1 / 39

H1 Samenhang en verscheidenheid

H1 Samenhang en verscheidenheid. 1 Oriëntatie. - Wat zijn de belangrijkste kenmerken van globalisering in de wereld?. Hoe heeft de wereldsamenleving zich in de loop der tijd ontwikkeld ?. Waarom doet niet ieder land in dezelfde mate mee met globalisering ?

Download Presentation

H1 Samenhang en verscheidenheid

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. H1 Samenhang en verscheidenheid

  2. 1 Oriëntatie - Wat zijn de belangrijkste kenmerken van globalisering in de wereld?

  3. Hoe heeft de wereldsamenlevingzich in de loop der tijdontwikkeld?

  4. Waaromdoetnietieder land in dezelfde mate mee met globalisering? • De top tien van landen met de hoogste en de laagsteomvang van buitenlandse • investeringen (miljoen dollar, 2009)

  5. 2 Wat is globalisering? • 2.1 De definitie van globalisering • Driekenmerken: • Bedrijven, landen en mensenwerkenmeersamen • Steeds meergrensoverschrijdendestromen van goederen, mensen en informatie • Bedrijven, landen en mensenoefenen steeds meerinvloed op elkaaruit • Internationalisering ≠ mondialisering

  6. 2.2 Internationale taakverdeling • De interactietheorie van Ullman • Ruimtelijkeverplaatsingentreden op in geval van: • Complementariteit • Geentussenliggendemogelijkheden • Transporteerbaarheid

  7. 2.3 Globalisering leidt tot netwerksamenlevingen • Meer netwerken door toename geografische mobiliteit • Productienetwerken • Sociale netwerken • Toeristennetwerken

  8. 2.4 Tijd-ruimtecompressie • Relatieveafstanden • wordenkorter: afstandsverval • Komt door twee technologische • ontwikkelingen: • Ontwikkeling van • transporttechnologie • 2. Ontwikkeling van • communicatietechnologie

  9. 2.5 Standaardisering • Standaardisering: uniformiteit in • cultureleideeën • economie • regels • Standaardisering van de productie: • fordisme • toyotisme

  10. 3 Kolonialisme veranderde de wereld (1500-1950) • 3.1 Kolonialisme vanuit Europa • Europese landen begonnen met uitbreiden van hun macht: • imperialisme -> kolonialisme (europeanisering)

  11. 3.2 Handelskolonialisme (1500-1850) Vanaf 1500: handelskolonialisme wegens toename Europese bevolking

  12. 3.3 Exploitatiekolonialisme Industriële Revolutie: grondstoffen nodig Gevolg: exploitatiekolonialisme in Afrika en Azië

  13. 3.4 De tegenstelling centrum-periferie • Centrum-periferiemodel zorgt voor: • Regionale ongelijkheid • Sociale ongelijkheid • Verschillen in ontwikkeling stad en platteland • Backwash-effects • Spread-effects

  14. 3.5 Ruilvoetverslechtering en schulden Economische problemen door slechte handelsbalans: ruilvoetverslechtering. Dit leidde tot schulden. Ontwikkeling staatsschuld in Afrika (1970-2008) in miljarden US-dollar.

  15. 4 Drie werelden in één (na 1950) • 4.1 Het ontstaan van een Oost-Westtegenstelling • Koude Oorlog: strijd tussen hegemoniale staten. • Kapitalisme (vrijemarkteconomie) versus communisme (planeconomie) • Of: Eerste Wereld versus Tweede Wereld • Vanaf 1989: politieke transitie

  16. 4.2 Het ontstaan van een Noord-Zuidtegenstelling • Na de Tweede Wereldoorlog: • Dekolonisatie: veel koloniën onafhankelijk • Neokoloniale situatie • Zwakke economische ontwikkeling • Afhankelijk van export van primaire producten • Eerste, Tweede en Derde Wereld • Noord-Zuidtegenstelling

  17. Driekenmerkenontwikkelingslanden: • Armoede • Zwakkeeconomischestructuur • Fragmentarischemodernisering

  18. 4.3 Politieke globalisering • Politieke globalisering -> intergouvernementele organisaties (IOG’s) • Verenigde Naties (VN) • Wereldhandelsorganisatie (WTO) • Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) • G20 (Groep van 20) • Millenniumdoelen: in 2015…

  19. 5 Economische globalisering • 5.1 Global Shift • Rond 1950: economische centrum in West-Europa en de VS • Vanaf 1970: uitschuiving van footloose industries naar Oost- en • Zuidoost-Azië (Pacific Rim) en Latijns-Amerika • Nieuwe industrielanden (NIC’s): • In Azië: Tijgerlanden • Omvangrijke beroepsbevolking • Lage lonen • Aantrekkelijk voor arbeidsintensieve bedrijven • Nieuwe internationale arbeidsverdeling

  20. 5.2 Het triadisch netwerk • Economischedriehoekwaarin de meestewereldhandel en • productieplaatsvindt.

