1 / 30

5.1 Imperatief

5.1 Imperatief. kader p. 84 1. imperatief presens merk op: imperatief meervoud = indicatief mv. imperatief presens van de contracte werkwoorden : poie-e  poivei ind. pres.: poiei: tima-e  tivma  ind. pres.: tima:/. imperatief presens = algemeen geldend gebod

lucio
Download Presentation

5.1 Imperatief

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. 5.1 Imperatief

  2. kader p. 84 1. imperatief presens merk op: imperatief meervoud = indicatief mv.

  3. imperatief presens van de contracte werkwoorden: poie-e poivei ind. pres.: poiei: tima-e tivma  ind. pres.: tima:/

  4. imperatief presens = algemeen geldend gebod vb. jAei qeravpeue tou;V qeouvV. Eer altijd de goden.

  5. 2. imperatief aorist merk op: imperatief luvsateindicatief ejluvsate

  6. 2. imperatief aorist (asigm.) merk op: zoals presens van luvein

  7. imperatief aorist = welomschreven, precies gebod vb. :W ajvndreV jAqhnai:oi, ajkouvsate dhv. Atheners, luister nu toch eens.

  8. imperatief de ontkenning is mhv.

  9. De wijzen van een werkwoord 1. wijs ~ soort zin wijze van spreken vb. gebiedend spreken  imperatief

  10. 2. persoonlijke wijzen: indicatief imperatief (conjunctief) (optatief) als persoonsvorm, met persoonsuitgangen

  11. 3. “naamwoordelijke” wijzen: infinitief participium geen persoonsuitgang

  12. 3. “naamwoordelijke” wijzen: a) infinitief: kan gebruikt worden als substantief vb. to; levgein : het spreken

  13. 3. “naamwoordelijke” wijzen: b) participium: kan gebruikt worden als adjectief vb. to; plh:qoV tw:n macomevnwn oJplivtwn de menigte van de strijdende hoplieten

  14. Oefenen maar ! a 1. Su; dev, wj: fivltate, ajvkousovn mou. En jij, m'n beste, luister eens naar mij.

  15. a 2. Mh; ajvkoue tw:n polemivwn. Luister niet naar de vijanden.

  16. a 3. jIdev, wj: eJtai:re, ti; oJra/:V~ Kijk, vriend, wat zie je?

  17. a 4. Klei:son th;n quvran, wj: fivle mou. Sluit de deur, mijn vriend.

  18. a 5. Eijsavgage tou:ton to;n ajvndra. Breng die man naar binnen.

  19. a 6. Oijvkade ejvlqete, wj: eJtai:roi. Ga naar huis, vrienden.

  20. a 7. Pau:sai bow:n, wj: pai:. Hou op met roepen, jongen/kind.

  21. a 8. Luvsasqe tou;V iJvppouV. Maak jullie paarden los. Mag "de paarden" ook? Neen! Het medium wijst op "voor zich", indirect reflexief, OK?

  22. b 1. Mhvpote ejxapata:te tou;V fivlouV. Bedrieg je vrienden nooit.

  23. b 2. Speuvsate eijV th;n ajgoravn. Haast jullie naar de markt!

  24. b 3. jAei; ta; devonta pra:tte, wj: pai:. Doe altijd je plicht, jongen.

  25. b 4. Labe; tovn klevptonta. Grijp de dief!

  26. b 5. Mhdevna ajdivkei. Behandel niemand onrechtvaardig.

  27. b 6. Katavstreyon tou:to to; iJerovn. Vernietig die tempel.

  28. b 7. Peivqou tw:/ patriv kai; th//: mhtriv. Gehoorzaam aan je vader en moeder.

  29. b 8. j:W Kuvrie, ejlevhson ejmev. Heer, heb medelijden met mij.

  30. Klik op de knop als je de theorie van de imperatief nog eens wil bekijken...

More Related