Inhoud - PowerPoint PPT Presentation

slide1 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Inhoud PowerPoint Presentation
play fullscreen
1 / 47
Inhoud
74 Views
Download Presentation
Download Presentation

Inhoud

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Inhoud • Korte toelichting bij Stadsmonitor • Survey Stadsmonitor in Kortrijk • Resultaten Stadsmonitor per beleidsdomein • Cultuur en vrije tijd • Leren en onderwijs • Ondernemen en werken • Leefbaarheid: veiligheid, mobiliteit en wonen • Zorg, armoede, diversiteit en tolerantie • Natuur en milieu • Burgerschap en overheid

  2. Stadsmonitor • Wat De Stadsmonitor = omgevingsmonitor De Stadsmonitor bevat een set van indicatoren, gekoppeld aan een visie op leefbare en duurzame steden. • Een omgevingsmonitor volgt systematisch en periodiek beleidsrelevant geachte ontwikkelingen op. • Op strategisch niveau, dus geen proces- of prestatiemeting en bijgevolg niet bedoeld als evaluatie van het stedelijk beleid. • Gevalideerde visie en indicatorenset: De visie en de selectie van de bijhorende indicatoren gebeurt in een stuurgroep waarin alle steden (zowel ambtelijk als politiek), SVR & ABB vertegenwoordigd zijn. • Bronnen: • Centrale databanken: portaal lokale statistieken, ADSEI, Federale en Vlaamse overheidsinstellingen • Decentrale stedelijke data: diversiteits- en GIS-indicatoren • Survey (schriftelijke bevraging) in 13 centrumsteden

  3. Stadsmonitor 2011 • Concept: ongewijzigd • Vierde editie • Edities 2004 en 2006: realisatie Centrum Duurzame Ontwikkeling (Universiteit Gent) • Editie 2008 en 2011: realisatie samenwerkingsverband Agentschap Binnenlands Bestuur (team Stedenbeleid) en Studiedienst Vlaamse Regering • Nieuw: • Evaluatie indicatorenset • Onderscheid webversie en boekversie

  4. Stadsmonitor 2011: indicatorenset

  5. Survey Stadsmonitor • Wat • Driejaarlijkse bevraging “Thuis in de stad” van een representatief staal van de inwoners van de 13 centrumsteden ouder dan 15 jaar. • Sinds 2008 een schriftelijke bevraging • 4 communicatiemomenten, incentive • Schaalniveau: centrumstad, 4 steden: wijken • Waarom • Aanvulling op niet geregistreerde data • Sinds 2001 geen socio-economische bevraging meer • Mening/perceptie stadsbewoners:thema’s cultuur&vrije tijd, wonen, woonomgeving (buurt&stad), veiligheid, burgerschap, participatie

  6. Survey Stadsmonitor 2011

  7. Dataverzameling survey Stadsmonitor KORTRIJK

  8. Demografische ontwikkelingen • Groei bevolking • Migratiestromen • Demografische indices • Evolutie gezinnen

  9. - Bevolking: beperkte groei eerstkomende jaren (75.648 in 2020)- Migratie: positief migratiesaldo door buitenlandse immigratie maar terugval vanaf 2015. - Toename van peuters (+17%) en kleuters (+20%) komende jaren, boven Vlaamse gemiddelde, 5-10 jarigen iets lichtere stijging (+14%). - Vrijwel geen groei verwacht van 20-29 jarigen, onder gemiddelde.

  10. - Zowel ontgroening als vergrijzing- Zeer hoge afhankelijkheidsratio

  11. - Eerste jaren nog gezinsverdunning, dan stagnatie. - Constante toename van het aantal huishoudens, vooral 1 persoons- en 2-persoonshuishoudens.- Tot 2020 toename aantal jonge gezinnen, daarna terugval (boven gemiddelde groei in Vlaanderen).

