futurum vs conditionalis perfectum n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
futurum (vs) conditionalis perfectum PowerPoint Presentation
Download Presentation
futurum (vs) conditionalis perfectum

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 42
nelle-leblanc

futurum (vs) conditionalis perfectum - PowerPoint PPT Presentation

114 Views
Download Presentation
futurum (vs) conditionalis perfectum
An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. futurum (vs) conditionalisperfectum

  2. Perfectum • Zou hij zich nu al beter voelen? • Zou hij zich daar beter gevoeld hebben, denk je?

  3. Perfectum • Je zou wat meer moeten studeren = Je moet wat meer studeren. Het is nog niet te laat. • Je zou wat meer hebben moeten studeren = Je had wat meer moeten studeren. Nu is het te laat.

  4. Perfectum • Zij zou niet zo snel hebben moeten gereden. • Zij zou niet zo snel rijden moeten hebben.

  5. Perfectum • Zij zou niet zo snel hebben moeten rijden. • Zij zou niet zo snel gereden moeten hebben.

  6. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Hij is in goede conditie. Zou hij de Tour de France winnen? • Zou hij zich al beter voelen? • Waarom was hij er vorige week niet? Zou hij ziek geweest zijn?

  7. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Heb je het koud? Zou ik de kachel aanmaken? • Zou je de trein halen? Je moet toch om drie uur op school zijn?

  8. Futurum Een voorstel, een belofte: • Heb je het koud? Zal ik de kachel aanmaken? • Zullen we een kopje koffie gaan drinken? • Ik zal je morgen opbellen.

  9. Futurum Iets dat bijna zeker zal gebeuren: • Je zalvast de trein niet meer halen. • Zal je de trein nog wel halen? Ik vrees van niet, ik ben veel te laat.

  10. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Zou ik met de bus gaan of met de trein? • Ik voel me niet lekker. Zou ik een pilletje nemen? • Hij was toen al ernstig zijn. Waarom zou hij toch niet naar de dokter gegaan zijn?

  11. Oefening => futurum • Ik stel voor dat ik je help. • Ik denk dat je zal slagen voor het examen. • Ik weet bijna zeker dat hij komt. • Ik stel voor dat ik de afwas doe. • Ik weet zo goed als zeker dat ik niet deelneem aan de cursus. • Ik vermoed dat hij thuis is.

  12. Mogelijke oplossingen • Zal ik je helpen? • Je zal wel slagen voor het examen. • Hij zal vast wel komen. • Zal ik vandaag de afwas doen? • Ik ben er vrijwel zeker van dat ik niet zal deelnemen aan de cursus. • Hij zal wel thuis zijn. (conditionalis: Hij zou moeten thuis zijn (of) Hij zou thuis zijn, dat was in ieder geval de afspraak. )

  13. Oefening => conditionalis • Ik vraag me af of hij naar het feestje komt. • Ik vraag me af of hij niet al in Frankrijk is geweest. • Ik kan maar niet beslissen of ik een rode dan wel een groene trui aantrek. • Ik vraag me af of hij bij haar is gebleven of niet. • Ik vraag me af of hij is moeten blijven.

  14. Mogelijke oplossingen • Zou hij naar het feestje komen? • Zou hij niet al in Frankrijk geweest zijn? • Zou ik de rode of de groene trui aantrekken? (of futurum: Zal ik de rode of de groene trui aantrekken?) • Zou hij bij haar gebleven zijn of niet? • Zou hij daar hebben moeten blijven?

  15. Bij twijfel Iets weten door een gerucht, van horen zeggen: • Ik heb gehoord dat glucosamine zou helpen tegen artrose. Klopt dat? • Piet heeft Irma bedrogen met Maria en Irma zou het bovendien gezien hebben!

