werking en gezondheidsrisico s van xtc l.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Werking en gezondheidsrisico’s van XTC PowerPoint Presentation
Download Presentation
Werking en gezondheidsrisico’s van XTC

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 82

Werking en gezondheidsrisico’s van XTC - PowerPoint PPT Presentation


  • 271 Views
  • Uploaded on

 Trimbos-instituut/M. Bossong. Werking en gezondheidsrisico’s van XTC. Handleiding. Start presentatie.  Trimbos-instituut/M. Bossong. Dia 1 van 2. Handleiding. Hoe ziet de presentatie eruit? Voordat je de presentatie gaat bekijken eerst een korte uitleg.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

PowerPoint Slideshow about 'Werking en gezondheidsrisico’s van XTC' - emile


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript
handleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 2

Handleiding

Hoe ziet de presentatie eruit?

Voordat je de presentatie gaat bekijken eerst een korte uitleg.

De presentatie is verdeeld in een aantal onderdelen. Na een algemeen voorwoord en een inleiding worden achtereenvolgens de werking van XTC, de schadelijkheid van XTC-gebruik en het gebruik van XTC in combinatie met andere drugs en met bepaalde medicijnen besproken. Tenslotte volgen nog enkele adviezen en tips rondom het gebruik van XTC.

Hieronder een voorbeeld van een dia. Met behulp van de knoppen met de pijlen rechts- en linksonder kun je naar de volgende of de vorige dia klikken. Linksboven in de hoek is een knop om weer bij de inhoudsopgave te komen. In sommige dia’s staan onderstreepte stukken tekst. Dit zijn links naar andere dia’s of internetsites.

handleiding3

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Niveau 1

Niveau 1

Niveau 1

Niveau 1

Niveau 1

Dia 3 van 9

Dia 4 van 9

Dia 5 van 9

Dia 6 van 9

Dia 7 van 9

Niveau 2

Niveau 2

Niveau 2

Dia 1 van 3

Dia 2 van 3

Dia 3 van 3

Niveau 3

Niveau 3

Niveau 3

Dia 1 van 1

Dia 1 van 1

Dia 1 van 1

Dia 2 van 2

Handleiding

De presentatie bestaat uit drie niveaus. Niveau 1 is het makkelijkste niveau, niveau 2 gaat wat dieper op de zaken in en niveau 3 bevat achtergrondinformatie. Zowel niveau 1 als niveau 2 volgen een verhaallijn, de dia’s op niveau 3 staan op zichzelf. In de presentatie kan makkelijk van niveau gewisseld worden. Hieronder een overzicht van een deel van de presentatie:

Start presentatie

inhoud

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Inhoud

Voorwoord

1. Inleiding

2. Werking XTC

3. Schadelijkheid XTC

4. Combinatiegebruik

5. Adviezen en tips

Referenties

Vragen over drugs?

Handleiding

Presentatie afsluiten

voorwoord

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 2

Naar Inhoud

Niveau 1

Voorwoord

DIMS

Deze presentatie is ontwikkeld door het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS). DIMS heeft als doel inzicht te krijgen in de verschillende drugsmarkten in Nederland en de veranderingen die zich daarop voordoen. DIMS verzamelt daarom in opdracht van het ministerie van VWS informatie over de markt van illegale uitgaansdrugs in Nederland. Daarnaast kan het DIMS alarm slaan wanneer er op deze markt drugsmonsters worden aangetroffen die een acuut gevaar voor de volksgezondheid vormen. Tenslotte levert de drugsmonitor een bijdrage aan de onderbouwing van het landelijke en lokale drugs- en preventiebeleid en aan Europese registratie- en waarschuwingssystemen.

De boodschap van DIMS

Eén van de voorwaarden die de landelijke politiek aan het DIMS stelt, is het uitdragen van een standaard (ontmoedigende) boodschap over de risico’s rond drugsgebruik. In de voorlichting die gegeven wordt rond het testen van drugs mag niet de indruk gewekt worden dat de gezondheidsrisico’s van XTC-gebruik aanvaardbaar zijn.

Het doel van deze presentatie

Het doel van deze presentatie is om preventiewerkers te ondersteunen in hun voorlichtingstaak gericht op de werking en schadelijkheid van XTC. Hierdoor kunnen uiteindelijk de gebruikers bewuster omgaan met de gezondheidsrisico’s van XTC.

voorwoord6

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Aan de totstandkoming van deze presentatie is de uiterste zorg besteed. Desondanks aanvaardt het Trimbos-instituut geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud van deze presentatie noch voor de consequenties van het gebruik ervan.

Dia 2 van 2

Naar Inhoud

Niveau 1

Voorwoord

Beperkingen

Deze presentatie geeft de stand van zaken anno 2003 weer. De informatie in deze presentatie is dus aan verandering onderhevig. Verder is het onderzoek naar de werking en schadelijkheid van XTC nog lang niet afgerond. Dit betekent dat veel zaken (nog) niet duidelijk zijn. Daar komt bij dat XTC-gebruik een (politiek) beladen onderwerp is. Dit zorgt ervoor dat naast feiten bijvoorbeeld ook emoties een rol spelen in de beoordeling van de risico’s.

Ook op het internet is er een enorme hoeveelheid aan informatie te vinden rondom XTC. Het nadeel van deze informatie is dat zij zelden te verifiëren is. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is deze informatie daarom bijna nooit bruikbaar. Om de DIMS-testers een verantwoorde presentatie aan te kunnen bieden, is er alleen gebruik gemaakt van wetenschappelijke publicaties rondom XTC.

Bovenstaande redenen hebben als gevolg dat er op een aantal punten (nog) geen andere conclusie kan worden getrokken dan ‘dat we het nog niet weten’. Hoewel het voor een voorlichter wenselijk en plezierig is om op alle vragen een degelijk antwoord te hebben, zijn de antwoorden op vragen rond XTC anno 2003 dus nog beperkt. Wil men een gebruiker van XTC eerlijk en zo compleet mogelijk voorlichten, dan moet ook vermeld worden dat (nog) niet alle antwoorden bekend zijn.

Een logisch gevolg is dan ook, dat één van de conclusies van deze presentatie luidt dat vervolgonderzoek meer duidelijkheid moet verschaffen over de werking en schadelijkheid van XTC.

In deze presentatie is dankbaar gebruik gemaakt van afbeeldingen van www.dancesafe.org en van de internetsite van NIDA, www.drugabuse.gov.

slide7

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 3

Naar Inhoud

Niveau 1

XTC is een veelgebruikte chemische partydrug die in de vorm van pillen of poeders voorkomt. De werkzame stof in XTC is MDMA (3,4-methyleendioxymetamfetamine). MDMA heeft een dubbel effect: het heeft zowel een oppeppende als een bewustzijnsveranderende werking. Het bewustzijnsveranderende effect uit zich in een intensere waarneming en meer gevoel van verbondenheid met anderen.

De samenstelling van XTC-pillen

Aan de buitenkant is niet te zien wat er in een XTC-pil zit. Niet alleen varieert de hoeveelheid MDMA in XTC-pillen sterk, ook de samenstelling van XTC-pillen is verschillend. Doordat niet te zien is wat er in een pil zit, kunnen onvoorspelbare effecten optreden. Iemand kan bijvoorbeeld een pil slikken die in plaats van XTC de oppeppende stof amfetamine bevat. Als die persoon het bewustzijnsveranderende effect van XTC verwacht, zal de verleiding groot zijn meer van deze amfetamine-pillen te nemen. Dit is niet zonder risico’s.

In het overgrote deelvan de in 2002 bij DIMS aangeleverde pillen zat MDMA. Een klein deel van de pillen bevatte (ook) een andere stof, bijvoorbeeld MDEA, MDA, amfetamine, ketamine of cafeïne (Tabel 1).

Zoals gezegd varieert ook de hoeveelheid MDMA in XTC-pillen sterk. In 2002 was het gehalte MDMA per pil gemiddeld 77 milligram. De helft van de pillen bevatte meer dan 70 milligram MDMA. Daarnaast was er ook sprake vanpillen met een (zeer) hoog gehalte MDMA.

slide8

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 2 van 3

Naar Inhoud

Niveau 1

Enkele percentages

Volgens de meest recente cijfers (2001) heeft 2,9 % van de Nederlanders van 12 jaar en ouder ooit XTC gebruikt. Dit zijn 67.000 mensen. 0,5 % van de Nederlanders heeft de laatste maand nog gebruikt, wat 11.500 mensen zijn (Tabel 2).

In de grote steden liggen deze percentages veel hoger dan in de rest van Nederland. In Amsterdam hebben in verhouding de meeste mensen ooit XTC gebruikt: 8,7 %. XTC is het populairst onder jonge volwassenen van 20 tot en met 24 jaar. Van deze groep heeft 13,2 % ooit XTC gebruikt.

Bron: Nationale Drug Monitor 2002

slide9

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 3 van 3

Naar Inhoud

Niveau 1

Motieven voor XTC-gebruik

Waarom gebruiken mensen XTC? Nederlandse onderzoekers hebben geprobeerd op deze vraag een antwoord te vinden. Zij hebben daarom mensen op verschillende feesten in Nederland gevraagd naar hun motieven voor het gebruik van XTC.

De meeste mensen gebruiken XTC vanwege de effecten die het teweeg brengt. Na het slikken van XTC voel je je geweldig, kun je de hele nacht doordansen, zit je vol energie en ga je volledig op in de muziek. Daarnaast sta je door XTC meer open voor andere mensen en maak je gemakkelijker contact.

Maar hoe komt het nou dat je je energieker en socialer voelt? Hoe worden deze effecten veroorzaakt? Op deze vragen wordt in het volgende deel van de presentatie antwoord gegeven.

Verderop in de presentatie wordt ingegaan op deschadelijkheid van XTC-gebruik en het gebruik van XTC in combinatie met andere drugs en met bepaalde medicijnen. Tenslotte volgen nog enkele adviezen en tips rondom het gebruik van XTC.

Bron: www.herts.police.uk

Bron: www.genk.be

slide10

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

XTC heeft een oppeppend en een bewustzijnsveranderend effect. Na het slikken van een XTC-pil begin je deze effecten na 20 tot 60 minuten te merken. De XTC is dan in de hersenen terecht gekomen. Maar hoe komt XTC daar?

Nadat je een XTC-pil geslikt hebt, komt deze in je maag terecht. Hier valt de pil uiteen en een deel van de XTC wordt in het bloed opgenomen. Het grootste deel van de XTC gaat echter van de maag naar de dunne darm en wordt daar alsnog in het bloed opgenomen. Via het bloed komt het in de lever terecht. In de lever wordt een deel van de XTC door enzymen afgebroken, maar het grootste deel wordt met het bloed over het lichaam verspreid. Zo komt XTC dus ook in de hersenen terecht.

Bron: www.drugabuse.gov

slide11

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

dendrieten

axonuiteinden

axon

cellichaam

Dia 2 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Om de werking van XTC te kunnen begrijpen, kijken we eerst naar de werking van onze hersenen. Zoals alle organen in ons lichaam zijn onze hersenen opgebouwd uit cellen. De cellen in de hersenen heten hersencellen, ook wel neuronen genoemd. Hersencellen bestaan uit een cellichaam met verschillende korte uitlopers (de dendrieten) en één lange uitloper (het axon).