  12. Cultuur en vrije tijd • Aanbod • Participatie • Tevredenheid • Fierheid over de eigen stad

  13. Cultuur en vrije tijd: aanbod

  14. Cultuur en vrije tijd: participatie

  15. Cultuur en vrije tijd: tevredenheid

  16. Cultuur en vrije tijd: vaststellingen • Op het vlak van het culturele en vrijetijdsaanbod is Kortrijk een middenmoter. • Het aanbod en de spreiding van speel- en jeugdruimtes ligt in vergelijking met andere steden hoog. • Ook inzake participatiepatroonbehoort de stad tot de middenmoot: relatief lage scores voor bioscoop, bibliotheek- en museabezoek en participatie aan plein- en parkevenementen. Bibliotheekbezoek (-7ppt) en het bezoeken van musea en tentoonstellingen (-15ppt) is er de jongste jaren fors op achteruit gegaan. • De tevredenheidscores liggen vrij hoog en vele scores zijn ook significant gestegen: speelvoorzieningen (+8 ppt); recreatievoorzieningen (+7ppt); horeca (+6 ppt); shopping en winkelvoorzieningen (+6ppt). Geen enkele daling. • Cultuurparticipatie, lidmaatschap en sportactiviteit ligt het hoogst bij jongeren en hooggeschoolden. Voor lidmaatschap en sport blijft er ook een genderverschil. Vrouwen gaan wel meer naar de bibliotheek. • Jongeren zijn minder tevreden over sport-, horeca en voorzieningen om uit te gaan. • In de rand minder tevreden over voorzieningen kinderen en jongeren, wel meer voor ouderen. In centrum iets hogere cultuurparticipatie.

  17. Fierheid over de stad • Twee derde van de inwoners is fier over zijn stad (8ste plaats). In het centrum iets meer dan in de rand waar men zich minder uitspreekt. In het centrum is 1 op de 10 niet fier. • Terwijl de fierheid er in de meeste steden op achteruit is gegaan, gaat dit voor Kortrijk niet op (+5%). Van 10de naar 8ste plaats. • Met de leeftijd neemt de fierheid toe. Vrouwen scoren ook iets hoger dan mannen.

  18. Onderwijs en vorming • Het spijbelprobleem ligt in het lager onderwijs (0,2%) en het voltijds secundair onderwijs (0,7%) relatief laag. In het deeltijds secundair onderwijs (32,7%) boven het gemiddelde (30/28,3). Forse stijging in deeltijds secundair (+11%). • Op de schoolse vertraging in het beroepssecundair onderwijs (63,7%, +3,5%) na, liggen de stagnerende cijfers in Kortrijk zowel in het lager (19,2%), ASO (8,6%) en TSO (32,6%) relatief laag, zeker ten opzichte van het stedelijke gemiddelde. • Kortrijk trekt bijna dubbel (190%) zoveel jongeren in het secundair aan dan het aantal jongeren in de stad (6de plaats). De aantrekkingskracht neemt zoals in heel wat andere steden de jongste jaren af. • In Kortrijk volgen in verhouding meer laaggeschoolde werklozen een beroepsopleiding (52,1% t.o.v. 38,4%). • Voor 38% van de kinderen is er een basisschool binnen een straal van 400m. Enkel in Genk ligt dit lager. • De tevredenheid over onderwijsvoorzieningen ligt hoog (92%).

  19. Ondernemen en werken: vaststellingen • De werkgelegenheidsgraad ligt in Kortrijk (93%, 5de plaats) relatief hoog (86% gemiddeld). Na jarenlange lichte stijging, in 2010 iets gedaald. • De jongste jaren kende Kortrijk een lage netto groei van de ondernemingen (+1,6% in 2010, +2,4% gemiddeld). Voor ondernemingen met personeel (+1,8%) is het verschil iets minder groot (+2,1%). • De overlevingsgraad van startende ondernemingen na 5 jaar (68%) ligt op het gemiddelde van de steden (69,7%). Deze is de jongste jaren wel fors teruggevallen (-8%), meer dan gemiddeld in de steden. • 2005 was in vergelijking met 2004 een uitzonderlijk jaar voor investeringen(index 375), zowel in 2008 (192) als in 2009 (198) lag dit heel wat lager. De toegevoegde waarde is wel jaarlijks gestegen. De specialisatiegraad is afgenomen (46,4 in 2009) maar ligt nog boven het gemiddelde van de steden (41%). • Kortrijk (65,2% in 2009) kent een stijgende tewerkstelling in kennisintensieve en creatieve sectoren. Gemiddelde van 62,4%. • De bezettingsgraad van de bedrijventerreinen (506 ha of 72%) ligt lager dan gemiddeld (77,4%). • De inkomende pendel (75%, 5de ) en de uitgaande pendel (58,4%, 4de ) ligt relatief hoog. Beide namen de jongste jaren nog toe. • De werkzaamheidsgraad stagneert rond 70,8%. Boven het stedelijke gemiddelde (67,2%) maar iets onder Vlaamse gemiddelde (71,3%).

