werk en rusttijden.

Maximale werktijd per dag en week.

Hoeveel uren werken en hoeveel uren rust.

Rekening houden met werknemer zijn zorgtaken in gezin.

Blz 6


Arbeidsomstandigheden en milieu4

redelijkerwijs

Arbeidsomstandigheden en milieu

Plichten van de werkgever:

  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);

  • Optellen van plan van aanpak;

  • Voeren van beleid;

  • Onderzoeken, melden en registreren van ongevallen;

  • Geven van voorlichting;

  • Zorgen voor veilige middelen en werkmethoden.

Blz 8


Arbeidsomstandigheden en milieu5

Arbeidsomstandigheden en milieu

Verantwoordelijkheden werknemers:

  • Geen gevaar veroorzaken

  • Beveiligingen en persoonlijke beschermings middelen toepassen

  • Voorlichting en instructie volgen

  • Gereedschap (en machines) op de juiste manier gebruiken

  • Melden van gevaar

  • Meewerken aan ongevallen-onderzoek

Blz 8 / 9


Arbeidsomstandigheden en milieu6

Arbeidsomstandigheden en milieu

Rechten van de werknemers:

recht op werkonderbreking als:

  • Ernstig gevaar dreigt voor mensen;

  • Direct dreigend;

  • Arbeidsinspectie kan niet tijdig ter plaatse zijn;

  • Direct melden aan leidinggevende.

    Ook melden aan de Inspectie SZW

Blz 9


Arbeidsomstandigheden en milieu7

Arbeidsomstandigheden en milieu

De Inspectie SZW

Inspecteurs van SZW controleren op naleving van de Arbowet

Inspecteurs van SZW zijn bevoegd om onderzoek te doen bij bedrijven

Inspecteurs van SZW mogen werknemers vragen naar een geldige legitimatie

Blz 10


Arbeidsomstandigheden en milieu8

Arbeidsomstandigheden en milieu

De inspecteur SZW:

  • Geeft een waarschuwing

  • Stelt een “eis tot naleving”

  • Legt het werk stil

  • Geeft een boete (lik-op-stukbeleid)

  • Stelt een procesverbaal op

Blz 10/ 11


Arbeidsomstandigheden en milieu9

Arbeidsomstandigheden en milieu

Deskundige ondersteuning

Om de werkgevers en werknemers te helpen bij de

uitvoering van een goed Arbo-beleid zijn er de volgende

mogelijkheden:

  • Interne deskundige (bijvoorbeeldpreventiemedewerkeren/of Arbodeskundige/veiligheidskundige;

  • Het bedrijf is aangesloten bij een interne of externegecertificeerde Arbo-dienst(vangnetregeling);

  • Het bedrijf heeft een contract afgesloten met een bedrijfsarts(maatwerkregeling).

Blz 12


Arbeidsomstandigheden en milieu10

Arbeidsomstandigheden en milieu

Deskundige ondersteuning

De preventiemedewerker:

  • Stelt o.a. de RI&E op en het plan van aanpak;

  • De RI&E moet wel getoetst worden door een gecertificeerde Arbodeskundige en deze adviseert over het plan van aanpak.

Blz 12


Risico inventarisatie en evaluatie ri e

Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E)

  • Verplicht voor alle bedrijven met (ingeleend) personeel

  • Inventarisatie van gevaren bij het werk en de kans op negatieve effecten

  • Evaluatie: plan van aanpak

    • gevaren en risico’s voor mensen voorkomen of

    • zo klein mogelijk houden

      RI&E en plan van aanpak: regelmatig bijstellen

Blz 12


Arbeidsomstandigheden en milieu11

Arbeidsomstandigheden en milieu

Deskundige ondersteuning

Medewerking van de interne of externe Arbodienst of van een bedrijfsarts is verplicht voor:

  • Het begeleiden van zieke werknemers;

  • Het uitvoeren van het (vrijwillige)Periodieke MedischOnderzoek (PMO);

  • Aanstellingskeuringen waar deze noodzakelijk zijn voor defunctie.

    In ieder geval moeten bedrijven over interne Arbo-deskundigheid beschikken.

Blz 12 / 13


Arbeidsomstandigheden en milieu12

Arbeidsomstandigheden en milieu

WET MILIEUBEHEER

Doelen:

  • Bescherming/verbetering van milieu

  • Doelmatige verwijdering van afvalstoffen

    Dus:

  • Productieprocessen aanpassen;

  • Uitstoot beperken;

  • Afval verminderen en scheiden.

Blz 14


Arbeidsomstandigheden en milieu13

Arbeidsomstandigheden en milieu

MILIEUWETGEVING

  • Wet Milieubeheer, doel: bescherming en verbetering van milieu

  • Wet Milieubeheer Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren:Vergunning met voorschriften en Uitvoeringsbesluiten met regels

  • Wet Milieugevaarlijke Stoffen (nu EG-verordening REACH), doel: mens en milieu te beschermen tegen gevaarlijke stoffenBevat regels over Meldingsplicht, Werkzaamheden, Etikettering en Verpakking

  • REACH=Registratie Evaluatie Autorisatie Chemische stoffen

Blz 14


Ce markering

CE-markering

CE = Conformité Européene

CE = Europese richtlijn voor gebruikveiligheid van producten

  • Verplicht voor o.a. arbeidsmiddelen, werkkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen etc.

  • Verplicht in alle EU-landen

Blz 14


Arbo in de praktijk

Arbo in de Praktijk

Hoofdstuk 2

Arbo in de praktijk

2.1Risico’s

2.2Ongevalbeheersing

2.3Preventie

2.4Het melden van ongevallen

2.5Taak Risico Analyse en Laatste Minuut Risico Analyse

2.6Veilig gedrag

2.7Procedures en instructies, signalering

2.8Noodsituaties en Bedrijfsnoodplan

2.9Vragen


Arbo in de praktijk1

Arbo in de Praktijk

BRONNEN VAN RISICO’S

  • Het soort werk

  • Kennis en ervaring

  • De werkplek zelf

  • Het welzijn

  • De mentaliteit

Blz 18


Arbo in de praktijk2

Arbo in de Praktijk

VEILIGHEID:

IS HET BEWUST NEMEN VANAANVAARDBARE RISICO’S

Blz 18


Arbo in de praktijk3

Arbo in de Praktijk

Een ongeval is ongewenst

met schade en/of letsel

tot gevolg

Een bijna-ongeval

is ongewenst

maar heeft geen

schade en/of letsel

tot gevolg

Wat een geluk!

Blz 20


Arbo in de praktijk4

Arbo in de Praktijk

Ongevallen gebeuren niet zo maar

Er gaat een reeks aan gebeurtenissen vooraf:

Ongevallen voorkomen door:

  • Voorkomen van onveiligehandelingen

  • Voorkomen van onveiligesituaties

    Maatregelen:

    bv. taak- of werkomschrijving, toezicht

    instructie en voorlichting

Blz 20


Arbo in de praktijk5

Arbo in de Praktijk

Veiligheid is een taak voor iedereen!

