kritisch denken n.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Kritisch denken PowerPoint Presentation
Download Presentation
Kritisch denken

play fullscreen
1 / 42
Download Presentation

Kritisch denken - PowerPoint PPT Presentation

gram
195 Views
Download Presentation

Kritisch denken

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Kritisch denken Redeneren

  2. Deductiefredeneren Wanneer heb je deductief redeneren nodig? Er klopt hier iets niet maar wat? • Reclame/uitspraken leren doorzien • Drogredenering herkennen • Diagnose stellen (advies geven) Andere gebieden/domeinen: • Rechtspraak (bv feiten verbinden bij criminaliteit) • Onderzoek (hypotheses formuleren)

  3. Deductieve redenering Bij deductie (latijn voor afleiding) wordt uit een of meer stellingen een conclusie getrokken. Voorbeeld 1 • Alsstudenten hard studeren dan scoren ze hoog op het tentamen. • Studenten hebben hard gestudeerd • dus ze scoren hoog op het tentamen. Regel: Als P dan Q, P dus Q.

  4. Deductieve redenering Let op: Ook grote onzin kan als een geldige redenering worden verkondigd! Voorbeeld 2 • Als studenten Pizza eten, danscoren ze hoog op het tentamen. • Studenten hebben Pizza gegeten, • dus scoren ze hoog op het tentamen. Regel: Als P dan Q, P dus Q.

  5. Deductieve redenering Geldigheid is iets anders dan waarheid! Voorbeeld 2 • Als studenten Pizza eten, danscoren ze hoog op het tentamen. • Studenten hebben Pizza gegeten, • dus scoren ze hoog op het tentamen. • niet waar maar wel geldig!

  6. Deductieve redenering • Als het een vis dan kan het zwemmen. • Niet juist: Als het kan zwemmen dan is het een vis. • Wel juist: Als het niet kan zwemmen dan is het geen vis.

  7. Deductief redeneren Regel: Als letter X op de voorkant staat, dan staat het cijfer 1 op de achterkant. Vraag: Welke twee blokjes draai je om, om na te gaan of de regel wordt geschonden? X Y 1 2

  8. Deductief redeneren X Y 1 2

  9. Deductief redeneren • Als er een x op de voorkant staat, dan staat er een 1 op de achterkant • is niet hetzelfde als • Als er een 1 op de achterkant staat dan staat er een x op de voorkant

  10. Inductiefredeneren • Op basis van informatie tot een conclusie komen die aannemelijk is.

  11. Redenering IJs dik genoeg!?

  12. Stappen van inductief redeneren 1)Het identificeren en beschrijven van informatie 2)  Het juist afwegen, selecteren en prioriteren van informatie 3)  Het afwegen van vermoedelijke alternatieven 4)  Het trekken van conclusies/ het formuleren van een hypothese. 5) Blijven toetsen van de conclusies/ hypothese

  13. Geen overhaaste conclusies Waarom gaat het mis?

  14. Wat kan er mis gaan bijstap 1. Identificeren en selecteren van informatie Continu informatie aangeboden • Informatie wordt gekoppeld aan wat je al weet (zowel oude als nieuwe kennis) Aangeleerd > opvoeding, omgeving, cultuur

  15. Wat kan er mis gaan bijstap 1. Identificeren en selecteren van informatie Continu informatie aangeboden • Informatie wordt gekoppeld aan wat je al weet • Overvloed aan informatie  wat valt je op? http://www.youtube.com/watch?v=IGQmdoK_ZfY

  16. Wat kan er mis gaan bijstap 1. Identificeren en selecteren van informatie Continu informatie aangeboden • Informatie wordt gekoppeld aan wat je al weet • Overvloed aan informatie  wat valt je op? • Overvloed aan informatie  selecteren http://www.youtube.com/watch?v=4-HxtKgKrL8&feature=fvwre

  17. Wat kan er mis gaan bijstap 3. Alternatieven en Stap 4. Conclusies Om binnen een reëel tijdsbestek een besluit te kunnen nemen, moeten we informatie selecteren tot een hanteerbaar aantal. Dat doen we met de zogenaamde heuristieken of vuistregels. Deze helpen om een besluit te nemen op basis van beperkte informatie, bespaart energie en tijd. Alternatieven worden in dit proces niet meegenomen

  18. Voorbeeld heuristiek

  19. Heuristiek helpt het hoofd te bieden aan complexe situaties

  20. Voorbeeld houdbaarheid heuristieken

  21. Waterlelies verdubbelen elke dag. Als het 48 dagen duurt voordat het hele meer bedekt is, hoelang duurt het dan voordat het halve meer bedekt is?

  22. Een batje en een bal kosten samen 1,10 euro. Het batje kost 1 euro meer dan de bal. Wat kost de bal?

  23. Soms wordt ons denken beïnvloed door de neiging om besluitvorming eenvoudig te houden (type I denken). • Op basis van beperkte informatie en het niet toepassen van redeneerregels worden er dan haastige en onnauwkeurige conclusies getrokken.