  16. Oefening => conditionalis • Ik heb gehoord dat ze zwanger is. • Katka heeft me verteld dat Cindy tien jaar geleden abortus heeft gepleegd. • Ik heb gelezen dat een Tsjechische skiër een val van 400 meter heeft overleefd. • Naar het schijnt waren er 40 mensen op het feestje. • Ik heb gehoord dat ze het niet heeft overleefd.

  17. Oefening => conditionalis • Ze zou zwanger zijn. Maar of dat waar is? • Cindy zou tien jaar geleden aburtus hebben gepleegd. Althans, dat heeft Katka me verteld. • Een Tsjechische skiër zou een val van 400 meter hebben overleefd. • Er zouden 40 mensen op het feestje geweest zijn. • Ze zou het niet overleefd hebben.

  18. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou je kamer eens moeten opruimen. • U zou eens kunnen nagaan of uw eisen realistisch zijn. • X

  19. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou naar de dokter gaan, als je je niet lekker voelt. • Je zou niet zo lang buiten blijven, als het vriest.

  20. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou naar de dokter moeten gaan. (of: Je zou beter naar de dokter gaan) • Je zouniet zo lang buiten mogen blijven, als het vriest.

  21. Het geven van een mening Wenselijkheid: • Mensen zouden gezonder moeten eten. • Sommige vrouwen zouden hun huid beter moeten verzorgen. • Nu is ze weg. Je zou wat minder tegen haar hebben moeten schreeuwen. • Ze zou niet naar die koude kerk hebben moeten gaan. Nu is ze verkouden.

  22. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Doe meer aan sport. • Wees creatief. • Luister naar haar. • Hou je mond. • Bemoei je met je eigen zaken. • Ga niet skiën. • Vergeet het niet.

  23. Oefening => conditionalis Conditionalis • Zou je niet wat meer aan sport doen? / Je zou meer aan sport moeten doen. • Je zou wat creatiever moeten zijn. • Je zou beter naar haar luisteren. • Hij zou zijn mond moeten houden. • Je zou je beter met je eigen zaken bemoeien. • Vandaag zou je beter niet gaan skiën. • Dit keer zou je het beter niet vergeten. / Dit keer zou je het echt niet mogen vergeten.

  24. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Je zou wat meer aan sport hebben moeten doen. • Je zou creatiever hebben moeten zijn. • Je zou beter naar haar geluisterd hebben. • Hij zou zijn mond hebben moeten houden. • Je zou je beter met je eigen zaken bemoeid hebben. • Gisteren zou je beter niet hebben geskied. • Je zou het niet hebben mogen vergeten.

  25. Voorwaarde, onwerkelijkheid • Als ik een dier zou zijn, zou ik een kat willen zijn. • Wat zou je doen als je een ongeneeslijke ziekte zou krijgen? • Als Piet niet zoveel zou hebben gedronken, zou hij vandaag geen hoofdpijn hebben. • Als Salvador Dalí niet gek geweest zou zijn, zou hij nooit zulke prachtige schilderijen hebben kunnen maken.

  26. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Wat doe je als je de lotto wint? • Als je meer sport, voel je je beter. • Indien hij het aan mij vraagt, zeg ik meteen “ja”. • Als je naar Tsjechië gaat, moet je eens Brno bezoeken. • Wat doe je als ze niet terugkomt?

  27. Mogelijke oplossingen • Wat zou je doen als je de lotto zou winnen? • Als je meer zou sporten, zou je je beter voelen. • Indien hij het aan mij zou vragen, zou ik meteen “ja” zeggen. • Als je naar Tsjechië zou gaan, zou je eens Brno moeten bezoeken. • Wat zou doe je als ze niet meer terug zou komen?

  28. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Wat zou je gedaan hebben als je de lotto zou hebben gewonnen? • Als je meer zou hebben gesport, zou je je beter gevoeld hebben. • Indien hij het aan mij zou hebben gevraagd, zou ik meteen “ja” gezegd hebben. • Als je naar Tsjechië zou zijn gegaan, zou je Brno hebben moeten bezoeken. • Wat zou je gedaan hebben als ze niet meer terug gekomen zou zijn?

