morfologie
Download
Skip this Video
Download Presentation
Morfologie

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 48

Morfologie - PowerPoint PPT Presentation


  • 268 Views
  • Uploaded on

Morfologie. Woordvormen en woordformatie. Woorden als basis? (1). We denken aan woorden als basiselementen van de grammatica. Maar veel woorden vinden we in verschillende vormen: koek/koeken/koekje/koekjes, praten/praat/praatte/gepraat ,.. Lexicale opslag: kostbaar, ineffici ënt.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Morfologie' - lan


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
morfologie

Morfologie

Woordvormen en woordformatie

woorden als basis 1
Woorden als basis? (1)
  • We denken aan woorden als basiselementen van de grammatica.
  • Maar veel woorden vinden we in verschillende vormen: koek/koeken/koekje/koekjes, praten/praat/praatte/gepraat,..
  • Lexicale opslag: kostbaar, inefficiënt.
woorden als basis 2
Woorden als basis? (2)
  • Gemiste generalisaties: agreement
  • Agreement: overeenkomst in persoon, getal, geslacht.
  • een stoel/*een stoelen, twee boeken/*twee boek, ik loop/*ik loopt/*ik lopen, een mooi boek/*een mooie boek.
  • Twee_pl boeken_pl, ik_1 loop_1.
morfemen
Morfemen
  • Morfemen: kleinste betekenisdragende elementen in de taal.
  • Morfeem: één of meer fonemen
  • Morfeem  lettergreep (syllabe)
  • kind, tafel, groot, gezellig.
hoeveel morfemen
groter

grot-er

cholocaatjes

chocolaa-tje-s

schoolbord

school-bord

wandelen

wandel-en,

wandelt

wandel-t

wandeling

wandel-ing

Hoeveel morfemen?
woordsoorten 1
Woordsoorten (1)
  • Lexicale categoriën (inhoudswoorden): N (noun), V (verb), A (adjective/adverb).
  • Noun: wandeling, schoolbord, melk,..
  • Verb: wandelen, eten, breken..
  • Adjective: rood, koud, snel.
  • Adverb: gisteren, nog, wel.
woordsoorten 2
Woordsoorten (2)
  • Grammaticale categoriën‘functiewoorden’
  • Det (determiner, lidwoorden de, een, telwoorden drie, veel, kwantoren alle, geen),
  • pronomina (ik, hij, hem),
  • voegwoorden (nevenschikkend en, maar, want, onderschikkend omdat, wanneer).
  • partikelsopbellen, aantrekken, inpakken..
criteria
Criteria
  • Inhoudswoorden vormen een open klasse, ruimte voor nieuwe woorden, voor woordformatie, referentiële betekenis.
  • Functiewoorden vormen een gesloten categorie, weinig vernieuwing, weinig of geen morfologie, betekenis lastig in isolatie te bepalen, veel contekst.
twijfelgevallen
Twijfelgevallen
  • P (preposition/postposition, adposition): gesloten categorie, b.v. in, naar, op, maar soms ook verwantschap met open klasse, b.v. (rond) de wereld (rond) /ronde tafel).
  • Aux (hulpwerkwoord): hebben, zijn, zullen, maar ook gebruik als zelfstandig werkwoord (ik heb geslapen/heb jij dat boek?).
compounding
Compounding
  • Wat kunnen we doen met woorden, om meer woorden te maken?
  • Compounding: twee inhoudswoorden aan elkaar plakken om een nieuw inhoudswoord te vormen.
  • School-bord, tafel-kleed, wit-bord, achter-ingang, schaats-baan, boen-was.
portmanteau
Mengvorm waarin twee of meer morfen zijn versmolten.

Bollywood: Bombay + Hollywood.

Microsoft: Micro+ software.

Infomercial: informatie + commercial.

Battus: Hugo Brandt Cortius

In Lewis Carroll’s Through The Looking Glass, Humpty Dumpty says to Alice " Well, slithy means lithe and slimy...You see it’s like a portmanteau—there are two meanings packed up into one word."