De belangrijkste taak van de hersenen is het verwerken en het regelen van informatie die komt vanuit het lichaam en vanuit de omgeving. Deze informatie wordt van cel op cel overgedragen en verplaatst zich op deze manier door onze hersenen. In de cel bestaat de informatie uit een elektrisch stroompje dat vanaf het begin van de hersencel (een dendriet) naar het uiteinde van de cel (de axonuiteinden) loopt. Daar wordt de informatie overgedragen aan dendrieten van de volgende cel. Tussen een axonuiteinde van de ene cel en een dendriet van de volgende cel bevindt zich echter een hele kleine open ruimte, de synaps. Door deze open ruimte tussen de cellen kan het stroompje met informatie niet zomaar op de volgende cel overgedragen worden.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide12

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

axonuiteinde

blaasjes

synaps

dendriet

Dia 3 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Het stroompje met informatie kan op de volgende cel overgebracht worden met behulp van neurotransmitters. Dit zijn chemische stofjes die in blaasjes opgeslagen liggen in de axonuiteinden. Als het elektrische stroompje een axonuiteinde bereikt, bewegen de blaasjes met daarin de neurotransmitters richting de synaps. Daar worden de blaasjes geleegd en worden de neurotransmitters in de synaps uitgestoten. De neurotransmitters steken de synaps over en bereiken zo een dendriet van de volgende cel.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide13

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

axonuiteinde

neurotransmitter

receptor

blaasjes

axonuiteinde

synaps

dendriet

dendriet

Dia 4 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Als de neurotransmitters een dendriet van de volgende cel bereikt hebben, binden ze aan receptoren die zich op de dendriet bevinden. Een receptor is een soort schakelaar. De binding van een neurotransmitter aan een receptor zorgt ervoor dat de receptor aangezet wordt. Als de neurotransmitters genoeg receptoren aangezet hebben, ontstaat er een nieuw elektrisch stroompje in de dendriet van de cel. De pijl rechtsonder in de rechter figuur stelt dit elektrische stroompje voor. Met behulp van neurotransmitters is het het stroompje met informatie dus gelukt om de open ruimte tussen een axonuiteinde en een dendriet te overbruggen. Dit proces herhaalt zich miljoenen keren van cel op cel. Op deze manier wordt de informatie in de hersenen rondgestuurd en verwerkt.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide14

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

neurotransmitter

receptor

blaasje

axonuiteinde

axon

dendriet

synaps

dendriet

Dia 5 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Hier zie je de synaps nog een keer uitvergroot met duidelijk weergegeven de uitstoot van neurotransmitters in de synaps, de binding van de neurotransmitters aan de receptoren en het nieuwe elektrische stroompje in een dendriet van de volgende cel.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide15

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Raphe kern

Dia 6 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Onze hersenen bestaan uit verschillende gebieden die verschillende functies hebben. Neurotransmitters zorgen ervoor dat deze gebieden hun functie uit kunnen oefenen door elektrische stroompjes met informatie rond te sturen. Het rondsturen van elektrische stroompjes in een bepaald gebied zorgt er bijvoorbeeld voor dat we ons dingen kunnen herinneren.

In de hersenen bevinden zich ook verschillende soorten neurotransmitters. Voorbeelden van neurotransmitters zijn serotonine en dopamine. Zij hebben ieder hun eigen neuronen, hun eigen receptoren en hun eigen functie. Dopamine speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in de coördinatie van lichaamsbewegingen, terwijl serotonine onder andere betrokken is bij je stemming.

De cellichamen en dendrieten van de serotonineneuronen liggen bij elkaar in een gebied onderin de hersenen. Dit gebied heet de raphe kern (spreek uit: raaffe kern). De axonen van de serotonineneuronen beginnen in de raphe kern en vertakken zich van daaruit naar alle delen van de hersenen. In de figuur zijn de axonen weergegeven als rode lijnen.

Axonen kunnen dus erg lang zijn en zich enorm vertakken door de hele hersenen heen. Aan het einde van een axon vindt de uitstoot van serotonine in de synapsen plaats, zoals die beschreven is in de voorgaande dia’s. Deze uitstoot van serotonine kan dus overal in de hersenen plaatsvinden, al bevinden zich in sommige hersengebieden meer serotonine-axonen dan in andere gebieden.

Bron: www.dancesafe.org

slide16

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

axon

Dia 7 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Wat gebeurt er nu in de hersenen na het gebruik van XTC?

De effecten van XTC hangen samen met de al eerder genoemde neurotransmitters serotonine en dopamine. XTC zorgt voor een verhoogde uitstoot van beide neurotransmitters. In de figuur is de verhoogde uitstoot van serotonine te zien. Hetzelfde gebeurt met dopamine. De rode neurotransmitters stellen serotonine voor, de blauwe dopamine.

Door de verhoogde uitstoot van beide neurotransmitters worden er meer receptoren aangezet. Dit leidt weer tot een toename in elektrische stroompjes. De actievere hersencellen zorgen uiteindelijk voor het XTC-gevoel. Hierbij is het oppeppende effect van XTC vooral toe te schrijven aan de verhoogde uitstoot van dopamine, terwijl het bewustzijnsveranderende effect door serotonine veroorzaakt wordt.

De figuur laat zien wat er gebeurt als de effecten van XTC duidelijk merkbaar zijn, ongeveer één tot vier uur na inname van de XTC-pil.

Bron: www.dancesafe.org

slide17

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

axon

synaps

dendriet

Dia 8 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Na ongeveer vier uur beginnen de effecten van XTC af te nemen. Dit komt doordat de serotonine opraakt. Onder invloed van XTC is de voorraad serotonine tijdelijk uitgeput. Dit is in de figuur te zien. Het slikken van meer XTC-pillen leidt nu niet meer tot het bewustzijnsveranderende effect, er kan immers geen serotonine meer uitgestoten worden: op = op.

De voorraad dopamine wordt sneller aangevuld dan de voorraad serotonine. Dopamine zal dus minder snel opraken. Hierdoor zal het bijslikken van een pil nog wel het oppeppende effect van XTC versterken.

Bron: www.dancesafe.org

Naar niveau 2

slide18

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Raphe kern

Dia 9 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Serotonine is betrokken bij veel verschillende functies die geregeld worden vanuit de hersenen. Voorbeelden van functies waarbij serotonine betrokken is zijn stemming, eetlust, leervermogen, impulsiviteit en slaap. XTC kan door de veranderingen die het veroorzaakt in de hoeveelheid serotonine in de synaps een effect hebben op deze functies.

Bron: www.dancesafe.org

Naar niveau 2

slide19

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

Neurotransmitter laat los van receptor

3.

Receptor

binding

axon

1.

Neurotransmitter gaat aan receptor binden

2.

dendriet

Dia 1 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Hier gaan we wat dieper op het geheel in. Wat gebeurt er bijvoorbeeld nadat een neurotransmitter gebonden heeft aan een receptor? Dit is in de figuur afgebeeld. Nadat deze binding plaatsgevonden heeft (1) en er een elektrisch stroompje doorgegeven is (2), laat de neurotransmitter weer los van de receptor (3). De neurotransmitter bevindt zich nu weer in de synaps. Aan de lege receptor kan een volgende neurotransmitter binden. Deze kan op zijn beurt weer een elektrisch stroompje veroorzaken.

Als er veel serotonine in de synaps aanwezig is, zal dit proces van binden en loslaten vaak plaatsvinden. Zodra een neurotransmitter losgelaten heeft van de receptor, zal een volgende alweer binden. Op deze manier worden in de dendriet veel elektrische stroompjes veroorzaakt. Dit is wat er gebeurt na het gebruik van XTC.

Bron: www.dancesafe.org

slide20

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

4.

3.

5.

4.

2.

1.

Dia 2 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Na ongeveer vier uur beginnen de effecten van XTC af te nemen. Dit komt doordat er minder serotonine in de synaps aanwezig is. Er kunnen nu minder neurotransmitters aan de receptoren binden en dus zullen er minder elektrische stroompjes doorgegeven worden. Maar hoe komt het dat de hoeveelheid serotonine in de synaps afneemt?

Serotonine kan niet alleen binden aan de receptoren op een dendriet, maar ook aan transporters die zich op de axonuiteinden bevinden. Dit zijn een soort pompjes die de serotonine terugbrengen in het axonuiteinde. De transporters zijn in de figuur weergegeven als gele, H-vormige pompjes. De serotonine in de synaps bindt aan de transporter (1). De transporter draait vervolgens rond als een soort draaideur (2) en pompt de serotonine in het axonuiteinde (3). Dit proces is in de figuur van onder naar boven te zien. De transporter kan de serotonine dus maar één kant op pompen: van de synaps naar het axonuiteinde. De uitstoot van serotonine in de synaps gebeurt alleen via de blaasjes.

Een deel van de serotonine dat in het axonuiteinde wordt gepompt, wordt weer door de blaasjes opgenomen (4) en kan opnieuw worden uitgestoten in de synaps (5). Een ander deel wordt afgebroken in het axonuiteinde.

Bron: www.dancesafe.org

slide21

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

MAO

MAO

Dia 3 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Het deel van de serotonine dat niet heropgenomen wordt door de blaasjes, wordt in het axonuiteinde afgebroken door het enzym monoamino-oxidase (MAO). Bij deze afbraak van serotonine ontstaan een aantal nieuwe stoffen, de afbraakproducten. In de figuur is MAO afgebeeld als een hamer, om aan te geven dat het de serotonine afbreekt.

Bron: www.dancesafe.org

slide22

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

2.

3.

1.

4.

3.

2.

synaps

dendriet

1.

Dia 4 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Hoe past XTC nu in dit verhaal over transporters en MAO?

XTC kan net als serotonine aan de transporters binden (1). Als zowel XTC als serotonine in de synaps aanwezig zijn, bindt XTC zelfs eerder aan de transporters dan serotonine. In de figuur is XTC weergegeven als E. Zodra de XTC door de transporters in het axonuiteinde gepompt is (2), wordt het in de blaasjes opgenomen (3). Hier zorgt de XTC voor de uitstoot van serotonine in de synaps (4). XTC zorgt dus op twee manieren voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps. Ten eerste bindt XTC aan de transporters. Hierdoor kan de serotonine niet meer aan de transporters binden en dus niet heropgenomen worden in het axonuiteinde. De serotonine blijft dus in de synaps. Ten tweede stimuleert XTC de uitstoot van serotonine in de synaps. De verhoogde uitstoot van dopamine verloopt op een vergelijkbare manier. XTC kan op deze manier dus een verhoogde hoeveelheid serotonine en dopamine in de synaps veroorzaken.

Bron: www.dancesafe.org

Naar niveau 3

slide23

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

blaasje

axon

synaps

dendriet

Dia 5 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Omdat het lichaam hard werkt om vreemde stoffen als XTC af te breken, neemt na verloop van tijd de hoeveelheid XTC in de synaps af. Er is nu dus minder XTC aanwezig om aan de transporters te binden, zodat deze weer serotonine kunnen binden. De serotonine kan zo dus weer in het axonuiteinde opgenomen worden. Een deel van de serotonine wordt hier door het enzym MAO afgebroken. Dit is in de linker figuur nogmaals te zien.

Omdat het aanmaken van de voorraad serotonine een langzaam proces is, wordt er nu meer serotonine afgebroken dan aangemaakt. De serotonine zal opraken. Dit is in de rechter figuur te zien.

MAO

MAO

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide24

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

MAO

Lege transporters

MAO breekt dopamine af

MAO

Dopamine bindt aan de transporter

dendriet

Dia 6 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

De voorraad dopamine kan sneller aangevuld worden dan de voorraad serotonine. Dopamine raakt dus minder snel op. Op het moment dat er geen serotonine meer in de synaps is, is er dus nog wel dopamine aanwezig. Ook zijn de transporters nu leeg, er is immers geen serotonine aanwezig. Aan deze lege transporters bindt nu dopamine. Op deze manier wordt dopamine dus in het axonuiteinde van de serotoninecel opgenomen. Hier wordt de dopamine door MAO afgebroken. De afbraakproducten van dopamine zijn schadelijk voor het axonuiteinde van de serotoninecel.

