DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND - PowerPoint PPT Presentation

dressuur avond regio friesland n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND PowerPoint Presentation
Download Presentation
DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND

play fullscreen
1 / 60
DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND
125 Views
Download Presentation
stacia
Download Presentation

DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. DRESSUUR AVOND REGIO FRIESLAND

  2. DE REGLEMENTEN Om de sport zo goed en eerlijk mogelijk te laten verlopen zijn er spelregels opgezet door de KNHS ( Koninklijke Nederlandse Hippische Sportbond). Deze zijn terug te vinden in een Algemeen wedstrijd reglement en Discipline reglement Dressuur, Springen, Endurance enz. Deze reglementen zijn te downloaden via de site www.khns.nl Deze reglementen geven inzicht in wat wel is toegestaan en wat niet. Je hebt, door mee te doen aan een wedstrijd, je te houden aan deze regels.

  3. NIEUWSTE WIJZIGINGEN PER 1 APRIL 2010 • Wanneer een dressuurblouse ( lichtgekleurd) wordt gedragen is het dragen van een plastron niet meer verplicht • Het gebruik van een tonglepel is toegestaan bij een enkele trens en tonglepel dient minimaal 5 cm dik te zijn

  4. Vervolg • Kunststaarten zijn toegestaan • Rijden met ( gladde rubber) bitringen is toegestaan in alle klassen • Het gebruik van sporen is in alle klasse toegestaan maar niet verplicht

  5. We gaan een paar dingen die in de reglementen staan uitleggen en bespreken. Zoals het gebruik van hulpmiddelen zoals sporen, zweep en hoofdstellen en bitten en andere onderdelen van het reglementLater behandelen we nog: hulp van derden, uitsluiting en diskwalificatie ed.

  6. SPOREN(PER 1 APRIL 2010) Het gebruik van sporen is in alle klassen toegestaan maar niet verplicht.

  7. Hulpmiddelen zoals zweep en sporen Sporen: Voor ponyruiters zijn uitsluitend stompe sporen toegestaan met een maximale lengte van 3 cm, bij een zwanenhalsspoor horizontaal gemeten en een minimale diameter van 0.5 cm moet hebben.

  8. SPOREN Deze sporen zijn toegestaan bij de pony’s in de dressuur inclusief zwanenhalsspoor zonder wieltje.

  9. Vervolg sporen Deze sporen, inclusief die van de vorige pagina, zijn toegestaan bij de paarden

  10. ZWEEP In de klasse B, L1 en L2 is het gebruik van een zweep toegestaan. De maximale toegestane lengte van een dressuurzweep is bij de paarden 120 cm en bij de pony´s 100 cm

  11. HOOFDSTELLEN

  12. BITTEN Bitten dienen glad te zijn en een dikte te hebben van tenminste1.0 cm met uitzondering van de onderlegtrens.

  13. REGLEMENTEN We gaan nu enkele dingen van het Discipline Reglement Dressuur bespreken.-Verkennen van de rijbaan- Begin/einde van de proef- Belsignaal- De oefeningen en bewegingen- Fout in het programma- Vergissing in de proef- Hulp van derden

  14. VERVOLG - Toekenning en betekenis cijfers- Aftrekpunten/strafpunten- Stemgebruik- Niet toegestane hulpmiddelen- Juiste kleding- Verlaten van de ring tijdens de proef- Verzet- Vrijwillige beëindiging- Hulpmiddelen ring en losrijterrein

  15. VERKENNEN VAN DE BAAN Verkennen van de rijbaan (betreden van de ring) is toegestaan in de klasse B, L1 en L2.Vanaf de klasse M1 is dit niet meer toegestaan, tenzij je niet om de baan heen kunt rijden! Dit geldt voor zowel de outdoor als indoor seizoen. Je hoeft na het geven van het startteken ( belsignaal) door de jury niet opnieuw de baan te verlaten.Het verkennen van de ring, erin of er buiten,mag in stap, draf en galop.

  16. VERVOLG De eerste deelnemer (klasse B,L1,L2 ) en degene,na de in het programma opgenomen pauze, mag twee minuten voor aanvang van de betreffende rubriek de ring verkennen. De daarop volgende deelnemer mag na het afgroeten van de voorgaande deelnemer de ring betreden Na het geven van het startteken door de jury heb je 45 sec om met de proef te beginnen. Doe je hier langer over kan je worden uitgesloten!!!!