Portmanteau
derivatie
Derivatie
  • Derivatie: inhoudswoord combineren met een functioneel morfeem om een nieuw inhoudswoord, meestal van een andere lexicale categorie te vormen.
  • Wandel-ing, schrijv-er, computer-en, nomin-atie, ver-grijz-en, ..
  • blauw-ig, be-drinken, on-logisch, ..
  • bemoeizucht-ig-heid, klag-er-ig-heid,
inflectie
Inflectie
  • Inflectie: inhoudswoord combineren met grammaticaal morfeem, dat een andere vorm van hetzelfde woord (dezelfde lexicale categorie) oplevert.
  • Verschillende typen inflectie per lexicale categorie.
inflectie op n
Inflectie op N
  • Enkelvoud/meervoud: stoel-stoelen, gato-gatas (Spaans).
  • Naamval: mensa-mensae-mensam (Latijn). Vgl. pronomina hij/hem.
  • Grammatikaal geslacht: Du der Mensch, die Frau, das Kind. Nl de man, de vrouw, het kind. Sp gato-gata. Vgl. Pronomina hij/zij.
  • Verkleinwoord: koek-koekje, tafel-tafeltje.
inflectie op v 1
Inflectie op V (1)
  • Getal: loopt-lopen, liep-liepen.
  • Persoon: ik loop, hij loopt, wij lopen.
  • Talen met veel/weinig getals- en persoonsinformatie, b.v. Spaans vs. Nl.
inflectie op v 2
Inflectie op V (2)
  • Werkwoordstijden: lopen-liep, montre-montrait-montrera (Frans).
  • Soms met hulpwerkwoorden: heeft gelopen, gaat regenen, zal sterven/ il a marché, il va pleuvoir (Frans).
  • Primair tegenwoordige, verleden, toekomende tijd, maar meer vormen dan drie.
inflectie op v 3
Inflectie op V (3)
  • Aspect: walks/is walking, ate/was eating
  • Slavisch aspect: perfectief (‘complete handeling’) vs. imperfectief (‘ongoing’). malować (schilderen_imp), pomalować, namalować (schilderen_perf ) (Pools).
  • Wijs (‘mood’): indicatief/subjonctief (aanvoegende wijs), leve de koningin; je voudrais que tu viennes/*vient (Frans).
inflectie op a
Inflectie op A
  • Geslacht: een mooi boek/*een mooie boek. (de vs. het). un livre vert une feuille verte (Frans )
  • Getal (niet in Nl). les livres verts/les feuilles vertes (Frans).
  • Graden van vergelijking: groot-groter-grootst, oud-ouder-oudst.
portmanteau inflectie
Portmanteau inflectie
  • Loop-t: t = 3e persoon + enkelvoud + tegenwoordige tijd.
  • Russisch: uitgang -ach, zoals in v gorod-ach (in de steden) = locatief (casus) + meervoud.
  • Vgl Hongaars: twee aparte uitgangen: a város-ok-ban, waarbij -ok = meervoud, en -ban = "in".
nul morfemen
Nul morfemen
  • Soms zie je niet dat een woord van vorm is verandert, maar bestaat het wel in verschillende vormen (met bijbehorende betekenissen).
  • Zingen (V/N): zij begonnen te zingen/ het zingen verveelde mij.
  • Engels deer (sg) – deer (pl).
volgorde kwesties
Volgorde kwesties
  • Derivatie < inflectie, want inflectie categoriegebonden.
  • Tafel-tje-s, *tafel-s-tje
  • Wandel-ing-en, *wandelt-ing
affixen
Affixen
  • Prefixatie (vooraan het woord): on-logisch, ont-aard, a-technisch, re-animatie, be-drinken, ...
  • Suffixatie (achteraan het woord): wandel-ing, loop-t, tafel-tje,..
  • Circumfixatie (om het woord heen): ver-grijzen, ge-gev-en.
infixatie
Infixatie
  • Infixatie (midden van het woord): niet in Nederlands. Tagalog:
klankverandering
Klankverandering
  • Verandering van klinker in de stam geeft inflectie aan.
  • spreken-sprak-gesproken, zingen-zong-gezongen, sing-sang-sung (Engels), finden-fand-gefunden (Duits).
haakjesprobleem
haakjesprobleem
  • Wat is de structuur van een woord met zowel prefixatie als suffixatie?
  • on-gelukkig-er, re-animatie-s.
  • Semantisch: [[on [ gelukkig]] er], [[re [animatie]] s].
taalvariatie 1
Taalvariatie (1)
  • Talen maken niet evenveel gebruik van morfologie.
  • Nederlands: veel compositie, relatief veel derivatie (verkleinwoorden!), relatief weinig inflectie.
taalvariatie 2
Taalvariatie (2)
  • Isolerende talen: geen gebonden morfemen (Chinees etc.).
  • Agglutinerende talen (Turks): alle gebonden morfemen zijn affixen; één betekenis per morfeem.
  • Inflectionele talen (Indo-Europees): naast gebonden morfemen ook klankvariatie, portmanteau morfemen.
  • Polysynthetische talen (Inuit): extra veel morfologie, weinig syntaxis, b.v. incorporatie.
verwerving van lexicale categorie n
Verwerving van lexicale categorieën
  • Hulp van syntactische contekst. Test: nonsense woorden.
  • Zaf kwam binnen.
  • Een zaf kwam binnen.
  • Jan en Piet zaften.
  • Jan zafte Piet.
  • Wie is zaf/wat is eenzaf/wat is zaffen?
verwerving van morfologie
Verwerving van morfologie
  • Woordverwerving via geheugenopslag (volledige vormen, taalafhankelijk).
  • Kinderen hebben vroege kennis van hiërarchische woordstructuur, b.v. volgorde inflectie/derivationele morfemen: boek-je-s.