  29. Een plan in het verleden (dat niet gerealiseerd is) • Weet je misschien of dit boek beschikbaar is? Het zou in de bib staan, maar ik vind het nergens. • Het team zou vandaag trainen. Dat heeft de trainer me tenminste verteld. • Ik zou geneeskunde hebben gestudeerd, maar ik was niet geslaagd voor het toelatingsexamen.

  30. Oefening => conditionalis • We gaan niet naar de zee. Mijn vader komt op bezoek. • Ik ga vandaag zwemmen. Ben je dat vergeten? • Ik ging daar naartoe (dat was mijn voornemen). Maar er waren geen kaartjes meer. • Ik had het plan om dat te doen. Maar ik werd ziek.

  31. Mogelijke oplossingen • We gaan niet naar de zee. Mijn vader zou op bezoek komen, weet je nog? • Ik zou vandaag toch gaan zwemmen? Ben je dat weer vergeten misschien? • Ik zou daar naartoe geweest zijn, maar er waren geen kaartjes meer. • Ik zou dat al hebben moeten doen, maar ik werd ziek.

  32. Bijzinnen • Mijn moeder hoopte dat ik tot de universiteit zou worden toegelaten. • Ik rekende erop dat je dat even zou doen. • Ik dacht dat je in Wenen zou studeren. • Ik had er op gerekend dat Mark Sinterklaas zou geweest zijn, maar mooi niet. • Ik had gehoopt dat mijn moeder eten zou hebben klaargemaakt, maar dat was niet het geval.

  33. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Ik denk / hij komt niet. • Ik vrees / hij wil niet komen. • Ik hoop / hij gedraagt zich. • Ik reken op / hij bakt de taart. • Ik vertrouw op / hij spreekt de waarheid.

  34. Mogelijke oplossingen • Ik dacht dat hij niet zou komen. • Ik vreesde dat hij niet zou willen komen. • Ik hoopte dat hij zich zou gedragen. • Ik rekende erop dat hij de taart zou bakken. • Ik vertrouwde erop dat hij de waarheid zou spreken.

  35. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Ik had gedacht dat hij niet zou zijn gekomen. • Ik had gevreesd dat hij niet zou hebben willen komen. • Ik had gehoopt dat hij zich zou hebben gedragen. • Ik had erop gerekend dat hij de taart zou hebben gebakken. • Ik had erop vertrouwd dat hij de waarheid zou hebben gesproken.

  36. Andere opmerkingen

  37. Prepositionele constituent • Zijn ouders zouden op bezoek komen. • Zijn ouders zouden op officieel bezoek komen. • Zijn ouders zouden komen op officieel bezoek. • Zijn ouders zouden komen op een reeds twee maanden op voorhand aangekondigd bezoek. • Zijn ouders zouden op een reeds twee maanden op voorhand aangekondigd bezoek komen.

  38. Prepositionele constituent • Als ik al die jaren bij mijn ouders had gewoond, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren had gewoond bij mijn ouders, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren met die vervelende kerel had moeten samenwonen, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren had moeten samenwonen met die vervelende kerel, was ik gek geworden.

  39. Corrigeer • Ik heb het medicijn gestudeert maar ik slaagde het Bachelorexamen niet.

  40. Corrigeer • Ik heb het medicijn gestudeert maar ik slaagde het Bachelorexamen niet. • Ik heb geneeskunde gestudeerd, maar ik slaagde niet voor het Bachelorexamen.

  41. Corrigeer • We hebben een feest voor alle onze vrienden gegeven.

  42. Corrigeer • We hebben een feest voor alle onze vrienden gegeven. • We hebben een feest voor al onze vrienden gegeven. • Ze kwamen alle drie langs. • Alle drie de kinderen van Marco Borsato hebben de Mexicaanse griep.