  17. BEGIN EN EINDE VAN DE PROEF De proef begint bij het binnenkomenen eindigt op het moment na de groet als het paard voorwaarts stapt.Alle voorvallen aan het begin of aan het einde van de proef hebben geen invloed op de cijfers (bijv. je paard schrikt en gaat draven na het afgroeten)

  18. OEFENINGEN EN BEWEGINGEN Alle oefeningen of bewegingen die op een bepaald punt moeten worden uitgevoerd beginnen op het ogenblik dat het lichaam van de deelnemer ter hoogte van het bedoelde punt is. Het van been verwisselen bij het van hand veranderen op de diagonaal geschied aan het einde van de diagonaal, tenzij anders voorgeschreven.

  19. FOUT OF VERGISSING Indien een deelnemer een fout in de proef maakt (bijvoorbeeld binnenkomen in de ring in een andere gang dan voorgeschreven of bij groet teugels niet in 1 hand nemen, of verkeerde hand groeten) wordt gestraft als een vergissing in het programma ( is dus - 2)

  20. VERVOLG Alle oefeningen die in de proef worden gevraagd moeten in de aangegeven volgorde worden uitgevoerd, gebeurd dit niet dat is er sprake van een vergissing. Wanneer de deelnemer zich vergist moet de jury de deelnemer door middel van een (bel) signaal waarschuwen. Wanneer het signaal de vloeiende voortgang van de proef onnodig zou belemmeren wordt aan het oordeel van de jury overgelaten of hij/zij de deelnemer al dan niet op deze vergissing attent maakt. Bijv:als je een overgang maakt bij F in plaats van B

  21. VERVOLG In beginsel mag een deelnemer geen onderdeel van de proef opnieuw doen, behalve wanneer er door de (hoofd) jury is beslist, door het geven van een (bel) signaal, dat er een fout in het programma is gemaakt. Wanneer de deelnemer begonnen is aan de uitvoering van een bepaald onderdeel en op eigen initiatief dezelfde beweging/oefening herhaalt mag de jury uitsluitend de eerste keer dat deze beweging/oefening beoordelen en dit handelen straffen als een vergissing in het programma ( dus -2).

  22. HULP VAN DERDEN Iedere inmenging van een derde, gevraagd of ongevraagd, dmv stem, gebaren etc., met uitzondering van het voorlezen van de proef, met het doel de deelnemer te helpen in tijdsbestek van binnenkomen tot het verlaten van de ring bij A, wordt als verboden hulp van derden beschouwd. Inclusief ( draadloze) communicatieapparatuur Iedere vorm van verboden hulp van derden inclusief het in orde brengen van het harnachement, ontvangen door een ruiter te paard, wordt, ter beoordeling van de jury, met uitsluiting van de combinatie gestraft.

  23. VERVOLG Na een val, wordt iedere hulp van een deelnemer, bijvoorbeeld het terugbrengen van het paard en/of het in orde brengen van het harnachement, zolang de deelnemer nog niet te paard zit, of hem weer in het zadel helpen niet als verboden hulp van derden beschouwd, op voorwaarde dat de deelnemer binnen 60 sec de proef kan hervatten.

  24. AFTREKPUNTEN Het lichtrijden waar doorzitten wordt gevraagd en omgekeerd, wordt bestraft en wel door het cijfer van de betreffende drafgedeelte van de proef met 1 punt te verminderen. Hetzelfde geldt voor lichtrijden op het verkeerde been.De aftrekpunten dienen in het cijfer voor het betreffende onderdeel te worden verwerkt en de jury dient dit op de startcoupon te vermelden.

  25. VERVOLG Het gebruik van de stem op welke wijze dan ook en enkele of herhaalde tonghulpen zijn ernstige fouten, waardoor het waarderingscijfer van de oefening waarbij er gebruik van werd gemaakt, omlaag gaat. Tot en met de klasse ZZ Zwaar geeft dit 1 aftrekpunt !