Bron: www.dancesafe.org

slide25

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Verschrompeld serotonine-axon

axonuiteinde

blaasjes

synaps

dendriet

dendriet

Dia 7 van 7

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Uiteindelijk zorgen dopamine en de afbraakproducten van dopamine ervoor dat het serotonine-axon verschrompelt. De cellichamen zelf blijven intact, alleen de axonen zijn beschadigd. In de figuren is het verschil tussen een normaal en een verschrompeld axon duidelijk te zien.

Nog even alles op een rijtje gezet:

1. XTC veroorzaakt een verhoogde uitstoot van serotonine en dopamine in de synaps.

2. Na verloop van tijd raakt de serotonine op.

3. Dopamine bindt nu aan de lege transporters.

4. Dopamine wordt in het serotonine-axonuiteinde afgebroken door het enzym MAO.

5. De afbraakproducten van dopamine zijn schadelijk voor het axonuiteinde van de serotoninecel.

6. De serotonine-axonen verschrompelen, de cellichamen blijven intact.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide26

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Hersenschors

Limbische systeem

Raphe kern

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 2

De voornaamste serotonine-axonen lopen vanuit de raphe kern naar twee verschillende gebieden in de hersenen, namelijk naar het limbische systeem en naar de hersenschors. Het limbische systeem bestaat uit een aantal kleine hersengebieden, die in de figuur met verschillende kleuren weergegeven zijn. De hersenschors is geel weergegeven, de raphe kern roze. Verder zijn de voornaamste serotonine-axonen te zien als roze pijlen.

De hersenschors en het limbische systeem hebben verschillende functies. De hersenschors speelt een belangrijke rol in leren en geheugen en het limbische systeem is betrokken bij stemming en emotie. Omdat serotonine bij deze functies een belangrijke rol speelt, heeft XTC een effect op deze functies.

Ook de schade die XTC kan veroorzaken aan de serotonine-axonen zal met name te merken zijn aan een vermindering van deze functies. XTC zou bijvoorbeeld voor een achteruitgang van het geheugen kunnen zorgen, maar hier wordt later in de presentatie nog uitgebreid op ingegaan.

Bron: www.drugabuse.gov

Bron: www.drugabuse.gov

slide27

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

MDMA

De werkzame stof in XTC is MDMA of 3,4-methyleendioxymetamfetamine. MDMA heeft een dubbel effect: het heeft zowel een oppeppende als een bewustzijnsveranderende werking. Het is daarom ook niet vreemd dat MDMA wat betreft structuur zowel op amfetamine als op hallucinogene middelen lijkt. Hieronder zijn de structuurformule en een 3D-afbeelding van MDMA te zien.

Bron: The vaults of Erowid

C11H15NO2

Bron: www.transy.edu

slide28

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

slide29

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Bron: Resultaten DIMS 2002

slide30

Inleiding

 Trimbos-instituut/M. Bossong

(*) Delft, Den Haag, Groningen, Haarlem, Leiden, Rijswijk, Schiedam, Utrecht, Vlaardingen en Voorburg

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Bron: Nationale Drug Monitor 2002

slide31

Serotonine

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Serotonine is een neurotransmitter die een rol speelt bij verschillende functies van de hersenen. Functies waar serotonine bij betrokken is zijn bijvoorbeeld stemming, eetlust, leervermogen, impulsiviteit en slaap. Serotonine wordt gevormd uit tryptofaan, een belangrijk voedingssupplement. Het enzym monoamino-oxidase (MAO) breekt serotonine uiteindelijk weer af. Hierbij ontstaat het afbraakproduct 5-HIAA. In de rechterfiguur is een overzicht van de aanmaak en afbraak van serotonine te zien.

Bron: www.biopsychiatry.com

slide32

Dopamine

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Dopamine is een neurotransmitter die onder andere een rol speelt in motivatie, verslaving en in de coördinatie van lichaamsbewegingen. Dopamine wordt gevormd uit tyrosine en wordt uiteindelijk afgebroken door het enzym monoamino-oxidase (MAO). Hierbij ontstaan DOPAC en de schadelijke stoffen waterstofperoxide en hydroxyl-radicalen. In de rechterfiguur is een overzicht van de aanmaak en afbraak van dopamine te zien.

Bron: www.biopsychiatry.com

slide33

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

XTC zorgt voor een verhoogde uitstoot van serotonine en dopamine in de synaps. Beide neurotransmitters hebben echter hun eigen neuronen. Vanuit het serotonineneuron wordt serotonine in de synaps uitgestoten, vanuit het dopamineneuron dopamine. Dit is in de figuur te zien. Op deze manier kunnen beide neurotransmitters dus in dezelfde synaps aanwezig zijn.

slide34

Werking XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

4.

3.

2.

1.

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 2

Niveau 3

XTC zorgt dus voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps door de heropname van serotonine te remmen en de uitstoot van serotonine vanuit de blaasjes in de synaps te stimuleren. Waarschijnlijk verhoogt XTC de hoeveelheid serotonine in de synaps nog op een andere manier. XTC is namelijk ook in staat de transporters omgekeerd te laten werken. Dit is in de figuur te zien. XTC bindt in de synaps aan de transporter, terwijl serotonine in het axonuiteinde aan de transporter bindt (1). De transporter draait vervolgens rond (2) en pompt XTC in het axonuiteinde en serotonine in de synaps (3). Aan de lege transporter kunnen nu weer XTC en serotonine binden en het proces kan zich herhalen (4). XTC is dus ook op deze manier in staat de hoeveelheid serotonine in de synaps te verhogen.

Bron: www.dancesafe.org

slide35

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 15

Naar Inhoud

Niveau 1

Rondom de risico’s van XTC-gebruik bestaan veel vragen en onduidelijkheden, zowel bij gebruikers als bij wetenschappers. Zo is er veel discussie over de vraag of XTC in staat is hersenschade aan te richten. En zo ja, wat merk je dan van deze schade? En als je stopt met het gebruik van XTC, herstelt deze schade zich dan weer?

In dit deel van de presentatie wordt een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken van het onderzoek rondom XTC. Ook de moeilijkheden rondom het doen van XTC-onderzoek worden besproken.

Een overzicht van de onderwerpen:

Aanwijzingen voor schadelijkheid XTC

Vrouwen mogelijk gevoeliger dan mannen

Lange termijn effecten

• Geheugen

• Depressie

• Impulsiviteit

• Immuunsysteem

Blijvende schade?

Eénmalig en matig XTC-gebruik

Extrapoleerbaarheid van dier naar mens

Moeilijkheden XTC-onderzoek

Het perfecte onderzoek

Conclusie

Naar niveau 2

slide36

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Verschrompeld serotonine-axon

dendriet

Raphe kern

Dia 2 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Aanwijzingen voor schadelijkheid XTC

De eerste aanwijzingen voor schade in de hersenen door het gebruik van XTC komen uit proefdieronderzoek. Hoge of herhaalde doses MDMA kunnen schade aanrichten aan serotonine-axonen die hun oorsprong hebben in de raphe kern. De serotonine-axonen verschrompelen als het ware. De cellichamen zelf blijven intact, alleen de axonen zijn beschadigd.

Bij zware XTC-gebruikers zijn veranderingen in het serotoninesysteem gevonden die vergelijkbaar zijn met de veranderingen bij dieren. Het lijkt er dus op dat MDMA bij hoge dosering of frequent gebruik echt iets kan veranderen in de hersenen. Later zal aandacht besteed worden aan de mogelijke gevolgen van deze veranderingen.

Bron: www.dancesafe.org

Bron: www.dancesafe.org

slide37

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 3 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Vrouwen mogelijk gevoeliger dan mannen

Nederlands onderzoek heeft laten zien dat vrouwen mogelijk gevoeliger zijn voor de schade die XTC aan de serotonine-axonen kan veroorzaken dan mannen. Bij mannelijke zware XTC-gebruikers die in hun leven meer dan 50 pillen hebben geslikt, is in dit onderzoek geen schade aangetoond. Bij vrouwen die evenveel XTC hebben gebruikt echter wel. Bij matig XTC-gebruik, dat wil zeggen minder dan 50 pillen in het hele leven, is zowel bij mannen als bij vrouwen geen schade aangetoond.

Ook is aangetoond dat bij vrouwen de effecten van een dosis MDMA sterker zijn dan bij mannen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vrouwen minder bloed in hun lichaam hebben dan mannen. Vrouwen krijgen hierdoor in verhouding meer MDMA in hun bloed, waardoor zowel de effecten als de bijwerkingen van MDMA sterker zijn.

slide38

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 4 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Lange termijn effecten

Een belangrijke vraag is natuurlijk wat de schade aan de serotonine-axonen nu betekent voor de XTC-gebruiker. Wat kan die ervan merken?

In het vorige deel van de presentatie, "de werking van XTC", is verteld dat serotonine betrokken is bij veel verschillende functies die geregeld worden vanuit de hersenen, zoals stemming en leervermogen. De schade die MDMA kan veroorzaken aan de serotonine-axonen zal dus met name te merken zijn aan een vermindering van deze functies.

Naar de relatie tussen XTC-gebruik en een aantal van deze functies is onderzoek gedaan. In deze presentatie wordt de invloed van XTC-gebruik op de volgende functies behandeld:

Geheugen

Depressie

Impulsiviteit

Immuunsysteem

Onderzoek naar de invloed van XTC-gebruik op bovenstaande functies is niet onomstreden. Op de moeilijkheden rondom het doen van XTC-onderzoek wordt later uitgebreid ingegaan.

slide39

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 5 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Geheugen

In veel onderzoeken zijn het leervermogen en het geheugen van XTC-gebruikers en niet-gebruikers met elkaar vergeleken. Over het algemeen presteren XTC-gebruikers op twee fronten slechter: het verbale geheugen en de uitvoerende functie. Dit geldt met name voor zware XTC-gebruikers.

In een "verbaal-geheugen-test" wordt onderzocht hoe goed mensen woorden kunnen onthouden. Nadat de onderzoeker een lijst met woorden aan de deelnemers heeft laten horen, moeten zij deze woorden na een bepaalde tijd herhalen. Voor het bepalen van de uitvoerende functie bestaan verschillende methoden. Een veelgebruikte methode is om deelnemers in één minuut tijd zoveel mogelijk woorden te laten noteren die beginnen met een bepaalde letter.

XTC-gebruikers presteren in deze testen dus slechter dan niet-gebruikers, al zijn de verschillen klein. Omdat veel van de deelnemers behalve XTC ook andere drugs gebruiken, is het niet zeker of het gebruik van XTC de verklaring is voor het verschil in geheugen en uitvoerende functie. Wat de werkelijke lange termijn effecten van het gebruik van XTC op leren en geheugen zijn is dus (nog) niet met zekerheid te zeggen .

slide40

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

?