  • Voor onbekende vormen: ‘fillers’ (die!).
root infinitives
Root infinitives
  • Baby spugen, papa schoen wassen, andere beentje ook wiebelen,..
  • Finietheid wordt gaandeweg verworven: eerste hulpwerkwoorden (is, doet, wil), later verleden tijd ((ge)daan, (ge)maakt)), pas daarna combinaties hulpwerkwoord + infinitief (wil lopen, gaat slapen, moet drinken).
verbale inflectie
Verbale inflectie
  • Werkwoordsvervoegingen.
  • In volwassenentaal: ik loop, jij loopt, zij lopen, wij liepen, wij hebben gelopen, wij zullen lopen, wij gaan lopen.
  • Startpunt voor kinderen: root infinitives.
  • Hebben, lezen, drinken, kleuren, bouwen,…
  • Baby huilen, boekje lezen, broodje eten, toren bouwen, mama helpen, …
volwassenentaal
Volwassenentaal
  • In volwassenentaal zijn root infinitives zeer beperkt, b.v.:
  • Parel altijd bij ons blijven? Dat zie ik niet gebeuren.
  • We liepen en we liepen maar. En die hond achter ons aansjokken.
  • Wacht, de wekker even proberen voor morgenochtend.
fase in kindertaal
Fase in kindertaal
  • Root infinitives: fase in ontwikkeling: ruwweg 20-36 maanden.
  • Ook in vrij complexe uitingen: andere beentje ook wiebelen? (22 mnd).
  • Fase van root infinitives niet homogeen in tijd: synt/sem ontwikkeling.
  • Ontwikkeling mondt uit in volwassenstadium.
vroege finiete vormen
Vroege finiete vormen
  • Modale werkwoorden komen nauwelijks voor in root infinitives.
  • Vanaf voorkomen vervoegd.
  • Kan niet, lukt niet, lukt wel, moet daar in, mag ik hebben.
vroege finiete hoofdwerkwoorden
Vroege finiete hoofdwerkwoorden
  • Eerste hoofdwerkwoorden in finiete vorm: verwijzen naar toestanden.
  • Baby slaapt, die heef snor, ik ga ook naar de dokter, ik hoor paardje niet, daan ligt in de wieg.
  • Maar niet alle statische werkwoorden: auto hebben.
voltooid deelwoord
Voltooid deelwoord
  • Voltooid deelwoord komt eerder dan verleden tijdsvorm:
  • Heeft gespuugd, heeft gepoept.
meer finiete ww
Meer finiete ww
  • Handelingen: doet ‘ie nou? Wat is dat? Valt bijna om. Hier kom de tractor. Kijk, Ernie huil. Hij zeg toetoet.
generalisaties
Generalisaties
  • Statische werkwoorden komen niet voor in root infinitives (uitzondering: hebben).
  • Verklaring: statische werkwoorden komen nauwelijks voor als infinitieven in volwassenentaal (m.u.v. hebben).
  • Rol van input: wat je niet hoort, leer je ook niet.
temporele verwijzing
Temporele verwijzing
  • Vroege root infinitives kunnen verwijzen naar heden, verleden en toekomst.
  • Mama helpen: ik ben mama aan het helpen, ik wil mama helpen, mama moet mij helpen.
  • Baby spugen: de baby heeft gespuugd/de baby is aan het spugen.
modaliteit
Modaliteit
  • In latere stadia van ontwikkeling krijgen root infinitives steeds meer een modale betekenis: willen, moeten, futurum.
  • Verklaring: Elsewhere principe.
  • Root infinitive is ‘default’ vorm voor alle betekenissen, tot meer gespecialiseerd vormen zijn verworven.
verwijzen naar verleden
Verwijzen naar verleden
  • Met de verwerving van de eerste verleden deelwoorden wordt een manier gecreëerd om naar het verleden te verwijzen.
  • Baby heeft gespuugd/handen gekleurd zijn opvolger van baby spugen/kleuren handen voor verleden tijd betekenis.
verwijzen naar heden
Verwijzen naar heden
  • Met de verwerving van de eerste finiete vormen van lexicale werkwoorden wordt een manier gecreërd om naar het heden te verwijzen.
  • Baby huilt is opvolger van baby huilen.
futurum modaliteit
Futurum/modaliteit
  • Root infinitives blijven bestaan zolang geen complexere constructies zijn verworven voor toekomende tijd en modaliteit.
  • Met de opkomst van gaan spelen, moet zitten, wil boekje lezen, etc. verdwijnen de root infinitives langzaam uit de kindertaal.
conclusies i
Conclusies I
  • Root infinitives zijn ‘default’ vorm in kindertaal, omdat andere vormen nog niet worden beheerst.
  • Fase van root infinitives is niet homogeen: ontwikkelingsstadia.
  • Root infinitives hebben niet één betekenis: afhankelijk van stadium.
conclusies ii
Conclusies II
  • Morfologische/syntactische en semantische verwerving gaan gelijk op: verwerving van vorm èn betekenis.
  • Bootstrapping
overgeneralisatie
Overgeneralisatie
  • Vanaf Vanaf 21/2 à 3 jaar: explosie aan woorden en grammaticale constructies.
  • Alle woorden worden ‘de’ woorden: Mag ik nou de bord? (nog geen grammaticaal gender)
  • Man/vrouw onderscheid bekend, maar iedereen wordt ‘hij’; pas later weer ‘zij’.
  • Alle werkwoorden worden zwak, ook als sterke vorm al verworven: Hij slaapte/hij roepte, hij loopte, wij zoekten, …
ad