Zondag 24 maart 2013 - PowerPoint PPT Presentation

zondag 24 maart 2013 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Zondag 24 maart 2013 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Zondag 24 maart 2013

play fullscreen
1 / 61
Zondag 24 maart 2013
118 Views
Download Presentation
tokala
Download Presentation

Zondag 24 maart 2013

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Zondag 24 maart 2013 Lied: “Beween o mens, uw zonde groot” Psalm 89 : 8, 9, 13 Lied: “Wie heeft wat ons verkondigd…” Gezang 457 Lied: “De Tien woorden” Opwekking 71 Johannes 12 : 12 - 50  (HSV)

  2. Spreuk van de week • “Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog, vreugde wacht wie vrede zoeken.” • Spreuken 12 : 20

  3. Collecten • De collecten zijn vandaag voor: • Theologische Universiteit Apeldoorn • Kerk

  4. Dochter geboren bij de familie Kieviet: Debora

  5. Dochter geboren bij de familie Kieviet: Debora Naam: Debora Dirkje Kieviet Geboren: Dinsdag, 19:11u, 19 maart 2013 Status: Moeder en kind maken het goed!

  6. Welkom in deze morgendienst • Voorganger: Ds. H. de Bruijne

  7. Welkom en mededelingen

  8. Lied: “Beween o mens, uw zonde groot” : 1, 2 • Beween, o mens, uw zonde groot, • waarom uw Heiland uit de schoot • des Vaders kwam op aarde • en wilde van een jonkvrouw rein • gelijk een mens geboren zijn • en 't mid'laarschap aanvaarden. • …

  9. Lied: “Beween o mens, uw zonde groot” : 1, 2 • De duiv'len kenden Hem als heer, • de doden gaf Hij 't leven weer, • tot de ure had geslagen, • dat Hij voor ons geofferd werd • en onze zonden op zijn hart • moest aan het kruishout dragen.

  10. Lied: “Beween o mens, uw zonde groot” : 1, 2 • Laat ons dan Christus dankbaar zijn, • dat Hij zichzelf in angst en pijn • voor ons heeft prijsgegeven; • en zweren wij de zonde af, • het duister dat Hem werd tot graf, • om naar zijn wil te leven. • …

  11. Lied: “Beween o mens, uw zonde groot” : 1, 2 • Ja, geven wij zijn liefde door, • kenbaar als zijn getrouwen voor • wie leven in ellende. • Want welk een bitterheid, wanneer • Hij die ons liefhad, onze Heer, • ons eenmaal niet meer kende!

  12. Stil gebed, votum, groet

  13. Psalm 89 : 8, 9, 13 Gij, HERE, die de glans van onze sterkte zijt, geeft luister aan uw volk, en hoge heerlijkheid. Uw welgevallen doet ons grote dingen wagen en met geheven hoofd de kroon der ere dragen. Gij Heilge Israëls, Gij zelf hebt ons ten leven een koning naar uw wil, een schild van heil gegeven.

  14. Psalm 89 : 8, 9, 13 Oudtijds hebt Gij, o HEER, uw hoge plan ontvouwd, aan mensen naar uw hart uw woorden toevertrouwd: Met hulp heb Ik omkleed, met heil heb Ik omgeven de koninklijke held, uit al het volk verheven, David mijn trouwe knecht, dien Ik heb uitverkoren, dien Ik met olie zalf, hem zal het rijk behoren.

  15. Psalm 89 : 8, 9, 13 Wat Ik gezworen heb aan David, dat houdt stand, mijn eigen heiligheid is daarvan onderpand. Ik ben de waarheid zelf, zou Ik bedrieglijk zweren? Zijn koninklijk geslacht leeft voort en zal regeren. Zijn zetel wankelt niet tot aan het eind der tijden, zo lang als zon en maan de hemelen doorschrijden.