  20. Werkloosheid • De werkloosheidscijfers van Kortrijk sluiten eerder aan bij het Vlaamse dan stedelijke gemiddelde. • Het aandeel allochtone en oudere werklozen neemt forser toe dan gemiddeld.

  21. Leefsituatie • Veiligheid en mobiliteit • Veiligheid op stadsniveau • Veiligheid per wijk • Verkeersveiligheid • Wonen • Betaalbaarheid op stadsniveau • Betaalbaarheid per wijk • Tevredenheid woning, buurt en stad • Uitstraling buurt en stad • Woningkwaliteit • Duurzaamheid van de woning • Verhuisintentie

  22. Veiligheid • Algemeen onveiligheids-gevoelen in de stad hoger dan in buurt. • Criminaliteit ligt in Kortrijk veel lager dan gemiddeld. Jongste jaren nog afgenomen. • Buurtproblemen: over ganse lijn lagere scores. Verkeers- en lawaaihinder scoren hoogst. • In het centrum iets meer hinder van lawaai, buren en zwerfvuil. • Hoe lager opgeleid, hoe onveiliger men zich voelt zowel in buurt als stad.

  23. Veiligheid in het centrum en de rand • Het onveiligheidsgevoelen en het mijden van bepaalde plekken ligt hoger voor de stad dan voor de eigen buurt. • Of men in het centrum of de rand woont maakt voor het onveiligheidsgevoelen en het mijden van plekken in de stad niet uit. • Het buurtonveiligheidsgevoel en het mijden van plekken in de buurt is iets sterker in het centrum dan in de rand.

  24. Mobiliteit en verkeersveiligheid- Kortrijk telt in verhouding meeste verkeerslachtoffers- Voor verplaatsingen (vrije tijd en woon/werk) laagste gebruik openbaar vervoer. Gebruik fiets onder gemiddelde. Wagen overheerst.

  25. Wonen: betaalbaarheid • In Kortrijk is 82% eigenaar, in de rand loopt dit op tot 88%. • De doorsnee flat kost in Kortrijk duurder dan een woning. De prijzen zijn in verhouding met andere steden minder gestegen. • 15,6% heeft een woonquote boven 30%, ver onder het stedelijke gemiddelde (23,3%). 6,8% kent betalingsmoeilijkheden. • In beide gevallen grote verschillen tussen huurders en eigenaars en tussen centrum en rand.

  26. Tevredenheid woning, buurt en stad • Tevredenheid over woning en over buurt ligt boven stedelijk gemiddelde. • Tevredenheid over de stad is significant gestegen (+6ppt). • In de rand is men meer tevreden over de woning maar minder over de stad. • Eigenaars in het centrum staan positiever tegenover de buurt maar niet tegenover de stad. • In de rand reageren eigenaars positiever tegenover de stad dan tegenover de buurt.

  27. Uitstraling buurt en stad- relatief goede scores- in centrum vindt men dat stad iets meer uitstraling heeft- in rand vindt men de gebouwen in de buurt iets mooier- uitstraling van de stad is er fors op vooruit gegaan (+7ppt)

  28. Woningkwaliteit • 40% van de huurwoningen vertoont een gebrek aan kwaliteit: een gebrek aan elementair comfort, één of meer structurele proble-men en/of gebrek aan ruimte. Geen verschil tussen centrum en rand. • Bij eigenaars wel een verschil tussen de rand en het centrum, waar het aantal woningen met een kwaliteitsprobleem bijna het dubbele bedraagt.

  29. Duurzaamheid van de woning

  30. Verhuisintentie • 1 op de 5 inwoners ziet uit naar een andere woning. In het centrum loopt dit op tot een kwart. Bij de huurders geeft 43% aan te willen verhuizen. • De helft van de inwoners met een verhuisintentie opteert voor een woning in dezelfde buurt (18%) of in een andere buurt van de stad (31%). Dit geeft wel aan dat de helft de stad wil verlaten.

