Download
zelfdoding bij ouderen een zorg ethische interpretatie n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Zelfdoding bij ouderen: een zorg-ethische interpretatie PowerPoint Presentation
Download Presentation
Zelfdoding bij ouderen: een zorg-ethische interpretatie

Zelfdoding bij ouderen: een zorg-ethische interpretatie

0 Views Download Presentation
Download Presentation

Zelfdoding bij ouderen: een zorg-ethische interpretatie

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Zelfdoding bij ouderen:een zorg-ethische interpretatie Linus Vanlaere GVO vzw, Kortrijk CBMER, Leuven

  2. Inleiding Ethiek en zelfdoding...  T. Szasz, Fatal Freedom (1999) H. Wittwer, Selbsttötung als Philosophisches Problem (2003) 

  3. Inleiding In ‘mainstream’-ethiek wordt zelfdoding bij ouderen doorgaans benaderd als een uiting van individuele vrijheid en als een rationele keuze (cf. ‘Seneca’) → interventie = paternalisme → (negatieve) vrijheid voorop Cf. Opvatting in samenleving waarbij zelfdoding bij ouderen wordt gezien vanuit ‘euthanasie-bril’

  4. Inleiding Ouderenpsychiater Ann Haekens: Szasz (en anderen) geven de indruk dat het probleem van suïcide een zeer eenvoudige zaak is. Men zou gaan denken dat suïcide in plaats van een zaak over leven en dood, een zaak is van ‘macht’, ‘vrijheid’ en ‘rechten’. De discussie wordt immers frequent in deze termen gevoerd en men haalt dan argumenten aan als ‘de autonomie van de persoon’ en ‘het paternalisme van de arts’. →

  5. Inleiding Soms lijkt men evenwel te vergeten dat het hier om een particuliere persoon gaat, die lijdt, die wanhopig is, die angstig is, die geen uitkomst meer ziet. Abstracte ideeën dreigen in deze context belangrijker te worden dan het individuele lijden van de betrokken persoon. A. Haekens, Beslissingsbekwaamheid in de geronto- psychiatrische context, Leuven, Leuven University Press, 1998, p. 78.

  6. Inleiding • Zorgethiek ontrafelt (impliciet) normatieve ideeën inzake (het ontbreken van) zorgverlening • Is onze ‘eenzijdige’ benadering van zelfdoding bij ouderen (in ethiek en samenleving) wel zo ‘waardeneutraal’ als wij denken? • Legitimeert deze benadering een vorm van ‘ageïsme’? • Maskeert deze benadering het onvermogen in het omgaan met vragen (cf. zingeving) waar geen onmiddellijk antwoord voor bestaat? Cf. Preventie Cf. Schaarste aan onderzoek

  7. Inleiding • Zorgethiek zet in op concrete zorg die de waardigheid van mensen ondersteunt, een waardigheid die onder druk is komen staan door kwetsbaarheid op diverse domeinen. (cf. Prof. C. Gastmans)

  8. ZorgethiekCf. Prof. Chris Gastmans Morele perceptie uitgevoerd door reflective practitioner

  9. Opbouw • Verheldering van kwetsbaarheid die een rol speelt bij suïcidale ideatie van ouderen ↓ • Algemene oriëntaties voor zorg (meta-niveau) ↓ • Enkele concrete oriëntaties voor preventie

  10. Kwetsbaarheid • Lichamelijk • Rol van lichamelijke aandoeningen bij suicidaliteit (cf. F. Bouckaert) • Bemiddeld door depressie • Rol van fysieke afhankelijkheid ̴ waardigheid • Cf. mensen met visuele beperking als risicogroep

  11. Kwetsbaarheid • Relationeel • Verlieservaringen • Verlies van sociale steun en grotere sociale isolatie • Anticipatie op verhuis naar ouderenvoorziening als trigger → (angst voor) verlies van relationele intimiteit (als wederkerigheid)?

  12. Kwetsbaarheid • Sociaal • Deelname aan formele sociale netwerken vormt beschermende factor • Negatieve beeldvorming (‘ageism’) als sociaal fenomeen • Neg. attitude tgo ouder worden → laag zelfbeeld(Bengtson, Reedy & Gordon, 1985) • Vrees voor afhankelijkheid → verlies van zelfwaarde en depressie naarmate ‘frailty’ en afhankelijkheid toenemen (Coleman e.a., 1993) • Rol van culturele waarden op beleving van eigenwaarde (waardigheid)?