  24. Redeneerfouten • Als-danredenering • Base rate • Correlatievscausalerelatie • Conjunction • Framing • Drogredenering

  25. Base rate • Kansverhouding • Base rate fallacy= negeren van statistischekans • Bij 95 van de 100 onderzochte AIDS patiënten werd het HIV virus gevonden. • Bij mensen die geen AIDS hebben komt het HIV virus niet voor. Base-rate: 95 op de 100 (kansverhouding) Conclusie: AIDS wordt veroorzaakt door het HIV virus Uit verschillende waarnemingen trekt men een conclusie echter deze conclusie is waarschijnlijk maar nooit met zekerheid te trekken.

  26. Correlatievscausalerelatie Is ereencorrelatietussen HIV en AIDS of eencausaalverband?

  27. Conjunction Karin is een jonge vrouw van 31 jaar, single, spontaan en afgestudeerd in filosofie. In haar studietijd was ze maatschappelijk actief, bezorgd over de afnemende tolerantie in de samenleving en deed ze mee aan demonstraties tegen de bouw van een nieuwe kerncentrale. Welke van de volgende opties is het meest waarschijnlijk? • Karin is een bankmedewerker (A) • Karin is een bankmedewerker en een feministe (A+B) • Karin is een bankmedewerker, een feministe en actief in Groen Links (A+B+C)

  28. Conjunction • Conjunction fallacy: het waarschijnlijker vinden dat een combinatie van kenmerken eerder voorkomt dan een enkel kenmerk

  29. Conjunction Combinatie van 2 of meer kenmerken

  30. Framing Algemeen: Sommige kenmerken eruit laten springen terwijl je andere kenmerken negeert (die wel aanwezig zijn natuurlijk). Binnen communicatie en marketingcommunicatie is het doel dat een bepaald punt onder de aandacht wordt gebracht om emotie op te wekken. Winst, verlies, spijt, klinkt bekend/loopt lekker Emotie betekent sneller geneigd tot type 1 denken Keuzes of gedachtegang wordt beïnvloed door type 1 denken

  31. Framing Voorbeelden: • De context wordt weergeven in one-liners: • "De euro is geen geld, maar kost geld.” • Context wordt in bepaalde sfeer weggezet: • Winst en verlies: “450 krijgen” of “450 geven” • Spijt: “hoe zou het zijn als uw buren winnen” (postcodeloterij) • Focus op een element binnen de context • Verbeterende producten of onderscheiden van andere producten • Prijspartionering • Prijs wordt opgedeeld worden in meerdere delen

  32. Framing • Euro discussie, voorbeeld framing in de media • http://nos.nl/l/tcm:5-1209821/ Wilders • http://nos.nl/l/tcm:5-1209822/ kritiek

  33. Framing • Focus op een element binnen de context

  34. Framing Winst en Verliesframe in advertenties Winst: ”Zéér voordelige sport en ontspanningsmogelijkheden” en “Internetfaciliteiten tegen zéér lage tarieven”. Verlies: “Extra kosten voor sport en ontspanningsmogelijkheden” en “Internetfaciliteiten tegen extra kosten”.

  35. Framing Prijspartionering

  36. Framing Prijspartionering “Wijvragen u omslechts 50 cent per dag bijtedragenvoor Pakistan. Dezebijdrage is geengrootbedragvoormensen die in eenwelvarend land wonen, maar het kanletterlijklevens redden in Pakistan. Denkeroverna hoe u dagelijksveelmeerdan 50 cent per dag verspilt en daarnietbijstilstaat”.

  37. Drogredenering Een redenering die op het eerste gezicht geldig lijkt te zijn maar het niet is. "Dermatologisch getest!" Zolang de resultaten er niet bij worden vermeld, is dit geen logisch argument om een bepaald product te kopen.

  38. Drogredenering Bron : http://mens-en-samenleving.infonu.nl/politiek/84716-drogredenen-herkennen-en-weerleggen.html Beroep op autoriteit • Dat “het” blijkt uit wetenschappelijk onderzoek • Dat "het" in de media is geweest (krant, tv, radio, internet, etc.) • Dat de meerderheid "het" ook zo wilt Het is belangrijk bij deze vorm van argumenteren het volgende af te vragen: • Is de persoon/het boek/het medium etc. eigenlijk wel een autoriteit binnen zijn of haar vakgebied? • Heeft de autoriteit eigen belangen bij wat hij/zij/het zegt?

  39. Drogredenering • Vals dilemmaEr wordt gedaan of er slechts twee mogelijkheden zijn. Mogelijkheid A en mogelijkheid B. Ben je het niet eens met mogelijkheid A, dan ben je het automatisch eens met mogelijkheid B.Voorbeeld: Als je geen dieren eet vind je dat anderen dat ook niet mogen eten.

  40. Drogredenering • Onjuist oorzakelijk verband Bij een onjuist oorzakelijk verband wordt een link gelegd tussen twee zaken die misschien wel waar zijn, maar waartussen geen oorzakelijk verband bestaat. • Leidt deze oorzaak inderdaad tot het genoemde gevolg? • Wordt het gevolg niet ook door iets anders veroorzaakt?

  41. Drogredenering • Overhaaste generalisatie Bij een overhaaste generalisatie wordt er op basis van slechts 1 of enkele waarnemingen een conclusie getrokken over een grote groep. Voorbeeld: Buitenlanders maken altijd ruzie, ik heb namelijk ruzie gehad met mijn buitenlandse buurman.