XTC-gebruik

Depressie

Dia 6 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Depressie

Veel mensen hebben na het gebruik van XTC last van depressie. Dit is niet vreemd, omdat een tekort aan serotonine waarschijnlijk een rol speelt in depressie. De depressie lijkt een aantal dagen na gebruik het sterkst te zijn, maar kan bij veelvuldig XTC-gebruik langdurige vormen aannemen. Wetenschappers zijn het nog niet eens over de relatie tussen XTC-gebruik en depressie. Leidt XTC-gebruik tot depressie of leidt depressie tot XTC-gebruik? Deze vraag is nog moeilijk te beantwoorden. Dit komt doordat bij bijna alle onderzoeken nagelaten is om te kijken of de deelnemers vóór het gebruik van XTC al tekenen van depressie vertoonden. Op de moeilijkheden rondom XTC-onderzoek wordt later nog ingegaan.

slide41

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

?

XTC-gebruik

Impulsiviteit

Dia 7 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Impulsiviteit

Er lijkt een relatie te bestaan tussen het gebruik van XTC en een hoge mate van impulsiviteit. Hierbij is impulsiviteit te omschrijven als “de neiging tot onoverdacht en ongecontroleerd gedrag”. Echter, ook hier is het de vraag of het gebruik van XTC leidt tot een verandering in impulsiviteit of dat mensen die een verhoogde impulsiviteit vertonen eerder XTC gaan gebruiken. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is vervolgonderzoek noodzakelijk.

slide42

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 8 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Immuunsysteem

Wie lange tijd of regelmatig XTC gebruikt, zegt vatbaarder te zijn voor infecties. Een onderzoeksgroep uit Spanje houdt zich bezig met de relatie tussen XTC-gebruik en het immuunsysteem. Zij hebben aangetoond dat een éénmalige dosis van 75 mg MDMA in staat is het immuunsysteem te onderdrukken. Een tweede, opeenvolgende dosis versterkt dit effect. Ook hebben ze gekeken naar de effecten van herhaald XTC-gebruik op het immuunsysteem. In deze onderzoeken laten XTC-gebruikers die in hun leven tussen de 5 en de 50 pillen geslikt hebben, twee jaar na het begin van het onderzoek nog steeds een onderdrukt immuunsysteem zien. Het aantal immuuncellen is gedurende deze tijd afgenomen.

De uitkomsten van deze onderzoeken kunnen een verklaring zijn voor de grotere vatbaarheid voor infecties onder XTC-gebruikers. Echter, ook in deze onderzoeken kan het gebruik van andere drugs een vertekend beeld geven. Vervolgonderzoek zal dus uit moeten wijzen hoe XTC-gebruik en het immuunsysteem precies samenhangen. Het lijkt er echter op dat regelmatig gebruik van XTC en andere drugs het immuunsysteem kan onderdrukken. Een mogelijke verklaring voor deze onderdrukking van het immuunsysteem is het feit dat serotonine een rol speelt in de productie van immuuncellen. Een verlaagde hoeveelheid serotonine na het gebruik van XTC zou tot een afname in de productie van immuuncellen kunnen leiden.

slide43

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Axon-

uiteinden

Axon

Cellichaam

Beschadigde delen

Normaal

Herstel

Dia 9 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Blijvende schade?

Als zenuwcellen beschadigd zijn, kunnen ze zich normaal gesproken niet meer herstellen. XTC veroorzaakt echter alleen schade aan de axonen van de serotoninecellen, de cellichamen zelf blijven waarschijnlijk intact. Mogelijk kan de schade die XTC veroorzaakt daarom wel herstellen.

Het lijkt erop dat de schade aan de serotonine-axonen zich inderdaad kan herstellen nadat met het gebruik van XTC gestopt is. Dit herstel duurt echter geruime tijd en lijkt slechts gedeeltelijk te zijn. Het gedeeltelijke herstel is in de figuur afgebeeld.

Of dit gedeeltelijke herstel van de serotonine-axonen ook betekent dat de functies van de hersenen, zoals geheugen of leervermogen, zich herstellen is onduidelijk. Onderzoeken laten tegenstrijdige resultaten zien. Er zal meer onderzoek verricht moeten worden om conclusies te kunnen trekken over het herstel van de schade die XTC veroorzaakt. Dit geldt zowel voor het herstel van de schade aan de serotonine-axonen als voor het herstel van de functies van de hersenen.

Bron: www.drugabuse.gov

slide44

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 10 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Eénmalig en matig XTC-gebruik

De schade die veroorzaakt wordt door XTC is dosis-afhankelijk. Hogere doses XTC veroorzaken dus grotere schade. De vraag of éénmalig of matig XTC-gebruik tot schade in de hersenen leidt is moeilijk te beantwoorden. Een onderzoeksgroep in Zwitserland doet onderzoek naar de effecten van éénmalig XTC-gebruik. Zij hebben geen zichtbare schade aan de hersenen aangetoond na een éénmalige toediening van 1,7 mg/kg MDMA (127 mg voor een persoon van 75 kg) aan vrijwilligers die nog nooit XTC gebruikt hadden. Ook hebben zij geen veranderingen in de geheugenfunctie kunnen aantonen.

Nederlands onderzoek, dat al eerder besproken is, heeft geen schade aan de hersenen aan kunnen tonen bij matige XTC-gebruikers die in hun leven minder dan 50 pillen hebben geslikt. Ook zijn geen veranderingen in de geheugenfunctie aangetoond.

Of éénmalig of matig XTC-gebruik tot schade in de hersenen leidt is (nog) niet duidelijk. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat dit bij mensen het geval is.

.

slide45

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 11 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Extrapoleerbaarheid van dier naar mens

Proefdieronderzoek dat gedaan wordt naar de schadelijkheid van XTC wordt vaak bekritiseerd vanwege de hoge doses MDMA die aan proefdieren toegediend worden. Eén van de belangrijkste vragen is dan ook of de resultaten verkregen uit proefdieronderzoek ook gelden voor de mens. Met andere woorden: zijn de resultaten extrapoleerbaar van dier naar mens?

Een Amerikaanse onderzoeksgroep heeft berekend dat de doses MDMA die aan proefdieren toegediend worden vergelijkbaar zijn met doses die door mensen gebruikt worden. Zij hebben dit gedaan aan de hand van een berekening die ook bij medicijnen gebruikt wordt om resultaten uit proefdieronderzoek te vertalen naar de mens. Deze methode houdt rekening met de verschillen tussen dier en mens. Volgens deze berekening suggereren diermodellen dat de doses MDMA die door mensen gebruikt worden schadelijk zijn voor de hersenen.

Echter, de juistheid van de gebruikte wijze van extrapoleren kan in twijfel getrokken worden. Zo is er nog een gebrek aan gegevens over de schadelijke dosis MDMA bij verschillende diersoorten. Ook verschilt de farmacokinetiek van MDMA tussen mens en dier. Dit betekent dat het menselijk lichaam anders op MDMA reageert dan het lichaam van een dier. Met dit verschil houdt de bovenstaande methode geen rekening.

De vraag of de resultaten verkregen uit proefdieronderzoek ook gelden voor de mens is dus (nog) niet te beantwoorden. De hoge doses MDMA die aan proefdieren toegediend worden maken het wel mogelijk de mechanismen die ten grondslag liggen aan de schade in de hersenen beter te onderzoeken.

slide46

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 12 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Moeilijkheden XTC-onderzoek

Onderzoek naar de invloed van XTC-gebruik op functies die geregeld worden vanuit de hersenen is niet onomstreden. Hieronder worden enkele moeilijkheden besproken die een rol spelen bij het doen van XTC-onderzoek. Op de volgende dia komen nog enkele moeilijkheden aan de orde.

Variatie in XTC-pillen

Zowel de hoeveelheid MDMA in XTC-pillen als de samenstelling van XTC-pillen variëren sterk. Het is daarom de vraag of het mogelijk is om XTC-gebruikers in te delen op grond van het aantal XTC-pillen dat ze geslikt hebben.

Het gebruik van meerdere drugs

De meeste XTC-gebruikers gebruiken naast XTC ook andere drugs. De resultaten die verkregen worden uit onderzoek worden dus mogelijk verklaard door het gebruik van andere drugs dan XTC. Met name het gebruik van cannabis kan de uitkomsten van onderzoek verstoren.

Rekening houden met andere factoren

Er moet voorkomen worden dat de resultaten van onderzoek verklaard kunnen worden door andere factoren dan het gebruik van XTC. Hiervoor is het belangrijk dat in het onderzoek rekening gehouden wordt met bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, educatie, levensstijl en drugsgebruik.

slide47

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 13 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Terugkijkend onderzoek

Bijna alle onderzoeken die verricht zijn naar de invloed van XTC-gebruik op functies die geregeld worden vanuit de hersenen zijn retrospectief. Dit betekent dat onderzoeksgegevens achteraf verzameld zijn, ná het gebruik van XTC dus. Door het ontbreken van gegevens van vóór het gebruik van XTC is niets te zeggen over oorzaak en gevolg. Leidt XTC-gebruik tot depressie of leidt depressie tot XTC-gebruik? Prospectief onderzoek, waarin gegevens van voor en na het gebruik van XTC verzameld worden, zal dit uit moeten wijzen.

Onthouding van drugs

Bij onderzoek naar de invloed van XTC-gebruik op functies die geregeld worden vanuit de hersenen kijkt men naar de effecten van XTC die lang blijven bestaan. XTC-gebruikers mogen daarom voor aanvang van het onderzoek een bepaalde tijd geen XTC hebben gebruikt. Men moet er immers zeker van zijn dat de lange termijn effecten van XTC-gebruik onderzocht worden en niet de effecten die direct na het gebruik van XTC optreden. Het is echter moeilijk te controleren of de XTC-gebruikers lange tijd geen XTC gebruikt hebben. XTC is in urine of bloed slechts twee tot vier dagen na gebruik aantoonbaar. Het is dus niet zeker of inderdaad de lange termijn effecten worden onderzocht.

Groepsgrootte

Een laatste punt van kritiek op XTC-onderzoek is dat de groepen met deelnemers over het algemeen erg klein zijn. Hierdoor wordt het onderzoek minder betrouwbaar. Hoe groter het aantal deelnemers aan het onderzoek is, hoe betrouwbaarder het onderzoek wordt.

slide48

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 14 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Het perfecte onderzoek

In dit onderzoek gebruiken we een groot aantal deelnemers dat nog nooit drugs heeft gebruikt. Deze deelnemers verdelen we in twee groepen zonder verschil in leeftijd, geslacht, fysieke en psychische gesteldheid, intelligentie, educatie, sociaal-economische status en levensstijl. Van beide groepen wordt het geheugen uitgebreid getest. Vervolgens wordt aan één groep wekelijks of maandelijks een bepaalde dosis MDMA toegediend. Dit gebeurt bijvoorbeeld gedurende een jaar. De andere groep krijgt een placebo. In dit jaar moeten de deelnemers alles vermijden wat hun geheugen kan beïnvloeden. Als het jaar voorbij is, wordt het geheugen van beide groepen opnieuw getest. Als MDMA het geheugen werkelijk schaadt, laat de MDMA-groep nu een slechtere geheugentest zien dan het jaar ervoor. In de placebogroep zal geen verschil te zien zijn tussen beide geheugentesten.

Beide groepen komen overeen in factoren als leeftijd en geslacht, maar niet in het gebruik van MDMA. MDMA blijft nu dus over als meest aannemelijke oorzaak van de waargenomen achteruitgang van het geheugen.

