1 / 23

TRACHEACOLLAPS = DORSOVENTRALE AFPLATTING TEN GEVOLGE VAN TRACHEOMALACIE

TRACHEACOLLAPS = DORSOVENTRALE AFPLATTING TEN GEVOLGE VAN TRACHEOMALACIE. DORSAAL LIGAMENT. TRACHEARING. TRACHEACOLLAPS - NIET VERWARREN MET TRACHEAHYPOPLASIE = AANGEBOREN EN TRACHEARINGEN ZIJN MEESTAL STEVIG MAAR TE KLEIN - TRACHEACOLLAPS = VERWORVEN EN

Download Presentation

TRACHEACOLLAPS = DORSOVENTRALE AFPLATTING TEN GEVOLGE VAN TRACHEOMALACIE

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. TRACHEACOLLAPS = DORSOVENTRALE AFPLATTING TEN GEVOLGE VAN TRACHEOMALACIE DORSAAL LIGAMENT TRACHEARING

  2. TRACHEACOLLAPS - NIET VERWARREN MET TRACHEAHYPOPLASIE = AANGEBOREN EN TRACHEARINGEN ZIJN MEESTAL STEVIG MAAR TE KLEIN - TRACHEACOLLAPS = VERWORVEN EN VOORNAMELIJK BIJ OUDERE DIEREN VAN MINIATUURRASSEN (O.A. YORKSHIRE T.)

  3. TRACHEACOLLAPS - ‘SYNDROOM TRACHEACOLLAPS’ IS EEN MECHANISCH PROBLEEM VAN TRACHEA EN GROTE BRONCHEN

  4. TRACHEACOLLAPS - ‘SYNDROOM TRACHEACOLLAPS’ IS MEESTAL OOK MEER: INFLAMMATIE EN COLLAPS KLEINE LUCHTWEGEN: 5 5 5 5 10 0 5 5 5

  5. TRACHEACOLLAPS - DIAGNOSE: . MINIATUURRAS, OUDERE DIEREN . CHRONISCHE HOEST . SNATERENDE HOEST . SLAPPE TRACHEA EN RANDEN VAN RINGEN TE VOELEN, INDIEN COLLAPS IN CERVICALE GEDEELTE

  6. TRACHEACOLLAPS - DIAGNOSE: . INSPIRATOIRE DYSPNEE BIJ LICHTE DRUK OP TRACHEA (THV BORSTINGANG) . RX: * COLLAPS THORACALE TRACHEA BIJ EXPIRATIE * SOMS RECHTER HARTDILATATIE = COR PULMONALE

  7. TRACHEACOLLAPS - OPMERKINGEN . SOMS RAKEN HOESTBUIEN GECONDITIONEERD . DIKWIJLS OOK HEPATOMEGALIE BIJ DEZE PATIËNTEN (WEGENS CUSHING ?) . DIKWIJLS OOK MITRALISINSUFF.: OUDE DIEREN HEBBEN DIKWIJLS OOK MITRALISINSUFF. (geen oorzakelijk verband)

  8. TRACHEACOLLAPS - DIFFERENTIAALDIAGNOSE BIJ KLEINE OUDE HONDEN KOMEN SOMS EN TRACHEACOLLAPS EN MITRALISINSUFFICIËNTIE VOOR HOESTEN TGV HART- OF RESPIRATIE - AANDOENING ?? WELKE HULPMIDDELEN VOOR DIFF. ??