  13. suicidale act Suicidale toestand depressie, hopeloosheid Toename depressieve symptomen, vermindering van veerkracht • rolveranderingen, lichamelijke ziekte, • acute en chronische stressoren Persoonlijkheidsfactoren, sociale context, culturele waarden en percepties

  14. Kwetsbaarheid • Verband tussen hogere waardering die aan individueel, autonoom en onafhankelijk leven wordt toegekend en de lage waardering voor zorg en zorgafhankelijkheid. • Gemeten aan de norm van autonomie… • Verschijnen situaties van niet gekozen afhankelijk als “problematisch” • Verschijnt het afhankelijk-zijn op zich als een handicap die het volwaardig mens-zijn in de weg staat • Verschijnt het ouder-worden per definitie gezien als een levensfase die zich steeds verder van de norm verwijdert

  15. Kwetsbaarheid • Psychisch • Angsten – angst voor afhankelijkheid, angst voor verlies waardigheid, angst een ‘last’ te zijn – spelen vooral rol wanneer persoon veel belang hecht aan onafhankelijkheid, zelfbeschikking en zelfredzaamheid (Kerkhof 1992)

  16. Kwetsbaarheid Duberstein et al., 2000

  17. Kwetsbaarheid • Moreel • Risico om als wilsonbekwaam overgeleverd te worden aan de willekeur van anderen vormt mogelijk motief voor suïcide • Angst voor het verliezen van mentale vermogens • Angst voor het verliezen van wat anderen in hen liefhebben en van de capaciteiten om zelf lief te hebben

  18. Kwetsbaarheid • ‘Being a burden’ ̴ waardigheid • Angst dat familieleden te hoge emotionele tol betalen voor zorg • Angst om zelf geen verantwoordelijkheid meer uit te oefenen en volstrekt afhankelijk te zijn van de verantwoordelijkheid van anderen (inspringende zorg) • Angst om niet langer als ‘moreel subject’ – als volwaardige persoon – te worden bejegend

  19. Zelfdoding als ‘ultieme’ verantwoordelijkheid – een plicht? – tgo. geliefden, waarbij persoon zichzelf bevestigt als een ‘volwaardige persoon’, als iemand die nog een daad kan stellen dat ‘een verschil maakt’ (Hardwig, 1997)

  20. Kwetsbaarheid • Spiritueel/Religieus • Religie als beschermende factor → religie verzacht ‘controlerende’ ingesteldheid en beklemtoont interdependente wereldvisie • Vragen van suïcidale ouderen zijn dikwijls vragen die betrekking hebben op deficiet qua zingeving: wat doe ik hier nog? Voor wie ben ik hier nog? Wat ben ik hier nog? • Zelfdoding als protest tegen de onzin: deze kan en mag niet de laatste zijn

  21. Kwetsbaarheid: besluit • Suicidaliteit heeft betrekking op kwetsbaarheid op diverse domeinen. Voor bepaalde domeinen is er voldoende empirische ondersteuning voor de link met suïcidaliteit, voor andere domeinen is die empirische basis volstrekt afwezig. Opsplitsing van brede spectrum doet afbreuk aan een volwaardig begrijpen van het fenomeen.

  22. Kwetsbaarheid: besluit • Het verlangen om een einde te maken aan een als ondraaglijk ervaren situatie lijkt het voornaamste motief dat ten grondslag ligt aan zelfdoding bij ouderen (Kerkhof 1992) • ‘Ondraaglijkheid’ kan worden gelinkt aan zowel fysieke, relationele, sociale, psychische, morele en spirituele kwetsbaarheid • Wellicht is een ‘multiple kwetsbaarheid’ cruciaal in het begrijpen van zelfdoding (vb. niet alle ouderen die lijden aan een fysieke aandoening zijn suicidaal)

  23. Zorg • Geen ‘plicht tot sterven’, maar wel een ‘recht op zorg’ als normatief uitgangspunt • Multidimensionele kwetsbaarheid vraagt... • Scheppen en begunstigen van samenleving waarin kwetsbare en gekwetste ouderen ervaren een plaats, zelfs een eigen opdracht en roeping te hebben • Zorg die zelfrespect, zelfbewustzijn en zingeving van ouderen ondersteunen

  24. Zorg • Zorg voor suïcidale ouderen: inzetten op hun draagkracht • Diagnosticeren van suïcidaliteit • Vraagt niet alleen klinische deskundigheid, maar ook zorgethische deskundigheid (cf. ‘Aandachtigheid’) • Behandeling van depressie (veroorzaakt vaak onmiddellijke terugval van suïcidaliteit)

  25. Zorg • Presentie (‘Being there’) is vaak belangrijker dan interventie (‘Doing something’) • Huisarts (vaak als enige nog de brug met de wereld) als ‘veerkracht-mentor’ • Belang van vertrouwensrelatie • Responsabiliseren (zonder moraliseren) • Aandacht voor zingevingsproblematiek: (trage) zingevingsvragen ruimte geven

  26. Besluit • Benadering van zelfdoding vanuit zorgethiek overbrugt de tegenstelling ‘zorg’ en ‘autonomie’ • Suicidale oudere persoon ‘kiest’ wellicht voor de dood omdat die de schijn van leven krijgt (‘magere keuze’, cf. G. Manenschijn) • Zorg verschijnt hier wellicht als eerste plicht, maar dan de zorg ‘als de verantwoordelijkheid voor de verantwoordelijkheid van de ander’

  27. De Zelfmoordlijn en ouderen Leen Willems, verantwoordelijke vrijwilligersbeleid Centrum ter Preventie van Zelfdoding Leuven, 26 september 2009 Studiedag Depressie en zelfdoding bij ouderen