Met dit onderzoek is het geheugenbeschadigende effect van MDMA zo goed als bewezen. Ethisch is het echter niet mogelijk herhaalde doses van een mogelijk schadelijke stof voor de hersenen toe te dienen aan gezonde vrijwilligers.

slide49

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 15 van 15

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Conclusie

MDMA kan bij hoge dosering of frequent gebruik schade aanrichten aan serotonine-axonen die hun oorsprong hebben in de raphe kern. De serotonine-axonen verschrompelen als het ware, de cellichamen blijven echter intact. Deze schade heeft tot gevolg dat bepaalde functies die geregeld worden vanuit de hersenen verminderd zijn. Dit zijn functies waar serotonine bij betrokken is. Zo lijkt het erop dat het geheugen en de uitvoerende functie van XTC-gebruikers verslechterd is. Verder laten XTC-gebruikers een onderdrukt immuunsysteem zien. Ook is er een relatie tussen XTC-gebruik en depressie en tussen XTC-gebruik en impulsiviteit. Het is echter (nog) niet duidelijk hoe XTC-gebruik en deze functies precies samenhangen.

Of de schade die XTC veroorzaakt aan de serotonine-axonen zich kan herstellen als met het gebruik van XTC gestopt wordt is onduidelijk. Het lijkt erop dat dit het geval is, al duurt dit herstel geruime tijd en lijkt het slechts gedeeltelijk te zijn. Wat dit gedeeltelijke herstel van de serotonine-axonen betekent voor het herstel van de functies van de hersenen is (nog) onduidelijk.

Om alle feiten rondom XTC boven tafel te krijgen zal dus meer onderzoek verricht moeten worden. Bij dit onderzoek dient rekening gehouden te worden met bijvoorbeeld het gebruik van meerdere drugs, educatie, levensstijl en met de groepsgrootte.

Naar niveau 2

slide50

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 8

Terug naar niveau 1

Niveau 2

Op een aantal van de onderwerpen die op niveau 1 behandeld zijn, wordt hier wat dieper ingegaan. Een overzicht van de onderwerpen die op niveau 2 behandeld worden:

Aanwijzingen voor schadelijkheid XTC

Onderzoek naar schadelijkheid van stoffen voor de hersenen

Geheugen

Depressie & XTC-gebruik

Depressie & serotonine

Blijvende schade?

XTC-onderzoek AMC-UMC

slide51

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 2 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Aanwijzingen voor schadelijkheid XTC

De eerste aanwijzingen voor schade in de hersenen door het gebruik van XTC komen uit proefdieronderzoek. Eén van de belangrijkste aanwijzingen voor deze schade is een afname van het aantal serotonine transporters na toediening van hoge of herhaalde doses MDMA. Omdat de transporters zich op het axonuiteinde bevinden, suggereert een langdurige afname van deze transporters dat er minder serotonine-axonen aanwezig zijn. Door het kleuren van de hersencellen is duidelijk geworden dat de serotonine-axonen na toediening van MDMA als het ware verschrompeld zijn. De cellichamen zelf blijven intact.

Een aantal onderzoeken heeft ook bij mensen die XTC gebruiken minder serotonine transporters aangetoond, met name bij zware XTC-gebruikers.

Een afname van het aantal transporters is dus een belangrijke aanwijzing voor de schadelijkheid van MDMA, zowel bij proefdieren als bij mensen.

slide52

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 3 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Onderzoek naar schadelijkheid van stoffen voor de hersenen

Om de schadelijkheid van een stof voor de hersenen te bepalen gebruikt men standaard methoden. Het bepalen van de hoeveelheid transporters na blootstelling aan een bepaalde stof, zoals beschreven in de vorige dia voor MDMA, is een veel gebruikte methode om de schadelijkheid van die stof vast te stellen. Een afname van de hoeveelheid transporters duidt op schadelijkheid van de betreffende stof. Deze methode wordt niet alleen toegepast om de schadelijkheid te bepalen van medicijnen en drugs, maar bijvoorbeeld ook van bepaalde oplosmiddelen in lijm.

slide53

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

XTC-gebruik

Schade aan serotonine-axonen

Verlaagde hoeveelheid serotonine

Verminderd geheugen

Dia 4 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Geheugen

Het lijkt erop dat XTC-gebruikers een verminderd geheugen en een verminderde uitvoerende functie hebben ten opzichte van mensen die geen XTC gebruiken. Maar is dit verschil te wijten aan schade aan serotonine-axonen?

Een aantal onderzoeken heeft een relatie aangetoond tussen een verlaagde hoeveelheid serotonine en een verminderd geheugen. Dit zou betekenen dat een verslechtering van het geheugen inderdaad veroorzaakt wordt door een tekort aan serotonine.

slide54

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 5 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Depressie & XTC-gebruik

Eén van de grootste problemen van XTC-onderzoek is het feit dat bijna alle onderzoeken retrospectief zijn: onderzoeksgegevens worden achteraf verzameld. Door het ontbreken van gegevens van vóór het gebruik van XTC is niets te zeggen over oorzaak en gevolg. Leidt XTC-gebruik tot depressie of leidt depressie tot XTC-gebruik? Prospectief onderzoek, waarin gegevens van voor en na het gebruik van XTC verzameld worden, zal dit uit moeten wijzen.

Tot nu toe is er één prospectief onderzoek naar de relatie tussen XTC-gebruik en depressie uitgevoerd. Dit onderzoek laat zien dat het waarschijnlijker is dat depressie leidt tot XTC-gebruik dan dat XTC-gebruik leidt tot depressie. Meer prospectief onderzoek moet de precieze relatie tussen depressie en XTC-gebruik verduidelijken.

?

XTC-gebruik

Depressie

slide55

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 6 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Depressie & serotonine

Depressiviteit wordt in verband gebracht met een langdurig tekort aan serotonine. Het tekort aan serotonine dat door XTC veroorzaakt wordt is waarschijnlijk ook de oorzaak van depressie na XTC-gebruik. Wat er bij een depressie precies gebeurt in de hersenen is niet duidelijk. Hierover bestaan verschillende theorieën. Dat serotonine een rol speelt in depressie is vooral af te leiden uit het feit dat antidepressieve medicijnen veranderingen teweeg kunnen brengen in het serotoninesysteem.

Later in de presentatie wordt dieper ingegaan op het gebruik van XTC in combinatie met antidepressiva.

slide56

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Hersenschors

Limbische systeem

Raphe kern

Dia 7 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

Blijvende schade?

De schade aan de serotonine-axonen lijkt zich gedeeltelijk te herstellen nadat met het gebruik van XTC gestopt is. Hierbij lijkt het erop dat de afstand van een beschadigd axon tot de raphe kern van invloed is op het herstel van het serotonine-axon. In hersengebieden die dichtbij de raphe kern liggen (het limbische systeem) lijkt eerder herstel op te treden dan in gebieden die verder weg liggen (de hersenschors). In de figuren zijn deze gebieden en de voornaamste serotonine-axonen nogmaals te zien.

Bron: www.drugabuse.gov

Bron: www.drugabuse.gov

slide57

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 8 van 8

Overzicht onderwerpen

Niveau 2

XTC-onderzoek AMC-UMC

Zoals blijkt uit deze presentatie zijn veel vragen rondom XTC nog niet wetenschappelijk beantwoord. Het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam en het Universitair Medisch Centrum (UMC) te Utrecht gaan daarom gezamenlijk een onderzoek uitvoeren naar de mogelijk schadelijke gevolgen van XTC voor de hersenen. Het onderzoek is in de eerste plaats bedoeld om meer te weten te komen over de mogelijke risico’s van XTC-gebruik, zodat in de toekomst betere voorlichting aan (potentiële) gebruikers mogelijk wordt.

Voor meer informatie kun je terecht op www.XTCstudie.nl.

slide58

Schadelijkheid XTC

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Farmacokinetiek

Farmacokinetiek is het aspect van de farmacologie dat zich bezighoudt met de vraag: “wat doet het lichaam met de stof?” Het richt zich op de snelheid waarmee het lichaam vreemde stoffen als geneesmiddelen en drugs opneemt, verdeelt en uitscheidt. Deze processen bepalen dus ook de hoeveelheid MDMA in het lichaam in de loop van de tijd.

De wijze van extrapolatie door de Amerikaanse onderzoeksgroep wordt vooral in twijfel getrokken omdat de farmacokinetiek van MDMA tussen mens en dier verschilt. De farmacokinetiek van MDMA bij de mens is niet lineair in tegenstelling tot die bij de rat. Dit betekent dat een verdubbeling van de dosis MDMA bij de mens leidt tot een meer dan dubbele hoeveelheid MDMA in het bloed.

Met dit verschil in farmacokinetiek houdt de methode van de Amerikaanse onderzoeksgroep geen rekening. De vraag of de resultaten verkregen uit proefdieronderzoek ook gelden voor de mens is dus (nog) niet te beantwoorden.

slide59

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 9

Naar Inhoud

Niveau 1

Over het gebruik van XTC in combinatie met andere drugs of met bepaalde medicijnen leven veel vragen. Sommige combinaties kunnen namelijk erg gevaarlijk zijn, maar welke zijn dat? In dit deel van de presentatie worden de volgende onderwerpen besproken:

XTC & antidepressiva

• MAO-remmers

• SSRI’s

XTC & andere medicijnen

Het combineren van drugs

• XTC & cannabis

• XTC & alcohol

• XTC & cocaïne/speed

• XTC & GHB

slide60

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

MAO-remmer

Hoeveelheid serotonine 

Hoeveelheid serotonine   

XTC

Hoeveelheid serotonine 

(kans op serotoninesyndroom)

Dia 2 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & antidepressiva

XTC, serotonine en depressie hebben waarschijnlijk alles met elkaar te maken. Zowel XTC als antidepressieve medicijnen kunnen veranderingen teweeg brengen in het serotoninesysteem. Maar wat gebeurt er als beide middelen tegelijkertijd gebruikt worden?

Er bestaan verschillende soorten antidepressiva. In deze presentatie komen alleen de MAO-remmers en de selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s) aan bod. Dit zijn de meest voorgeschreven antidepressiva.

MAO-remmers

Antidepressieve medicijnen die behoren tot de groep van de MAO-remmers remmen de afbraak van serotonine. Het gevolg hiervan is dat de hoeveelheid serotonine in de synaps toeneemt. Omdat ook XTC een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps veroorzaakt, kan een gecombineerd gebruik van beide middelen leiden tot een extreem hoge hoeveelheid serotonine in de synaps. Dit wordt een "serotoninesyndroom" genoemd. Een serotoninesyndroom is erg gevaarlijk en kan zelfs dodelijk zijn. Het gebruik van XTC in combinatie met MAO-remmers dient dus afgeraden te worden.

De voornaamste MAO-remmer is moclobemide, de merknaam van dit medicijn is Aurorix.

slide61

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Geen XTC-effect

XTC & SSRI

Versterkt XTC-effect

Serotoninesyndroom

Dia 3 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

SSRI’s

Een tweede belangrijke groep antidepressiva is de groep van selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s). Ook deze medicijnen zorgen voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps. Over het gebruik van SSRI’s in combinatie met XTC bestaat echter minder duidelijkheid dan over de combinatie van XTC en MAO-remmers.

Van het gebruik van XTC in combinatie met SSRI’s zijn verschillende effecten bekend. Aan de ene kant kan het zijn dat er geen XTC-effect optreedt als er SSRI’s gebruikt worden. Aan de andere kant kunnen SSRI’s het XTC-effect versterken en kan zelfs een serotoninesyndroom ontstaan. Dit kan gebeuren omdat zowel XTC als SSRI’s zorgen voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps. Welk effect optreedt en in welke mate is afhankelijk van verschillende factoren, zoals hoe lang en in welke dosis SSRI’s gebruikt worden.

Het gebruik van XTC in combinatie met SSRI’s is dus erg onvoorspelbaar en daarom erg gevaarlijk. Het gebruik van XTC in combinatie met SSRI’s dient afgeraden te worden.