  9. HULPMIDDELEN - EERDER RESPIRATOIRE OORZAAK INDIEN: . RX: VNL RECHTER HARTDILATATIE ( COR PULMONALE ) . EKG: TEKENS VAN COR PULMONALE * AMPLITUDE P-GOLF ( P-PULMONALE ) P-AMPLITUDE > 0.4 mV * Ta- GOLVEN AANWEZIG * DUIDELIJKE S-GOLVEN IN II , III en aVF

  10. S-GOLVEN IN II, III en aVF S S S

  11. HULPMIDDELEN - EERDER RESPIRATOIRE OORZAAK INDIEN: . RX . EKG . HARTFREQUENTIE LAAG EN DUIDELIJKE SINUSARITMIE . ECHOGRAFIE: GEEN TEKENS VAN LINKER ATRIUMDILATATIE

  12. TRACHEACOLLAPS - BEHANDELING . BRONCHODILATOREN . ANTIBIOTICA (INTERMITTEREND) . CORTICOSTEROÏDEN (INTERMITTEREND SOMS CONTINU) . SYMPTOMATISCHE HOESTBEHANDELING * LUCHTBEVOCHTIGING * CENTRALE HOESTREMMERS

  13. CHRONISCHE BRONCHITIS - ETIOLOGIE . LUCHTPOLLUTIE (PASSIEF ROKEN, … ?) . INFECTIES: BORDETELLA, … . ALLERGIE . ONBEKENDE FACTOREN - PATHOGENESE: . INFLAMMATIE ZIE TRACHEACOLLAPS

  14. CHRONISCHE BRONCHITIS - DIAGNOSE . LUIDE SCHORRE HOEST, VNL NA RUST . TRACHEAREFLEX: + (NIET SPECIFIEK) . AUSCULTATIE : DIKWIJLS NORMAAL, SOMS RHONCHI . RX: SOMS NO, DIKWIJLS BRONCHIAAL PATROON

  15. CHRONISCHE BRONCHITIS - DIAGNOSE . BLOEDONDERZOEK * SOMS NEUTROFILIE ( INFECTIE) * SOMS EOSINOFILIE ( ALLERGIE) * SOMS NORMAAL ( ASPECIFIEKE ) . EKG: * SOMS TEKENS VAN COR PULMONALE . BRONCHOSCOPIE ( ZIE HOGER )

  16. ALLERGISCHE BRONCHOPNEUMONIE

  17. CYTOLOGIE BRONCHIAAL SPOELVOCHT VEEL EO’S

  18. ALLERGISCHE BRONCHOPNEUM. NA BEHAND.

  19. CHRONISCHE BRONCHITIS - BEHANDELING: . EVENTUEEL ANTIBIOTICA . BRONCHODILATOREN . CORTICOSTEROÏDEN BIJ ALLERGIE . MONDHYGIËNE . OBESITAS BESTRIJDEN . LUCHTBEVOCHTIGING . OORZAAK WEGNEMEN (zelden mogelijk)

  20. SYMPTOMATISCHE HOESTBEHANDELING - ENKELE OPMERKINGEN * LUCHTVOCHTIGHEID IS BELANGRIJK ( ONGEVEER 70% ) * VELE HOESTSIROPEN BEVATTEN STOFFEN MET DUBIEUZE EFFECTIVITEIT (bv: EXPECTORANTIA EN MUCOLYTICA)

  21. SYMPTOMATISCHE HOESTBEHANDELING - ENKELE OPMERKINGEN * WEERSTAND IN LUCHTWEGEN IS EVEN- REDIG MET RADIUS TOT VIERDE MACHT MAATREGELEN DIE OBSTRUCTIE VERMINDEREN VERHOOGDE FLOW PUNT VAN GELIJKE DRUK NAAR CRANIAAL

  22. SYMPTOMATISCHE HOESTBEHANDELING - ENKELE OPMERKINGEN * THEOPHYLLINE BIJWERKINGEN: . TACHYCARDIE . NERVOSITEIT . GASTRO-INTESTINALE STOORNISSEN * TERBUTALINE BIJWERKINGEN . TACHYCARDIE . ARITMIEËN

  23. SYMPTOMATISCHE HOESTBEHANDELING - CORTICOSTEROÏDEN . ALLEEN NA VOLDOENDE DIAGNOSTIEK . KORTWERKENDE PREPARATEN . TUSSEN 8 EN 10 UUR ‘S MORGENS . OM DE DAG . ZOEKEN NAAR MINIMAAL EFFECTIEVE DOSIS

More Related