  26. TOEKENNING EN BETEKENIS VAN DE CIJFERS 0 = niet uitgevoerd 1 = zeer slecht 2 = slecht 3 = tamelijk slecht 4 = onvoldoende 5 = voldoende 6 = bevredigend 7 = tamelijk goed 8 = goed 9 = zeer goed 10= uitmuntend Onder niet uitgevoerd wordt verstaan dat er praktisch niets van de gevraagd beweging of oefening is getoond

  27. STRAFPUNTEN Iedere vergissing in het programma, iedere weglating, iedere inbreuk op de volgorde van hetgeen moet worden getoond, wordt, ongeacht of dit al dan niet door een (bel) signaal van de jury is aangegeven als volgt bestraft:- eerste keer : 2 strafpunten ( dus -2)- tweede keer: 4 strafpunten ( dus -4)- derde keer : uitsluiting

  28. VERVOLG Bij het gebruik van niet toegestane hulpmiddelen in de wedstrijdring, die echter wel zijn toegestaan zijn bij het losrijden ( bijvoorbeeld peesbeschermers) dient dit onmiddellijk hersteld te worden. Dit zal worden gestraft als een vergissing en de proef dient opnieuw begonnen te worden.

  29. KLEDING • Tenzij het verenigingstenue wordt gedragen dienen deelnemers tijdens de proef te verschijnen in: • Een rijjas, type colbert met knopen en platliggende revers het zitvlak geheel of gedeeltelijk bedekkend • Een lichtgekleurd overhemd of dressuurblouse. Deze moeten lange of korte mouwen hebben en bij lange mouwen voorzien van witte manchetten • Witte, beige of gele rijbroek • Bijpassende witte of gele plastron of stropdas ( bij dressuurblouse niet verplicht)

  30. VERVOLG • Een paar handschoenen • Een paar rijlaarzen of jodphurlaarsjes in combinatie met gelijkkleurige gladde leren of kunstlederen chaps • Een veiligheidscap/-helm met de norm EN-1384. Uitsluitend bij het deelnemen van de klasse Z1 PAARDEN is het toegestaan een dressuurhoed of bolhoed te dragen

  31. VERVOLG • - Leden van verenigingen waar een verenigingstenue is ingesteld zijn gehouden in dat tenue aan de wedstrijden deel te nemen, behoudens indien zijn starten in de klasse Z1 of Z2 • Handschoenen zijn ook verplicht bij het rijden in verenigingstenue. • Het is toegestaan om met een bodyprotector te rijden tijdens de wedstrijd. De bodyprotector mag boven of onder het wedstrijdtenue gedragen worden.

  32. VERVOLG Indien de deelnemer niet in de juiste kleding of het paard niet met het juiste harnachement de ring betreedt, moet dit onmiddellijk hersteld worden. De jury dient deze onregelmatigheid te beoordelen als een vergissing in de proef ( dus -2) en de proef dient opnieuw begonnen te worden in de voorgeschreven kleding. Als de deelnemer de kleding niet kan corrigeren, mag de jury het opnieuw beginnen van de proef niet toestaan en volgt uitsluiting

  33. VERLATEN VAN DE AFGEZETTE RING TIJDENS DE PROEF Indien een paard tijdens de proef, tussen het moment van binnenkomen en het verlaten van de ring bij A, met alle vier de hoeven buiten de ring terecht komt, zonder dat er sprake is van een val, volgt uitsluiting van de betreffende combinatie ook wanneer zich bij de letter A een vaste opening bevindt of de deelnemer ervoor gekozen heeft de ring niet te laten sluiten. Mocht dit gebeuren na het afgroeten dan is het aan de jury om te beslissen of de deelnemer wordt uitgesloten. Het buiten het bordje om rijden wordt gestraft als een vergissing in de proef, dus -2.

  34. VERZET???

  35. VERVOLG • Er is sprake van verzet wanneer het paard: • Op aanvraag van zijn ruiter weigert voorwaarts te gaan en/of • Ongevraagd achteruit loopt en/of • Vanwege welke reden dan ook op eigen initiatief stilstaat, al dan niet regelmatig of volledig keert maakt, bokt of steigert, door de teugel springt, wegstormt of zich anderszins overduidelijk aan de wil van zijn ruiter onttrekt.

  36. VERVOLG Op ieder verzet van het paard, als gevolg waarvan de proef gedurende 20 seconden niet vervolgd kan worden, volgt terstond uitsluiting van de combinatie door de jury.