De voornaamste SSRI’s zijn: citalopram (Cipramil), fluoxetine (Prozac), fluvoxamine (Fevarin), paroxetine (Seroxat) en sertraline (Zoloft). Tussen haakjes zijn de merknamen weergegeven.

Naar niveau 2

slide62

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Wanneer dient het gebruik van XTC sterk afgeraden te worden?

Als mensen last hebben van of medicijnen gebruiken voor:

Astma, een zwak hart, een hoge bloeddruk, suikerziekte, epilepsie, psychoses, depressie

Het gebruik van XTC in combinatie met medicijnen tegen deze aandoeningen kan gevaarlijke reacties geven.

Levensgevaarlijk: XTC in combinatie met de HIV-remmer ritonavir (Norvir)

Dia 4 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & andere medicijnen

Het gebruik van XTC in combinatie met medicijnen kan gevaarlijke reacties geven. De bloeddruk kan bijvoorbeeld sterk stijgen. Bij mensen met astma, een zwak hart, hoge bloeddruk, suikerziekte, epilepsie, depressie of psychoses dient het gebruik van XTC sterk afgeraden te worden. Ook het gebruik van XTC in combinatie met medicijnen tegen deze aandoeningen, zoals anti-epileptica of antipsychotica, dient dus afgeraden te worden. Het combineren van XTC met antibiotica of pijnstillers verhoogt het risico van XTC-gebruik waarschijnlijk niet. Wel is het natuurlijk beter je lichaam rust te gunnen en zich eerst volledig te laten herstellen.

Levensgevaarlijk is het gebruik van XTC in combinatie met middelen die de afbraak van XTC verslechteren. Het bekendste voorbeeld hiervan is de HIV-remmer ritonavir (merknaam Norvir). Ritonavir kan de werking van XTC enorm versterken. Het gebruik van XTC in combinatie met ritonavir kan dus dodelijk zijn en dient zeer sterk afgeraden te worden.

slide63

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 5 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

Het combineren van drugs

Gelijktijdig gebruik van verschillende soorten drugs komt veel voor. Ook het gebruik van XTC in combinatie met andere drugs is geen uitzondering. In een grootschalig Europees onderzoek is het drugsgebruik op party's op een rijtje gezet. XTC wordt het meest gecombineerd met cannabis (70,7%) en alcohol (66,2%). Ook de combinatie met speed (29,3%) of cocaïne (25,2%) komt regelmatig voor. XTC wordt vaak gebruikt in combinatie met een aantal van deze drugs. Wat in dit onderzoek niet genoemd wordt is de populaire combinatie van XTC en GHB.

Bij het combineren van drugs worden niet alleen de effecten van de drugs versterkt, maar kunnen ook onvoorspelbare effecten optreden. Voor elke drug en iedere combinatie geldt dat de effecten van persoon tot persoon kunnen verschillen. De effecten van drugs zijn afhankelijk van bijvoorbeeld de conditie van de gebruiker, de kwaliteit van de drugs of de omgeving waarin de drugs gebruikt worden.

Bron: Tossmann et al., 2001

slide64

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 6 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & cannabis

De combinatie van XTC en cannabis kan verschillende uitwerkingen hebben. Sommige mensen vinden het gecombineerde effect van XTC en cannabis prettig. Cannabis versterkt volgens hun de bewustzijnsveranderende werking van XTC. Anderen vinden juist dat cannabis de XTC-roes verzwakt of merken nauwelijks een effect van cannabis op de werking van XTC. Wetenschappelijk is er echter nog weinig bekend over het gebruik van XTC in combinatie met cannabis.

slide65

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

  • XTC & alcohol
  • Onvoorspelbare effecten
  • Versnelde uitdroging en kans op oververhitting
  • Kans op schade aan hart, nieren en lever
  • Het combineren van XTC & alcohol maakt overmoedig,
  • gevaarlijk in het verkeer

Dia 7 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & alcohol

De effecten van gecombineerd gebruik van XTC en alcohol zijn onvoorspelbaar. Het gebruik van XTC in combinatie met alcohol kan de effecten van beide middelen versterken of juist verzwakken. Ook zorgen zowel XTC als alcohol voor uitdroging van het lichaam. Het combineren van beide drugs zorgt dan ook voor een versnelde uitdroging van het lichaam. De kans op oververhitting neemt hierdoor toe. Oververhitting kan dodelijk zijn. Bij een combinatie van beide middelen moeten hart, nieren en lever harder werken om het lichaam schoon te maken. Deze organen kunnen hierdoor schade oplopen.

Verder maakt het gebruik van XTC in combinatie met alcohol overmoedig. Omdat XTC ervoor zorgt dat je je minder verdoofd voelt door de alcohol, heb je het gevoel dat je goed kunt functioneren. In werkelijkheid zijn je motoriek en concentratie echter afgenomen. Je denkt dat je goed kunt functioneren, maar kunt dit eigenlijk niet. Dit is met name in het verkeer erg gevaarlijk.

slide66

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

  • XTC & cocaïne/speed
  • Kans op uitdroging en oververhitting
  • Extra stijging van hartslag en bloeddruk
  • Grotere kans op depressie
  • Grotere kans op hersenschade

Dia 8 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & cocaïne/speed

Zowel XTC, cocaïne als speed (amfetamine) kunnen zorgen voor uitdroging en oververhitting. Bij een combinatie van deze middelen neemt de kans hierop toe. Ook zorgen XTC, cocaïne en speed alledrie voor een stijging van de hartslag en de bloeddruk. Gecombineerd gebruik van deze middelen laat de hartslag en de bloeddruk extra stijgen.

Waarschijnlijk is de werking van cocaïne of speed te vergelijken met die van XTC. Net als XTC zorgen deze drugs voor een verhoogde hoeveelheid serotonine en dopamine in de synaps, al verhogen cocaïne en speed met name de hoeveelheid dopamine. Ook is bij het gebruik van cocaïne of speed, net als bij XTC, na verloop van tijd de serotonine op. Bij een gecombineerd gebruik van XTC met cocaïne of speed raakt de serotoninevoorraad dus eerder uitgeput dan bij het gebruik van één van deze middelen. De kans op depressie wordt hierdoor groter. Ook neemt bij het gebruik van XTC in combinatie met cocaïne of speed het risico toe dat je schade aan de hersenen veroorzaakt. Er kan hierbij niet alleen schade optreden aan de serotoninecellen, maar ook aan de dopaminecellen.

slide67

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

  • XTC & GHB
  • Combinatiegebruik geeft intensere roes dan beide middelen afzonderlijk
  • Bewustzijnsveranderende effect van XTC versterkt of verlengd
  • Mogelijke verklaringen:
  • GHB vult de serotoninevoorraad aan die door XTC uitgeput is
  • GHB onderdrukt de (oppeppende) effecten van dopamine

Dia 9 van 9

Overzicht onderwerpen

Niveau 1

XTC & GHB

De belangrijkste reden voor het combineren van XTC met GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) is de plezierige roes van deze combinatie, een roes die intenser is dan die van beide middelen afzonderlijk. De combinatie van XTC en GHB versterkt of verlengt het bewustzijnsveranderende effect van XTC: het gevoel van verbondenheid met anderen neemt toe.

Hoe deze effecten precies tot stand komen is nog onduidelijk. Mogelijk versterkt GHB het bewustzijnsveranderende effect van XTC door de hoeveelheid serotonine te beïnvloeden. GHB verhoogt namelijk de aanmaak van serotonine. Op deze manier kan GHB tijdelijk de serotoninevoorraad aanvullen die door XTC uitgeput is. GHB versterkt of verlengt zo het bewustzijnsveranderende effect van XTC.

Een andere mogelijkheid is dat GHB het bewustzijnsveranderende effect van XTC versterkt door de (oppeppende) effecten van dopamine te onderdrukken. Omdat je het oppeppende effect van XTC nu minder merkt, is het bewustzijnsveranderende effect gevoelsmatig sterker geworden.

slide68

Combinatiegebruik

 Trimbos-instituut/M. Bossong

blaasje

dendriet

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 2

XTC & SSRI’s

Selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s) remmen de heropname van serotonine in de axonuiteinden. Dit doen ze door aan de transporters te binden. De serotonine in de synaps kan hierdoor niet meer aan de transporters binden en dus niet heropgenomen worden. SSRI’s zorgen zo voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps. Omdat ook XTC de hoeveelheid serotonine in de synaps verhoogt, kan het gecombineerd gebruik van beide middelen leiden tot een versterkt effect van XTC en zelfs tot een serotoninesyndroom. In de figuur is te zien dat zowel SSRI’s (de gele rechthoekjes met een P) als XTC aan de transporters kunnen binden.

Zowel MAO-remmers als SSRI’s zorgen dus voor een verhoogde hoeveelheid serotonine in de synaps. MAO-remmers doen dit door de afbraak van serotonine te remmen, SSRI’s door de heropname van serotonine te remmen.

Bron: www.dancesafe.org

slide69

Serotoninesyndroom

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug naar niveau 1

Niveau 3

Het “serotoninesyndroom” is een potentieel levensbedreigend syndroom. Het kan optreden bij een gecombineerd gebruik van middelen die de hoeveelheid serotonine in de synaps laten toenemen, zoals XTC, MAO-remmers of SSRI’s. Het serotoninesyndroom wordt gekenmerkt door misselijkheid, diarree, overmatig transpireren, sufheid, spiertrekkingen, tremor (beven, trillen), slaapstoornissen, verminderde eetlust, bewustzijnsstoornissen, verwardheid en agitatie (opwinding, onrust).

slide70

Adviezen & tips

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Naar Inhoud

Niveau 1

Wie geen risico wil lopen, moet geen XTC gebruiken. Als iemand toch wil gebruiken moeten de risico’s zoveel mogelijk beperkt blijven. Daarom hier enkele tips om zo verantwoord mogelijk met het gebruik van XTC om te gaan.