20% onveilige situaties!

80% onveilige handelingen!

Blz 21


Arbo in de praktijk6

Arbo in de Praktijk

Als er toch een (bijna-)ongeval plaatsvindt ..

Intern

nummer

Melden

en

Registreren

Blz 24


Arbo in de praktijk7

Arbo in de Praktijk

TRA en LMRA

Taak Risico Analyse

  • Analyse van de gevaren

  • Bij uitvoering van risicovolle taken

  • Veiligheid en de gezondheid van werknemers.

    Doel:

  • Risico’s te analyseren en te evalueren

  • Afspreken van juiste beheersmaatregelen

    Toepassing bij:

  • Uitvoering van risicovolle taken / werkzaamheden

  • Uitvoering van werk in een risicovolle omgeving

  • Blz 26


    Arbo in de praktijk8

    Arbo in de Praktijk

    TRA en LMRA

    Laatste minuut risico analyse

    Een LMRA of Start Werk Analyse:

    • Uitvoeren voor je echt aan het werk gaat

    • Korte risico controle en “zelf check”

    • Eerst denken dan pas doen

    Blz 26


    Arbo in de praktijk9

    Arbo in de Praktijk

    Veiligheidsgedrag

    Veilig gedrag is:

    Je zodanig gedragen dat je jezelf en anderen niet in gevaar brengt

    Dat bereik je door:

    • Je aan de veiligheidsvoorschriften houden;

    • Aanwijzingen en instructies opvolgen;

    • Onveilige handelingen stoppen;

    • Onveilige situaties opheffen;

    • Onveilig gedrag: persoon aanspreken of melden aan leidinggevende;

    • Orde en netheid betrachten.

    Blz 27


    Arbo in de praktijk10

    Arbo in de Praktijk

    Veiligheidsgedrag

    Gevaar van alcohol en drugsgebruik:

    • Verminderde waakzaamheid;

    • Verminderd of problematisch functioneren;

    • Verminderd inschattingsvermogen van situaties;

    • Drempelverlagend voor grensoverschrijdend gedrag;

    • Overschatting van de eigen mogelijkheden;

    • Verhoogde werkdruk op collega’s en verstoring van de werkorganisatie.

    Blz 27


    Arbo in de praktijk11

    Arbo in de Praktijk

    Procedures en instructies

    Algemene veiligheidsregels hebben betrekking op:

    • Aan en afmelden;

    • Verkeersregels op het terrein;

    • Hoe te handelen bij calamiteiten;

    • Scheiden van afval;

    • Melden van ongevallen, brand en incidenten.

      Deze zijn bedoeld voor:

    • De gehele organisatie;

    • Eigen personeel;

    • Uitzendkrachten;

    • Andere personen op de locatie;

    • Personeel van aannemers en onderaannemers.

    Blz 28


    Arbo in de praktijk12

    Arbo in de Praktijk

    Procedures en instructies

    Specifieke veiligheidsregels hebben betrekking op:

    • Betreden van besloten ruimten;

    • Werken op hoogte;

    • Warm/heet werk;

    • Werken in explosiegevaarlijke omgeving;

    • Gebruik van de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen;

    • Graafwerkzaamheden;

    • Gebruik van specifieke gereedschappen, apparatuur en werktuigen.

      Zij hebben betrekking op:

    Blz 28


    Arbo in de praktijk13

    Arbo in de Praktijk

    Bedrijfshulpverleningsplan

    Doel:

    • Voorbereid zijn op noodsituaties;

    • Noodsituaties bestrijden;

    • Slachtoffers voorkomen en beperken;

    • Slachtoffers helpen.

      Het BHV plan moet bij iedereen bekend zijn, dus ook bij bezoekers.

    Blz 29


    Arbo in de praktijk14

    Arbo in de Praktijk

    Bedrijfshulpverleningsplan

    In de instructies staat onder meer het volgende:

    • Onmiddellijk werk onderbreken, externe communicatie stoppen;

    • Ins tructies van de opdrachtgever opvolgen;

    • Zich naar de evacuatieplaats begeven, conform evacuatieplan of instructies BHV-er;

    • Evacueren dwars op de windrichting;

    • Bij aankomst op de evacuatieplaats aanwezigheid melden.

      Gebruik geen liften!

    Blz 29


    Arbo in de praktijk15

    Arbo in de Praktijk

    Wat te doen in geval van nood:

    • Eerst melden / alarmeren

    • Handelen en maatregelen nemen

    • Situatie veiligstellen en erger voorkomen

    • Beëindiging incident / noodsituatie door hoofd bedrijfsnoodorganisatie

    Blz 29


    Gevaarlijke stoffen

    Gevaarlijke stoffen

    Hoofdstuk 3

    Gevaarlijke stoffen

    3.1Risico’s door opname van gevaarlijke stoffen

    3.2Gevaarlijke stoffen en vergiftiging

    3.3Soorten gevaarlijke stoffen

    3.4Industriële gascilinders en opslag in vaten en tanks

    3.5Biologische stoffen

    3.6Grenswaarden

    3.7Maatregelen tegen gevaarlijke stoffen

    3.8Vragen


    Gevaarlijke stoffen1

    Gevaarlijke stoffen

    Opname van gevaarlijke stoffen via:

    • Spijsverteringsorganen (mond)

    • Ademhalingsorganen (longen)

    • Huid

    Blz 32


    Gevaarlijke stoffen2

    Gevaarlijke stoffen

    Voorkomen van opname in het lichaam:

    • Draag beschermende kleding en schoeisel;

    • Zorg voor goede ventilatie en/of adembescherming;

    • Eet, drink en rook niet op de werkplek;

    • Trek vuile werkkleding uit bij pauzes en einde werkdag;

    • Was altijd eerst je handen en gezicht als je gaat eten,drinken en roken;

    • Verzorg wondjes zoals het hoort.

    Blz 32


    Gevaarlijke stoffen3

    Vergiftiging

    ACUUT

    CHRONISCH

    Gevaarlijke stoffen

    Blz 34


    Gevaarlijke stoffen4

    Gevaarlijke stoffen

    Risico’s van gevaarlijke stoffen:

    • Reukgrens ligt hoger dan de grenswaarde;

    • Sommige gevaarlijke stoffen ruiken aangenaam;

    • Sommige gevaarlijke stoffen schakelen de reukzenuw al bij lage concentraties uit waardoor je denkt dat je veilig bent (H2S);

    • Maskering van gevaarlijke stoffen door andere (niet) gevaarlijke stoffen;

    • Geur is persoonsafhankelijk.

    Blz 34


    Gevaarlijke stoffen5

    Gevaarlijke stoffen

    Vormen waarin gevaarlijke stoffen

    kunnen voorkomen:

    • Gas;

    • Damp;

    • Vloeistof;

    • Vaste stof;

    • Nevel;

    • Stof.

