hoofdstuk 4 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Hoofdstuk 4 PowerPoint Presentation
Download Presentation
Hoofdstuk 4

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 31

Hoofdstuk 4 - PowerPoint PPT Presentation


  • 228 Views
  • Uploaded on

Hoofdstuk 4. Financiële Markten. Inleiding. Intrestvoet: wat, belang en bepaling ? Hoe wordt de intrestvoet beïnvloed door centrale banken (ECB, FED) ? Eén markt voor obligaties Eén intrestvoet. Assumpties. Inleiding. 4.1. Geldvraag

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Hoofdstuk 4' - rigg


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Financiële Markten

inleiding
Inleiding
  • Intrestvoet: wat, belang en bepaling ?
  • Hoe wordt de intrestvoet beïnvloed door centrale banken (ECB, FED) ?
  • Eén markt voor obligaties
  • Eén intrestvoet

Assumpties

inleiding1
Inleiding
  • 4.1. Geldvraag
  • 4.2. Bepaling intrestvoet bij geldaanbod bepaald door centrale bank
  • 4.3. Bepaling intrestvoet bij geldaanbod bepaald door centrale bank en commerciële banken (NIET)
  • 4.4 Alternatief (NIET)
inleiding terminologie p 67
Inleiding: terminologie p.67
  • Inkomen: hoeveelheid per tijdseenheid (stroomvariabele)
  • Rijkdom (Wealth): op een gegeven ogenblik (voorraadvariabele) = Financiële tegoeden (“assets”) min financiële verplichtingen (“liabilities”)
  • Geld (Money): financiële asset te gebruiken voor transacties (voorraadvariabele) =Chartaal geld (currency) + deposito’s
  • Belegging (versus Investering)
4 1 geldvraag
4.1 Geldvraag

Scenario…

Geld : Gebruikt voor transacties (chartaal geld en deposito), geen intrest (i = 0)

Obligaties : Niet voor transacties, wel intrestopbrengst (i > 0)

Assumptie : slechts twee mogelijke financiële assets :

4 1 geldvraag1

Rijkom = $50,000

  • $3,000 per maand (transacties)
  • Je wil 2 maand in voorraad ($6,000)
  • $50,000-$6,000 (geld voor transacties) =$44,000 obligaties

Stel :

4.1 Geldvraag

Voorbeeld

Aandeel geld / obligaties afhankelijk van (te verwachten) transacties

4 1 geldvraag2
4.1 Geldvraag

Voorbeeld

Intrestvoet op obligaties

  • Als intrestvoet (i) stijgt wordt het aanhouden van obligaties interessanter
  • Bij hoge i, zou je kunnen kiezen om je voorraad beperkt te houden tot twee weken ($1,500) en aandeel obligaties op te drijven tot $48,500

Aandeel geld / obligaties afhankelijk van intrestvoet op obligaties

OPM Als i=0, geen obligaties

4 1 geldvraag3
4.1 Geldvraag

Samengevat

  • Niveau (verwachte) transacties
  • Intrestvoet op obligaties

De verhouding tussen geld en obligatiesis dus afhankelijk van

4 1 geldvraag4
4.1 Geldvraag

Samengevat met notatie:

Geldvraag (Md) afhankelijk van :

  • Niveau transacties hetgeen proportioneel is met nominaal inkomen ($Y)
  • De intrestvoet op obligaties (i)
4 1 geldvraag5
4.1 Geldvraag

Md = $Y L(i)

(+) (-)

geldvraag

Nominaal inkomen (+)

Liquiditeitsvraag functie van i

Md negatief gerelateerd tot i via L

(-)

4 1 geldvraag6
4.1 Geldvraag

Effecten :

Md = $YL(i)

(+)

(-)

Als $Y verdubbeld tot $2Y

Md = $2YL(i)

Ook Md verdubbeld

Als i stijgt; Md daalt via L(i)

geldvraag f 4 1

i

Md (for

$Y´ > $Y)

Md

(for nominal

Income $Y)

M

Geldvraag (F.4.1)

Grafisch Md = $YL (i)

Intrestvoet i

Geld, M

geldvraag langs

Md en i zijn negatief gerelateerd

  • Voor $Y bij i
  • i2hoger, lagere M = M2
  • i1lager, hogere M= M1

b

i2

a

i

c

i1

Md ($Y)

M2

M1

M

Geldvraag (“langs”)

Intrestvoet, i

Geld, M

geldvraag van
Geldvraag (“van”)

Grafisch Md = $YL (i)