  21. 5.3 Importvervangende industrialisatie • Nieuwe industrielanden importeren meer dan ze exporteren • Deze import wordt vervangen door in eigen land vervaardigde producten (importsubstitutie) • Dit vermindert afhankelijkheid van het buitenland

  22. 5.4 Toyotisme bevordert de exportindustrie • Produceren is vooral goed organiseren • Clustering: bespaart kosten

  23. 6 Bedrijven en globalisering • 6.1Multinationaleondernemingen • Kenmerken MNO’s: • Veelkennisen kapitaal • 2. Strategischhandelen

  24. 6.2 De productlevenscyclus • Snelle ontwikkelingen zorgen voor een korte productlevenscyclus.

  25. 6.3 De staat en de vestiging van bedrijven • Overhedenkunnenbedrijvenlokken door: • Belastingvoordelen, investeringssubsidies • Vrijhandelszones • - Exportindustriezones • Goedeinfrastructuur • Niettehogelonen • Beperkingvakbondsactiviteiten • 5. Weinigmilieueisenstellen

  26. 7 Globalisering en cultuur • 7.1Cultuur en identiteit • Cultuuromvat twee onderdelen: • Geestelijkeaspecten • Materiëleaspecten • Cultuurpatroon: identiteit • Cultuurgebied

  27. 7.2 Lokalisering tegenover globalisering Tegenhanger van globalisering: lokalisering Bijvoorbeeld weerstand tegen modernisering of verwestersing Lokalisering in de politiek: regionalisme McDonalds in de wereld

  28. 7.3 Cultuur en de demografische transitie • Groene druk: veel jongeren • Grijze druk: veel ouderen

  29. 8 Globalisering en migratie • 8.1 Migratie, eenwereldwijdverschijnsel • Internationalemigratie • Economischmotief: arbeidsmigratie • Leidt tot multiculturelesamenleving • Binnenlandsemigratie • Van plattelandnaarstad: urbanisatie • Percentage van de bevolking in eenstedelijkgebied: urbanisatiegraad

  30. 8.2 Migratie verklaren of voorspellen • Drie schaalniveaus om migratie te verklaren: • Macroniveau (wereldschaal) • Mesoniveau (eigen land of gebied) • Microniveau (eigen huishouding)

  31. 8.3 Transnationale identiteit • Migranten brengen nieuwe culturele kenmerken naar een gebied • Ze nemen zelf kenmerken over • Een mengcultuur ontstaat: transnationale identiteit

  32. 9 Samenhang en verscheidenheid • 9.1 De geleding van de wereld • Zessoortenlanden: • MinstOntwikkeldeLanden (MOL) • Ontwikkelingslanden • Rijkeoliestaten • Transitielanden • NieuweIndustrielanden (NIC’s) • HoogstOntwikkeldeLanden (HOL)

  33. 9.2 Indicatoren om ontwikkeling te meten • Human Development Index (HDI) bestaatuit: • Educatie-index (analfabetisme) • Levensverwachtingbijgeboorte • Levensstandaard (inkomen, koopkracht) • Andere indicatoren: • Percentage onder de armoedegrens • Binnenlandse regionale ongelijkheid

  34. 9.3 Eenwording of verbrokkeling? • Eenwording: • Meer landen lid van WTO • Verbrokkeling: • Strijd tegen islamitisch fundamentalisme • Polarisatie • Tweedeling: • Fast World • Slow World

  35. 9.4 Waarom doen niet alle landen mee? • Drie oorzaken: • Landen zijn te arm • Dictatuur of gesloten politiek systeem • Culturele bezwaren

  36. 9.5 De anders-globalisten willen het anders • Anders-globalisten willen een andere manier van globalisering: • Het moet leiden tot een betere en duurzame wereld • Arme boeren, arme landen, mensenrechten, milieu en klimaat mogen niet in de knel komen • Ze vinden de WTO en de Wereldbank niet democratisch • Vrezen dat vooral MNO’s er beter van worden • Ze voeren actie bij vergaderingen van IGO’s om dit te bereiken

More Related