    Blz 36


    Gevaarlijke stoffen6

    Gevaarlijke stoffen

    Eigenschappen:

    • Explosief

    • Oxiderend

    • Zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, ontvlambaar

    • (Zeer) giftig.

    • Schadelijk of irriterend

    • Bijtend of corrosief

    • Kankerverwekkend

    • Milieugevaarlijk

    • Sensibiliserend

    Blz 36


    Gevaarlijke stoffen7

    Gevaarlijke stoffen

    Soorten:

    • (Organische) oplosmiddelen

    • Cyclische verbindingen

    • Zuren en logen

    • Zware metalen

    • Koolmonoxide

    • Asbest

    • Cement

    • Huishoudmiddelen

    Blz 37


    Gevaarlijke stoffen8

    Gevaarlijke stoffen

    Huishoudmiddelen

    Gebruik van gevaarlijke stoffen in het huishouden.

    Risico’s zijn dezelfde als in het bedrijf. Dus:

    • Dezelfde beschermende maatregelen nemen als in het bedrijf!

    • Houdt kinderen uit de buurt

    • Zorg dat kinderen er niet bij kunnen komen door gevaarlijke stoffen achter slot en grendel op te slaan.

    • Brandgevaarlijke stoffen koel opslaan.

    Blz 37


    Gevaarlijke stoffen9

    Gevaarlijke stoffen

    Industriële gascilinders

    • Kleurcodering op schouder van cilinder.

    • Correct opslaan.

    • Batterijen gasflessen niet opstellen op arbeidsplaats.

    • Voldoende ventilatie van opslagruimte.

    • Nooit opslaan in of bij kelders,putten en sleuven.

    • Zuurstofflessen gescheiden houden van flessen met brandbare gassen.

    • Aangepaste blusmiddelen.

    • Water als koelmiddel bij opslagruimte.

    Blz 38


    Gevaarlijke stoffen10

    Gevaarlijke stoffen

    Preventieve maatregelen

    • Controleer opslagvaten en tanks regelmatig op lekkage.

    • Controleer bedrijfsinstallaties zoals leidingen, filters, afsluiters en verdeelstukken op lekkages.

    • Zorg voor voldoende lekbakken.

    • Ruim gelekte producten zo snel mogelijk op.

    Blz 38


    Gevaarlijke stoffen11

    Gevaarlijke stoffen

    Biologische stoffen

    Biologische stoffen komen bijvoorbeeld voor in de:

    • Afvalverwerkingindustrie;

    • Gezondheidszorg;

    • Landbouw;

    • Voedingsindustrie;

    • Waterzuiveringsinstallaties.

    Blz 39


    Gevaarlijke stoffen12

    Gevaarlijke stoffen

    Biologische stoffen

    Risico’s bij blootstelling:

    • Infecties;

    • Vergiftigingen;

    • Allergie;

    • Schimmels.

      Wanneer?

    • Bij contact met dieren;

    • Werken in riolen;

    • Werken in vervuilde grond

    • Werken in bepaalde afdelingen van ziekenhuizen en verpleegcentra.

    Blz 39


    Gevaarlijke stoffen13

    Gevaarlijke stoffen

    Preventieve maatregelen bij Biologische stoffen:

    • Inenten;

    • Blootgestelde werknemers beperken;

    • Duur blootstelling beperken;

    • Beschermende kleding gebruiken;

    • Huidcrème gebruiken;

    • Oogbescherming gebruiken;

    • Na het werk en bij pauze de handen en gezicht wassen.

    Blz 39


    Gevaarlijke stoffen14

    Gevaarlijke stoffen

    Grenswaarde

    Wordt uitgedrukt in:

    • deeltjes (gas) per miljoen deeltjes lucht [ppm]

      of

    • milligram stof per kubieke meter [mg/m3]

    Blz 40


    Gevaarlijke stoffen15

    Gevaarlijke stoffen

    Grenswaarde

    • Grenswaarde-TGG (Tijd gewogen gemiddelde)= maximaal 8 uur per dag of maximaal 40 uurper week

    • Grenswaarde-C (Ceiling)= plafondwaarde ofwel maximale waarde ongeacht tijdsduur

    • Grenswaarde-H Stoffen gaan gemakkelijk door de huid

    Blz 40


    Gevaarlijke stoffen16

    Gevaarlijke stoffen

    Grenswaarde

    Grenswaarden zijn gezondheidskundige waarden.

    De grenswaarde geldt voor mensen die:

    • Niet meer dan 8 uur per dag werken;

    • Niet meer dan 40 uur per week werken;

    • Volwassen en gezond zijn;

    • Onder normale omstandigheden werken en geen zwaar werk doen.

    Blz 40


    Gevaarlijke stoffen17

    Gevaarlijke stoffen

    Maatregelen ter voorkoming aan blootstelling:

    • Maatregelen aan de bron

    • Ventilatie

    • Scheiden van mens en bron

    • Persoonlijke bescherming

    Blz 42


    Etikettering en signalering

    Etikettering en signalering

    • Hoofdstuk 4

    • Etikettering en signalering

      4.1Etikettering, bijzondere risico’s en veiligheidsmaatregelen

      4.2Gevarendiamant

      4.3Chemiekaarten, veiligheidsinformatiebladen, signaleringsborden en markeringen

      4.4Vragen


    Etikettering en signalering1

    Etikettering en signalering

    Etiketten op kleinverpakkingen:

    • (Chemische) naam van de stof;

    • Het gevaarsymbool;

    • H-zinnen (voorheen R-zinnen);

    • P-zinnen (voorheen S-zinnen);

    • Naam van de fabrikant/leverancier.

    Blz 46


    Etikettering vlgs het ghs global harmonized system

    Etikettering vlgs het GHS(global harmonized system)

    milieuschadelijk

    explosief

    ((zeer) licht)

    ontvlambaar

    nieuw; lange termijn

    Gezondheidsschadelijk.

    (kankerverwekkende, mutagene en/of

    reprotoxische stoffen)

    oxiderend

    corrosief

    nieuw;

    gassen onder druk

    (zeer) giftig

    Schadelijk

    of irriterend

    Blz 47

    klein chemisch afval

    ( geen GHS klasse)

    Nieuwe etiketten 2010 ingevoerd

    en vanaf 2017 verplicht


    Welkom op de cursus basisveiligheid vca versie 4 5

    Etikettering en signalering

    Gevarendiamant (grootverpakkingen)

    brandgevaar

    2

    reactiviteit

    instabiliteit

    gezondheids-

    gevaar

    1

    0

    w

    bijzondere aanduidingen

    Blz 49


    Etikettering en signalering2

    Etikettering en signalering

    Chemiekaart aceton

    Bijlage


    Etikettering en signalering3

    Etikettering en signalering

    Signalering

    Signalering van gevaren op de werkvloer verplicht

    Vergelijkbaar met de verkeerstekens

    Vijf groepen signaleringstekens:

    • Verbodsbord;

    • Gebodsbord;

    • Veiligheidsvoorzieningbord;

    • Waarschuwingsbord;

    • Mededelingbord.