  16. Gebed

  17. We lezen uit de Herziene Statenvertaling Johannes 12 : 12 - 50

  18. Johannes 12 : 12 - 50 • 12 Toen de volgende dag een grote menigte die naar het feest gekomen was, hoorde dat Jezus naar Jeruzalem kwam, • 13 namen zij de takken van de palmbomen en gingen de stad uit Hem tegemoet en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere, de Koning van Israël! • 14 En toen Jezus een jonge ezel gevonden had, ging Hij daarop zitten, zoals geschreven is:

  19. 15 Wees niet bevreesd, dochter van Sion, zie, uw Koning komt, zittend op het veulen van een ezelin. • 16 Dit nu begrepen Zijn discipelen eerst niet, maar toen Jezus verheerlijkt was, herinnerden zij zich dat dit over Hem geschreven was en dat zij dit met Hem gedaan hadden.

  20. 17 De menigte dan die bij Hem geweest was toen Hij Lazarus uit het graf geroepen en hem uit de doden opgewekt had, getuigde daarvan. • 18 Daarom ging de menigte Hem ook tegemoet, omdat zij gehoord had dat Hij dat teken gedaan had. • 19 De Farizeeën dan zeiden tegen elkaar: U ziet dat u totaal niets bereikt! Zie, de hele wereld loopt achter Hem aan.

  21. 20 Nu waren er enkele Grieken onder hen die gekomen waren om op het feest te aanbidden. • 21 Die dan gingen naar Filippus, die van Bethsaïda in Galilea afkomstig was, en vroegen hem: Heer, wij willen Jezus graag zien. • 22 Filippus kwam en zei het tegen Andreas, en Andreas en Filippus zeiden het op hun beurt tegen Jezus.

  22. 23 Maar Jezus antwoordde hun: Het uur is gekomen dat de Zoon des mensen verheerlijkt zal worden. • 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. • 25 Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven.

  23. 26 Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. En als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren. • 27 Nu is Mijn ziel in beroering en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit dit uur! Maar hierom ben Ik in dit uur gekomen.

  24. 28 Vader, verheerlijk Uw Naam! Er kwam dan een stem uit de hemel: En Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem opnieuw verheerlijken. • 29 De menigte dan die daar stond en dit hoorde, zei dat er een donderslag geweest was. Anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken. • 30 Jezus antwoordde en zei: Niet voor Mij is deze stem er geweest, maar voor u.

  25. 31 Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden. • 32 En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken. • 33 (En dit zei Hij om aan te duiden welke dood Hij zou sterven.)

  26. 34 De menigte antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord dat de Christus tot in eeuwigheid blijft. En hoe kunt U dan zeggen dat de Zoon des mensen verhoogd moet worden? Wie is die Zoon des mensen? • 35 Jezus dan zei tegen hen: Nog een korte tijd is het licht bij u; wandel zolang u het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalt. En wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heen gaat.

  27. 36 Zolang u het licht hebt, geloof in het licht, opdat u kinderen van het licht mag zijn. Deze dingen sprak Jezus. En Hij ging weg en verborg Zich voor hen. • 37 Maar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn gedaan had, geloofden zij niet in Hem; • 38 opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm van de Heere geopenbaard?

  28. 39 Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja verder gezegd heeft: • 40 Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het hart inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen. • 41 Dit zei Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag en over Hem sprak.

  29. 42 En toch geloofden ook velen van de leiders in Hem, maar vanwege de Farizeeën beleden zij het niet, opdat zij niet uit de synagoge geworpen zouden worden. • 43 Want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer van God. • 44 Jezus nu riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Míj maar in Hem Die Mij gezonden heeft.

  30. 45 En wie Mij ziet, ziet Hem Die Mij gezonden heeft. • 46 Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. • 47 En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken.

  31. 48 Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag. • 49 Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet.

  32. 50 En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft.

  33. Lied: “Wie heeft wat ons verkondigd…” : 1, 4, 5, 7 • Wie heeft wat ons verkondigd werd geloofd • en wie doorzag Gods handlen van omhoog? • Hij was een loot, die opschoot voor zijn oog • uit dorre aarde, • want wij, verblind, wij zagen niets van waarde, • geen grootsheid, pracht die wij begeren konden, • aan Hem was niets dat wij aantreklijk vonden: • Hij was veracht.