  • XTC-gebruik kan tot oververhitting leiden. Het is daarom zeer belangrijk tijdig verkoeling te zoeken, tijdig te rusten en voldoende te drinken. Het is het beste om isotone drankjes te drinken (zoals bijvoorbeeld Isostar of Extran), omdat dan naast het vochtverlies ook het zoutverlies aangevuld wordt.
  • De effecten van drugs zijn afhankelijk van bijvoorbeeld de conditie van de gebruiker en de omgeving waarin de drugs gebruikt worden. Gebruik daarom XTC alleen als je je geestelijk en lichamelijk goed voelt en er een vertrouwde sfeer is. Zorg ervoor dat je zowel voor als na het gebruik van XTC gezond eet en goed uitrust.
  • Het gebruik van XTC in combinatie met andere drugs of met medicijnen kan gevaarlijke reacties geven. Wees hier dus uiterst voorzichtig mee.
slide71

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 4

Naar Inhoud

Antoniou T., Tseng A.L. (2002) Interactions between recreational drugs and antiretroviral agents. The annals of pharmacotherapy 36 (10), 1598 - 1613

Baggott M., Jerome L., Stuart R. (2001) 3,4-methylenedioxymetamphetamine (MDMA): A review of the English-language scientific and medical literature. www.maps.org

Baggott M., Mendelson J. (2001) Does MDMA cause brain damage? Ecstasy: the complete guide 110 - 145

Bogt ter T., Engels R.C.M.E. (2002) The harder they come; party style, motives for and effects of MDMA use at rave parties. In voorbereiding

Bolla K.I., McCann U.D., Ricaurte G.A. (1998) Memory impairment in abstinent MDMA (“ecstasy”) users. Neurology 51 (6), 1532 - 1537

Cole J., Sumnall H., Grob C. (2002) Sorted: ecstasy facts and fiction. The psychologist 15 (9), 464 - 467

Concar D., Ainsworth C. (2002) Ecstasy on the brain. New scientist April 20, 2002

Curran H.V. (2000) Is MDMA (‘Ecstasy’) neurotoxic in humans? An overview of evidence and of methodological problems in research. Neuropsychobiology 42 (1), 34 - 41

Gamma A. (2001) Does ecstasy cause memory deficits? A review of studies of memory function in ecstasy users. MAPS bulletin 10 (2)

Gowing L.R., Henry-Edwards S.M., Irvine R.J., Ali R.L. (2002) The health effects of ecstasy: a literature review. Drug and alcohol review 21, 53 - 63

Henry J.A., Hill I.R. (1998) Fatal interaction between ritonavir and MDMA. The lancet 352, 1751 - 1752

Hernadez-Lopez C., Farré M., Roset P.N., Menoyo E., Pizarro N., Ortuno J., Torrens M., Cami J., de la Torre R. (2002) 3,4-Methylenedioxymetamphetamine (ecstasy) and alcohol interactions in humans: psychomotor performance, subjective effects and pharmacokinetics. The journal of pharmacology and experimental therapeutics 300 (1), 236 - 244

Jerome L., Baggott M. (2003) MAPS' MDMA investigator’s brochure update #1: A review of research in human and non-human animals. www.maps.org

slide72

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 2 van 4

Naar Inhoud

Kish S.J. (2002) How strong is the evidence that brain serotonin neurons are damaged in human users of ecstasy? Pharmacology, biochemistry and behavior 71 (4), 845 - 855

Korf D.J., Nabben T., Leenders F., Benschop A. (2002) GHB: tussen extase en narcose.

Lieb R., Schuetz C.G., Pfister H., von Sydow K., Wittchen H-U. (2002) Mental disorders in ecstasy-users: a prospective-longitudinal investigation. Drug and alcohol dependence 68 (2), 195 - 207

Liechti M.E., Gamma A., Vollenweider F.X. (2001) Gender differences in the subjective effects of MDMA. Psychopharmacology 154 (2), 161 - 168

Loenen van A.C. et al. (2003) Farmacotherapeutisch kompas

McCann U.D., Szabo Z., Scheffel U., Dannals R.F., Ricaurte G.A. (1998) Positron emission tomographic evidence of toxic effect of MDMA (“ecstasy”) on brain serotonin neurons in human beings. The lancet 352 (9138), 1433 - 1437

Nabben T., Korf D.J. (2000) De combiroes; gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaine, XTC en amfetamine.

Nestler E.J., Barrot M., DiLeone R.J., Eisch A.J., Gold S.J., Monteggia L.M. (2002) Neurobiology of depression. Neuron 34, 13 - 25

O’Shea E., Granados R., Esteban B., Colado M.I., Green A.R. (1998) The relationship between the degree of neurodegeneration of rat brain 5-HT nerve terminals and the dose and frequency of administration of MDMA (‘ecstasy’). Neuropharmacology 37 (7), 919 - 926

Pacifici R., Zuccaro P., Farre M., Pichini S., Di Carlo S., Roset P.N., Palmi I., Ortuno J., Menoyo E., Segura J., De la Torre R. (2002) Cell-mediated immune response in MDMA users after repeated dose administration: studies in controlled versus noncontrolled settings. Ann. N.Y. Acad. Sci. 965, 421 - 433

Purves D., Augustine G.J., Fitzpatrick D., Katz L.C., LaMantia A-S., McNamara J.O., Williams S.M. (2001) Neuroscience

Reneman L. (2001) Investigating the potential neurotoxicity of ecstasy (MDMA): an imaging approach. Proefschrift

slide73

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 3 van 4

Naar Inhoud

Ricaurte G.A., Yuan J., McCann U.D. (2000) ()3,4-Methylenedioxymethamphetamine (“ecstasy”)-induced serotonin neurotoxicity: studies in animals. Neuropsychobiology 42 (1), 5 - 10

Riedel W.J., Klaassen T., Deutz N.E., van Someren A., van Praag H.M. (1999) Tryptophan depletion in normal volunteers produces selective impairment in memory consolidation. Psychopharmacology 141 (4), 362 - 369

Schatzberg A.F. (2002) Pharmacological principles of antidepressant efficacy. Human psychopharmacology 17 (Suppl 1), S17 - S22

Semple D.M., Ebmeier K.P., Glabus M.F., O’Carroll R.E., Johnstone E.C. (1999) Reduced in vivo binding to the serotonin transporter in the cerebral cortex of MDMA (‘ecstasy’) users. British journal of psychiatry 175, 63 69

Sitsen J.M.A., Breimer D.D., Cools A.R., Smits J.F.M., Smits P., van Wimersma Greidanus Tj.B. (2001) Farmacologie

Sprague J.E., Everman S.L., Nichols D.E. (1998) An integrated hypothesis for the serotonergic axonal loss induced by 3,4-methylenedioxymethamphetamine. Neurotoxicology 19 (3), 427 - 441

Torre de la R., Farré M., Ortuno J., Mas M., Brenneisen R., Roset P.N., Segura J., Camí J. (2000) Non-lineair pharmacokinetics of MDMA (“ecstasy”) in humans. British journal of clinical pharmacology 49 (2), 104 - 109

Tossmann P., Boldt S., Tensil M-D. (2001) The use of drugs within the techno party scene in European metropolitan cities. European addiction research 7 (1), 2 - 23

Uhl G.R., Hall F.S., Sora I. (2002) Cocaine, reward, movement and monoamine transporters. Molecular psychiatry 7, 21 - 26

Uys J.D.K., Niesink R.J.M. (2003) Pharmacological aspects of the combined use of 3,4-methylenedioxymetamphetamine (MDMA, ecstasy) and gamma-hydroxybutyric acid (GHB): a review of the literature. In voorbereiding

Vollenweider F.X., Gamma A., Liechti M., Huber T. (1999) Is a single dose of MDMA harmless? Neuropsychopharmacology 21 (4), 598 - 600

slide74

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 4 van 4

Naar Inhoud

Vollenweider F.X., Gucker P., Schönbächler R., Kamber E., Vollenweider-Scherpenhuyzen M.F.I., Schubiger G., Hell D. (2000) Effects of MDMA on 5-HT uptake sites using PET and [11C]-McN5652 in humans. Data presented at 2000 conference of the German society for psychiatry, psychotherapy and neuromedicine.

Vollenweider F.X., Jones R.T., Baggott M.J. (2001) Caveat emptor: editors beware. Neuropsychopharmacology 24 (4), 461 - 463

Presentatie afsluiten

slide75

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Antoniou T., Tseng A.L. (2002) Interactions between recreational drugs and antiretroviral agents. The annals of pharmacotherapy 36 (10), 1598 - 1613

Baggott M., Jerome L., Stuart R. (2001) 3,4-methylenedioxymetamphetamine (MDMA): A review of the English-language scientific and medical literature. www.maps.org

Baggott M., Mendelson J. (2001) Does MDMA cause brain damage? Ecstasy: the complete guide 110 - 145

Bogt ter T., Engels R.C.M.E. (2002) The harder they come; party style, motives for and effects of MDMA use at rave parties. In voorbereiding

Bolla K.I., McCann U.D., Ricaurte G.A. (1998) Memory impairment in abstinent MDMA (“ecstasy”) users. Neurology 51 (6), 1532 - 1537

Cole J., Sumnall H., Grob C. (2002) Sorted: ecstasy facts and fiction. The psychologist 15 (9), 464 - 467

Concar D., Ainsworth C. (2002) Ecstasy on the brain. New scientist April 20, 2002

Curran H.V. (2000) Is MDMA (‘Ecstasy’) neurotoxic in humans? An overview of evidence and of methodological problems in research. Neuropsychobiology 42 (1), 34 - 41

Gamma A. (2001) Does ecstasy cause memory deficits? A review of studies of memory function in ecstasy users. MAPS bulletin 10 (2)

Gowing L.R., Henry-Edwards S.M., Irvine R.J., Ali R.L. (2002) The health effects of ecstasy: a literature review. Drug and alcohol review 21, 53 - 63

Henry J.A., Hill I.R. (1998) Fatal interaction between ritonavir and MDMA. The lancet 352, 1751 - 1752

Hernadez-Lopez C., Farré M., Roset P.N., Menoyo E., Pizarro N., Ortuno J., Torrens M., Cami J., de la Torre R. (2002) 3,4-Methylenedioxymetamphetamine (ecstasy) and alcohol interactions in humans: psychomotor performance, subjective effects and pharmacokinetics. The journal of pharmacology and experimental therapeutics 300 (1), 236 - 244

Jerome L., Baggott M. (2003) MAPS' MDMA investigator’s brochure update #1: A review of research in human and non-human animals. www.maps.org

slide76

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Kish S.J. (2002) How strong is the evidence that brain serotonin neurons are damaged in human users of ecstasy? Pharmacology, biochemistry and behavior 71 (4), 845 - 855

Korf D.J., Nabben T., Leenders F., Benschop A. (2002) GHB: tussen extase en narcose.

Lieb R., Schuetz C.G., Pfister H., von Sydow K., Wittchen H-U. (2002) Mental disorders in ecstasy-users: a prospective-longitudinal investigation. Drug and alcohol dependence 68 (2), 195 - 207

Liechti M.E., Gamma A., Vollenweider F.X. (2001) Gender differences in the subjective effects of MDMA. Psychopharmacology 154 (2), 161 - 168

Loenen van A.C. et al. (2003) Farmacotherapeutisch kompas

McCann U.D., Szabo Z., Scheffel U., Dannals R.F., Ricaurte G.A. (1998) Positron emission tomographic evidence of toxic effect of MDMA (“ecstasy”) on brain serotonin neurons in human beings. The lancet 352 (9138), 1433 - 1437

Nabben T., Korf D.J. (2000) De combiroes; gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaine, XTC en amfetamine.

Nestler E.J., Barrot M., DiLeone R.J., Eisch A.J., Gold S.J., Monteggia L.M. (2002) Neurobiology of depression. Neuron 34, 13 - 25

O’Shea E., Granados R., Esteban B., Colado M.I., Green A.R. (1998) The relationship between the degree of neurodegeneration of rat brain 5-HT nerve terminals and the dose and frequency of administration of MDMA (‘ecstasy’). Neuropharmacology 37 (7), 919 - 926

Pacifici R., Zuccaro P., Farre M., Pichini S., Di Carlo S., Roset P.N., Palmi I., Ortuno J., Menoyo E., Segura J., De la Torre R. (2002) Cell-mediated immune response in MDMA users after repeated dose administration: studies in controlled versus noncontrolled settings. Ann. N.Y. Acad. Sci. 965, 421 - 433

Purves D., Augustine G.J., Fitzpatrick D., Katz L.C., LaMantia A-S., McNamara J.O., Williams S.M. (2001) Neuroscience

Reneman L. (2001) Investigating the potential neurotoxicity of ecstasy (MDMA): an imaging approach. Proefschrift

slide77

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Kish S.J. (2002) How strong is the evidence that brain serotonin neurons are damaged in human users of ecstasy? Pharmacology, biochemistry and behavior 71 (4), 845 - 855

Korf D.J., Nabben T., Leenders F., Benschop A. (2002) GHB: tussen extase en narcose.