      Verder wordt gebruik gemaakt van markeringen in de vorm van strepen en linten

    Blz 50 / 51 / 52 53


    Elektriciteit

    Elektriciteit

    Hoofdstuk 5

    Elektriciteit

    5.1Risico’s bij het werken met elektriciteit

    5.2Veilig werken met elektriciteit

    5.3Bijzondere gevaren bij elektriciteit

    5.4Vragen


    Elektriciteit1

    Elektriciteit

    Veiligheid bij elektriciteit

    • Ongevallen

      • Weerstand kleiner Stroomsterkte groter

      • Stroomsterkte groterWarmteontwikkeling groter

    Blz 56


    Elektriciteit2

    Elektriciteit

    Stroomdoorgang kan dodelijk zijn!

    De grootte en aard van het letsel is afhankelijk van:

    • Weg van stroom door lichaam

    • Aanrakingsoppervlak

    • Stroomsterkte

    • Tijdstroomdoorgang

    • Soort en hoogte spanning

    • Lichamelijke conditie

    Blz 56


    Elektriciteit3

    Elektriciteit

    Stroomsterkte

    0,2 - 2 mA Licht prikkelend gevoel

    2 mA - 10 mA Sterk wordende pijnlijke spierkramp

    10 - 20 mA Grensstroomsterkte; onder spanning staande delen

    kan je niet meer loslaten

    >20 mA Ademhaling wordt belemmerd;

    snelle hulp is nodig om verstikking te voorkomen

    100 mA Hartfibrillatie is dodelijk als niet direct wordt

    ingegrepen (directe elektrocutie)

    Blz 56


    Elektriciteit4

    Elektriciteit

    Stroomsterkte fataal

    Afhankelijk van:

    • Huidweerstand;

    • Aanrakingsoppervlak;

    • Standplaats;

    • Soort en hoogte spanning

      Veilige spanning is

      • Maximaal120 V gelijkspanning

      • Maximaal50 V wisselspanning

    ~

    Blz 56


    Elektriciteit5

    Elektriciteit

    Veiligheidsmaatregelen zijn:

    • Alleen handelingen door deskundigen;

    • Geen deskundigheid? NIET AANKOMEN!

    • Gebruik "veilige spanning" (in besloten ruimten);

    • Veiligheidsaarding van uitwendig metalen omhulsel aarding steigers;

    • Bij bouwwerken aardlekschakelaar in elektrische voeding (aanspreekstroom 30 mA);

    • Aarding van metalen werkplaats- en opslagcontainers;

    • Deugdelijke kabels (mechanische bescherming).

    Blz 58


    Elektriciteit6

    Elektriciteit

    Veiligheidsmaatregelen zijn (vervolg):

    • Fysieke afscherming;

    • Isolatie;

    • Dubbele isolatie;

    • Aardlekbeveiliging;

    • Lage spanningen;

    • Veiligheidstransformator;

    • Jaarlijkse controle.

    dubbel geïsoleerd

    Blz 58 / 59


    Elektriciteit7

    Elektriciteit

    Statische elektriciteit

    • Risico bij:

      • slecht geleidende stoffen;

      • geïsoleerde (niet-geaarde) opstelling.

  • Oplading door wrijving

  • Vonkoverslag als elektrische lading niet kan weglekken via aardleiding.

  • Blz 60


    Elektriciteit8

    Elektriciteit

    Statische elektriciteit, preventieve maatregelen zijn:

    • Toevoegen anti-statische dope (ASA);

    • Beperken stroomsnelheid;

    • Goede aarding leidingen, apparatuur, tanks;

    • Valhoogte in opslagvat beperken;

    • Hogedrukspuit aarden;

    • Toepassen inert gas (bijvoorbeeld stikstof);

    • Aansluiten op aardleidingnet;

    • Verhogen luchtvochtigheid bij droge stof.

    • Draag altijd antistatisch schoeisel, kleding

    Blz 60


    Brand en explosiegevaar

    Brand- en explosiegevaar

    Hoofdstuk 6

    Brand- en explosiegevaar

    6.1Wat is brand?

    6.2Risico’s bij brand

    6.3Blusmiddelen

    6.4Wat te doen bij brand?

    6.5Vragen


    Brand en explosiegevaar1

    Brand- en explosiegevaar

    Type brand:

    Vaste stof

    Vloeistof

    Gas

    Metaal

    Blz 64 / 65


    Brand en explosiegevaar2

    Brand- en explosiegevaar

    5 componenten

    voor brand

    Blz 65


    Brand en explosiegevaar3

    Brand- en explosiegevaar

    Risico’s van brand:

    • Vlampunt;

    • Explosiegrenzen;

    • Zuurstofgehalte;

    • Reactiebevordering;

    • Reactie met water;

    • Zelfontbranding;

    • Brandbevorderende stoffen.

    Blz 67 / 68


    Brand en explosiegevaar4

    Brand- en explosiegevaar

    Vlampunt:

    • Bij vloeistoffen en dampen

    • Temperatuur waarbij de damp

      (in juiste mengverhouding met omgevingslucht) kan worden ontstoken

      (met bv. aansteker, lucifer)

    Blz 67 / 69


    Brand en explosiegevaar5

    Brand- en explosiegevaar

    Explosiegrenzen

    • Bij gas, stof (stofexplosie)

    • Volumepercentage gas of stof dat (in juiste mengverhouding met omgevingslucht) kan exploderen

      (ontsteking door vlam, vonk)

      Elk gas heeft eigen explosiegebied

    Blz 67 / 69


    Brand en explosiegevaar6

    Brand- en explosiegevaar

    Explosie gevaarlijke omgevingen zijn:

    • Gas en Oliewinninginstallaties;

    • Raffinaderijen;

    • Overlaadstations;

    • Opslag brandbare stoffen;

    • Graansilo’s.

    Blz 67


    Brand en explosiegevaar7

    Brand- en explosiegevaar

    In explosiegevaarlijke omgevingen is het strengverboden om:

    • Zonder toestemming te betreden;

    • Zonder toestemming materialen en middelen mee te nemen die een gevaar kunnen opleveren;

    • Zonder werkvergunning werkzaamheden uit te voeren.

    Blz 68


    Brand en explosiegevaar8

    Brand- en explosiegevaar

    Blussen door middel van:

    • Natte blusstoffen

      • water, schuim en AFFF

    • Droge blusstoffen

      • zand en bluspoeder

    • Gasvormige blusstoffen

      • kooldioxide (CO2) ook wel koolzuursneeuw

    Blz 70


    Brand en explosiegevaar9

    Brand- en explosiegevaar

    Blusstof:

    Water (stoom)-koelende werking zuurstofverdringing (door stoom)

    Schuim-zuurstofafsluiting

    Zand-zuurstofafsluiting en koelend

    Bluspoeder-negatieve katalyse

    CO2-zuurstofverdringing

    AFFF- zuurstofafsluiting

    Blz 70


    Brand en explosiegevaar10

    Brand- en explosiegevaar

    Wat als……?