  34. Lied: “Wie heeft wat ons verkondigd…” : 1, 4, 5, 7 • Als schapen dwaalden wij op onze weg, • maar God heeft onze schuld op Hem gelegd, • op Hem, voor ons mishandeld en geknecht, • stil en geduldig. • Als ’t lam dat zwijgt, wanneer men het • onschuldig • ter slachtbank leidt, een schaap, dat wordt geschoren • maar zwijgen blijft, zo liet Hij zich niet horen, • zo zweeg ook Hij.

  35. Lied: “Wie heeft wat ons verkondigd…” : 1, 4, 5, 7 • Hij werd verdrukt en kwam voor het gerecht. • Ter dood veroordeeld, aan het hout gehecht, • heeft Hij het leven voor ons afgelegd. • Wie wist zijn wonen? • Een graf bij goddelozen moest hem tonen • hoe men Hem hoont, maar God heeft Hem gegeven • een dood bij rijken voor zijn heilig leven • als eerbetoon.

  36. Lied: “Wie heeft wat ons verkondigd…” : 1, 4, 5, 7 • Nu trekken velen aan zijn oog voorbij. • Hij ziet vol vreugd het aangebrachte heil, • want Hij verwerft voor hen gerechtigheid • als knecht des HEREN. • Hij kent Gods werk en zal het velen leren, • dat Hij, Gods Zoon, vergeeft wat zij misdreven, • zo zijn ze Hem ten eigendom gegeven, • zijn deel, zijn loon.

  37. De kinderen van 4 - 12 jaar kunnen nu naar • de bijbelklas. • Vandaag gaat het over: • “Jezus gekruisigd, gestorven en begraven” • (Lucas 23 : 33 - 56)

  38. Verkondiging

  39. Gezang 457: 1, 2, 3, 4 • Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig, • vroeg in de morgen word' U ons lied gewijd. • Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig, • Drievuldig God, die één in wezen zijt.

  40. Gezang 457: 1, 2, 3, 4 • Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden, • werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer. • Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden • al uwe englen, onvolprezen Heer.

  41. Gezang 457: 1, 2, 3, 4 • Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister, • geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt. • Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister, • één en al vuur en liefde en majesteit.

  42. Gezang 457: 1, 2, 3, 4 • Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig • hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid. • Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig, • Drievuldig God, die één in wezen zijt.

  43. Gebeden

  44. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang): 1 • Allen: • Dit is mijn woord: Ik ben uw God, • Ik schreef u in mijn hand • en nam u in het duister lot • weg uit Egypteland.

  45. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 2 • Mannen: • Dit is mijn woord: mijn woord van eer • verdraagt geen tegenspraak • van goden naast Mij, van geen Heer • die gij hebt groot gemaakt.

  46. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 3 • Vrouwen: • Dit is mijn woord: mijn hoge Naam • staat voor uw leven in, • maar neem mijn glorie niet te baat • voor laag eigen gewin.

  47. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 4 • Allen: • Dit is mijn woord: een dag van rust • zij aan uw werk gesteld, • de Sabbat is mijn grote lust • die al uw dagen telt.

  48. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 5 • Mannen: • Dit is mijn woord: houd hoog in eer • ouders en vroeger tijd: • dat gij begin en einde leert • en vol van vruchten zijt.

  49. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 6 • Vrouwen: • Dit is mijn woord: bedrijf geen moord, • het leven komt van Mij, • hebt gij niet Abels kreet gehoord? • Sta dan uw broeder bij.

  50. Lied: “De Tien woorden” (wisselzang) : 7 • Allen: • Dit is mijn woord: uw vlees, uw vrouw • is u tot heerlijkheid, • blijf aan uw sieraad steeds getrouw, • zij kroont uw levenstijd.