Lieb R., Schuetz C.G., Pfister H., von Sydow K., Wittchen H-U. (2002) Mental disorders in ecstasy-users: a prospective-longitudinal investigation. Drug and alcohol dependence 68 (2), 195 - 207

Liechti M.E., Gamma A., Vollenweider F.X. (2001) Gender differences in the subjective effects of MDMA. Psychopharmacology 154 (2), 161 - 168

Loenen van A.C. et al. (2003) Farmacotherapeutisch kompas

McCann U.D., Szabo Z., Scheffel U., Dannals R.F., Ricaurte G.A. (1998) Positron emission tomographic evidence of toxic effect of MDMA (“ecstasy”) on brain serotonin neurons in human beings. The lancet 352 (9138), 1433 - 1437

Nabben T., Korf D.J. (2000) De combiroes; gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaine, XTC en amfetamine.

Nestler E.J., Barrot M., DiLeone R.J., Eisch A.J., Gold S.J., Monteggia L.M. (2002) Neurobiology of depression. Neuron 34, 13 - 25

O’Shea E., Granados R., Esteban B., Colado M.I., Green A.R. (1998) The relationship between the degree of neurodegeneration of rat brain 5-HT nerve terminals and the dose and frequency of administration of MDMA (‘ecstasy’). Neuropharmacology 37 (7), 919 - 926

Pacifici R., Zuccaro P., Farre M., Pichini S., Di Carlo S., Roset P.N., Palmi I., Ortuno J., Menoyo E., Segura J., De la Torre R. (2002) Cell-mediated immune response in MDMA users after repeated dose administration: studies in controlled versus noncontrolled settings. Ann. N.Y. Acad. Sci. 965, 421 - 433

Purves D., Augustine G.J., Fitzpatrick D., Katz L.C., LaMantia A-S., McNamara J.O., Williams S.M. (2001) Neuroscience

Reneman L. (2001) Investigating the potential neurotoxicity of ecstasy (MDMA): an imaging approach. Proefschrift

slide78

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Vollenweider F.X., Gucker P., Schönbächler R., Kamber E., Vollenweider-Scherpenhuyzen M.F.I., Schubiger G., Hell D. (2000) Effects of MDMA on 5-HT uptake sites using PET and [11C]-McN5652 in humans. Data presented at 2000 conference of the German society for psychiatry, psychotherapy and neuromedicine.

Vollenweider F.X., Jones R.T., Baggott M.J. (2001) Caveat emptor: editors beware. Neuropsychopharmacology 24 (4), 461 - 463

slide79

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Kish S.J. (2002) How strong is the evidence that brain serotonin neurons are damaged in human users of ecstasy? Pharmacology, biochemistry and behavior 71 (4), 845 - 855

Korf D.J., Nabben T., Leenders F., Benschop A. (2002) GHB: tussen extase en narcose.

Lieb R., Schuetz C.G., Pfister H., von Sydow K., Wittchen H-U. (2002) Mental disorders in ecstasy-users: a prospective-longitudinal investigation. Drug and alcohol dependence 68 (2), 195 - 207

Liechti M.E., Gamma A., Vollenweider F.X. (2001) Gender differences in the subjective effects of MDMA. Psychopharmacology 154 (2), 161 - 168

Loenen van A.C. et al. (2003) Farmacotherapeutisch kompas

McCann U.D., Szabo Z., Scheffel U., Dannals R.F., Ricaurte G.A. (1998) Positron emission tomographic evidence of toxic effect of MDMA (“ecstasy”) on brain serotonin neurons in human beings. The lancet 352 (9138), 1433 - 1437

Nabben T., Korf D.J. (2000) De combiroes; gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaine, XTC en amfetamine.

Nestler E.J., Barrot M., DiLeone R.J., Eisch A.J., Gold S.J., Monteggia L.M. (2002) Neurobiology of depression. Neuron 34, 13 - 25

O’Shea E., Granados R., Esteban B., Colado M.I., Green A.R. (1998) The relationship between the degree of neurodegeneration of rat brain 5-HT nerve terminals and the dose and frequency of administration of MDMA (‘ecstasy’). Neuropharmacology 37 (7), 919 - 926

Pacifici R., Zuccaro P., Farre M., Pichini S., Di Carlo S., Roset P.N., Palmi I., Ortuno J., Menoyo E., Segura J., De la Torre R. (2002) Cell-mediated immune response in MDMA users after repeated dose administration: studies in controlled versus noncontrolled settings. Ann. N.Y. Acad. Sci. 965, 421 - 433

Purves D., Augustine G.J., Fitzpatrick D., Katz L.C., LaMantia A-S., McNamara J.O., Williams S.M. (2001) Neuroscience

Reneman L. (2001) Investigating the potential neurotoxicity of ecstasy (MDMA): an imaging approach. Proefschrift

slide80

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Ricaurte G.A., Yuan J., McCann U.D. (2000) ()3,4-Methylenedioxymethamphetamine (“ecstasy”)-induced serotonin neurotoxicity: studies in animals. Neuropsychobiology 42 (1), 5 - 10

Riedel W.J., Klaassen T., Deutz N.E., van Someren A., van Praag H.M. (1999) Tryptophan depletion in normal volunteers produces selective impairment in memory consolidation. Psychopharmacology 141 (4), 362 - 369

Schatzberg A.F. (2002) Pharmacological principles of antidepressant efficacy. Human psychopharmacology 17 (Suppl 1), S17 - S22

Semple D.M., Ebmeier K.P., Glabus M.F., O’Carroll R.E., Johnstone E.C. (1999) Reduced in vivo binding to the serotonin transporter in the cerebral cortex of MDMA (‘ecstasy’) users. British journal of psychiatry 175, 63 69

Sitsen J.M.A., Breimer D.D., Cools A.R., Smits J.F.M., Smits P., van Wimersma Greidanus Tj.B. (2001) Farmacologie

Sprague J.E., Everman S.L., Nichols D.E. (1998) An integrated hypothesis for the serotonergic axonal loss induced by 3,4-methylenedioxymethamphetamine. Neurotoxicology 19 (3), 427 - 441

Torre de la R., Farré M., Ortuno J., Mas M., Brenneisen R., Roset P.N., Segura J., Camí J. (2000) Non-lineair pharmacokinetics of MDMA (“ecstasy”) in humans. British journal of clinical pharmacology 49 (2), 104 - 109

Tossmann P., Boldt S., Tensil M-D. (2001) The use of drugs within the techno party scene in European metropolitan cities. European addiction research 7 (1), 2 - 23

Uhl G.R., Hall F.S., Sora I. (2002) Cocaine, reward, movement and monoamine transporters. Molecular psychiatry 7, 21 - 26

Uys J.D.K., Niesink R.J.M. (2003) Pharmacological aspects of the combined use of 3,4-methylenedioxymetamphetamine (MDMA, ecstasy) and gamma-hydroxybutyric acid (GHB): a review of the literature. In voorbereiding

Vollenweider F.X., Gamma A., Liechti M., Huber T. (1999) Is a single dose of MDMA harmless? Neuropsychopharmacology 21 (4), 598 - 600

slide81

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Kish S.J. (2002) How strong is the evidence that brain serotonin neurons are damaged in human users of ecstasy? Pharmacology, biochemistry and behavior 71 (4), 845 - 855

Korf D.J., Nabben T., Leenders F., Benschop A. (2002) GHB: tussen extase en narcose.

Lieb R., Schuetz C.G., Pfister H., von Sydow K., Wittchen H-U. (2002) Mental disorders in ecstasy-users: a prospective-longitudinal investigation. Drug and alcohol dependence 68 (2), 195 - 207

Liechti M.E., Gamma A., Vollenweider F.X. (2001) Gender differences in the subjective effects of MDMA. Psychopharmacology 154 (2), 161 - 168

Loenen van A.C. et al. (2003) Farmacotherapeutisch kompas

McCann U.D., Szabo Z., Scheffel U., Dannals R.F., Ricaurte G.A. (1998) Positron emission tomographic evidence of toxic effect of MDMA (“ecstasy”) on brain serotonin neurons in human beings. The lancet 352 (9138), 1433 - 1437

Nabben T., Korf D.J. (2000) De combiroes; gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaine, XTC en amfetamine.

Nestler E.J., Barrot M., DiLeone R.J., Eisch A.J., Gold S.J., Monteggia L.M. (2002) Neurobiology of depression. Neuron 34, 13 - 25

O’Shea E., Granados R., Esteban B., Colado M.I., Green A.R. (1998) The relationship between the degree of neurodegeneration of rat brain 5-HT nerve terminals and the dose and frequency of administration of MDMA (‘ecstasy’). Neuropharmacology 37 (7), 919 - 926

Pacifici R., Zuccaro P., Farre M., Pichini S., Di Carlo S., Roset P.N., Palmi I., Ortuno J., Menoyo E., Segura J., De la Torre R. (2002) Cell-mediated immune response in MDMA users after repeated dose administration: studies in controlled versus noncontrolled settings. Ann. N.Y. Acad. Sci. 965, 421 - 433

Purves D., Augustine G.J., Fitzpatrick D., Katz L.C., LaMantia A-S., McNamara J.O., Williams S.M. (2001) Neuroscience

Reneman L. (2001) Investigating the potential neurotoxicity of ecstasy (MDMA): an imaging approach. Proefschrift

slide82

Referenties

 Trimbos-instituut/M. Bossong

Dia 1 van 1

Terug

Ricaurte G.A., Yuan J., McCann U.D. (2000) ()3,4-Methylenedioxymethamphetamine (“ecstasy”)-induced serotonin neurotoxicity: studies in animals. Neuropsychobiology 42 (1), 5 - 10

Riedel W.J., Klaassen T., Deutz N.E., van Someren A., van Praag H.M. (1999) Tryptophan depletion in normal volunteers produces selective impairment in memory consolidation. Psychopharmacology 141 (4), 362 - 369

Schatzberg A.F. (2002) Pharmacological principles of antidepressant efficacy. Human psychopharmacology 17 (Suppl 1), S17 - S22

Semple D.M., Ebmeier K.P., Glabus M.F., O’Carroll R.E., Johnstone E.C. (1999) Reduced in vivo binding to the serotonin transporter in the cerebral cortex of MDMA (‘ecstasy’) users. British journal of psychiatry 175, 63 69

Sitsen J.M.A., Breimer D.D., Cools A.R., Smits J.F.M., Smits P., van Wimersma Greidanus Tj.B. (2001) Farmacologie

Sprague J.E., Everman S.L., Nichols D.E. (1998) An integrated hypothesis for the serotonergic axonal loss induced by 3,4-methylenedioxymethamphetamine. Neurotoxicology 19 (3), 427 - 441

Torre de la R., Farré M., Ortuno J., Mas M., Brenneisen R., Roset P.N., Segura J., Camí J. (2000) Non-lineair pharmacokinetics of MDMA (“ecstasy”) in humans. British journal of clinical pharmacology 49 (2), 104 - 109

Tossmann P., Boldt S., Tensil M-D. (2001) The use of drugs within the techno party scene in European metropolitan cities. European addiction research 7 (1), 2 - 23

Uhl G.R., Hall F.S., Sora I. (2002) Cocaine, reward, movement and monoamine transporters. Molecular psychiatry 7, 21 - 26

Uys J.D.K., Niesink R.J.M. (2003) Pharmacological aspects of the combined use of 3,4-methylenedioxymetamphetamine (MDMA, ecstasy) and gamma-hydroxybutyric acid (GHB): a review of the literature. In voorbereiding

Vollenweider F.X., Gamma A., Liechti M., Huber T. (1999) Is a single dose of MDMA harmless? Neuropsychopharmacology 21 (4), 598 - 600