    • Zorg voor eigen veiligheid

    • Meld de brand

    • Waarschuw mensen in de omgeving

    • Doe deuren en ramen dicht

    • Breng mensen in veiligheid

      Onderneem alléén een bluspoging als het veilig kan

    Blz 73


    Werken in besloten ruimten

    Werken in besloten ruimten

    Hoofdstuk 7

    Werken in besloten ruimten

    7.1Risico’s in besloten ruimten

    7.2Maatregelen

    7.3Graafwerkzaamheden

    7.4Steekflenzen

    7.5Werkvergunningen

    7.6Vragen


    Werken in besloten ruimten1

    Werken in besloten ruimten

    Besloten ruimten

    Eigenschappen:

    • erg klein;

    • moeilijk te ventileren;

    • kleine in- en uitgangen;

    • slecht verlicht;

    Voorbeelden:

    • opslagtanks;

    • reactieketels;

    • kelders;

    • riolen;

    • liftschachten;

    • putten/sleuven.

    Blz 78


    Werken in besloten ruimten2

    Werken in besloten ruimten

    Risico’s van besloten ruimten:

    • Brand en explosie

    • Gevaarlijke stoffen

    • Zuurstoftekort

    • Elektrocutie

    • Vallen en struikelen

    Blz 78 / 79


    Werken in besloten ruimten3

    Werken in besloten ruimten

    Maatregelen bij werken in besloten ruimten

    • Voorbereidende werkzaamheden

    • Tijdens het werk

    Blz 80


    Werken in besloten ruimten4

    Werken in besloten ruimten

    Voorbereidende werkzaamheden

    • Organiseren;

    • Toezicht en verblijfsduur;

    • regelen: veiligheidswacht

    • Metingen verrichten.

    Blz 80


    Werken in besloten ruimten5

    Werken in besloten ruimten

    Metingen vooraf:

    • zuurstof: 19-21%

    • explosiegevaar:< 10% LEL

    • giftige stoffen:< grenswaarde

    Blz 80


    Werken in besloten ruimten6

    Werken in besloten ruimten

    Maatregelen tijdens het werk:

    • Bereikbaarheid en vluchtmogelijkheid

    • Ventileren

    • Specifieke maatregelen nodig bij:

      • lassen;

      • verven;

      • overige bijzondere werkzaamheden

    Blz 81


    Werken in besloten ruimten7

    Werken in besloten ruimten

    Graafwerkzaamheden

    Maatregelen vooraf:

    • Melden bij het KLIC

    • Geldige graafvergunning

    • Eventueel opspoorapparatuur gebruiken

      Begin met:

    • Proefsleuf graven (binnen 1,5 meter van opgegeven locatie)

    • Afwijkingen van leidingen en kabels melden.

    • Graven met machine met een niet-getande graafbak

    • Denk aan opstelling van machines

    • Ook een sleuf kan worden beschouwd als besloten ruimten

    • Houdt rekening met instortingsgevaar!

    • Neem de juiste voorzorgsmaatregelen!

    Blz 83


    Werken in besloten ruimten8

    Werken in besloten ruimten

    Steekflens

    Isoleren van leidingen met behulp van een steekflens (zo dicht mogelijk bij de besloten ruimte!)

    Blz 84


    Werken in besloten ruimten9

    Werken in besloten ruimten

    Doel werkvergunning:

    • Overleg tussen betrokkenen;

    • Bindende afspraken;

    • Vastleggen van voorwaarden voor uitvoeren van werk.

    Werk

    vergunning

    …………

    …………….

    ….

    ……..

    ………….

    Blz 86


    Werken in besloten ruimten10

    Werken in besloten ruimten

    Specifieke werkvergunningen zijn:

    • Heetwerkvergunningen t.b.v. laswerkzaamheden;

    • Graafvergunningen t.b.v. graven van bijvoorbeeld sleuven om kabels en leidingen te repareren of toe te voegen;

    • Werken met gevaarlijke stralingsbronnen;

    • Verwijderen van asbest.

    Blz 86


    Werken in besloten ruimten11

    Werken in besloten ruimten

    Onderdelen werkvergunning:

    • Aanvraag werkzaamheden

    • Maatregelen door verstrekkende afdeling

    • Maatregelen door houder

    • Bekrachtiging

      Je moet de inhoud kennen en begrijpen!

    Werk

    vergunning

    …………

    …………….

    ….

    ……..

    ………….

    Blz 88


    Werkplekeisen algemeen

    Werkplekeisen algemeen

    Hoofdstuk 8

    Werkplekeisen algemeen

    8.1Voorkom struikelen, uitglijden en verstappen

    8.2Risico’s bij tillen

    8.3Gevaren van geluidshinder

    8.4Risico’s bij sloopwerk

    8.5Gevaren bij lassen en snijden

    8.6Werken in kou en hitte

    8.7Hoge drukpompen en – leidingen

    8.8Vragen


    Werkplekeisen algemeen1

    Werkplekeisen algemeen

    Struikelen, uitglijden en verstappen

    Oorzaken: - niet-egale ondergrond

    - gladde ondergrond

    - hoogteverschil

    - beperking menselijk lichaam

    Preventie:- aanpak bij de bron

    - scheiden van mens en gevaar

    - markeringen

    - persoonlijke bescherming/gedrag

    Blz 92


    Werkplekeisen algemeen2

    Werkplekeisen algemeen

    Tillen

    • Juiste houding

    • Gebruik bescherming

    • Gebruik hulpmiddelen

    Blz 94


    Werkplekeisen algemeen3

    Werkplekeisen algemeen

    Gevaren van lawaai op de werkplek:

    • Hinder in de vorm van concentratieverlies;

    • Vermindering van de spraakverstaanbaarheid;

    • Tijdelijke gehoorvermindering.

      80 dB(A): blijvende schade aan gehoor mogelijk

      gehoorbescherming dragen geadviseerd

      werkgever moet maatregelen nemen

      85 dB(A): gehoorbescherming verplicht

    Blz 96


    Werkplekeisen algemeen4

    Werkplekeisen algemeen

    Mogelijke gevolgen van geluidhinder kunnen zijn:

    • Verstoring van de communicatie;

    • Niet horen van waarschuwingen of hulpgeroep;

    • Blijvende gehoorschade;

    • Nervositeit;

    • Verminderde concentratie, vermoeidheid;

    • Hoofdpijn;

    • Versnelde ademhaling;

    • Maag- en darmklachten;

    • Verhoogde bloeddruk.

    Blz 96


    Werkplekeisen algemeen5

    Werkplekeisen algemeen

    Blijvende gehoorschade heeft tot gevolg:

    • Moeite hebben met het horen van hoge tonen of zachte geluiden,

    • Moeite hebben met telefoneren,

    • Moeite hebben met het volgen van een gesprek in rumoerige omgeving,

    • Horen van fluit, piep- of bromtonen, die niet uit de omgeving komen.