  31. Zorg en sociale principes • Vraag en aanbod • Betaalbaarheid zorg • Tevredenheid • Armoede • Diversiteit en tolerantie • Sociale integratie in de buurt

  32. Zorgaspecten: vaststellingen • Vraag en aanbod • Forse toename aantal personen met een handicap met een hoge urgentie. Wel laagste score van het aantal wachtenden in vergelijking met andere steden. • Langste wachttijd in Centra Geestelijke Gezondheidszorg: van 23 dagen in 2004 naar 63 dagen in 2010. • Relatieve aanbod aan residentiële plaatsen in ouderenzorg (21 per 100 75+, hoogste score), gezinszorg (2,89 uren per inwoner, 2de plaats) en voorschoolse kinderopvang (45,8%, 5de plaats) hoog in vergelijking met stedelijke en Vlaamse gemiddelde. • Aanwezigheid voorschoolse kinderopvang in de wijk (89,4%) en spreiding van woonzorgcentra (70,6%) hoog maar geen topper. • Regionale spreiding kinderopvang gedaald: aanbod in de randgemeenten vergelijkbaar met aanbod stad (1,0). Hoge score residentiële aanbod ouderenzorg (1,27). • Betaalbaarheid zorg • 6% van de inwoners geven aan het voorbije jaar gezondheidsuitgaven niet op tijd te hebben betaald (gemiddeld 7%). Bij huurders en alleenstaanden met kinderen loopt dit op tot een vijfde. Tot een derde bij mensen met slechte gezondheid.

  33. Zorg- en opvang: tevredenheid

  34. Armoede

  35. Diversiteit en tolerantie

  36. Sociale integratie in de buurt

  37. Natuur en milieu • Ruimtegebruik • Natuur en milieu: vaststellingen • Netheid in de buurt en de stad

  38. Natuur en milieu: ruimtegebruik

  39. Natuur- en milieu • 75,6% van de bevolking beschikt over openbaar buurtgroen binnen 400m loopafstand (5de plaats). • 76% van de bevolking vindt dat er voldoende groen in de eigen buurt is (5de plaats). Iets meer (78%, 5de plaats) vindt dat in de stad voldoende openbaar groen aanwezig is (gemiddeld 74%). • Met 143,1 kg restafval per inwoner voldoet Kortrijk aan de norm (180kg voor steden, 150kg voor Vlaanderen). 7 steden doen beter. 84% is tevreden over huisvuilvoorzieningen (80% gemiddeld in de steden). • Het energiegebruik voor residentiële gebouwen op basis van het energieprestatiecertificaat daalde tussen 2008 en 2010 maar in 2011 terug iets gestegen. Enkel in Genk ligt dit nog hoger. • 2,6% van de huishoudens heeft in 2010 een budgetmeter voor elektriciteit (2,3% steden, 1,6% VG) en 1,3% een meter voor gas (1,1% steden, 0,10% gas). • Het aantal afsluitingen voor elektriciteit (0,03%) ligt lager dan voor gas (0,07%). Telkens onder stedelijke (0,07/0,17) en Vlaamse gemiddelde (0,07/0,11).

  40. Netheid in de buurt en de stad • Terwijl de meningen over de netheid van de buurt voor weinig verschil zorgen, doet deze van de stad het wel. In de rand wordt deze minder positief ingeschat. • Voor buurt geen verschil met vorige meting, voor netheid van de stad wel een signifante stijging (+5ppt)

  41. Burger en bestuur • Vertrouwen in stadsbestuur en politie • Tevredenheid informatie en consultatie • Betrokkenheid • Betrokkenheid per wijk • Vaststellingen

  42. Vertrouwen in stadsbestuur en politie

  43. Informeren en consulteren

  44. Betrokkenheid

  45. Betrokkenheid per wijk

  46. Burger en beleid: vaststellingen • Het vertrouwen in het stadsbestuur ligt in Kortrijk (28,6%) iets onder het stedelijk gemiddelde (32,2%). Geen significante wijziging. Weinig verschil tussen de rand en het centrum. Ouderen (55+) meer vertrouwen dan jongeren. Eigenaars en middengroep (35-55 jaar) minder vertrouwen in politie. • De tevredenheid over het informeren (661%) ligt ruim boven het gemiddelde (56,5%), wat consulteren (30,8%) betreft er iets onder (31,8%). In beide gevallen geen verschuivingen. Wat informatie en consultatie betreft geen verschil tussen stad en rand. Jongeren zijn iets minder tevreden over de informatieverstrekking en de mate van consulteren. Lager geschoolden zijn meer tevreden over consultatie. • Kortrijk scoort niet zo hoog wat betrokkenheid bij het beleid en inzet in de stad of buurt betreft. De actieve betrokkenheid is eerder laag. In de rand is men iets vlugger bereid iets in de buurt of de stad te doen. Klassieke verschillen naar geslacht, opleiding en leeftijd. De bereidheid om mee te praten over ontwikkelingen in de stad is met 7ppt terug teruggevallen.