  • Stijging $Y tot $Y´; Md schuift tot Md´
  • M stijgt van M tot M´ (a tot b)

a

b

i

Intrestvoet, i

Md´

($Y´ > $Y)

Md

($Y)

M

Geld, M

4 1 geldvraag7

negatief gecorreleerd

via L(i)

4.1 Geldvraag

Geldvraag en intrestvoet : De Feiten (FOCUS p. 70)

Deel door $Y

figuur p 71
Figuur p. 71

Negatieve correlatie toename geldvraag en toename intrestvoet

4 1 geldvraag8

1960 = 27% 2000 = 11%

voor vergelijkbare i

(= Omloopsnelheid geld) stijgt

In 1960 = 3.7

In 2000 = 9.1

4.1 Geldvraag

Tweede vaststelling: geldvraag daalt

4 1 geldvraag9
4.1 Geldvraag

Gestegen omloopsnelheid: waarom ?

Financiële innovaties

  • Betaalkaarten - Kredietkaarten
  • Proton
  • -Toekomst : internetgeld ?
geldhoeveelheid in belgi bron heylen
Geldhoeveelheid in België (Bron: Heylen)

(in miljarden BF) 1988 1991 1997

Munten 16 19 23

+ Biljetten 418 419 466

= Chartaal 402 404 441

Giraal 796 900 1233

Totaal 1172 1304 1674

% chartaal 34% 31% 26%

Omloopsnelheid ? Relatie met intrestvoet ?

4 2 bepaling intrestvoet
4.2 Bepaling intrestvoet

Geldvraag, geldaanbod en evenwichtsintrestvoet

Onderstel

  • Geld (M) aangeboden door centrale bank
  • Evenwicht Financiële Markt als :
  • Geldaanbod = Geldvraag
  • M = $YL(i)
  •  LM - relatie
4 2 bepaling intrestvoet f 4 2

Ms

A

Intrestvoet, i

i1

evenwichtsintrestvoet, Md = MS

Md

M

Geld, M

4.2 Bepaling intrestvoet (F 4.2)

Evenwicht grafisch

4 2 bepaling intrestvoet f 4 3

Ms

  • Stijging $Y tot $Y´
  • Md stijgt tot Md´

  • Evenwicht A naar A´

i2

  • i stijgt van i1tot i2

A

i1

Md´ ($Y´ > $Y)

Md ($Y)

M

4.2 Bepaling intrestvoet (F 4.3)

Effect van stijging Nationaal Inkomen op i

Intrestvoet, i

Geld, M

4 2 bepaling intrestvoet f4 4

Ms

Ms´

  • Stijging Ms tot Ms´
  • Evenwicht van A naar A´
  • Intrest daalt van i1tot i2

A

i1

i2

Md ($Y)

M

4.2 Bepaling intrestvoet (F4.4)

Effect van stijging geldaanbod op i

Intrestvoet, i

Geld, M

4 2 bepaling intrestvoet1
4.2 Bepaling intrestvoet

Open markt verrichtingen door centrale bank:

  • Aankoop en verkoop overheidsobligaties door de centrale bank
  • Aankoop obligaties om geldaanbod te verhogen = expansief monetair beleid
  • Verkoop obligaties om geldaanbod te verlagen = restrictief monetair beleid
prijs van en intrest op obligaties
Prijs van en intrest op obligaties
  • Hogere prijs = lagere intrest
  • Hogere intrest = lagere prijs
monetair beleid via obligaties
Monetair beleid via obligaties
  • Expansief : Centrale bank koopt obligaties  vraag stijgt  prijs stijgt  intrestvoet daalt
  • Restrictief: Centrale bank verkoopt obligaties  aanbod stijgt  prijs daalt  intrestvoet stijgt
4 2 bepaling intrestvoet2
4.2 Bepaling intrestvoet

Een samenvatting:

  • i wordt bepaald door MD & MS
  • Centrale bank wijzigt i door wijziging MS
  • Centrale bank wijzigt MS met open markt verrichtingen
  • Kopen van obligaties : MS stijgt en i daalt
  • Verkopen van obligaties: MS daalt en i stijgt
actualiteit intrestbeslissing
Actualiteit = intrestbeslissing

Monetair beleid = wijziging geldaanbod dmv open markt beleid  beïnvloeding intrestvoet

is gelijk aan

Monetair beleid = keuze intrestvoet  door wijziging geldaanbod dmv open markt beleid

oefeningen hk 4
Oefeningen HK 4

1 / 2 / 4 / 5 / 7