      Gehoorschade is definitief

      Gehoorschade is niet te genezen

    Blz 96


    Werkplekeisen algemeen6

    Werkplekeisen algemeen

    Gevaren bij sloopwerkzaamheden zijn:

    • Verstappen en struikelen;

    • Uitstekende constructiedelen;

    • Werken op hoogte;

    • Instabiliteit bij sloopfront;

    • Vallend sloopmateriaal;

    • Instorting;

    • Vrijkomen gevaarlijke stoffen;

    • Lawaai.

    Blz 97


    Werkplekeisen algemeen7

    Werkplekeisen algemeen

    Veiligheidsmaatregelen bij slopen zijn:

    • Persoonlijke valbeveiliging gebruiken

    • Rekening houden met draagkracht van overblijvende constructie

    • Zonder specifiek plan niet boven of onder elkaar werken

    • Gebruik stortkokers

    • Persoonlijke beschermingsmiddelen; helm,

    • Veiligheidsschoenen, overall, adembescherming,

    • Gehoorbescherming gebruiken

    • Inventariseren concentratie gevaarlijke stoffen (bv. asbestinventarisatie)

    Blz 97


    Werkplekeisen algemeen8

    Werkplekeisen algemeen

    Mogelijke gevaren bij elektrisch lassen zijn:

    • Elektrocutie;

    • Brand en explosie door hittevorming en wegspringende spetters;

    • Verbranding van de huid door vrijkomende UV-straling;

    • Verbranding van het hoornvlies door vrijkomende UV- straling;

    • Verblinding van de ogen door vrijkomende infrarood straling;

    • Warmtestraling;

    • Vergiftiging door lasrook;

    • Longaandoeningen door inademen van lasrook;

    • Verkeerde werkhouding.

    Blz 98


    Werkplekeisen algemeen9

    Werkplekeisen algemeen

    Veiligheidsmaatregelen bij elektrisch lassen zijn:

    • Spanningverlagend relais (in besloten ruimten verplicht);

    • Persoonlijke bescherming:

      - laskap- lasschort

      - laskleding- veiligheidsschoenen

      - Lucht geventileerde laskap;

    • Lasgordijnen voor bescherming van personen in de omgeving tegen UV en infraroodstraling;

    • Plaatselijke afzuiging van lasrook;

    • Ruimtelijke ventilatie;

    • Blusmiddelen onder handbereik;

    • Werkvergunningensysteem indien vereist.

    Blz 98


    Werkplekeisen algemeen10

    Werkplekeisen algemeen

    Enkele gevaren bij Autogeen lassen, snijden en branden zijn:

    • Geraakt worden door spetters gloeiend materiaal;

    • Brand door brandbaar materiaal dat vlam vat;

    • Vlamterugslag;

    • Lekkage van gas en zuurstof;

    • Sommige gassen zoals propaan zijn zwaarder dan lucht en blijft hangen in putten, uitgravingen en kelders.

    Blz 98


    Werkplekeisen algemeen11

    Werkplekeisen algemeen

    Veiligheidsmaatregelen bij autogeen lassen, snijden en branden zijn:

    • Draag de juiste beschermende kleding;

    • Verwijder eerst de brandbare materialen in je omgeving of dek ze af;

    • Gebruik van vlamdover in de slang tussen acetyleenfles en brander;

    • Terugstroombegrenzers op gas en zuurstofslang van brander;

    • Wees bedacht op lekkage van gas en zuurstof in laaggelegen werkomgeving;

    Blz 98


    Werkplekeisen algemeen12

    Werkplekeisen algemeen

    Veiligheidsmaatregelen bij autogeen lassen, snijden en branden zijn (vervolg):

    • Slangbreuk beveiliging toepassen;

    • Continue gas meten;

    • Acetyleenfles rechtopstaand gebruiken of minimaal onder een hoek van 30 graden;

    • Plaatselijke afzuiging van lasrook en gassen;

    • Ruimtelijke ventilatie.

    • Blusmiddelen onder handbereik;

    • Werkvergunningensysteem indien vereist.

    Blz 98


    Werkplekeisen algemeen13

    Werkplekeisen algemeen

    Het gevaar bij werken in kou is:

    • Versnelde afkoeling met gevolg:

      • bevangen raken door de koude;

      • bevriezingsverschijnselen;

      • veel materiaal niet veilig te gebruiken.

        Maatregelen hiertegen zijn:

    • Warmteondergoed en isolerende kleding dragen;

    • Op beschutte werkplek je werk uitvoeren;

    • Nooit in tocht werken;

    • Geschikt gereedschap gebruiken;

    • Op tijd extra pauzes inlassen;

    • Afwisselen met collega’s.

    Blz 99


    Werkplekeisen algemeen14

    Werkplekeisen algemeen

    Het gevaar bij werken in warmte is:

    • Bevangen raken en flauwvallen;

    • Onvoldoende afvoer van lichaamswarmte;

    • Verlies van lichaamsvocht.

      Maatregelen hiertegen zijn:

    • Voldoende pauzes inlassen;

    • Afwisselen met collega’s;

    • Op tijd voldoende drinken;

    • Ademende werkkleding gebruiken;

    • Hitte werende werkkleding gebruiken.

    Blz 99


    Werkplekeisen algemeen15

    Werkplekeisen algemeen

    Gevaren bij werken met hoge druk zijn:

    • Openbarsten van leidingen;

    • Doorspuiten van onderdelen van installaties;

    • Geraakt worden door wegschietende onderdelen;

    • Onbevoegd en onbekwaam werken met hoge druk machines zoals industriële hoge druk reinigers.

      Maatregelen hiertegen zijn:

    • Voor ingebruikname installaties en machines testen;

    • Afpersen van installaties met vloeistof, meestal water;

    • Testen en afpersen met zo weinig mogelijk personeel en gebied afschermen/afzetten;

    • Veiligheidsinstructies nauwkeurig opvolgen;

    • Alleen hiertoe opgeleid personeel inzetten.

    Blz 100


    Hijs en hefwerktuigen

    Hijs- en hefwerktuigen

    Hoofdstuk 9

    Hijs- en hefwerktuigen

    9.1Hijskranen

    9.2Kettingwerk

    9.3Staalkabels

    9.4Touw en hijsbanden

    9.5Samenstel, stroppen, lengen en hijsjukken

    9.6Takels

    9.7Vorkheftrucks en Palletwagens

    9.8Vragen


    Hijs en hefwerktuigen1

    Hijs- en hefwerktuigen

    Hijsen:

    • Manueel;

    • Hulpmiddelen (takels e.d.);

    • Mobiele hulpmiddelen (steekwagen, vorkheftruck);

    • Hijskranen.

    • Voorbeelden:

    • Mobiele kraan;

    • Portaalkraan;

    • Auto laadkraan;

    • Bouwkraan.