  37. VRIJWILLIGE BEEINDIGING Een deelnemer , die ervoor kiest de proef vrijwillig te beëindigen, dient dit door middel van een duidelijk afgroeten aan de jury kenbaar te maken en vervolgens de ring onmiddellijk in stap te verlaten. Indien een deelnemer tijdens de proef vrijwillig afstijgt, wordt dit beschouwd als vrijwillig beëindiging van de proef.

  38. VERVOLG De deelnemer dient ten alle tijden te paard de ring te verlaten, zo niet dan volgt uitsluiting. Dit is niet het geval als de deelnemer voor A afstijgt om de afgesloten ring te openen omdat deze niet door iemand anders kan worden geopend. Kreupelheid: In het geval van uitgesproken kreupelheid van het paard deelt de jury de deelnemer direct mede dat deze wordt uitgesloten. Tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk en de deelnemer dient onmiddellijk af te stijgen en met het paard de ring te voet te verlaten

  39. VALLEN: Er is sprake van een val van de deelnemer, wanneer zonder dat het paard gevallen is, deelnemer en paard gescheiden worden en de deelnemer de grond heeft geraakt.Er is sprake van een val van een paard wanneer schouder en heup van het paard de grond hebben geraakt.Indien er sprake is van een val van de deelnemer en/of paard volgt uitsluiting van de combinatie.

  40. HULPMIDDELEN

  41. HULPMIDDELEN • Het is niet toegestaan gebruik te maken van:- Een bit of een stang, niet voorkomend op de lijst van geoorloofde bitten • Een martingaal en van alle andere hulpteugels, zoals slofteugels e.d. • Oorkappen, oogkleppen, bontje om de neusriem of elke andere voorziening die het oriëntatievermogen van het paard beperkt • Borsttuigen, voortuigen, straatriemen dan wel een andere voorziening die bedoeld is het zadel op zijn plaats te houden, met uitzondering van de voorsingel • Hoefschoenen

  42. voorsingel

  43. VERVOLG Het gebruik tijdens de proef van bandages, pijpkousen, glijdende martingaal, peesbeschermers, Theideman-teugel, strijklappen ed. is niet toegestaan. Het gebruik van een slofteugel tijdens de prijsuitreiking is toegestaan in combinatie met een hoofdstel, voorzien van enkele trens. Tijdens het losrijden mogen geen bitten, hulpmiddelen en/of voorzieningen worden gebruikt dan die, welke tijdens de proef zijn toegestaan, ECHTER:

  44. VERVOLG • Op het losrijterrein en op andere trainingsplaatsen van het wedstrijdterrein zijn wel toegestaan:-glijdende martingaal, Thiedemann-teugel alleen in combinatie met een trenshoofdstel • Springschoenen, bandages, peesbeschermers, strijklappen ed. om veiligheidsredenen mag gebruik gemaakt worden van een (beugel) riem om de hals van het paard • Eenvoudige bijzetteugels, vastgemaakt aan het bit en het zadel, alleen tijden het longeren op het oefenterrein en slechts dan wanneer er gebruik wordt gemaakt van een enkele longe. De bijzetteugels dienen te zijn bevestigd aan het bit van een trenshoofdstel en aan het zadel.

  45. ALGEMEEN WEDSTRIJD REGLEMENT Naast het discipline Reglement Dressuur is er ook een algemeen wedstrijd reglement. Hieruit bespreken we de volgende onderdelen: - Meting pony´s- Wreedheid - Tonen startkaart en paspoort- Diskwalificatie - Uitsluiting

  46. METING PONY´S - Pony’s moeten tot en met de leeftijd van 8 jaar jaarlijks worden gemeten tussen 1 januari en 1 april door een KNHS ponymeter ( deze registreert dit in het paspoort)- Pony’s die niet op leeftijd van 8 jaar gemeten zijn en/of op latere leeftijd ( weer) in de sport worden uitgebracht, moeten voor aan de wedstrijd mag worden deelgenomen alsnog gemeten worden. Dit wordt dan als definitieve meting in het paspoort geregistreerd. - Indien de pony op grond van het resultaat van een (her) meting in een andere categorie wordt ingedeeld, dient vanaf 1 april in de nieuwe categorie te worden gestart. Je bent zelf verantwoordelijk dat aan de meting is voldaan wanneer je deelneemt aan KNHS wedstrijden

  47. WREEDHEID,OVERBODIG EN/OF PUBLIEKSONVRIENDELIJK GEDRAG