    Blz 104


    Hijs en hefwerktuigen2

    Hijs- en hefwerktuigen

    Regels voor hijswerktuigen zijn:

    • Kraanboek aanwezig;

    • Hijstabellen en hijsgrafieken aanwezig;

    • Keuringscertificaten aanwezig.

    Blz 104


    Hijs en hefwerktuigen3

    Hijs- en hefwerktuigen

    Vereisten voor de bediener van een hijswerktuig:

    • Deskundigheidsbewijs STVT(Verplicht voor torenkranen, mobiele kranen en heistellingen)

    • Registratieboekje (Ervaring en geneeskundige verklaring)

    Blz 104


    Hijs en hefwerktuigen4

    Hijs- en hefwerktuigen

    Risico’s bij hijswerktuigen:

    • Personenbinnen draaibereik;

    • Afstempelen;

    • Zware lasten;

    • Windkracht;

    • (naderend)onweer.

    Blz 105


    Hijs en hefwerktuigen5

    Hijs- en hefwerktuigen

    Hijsgereedschap:

    • Kettingwerk

    • Staalkabels

    • Touw

    • Stroppen, lengen en hijsbanden

    • Haken en ogen

    • Takels

    Let op: maximale werklast

    hoeken van lengen

    mogelijke slijtage

    Blz 106 t/m 113


    Hijs en hefwerktuigen6

    Hijs- en hefwerktuigen

    Risico’s van takels zijn:

    • Mechanische breuk van takel of van bevestigingspunt;

    • Overbelasting.

      Niet doen:

    • Overbelasten;

    • Vastmaken aan bordessen, railing en leidingwerk;

    • Op de punt belasten;

    • Niet zijdelings belasten.

      Wel doen:

    • Regelmatig controleren, zeker voor elk gebruik;

    • Defecten direct melden.

    Blz 114


    Hijs en hefwerktuigen7

    Hijs- en hefwerktuigen

    Vorkheftrucks:

    • Wettelijke verplichtingen;

    • Voorzieningen;

    • Veilig gebruik;

    • Markering en keuring.

    Blz 116


    Hijs en hefwerktuigen8

    Hijs- en hefwerktuigen

    Verboden bij het werken met een vorkheftruck:

    • Meerijden tenzij er een 2e zitplaats is;

    • Personen te heffen tenzij speciale voorziening aanwezig is;

    • Hijsen tenzij juiste aanpassing aanwezig is;

    • Het contragewicht te verzwaren;

    • Te roken bij elektro-heftrucks.

      Verplicht bij het werken met vorkheftrucks :

    • De chauffeur moet goed zicht hebben;

    • Gebruik van de veiligheidsgordel.

    Blz 116


    Hijs en hefwerktuigen9

    Hijs- en hefwerktuigen

    Palletwagen:

    • Altijd op een vlakke ondergrond gebruiken;

    • Denk aan obstakels;

    • Zorg voor voldoende transportruimte.

    Blz 117


    Werken op hoogte

    Werken op hoogte

    Hoofdstuk 10

    Werken op hoogte

    10.1Risico’s op hoogte

    10.2Ladders

    10.3Stalen steigers

    10.4Rolsteigers

    10.5Hangsteigers

    10.6Hoogwerkers

    10.7Werkbakken

    10.8Vragen


    Werken op hoogte1

    Werken op hoogte

    Werken op hoogte

    2,5 m

    meer dan 2,5 m valgevaar

    Blz 120


    Werken op hoogte2

    Werken op hoogte

    Bij schuine en platte daken of

    gaten in vloeren en wanden:

    • Gebruik individueel veiligheidsharnas

    • Gebruik loopplanken (hellend dak);

    • Gebruik dakrandbeveiliging of vangnet (plat dak);

    • Dek gaten af met stevig materiaal;

    • Breng beveiligingen en markering aan op gevaarlijke plaatsen.

    Blz 120 / 121


    Werken op hoogte3

    Werken op hoogte

    • enkele ladder;

    • opsteekladders;

    • schuifladders;

    • reformladders.

    Ladders:

    Gebruiksregels voor ladders:

    • in goede staat houden;

    • niet verven;

    • niet zelf repareren;

    • zorgvuldig en goed opstellen;

    • op de juiste wijze gebruiken.

    Blz 122 / 123


    Werken op hoogte4

    Werken op hoogte

    Voor steigers geldt:

    • streng verboden zelf te (ver)bouwen aan steiger;

    • geen materiaal achterlaten;

    • houdt de vloer stroef;

    • gebruik geen los klimmateriaal op de steiger.

    • let op de maximale belasting

    • gebruik stortkokers voor afvoer materiaal

    • gebruik de bouwlift veilig (personenlift of goederenlift)

    Blz 124


    Werken op hoogte5

    Werken op hoogte

    Ook zijn er bij steigers regels voor:

    • Kantplanken en leuningen

    • Inspectiewerk

    • Werkzaamheden

    • Hulpsteigers

    • Liften

    • Takels

      Steigerkaart geeft veiligheidsstatus aan.

      Geen steigerkaart of gebreken? Steiger niet betreden!

    Blz 124


    Werken op hoogte6

    Werken op hoogte

    Rolsteigers: Risico = verplaatsbaarheid

    Aandachtspunten bij het werken met rolsteigers:

    • Blokkeren wielen

    • Van binnenuit beklimmen

    • Denk aan gereedschap (kan vallen)

    • Sta niet op de schoren

    • Houd de steiger schoon

    • Niet verplaatsen als er iemand op staat

    • Verrijden op vlakke ondergrond door 2 personen

    • Gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen

    Blz 126


    Werken op hoogte7

    Werken op hoogte

    Voorbeelden van hangsteigers zijn:

    • Hangbrug;

    • Hangsteiger;

    • Eenmanswerkbrug.

      Aandachtspunten bij het werken met hangsteigers zijn:

    • Vanaf windkracht 7 Bft niet mee werken;

    • Let op bedieningsorganen;

    • Bij storing niet verder werken maar (laten) repareren;

    • Nooit gebruiksklaar achterlaten;

    • Hulpmiddelen gebruiken voor communicatie, vanaf 25 m verplicht (en als normale communicatie niet mogelijk is)

    Blz 128


    Werken op hoogte8

    Werken op hoogte

    Hoogwerkers

    Vast opgesteld

    Mobiel

    Risico voor beknelling (schaararm) en omvallen

    Vanaf windkracht 7 Bft, niet mee werken

    Daarom:- getraind/opgeleid personeel

    - signalering maximum werklast

    - specifieke gebruiksregels

    Blz 130


    Werken op hoogte9

    Werken op hoogte

    Voor het werken met werkbakken geldt:

    • Alleen gebruiken als het echt niet anders kan;

    • Windkracht vanaf 7 Bft verboden;

    • De kraanmachinist en persoon in de werkbak moeten elkaar zien en verstaan;

    • Iedere persoon in de werkbak draagt een individueel veiligheidsharnas (vast aan de werkbak);

    • In- of uitstappen alleen toegestaan als werkbak op stevige ondergrond staat

    Blz 132


    Handgereedschap

    Handgereedschap

    Hoofdstuk 11

    Handgereedschap

    11.1Eenvoudig handgereedschap

    11.2Elektrisch handgereedschap

    11.3Pneumatisch en hydraulisch handgereedschap

    11.4Handslijpmachines

    11.5Vragen


    Handgereedschap1

    Handgereedschap

    Eenvoudig handgereedschap

    Risico door:

    • Slecht onderhoud;

    • Slecht gebruik.

    Blz 136


    Handgereedschap2

    Handgereedschap

    Handgereedschap met elektrische aandrijving

    • Veilige spanning:

    • 50 V ~ (wisselspanning)

    • 120 V =(gelijkspanning)

    Risico door:

    • Elektrocutie

    • Verbranding (vonken)

    dubbel geïsoleerd

    Blz 138


    Handgereedschap3

    Handgereedschap

    Aandachtspunten bij gebruik van een nietmachine:

    • Gebruik met maximale werkdruk;

    • Geleider leeg bij plaatsen lader;

    • Nagels/nieten aangepast aan apparaat.

      Mogelijke risico’s:

    • Wegschieten van de nagel;

    • Terugslaan van de nagel;

    • Doorboren van het werkstuk.

    Blz 140


    Handgereedschap4

    Handgereedschap

    Aandachtspunten bij het gebruik van de Handcirkelzaag:

    • Beschermkap over het deel van de zaag dat zaagt (vast aan het frame en scharnierend deel aan geleider);

    • Automatische beschermkap over snijdend deel van de zaag, ook als deze niet zaagt;

    • Spouwmes aangepast aan diameter en dikte van de zaag.

    Blz 140


    Handgereedschap5

    Handgereedschap

    Aandachtspunten bij het gebruik van een kettingzaag:

    • Bedieners minimaal 18 jaar oud;

    • Opleiding met toets gehad hebben;

    • Voorgeschreven PBM gebruiken;

    • Stilstand ketting bij stationair toerental;

    • Kettingrem binnen 0,15 sec werken;

    • CE markering.

    Blz 141


    Handgereedschap6

    Handgereedschap

    Handgereedschap met pneumatische aandrijving

    Risico door:

    • Trillen

    • Geluid

    Dodemansknop en

    gehoorbescherming verplicht.

    Blz 142


    Handgereedschap7

    Handgereedschap

    Handgereedschap met hydraulische aandrijving

    Risico door:

    • Oliedruk

    • Bevestigingen

    Dodemansknop en

    onderhoud verplicht.

    Blz 142


    Handgereedschap8

    Handgereedschap

    Handslijpmachines

    Risico door:

    • Rondvliegende delen;

    • Aanraken slijpschijf;

    • Uit elkaar springen van schijf;

    • Brand door vonken;

    • Geluid;

    • Verkeerd gebruik.

    Doorslijpschijven

    Afbraamschijven

    Blz 144


    Gereedschapsmachines

    Gereedschapsmachines

    Hoofdstuk 12

    Gereedschapsmachines

    12.1Gereedschapsmachines en kolomboormachines

    12.2Vast opgestelde slijpmachines

    12.3Zaagmachines

    12.4Vragen


    Gereedschapsmachines1

    Gereedschapsmachines

    Voorbeelden van gereedschapsmachines zijn:

    • Vast opgestelde boormachines

      • let op: 'happen' in werkstuk

    • Vast opgestelde slijpmachines

      • let op: uit elkaar vliegen slijpsteen

    • Cirkelzagen

      • let op: snijgevaar

    Blz 148


    Gereedschapsmachines2

    Gereedschapsmachines

    Cirkelzagen:

    • Universele cirkelzaagmachine;

    • Bouwcirkelzaag machine (met noodstop en als extra eis nulspanningschakelaar);

    • Voor machines met meerdere bedieningsplaatsengelden aanvullende eisen.

    Blz 152


    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Hoofdstuk 13

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    13.1PBM’s in het algemeen

    13.2Adembescherming

    13.3Gehoorbescherming

    13.4Lichaamsbescherming

    13.5Oogbescherming

    13.6Valbeveiliging

    13.7Vragen


    Persoonlijke beschermingsmiddelen1

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen als het

    echt niet anders kan.

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    beschermen tegen:

    De gevolgen van onveiligheid en

    ze voorkomen erger letsel

    Blz 156


    Persoonlijke beschermingsmiddelen2

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Fabrikant zorgt voor PBM’s die

    • sterk

    • betrouwbaar

    • getest

      zijn.

      Gebruiker:

    • Beheert ze, controleert ze,

    • Zorgt voor veilige opslag en

    • Gebruikt ze goed.

    Blz 156


    Persoonlijke beschermingsmiddelen3

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    CE-markering

    Blz 156


    Persoonlijke beschermingsmiddelen4

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Drie belangrijke wettelijke eisen ten aanzien

    van persoonlijke beschermingsmiddelen:

    Doeltreffende bescherming

    Ergonomisch verantwoord

    Goede gebruiksaanwijzing

    Blz 156


    Persoonlijke beschermingsmiddelen5

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Zuurstofconcentratie < 19%

    Bijzondere stof

    Overschrijding grenswaarde

    Omgevingslucht

    filteren

    Afhankelijke adembescherming,

    bijvoorbeeld een filterbusmasker.

    Onafhankelijke adembescherming,

    bijvoorbeeld persluchtapparatuur verseluchtkap

    LET OP GEBRUIKSREGELS

    Blz 158


    Persoonlijke beschermingsmiddelen6

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Gehoorbescherming:

    • Boven 80 dB(A) aanbevolen

    watjes

    pluggen

    oordoppen

    otoplastieken

    gehoorkappen

    wettelijk

    • Boven 85 dB(A) verplicht!

    Blz 162


    Persoonlijke beschermingsmiddelen7

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Voorbeelden van bescherming van lichaamsdelen:

    • Hoofdbescherming;

    • Bescherming voor handen en armen;

    • Bescherming voor voeten;

    • Bescherming voor het lichaam.

    Blz 164 / 165


    Persoonlijke beschermingsmiddelen8

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Voorbeelden van oogbescherming:

    • Normale veiligheidsbril;

    • Ruimzichtbril;

    • Gelaatsscherm;

    • Lasbrillen en laskappen.

    Blz 166 / 167


    Persoonlijke beschermingsmiddelen9

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Bescherming van lichaamsdelen

    Valbeveiliging:

    • Gebruik altijd een individueel veiligheids-harnas(na valbelasting vernietigen);

    • Eventueel met remchute of nonchute en vallijn (na valbelasting controle).

    Blz 168


    Tot slot

    Tot slot

    Voor het examen geldt:

    • Lees vragen goed door.

    • Kies het meest juiste antwoord.

    • Controleer of je alle vragen goed hebt beantwoord.

    • Geen telefoon, smartphone, tablet o.i.d. meenemen in de examenruimte


  • Login