waarom deze cursus n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Waarom deze cursus? PowerPoint Presentation
Download Presentation
Waarom deze cursus?

Loading in 2 Seconds...

play fullscreen
1 / 114

Waarom deze cursus? - PowerPoint PPT Presentation


  • 171 Views
  • Uploaded on

Waarom deze cursus?. Darwins plaats in de natuurwetenschappen. Beta-canon (Robert Dijkgraaf & Volkskrant). Een toch omstreden. 2009: Een dubbel Darwinjaar. Charles Darwin * 1809. “On the Origin of Species” 1859. Optocht der schepen. Darwinism als ( ongemakkelijk ) wereldbeeld.

loader
I am the owner, or an agent authorized to act on behalf of the owner, of the copyrighted work described.
capcha
Download Presentation

Waarom deze cursus?


An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
    Presentation Transcript
    1. Waarom deze cursus?

    2. Darwins plaats in de natuurwetenschappen Beta-canon (Robert Dijkgraaf & Volkskrant)

    3. Eentochomstreden

    4. 2009: EendubbelDarwinjaar Charles Darwin * 1809 “On the Origin of Species” 1859

    5. Optocht der schepen Stad Amsterdam  Voyage of the Beagle

    6. Darwinism als (ongemakkelijk) wereldbeeld Daniel Dennett: Darwin’s Dangerous Idea. Evolution and the Meaning of Life (New York, 1995): “Darwin’s theory of evolution by natural selection has always fascinated me, but over the years I have found a surprising variety of thinkers who cannot conceal their discomfort with his great idea, ranging from nagging skepticism to outright hostility. I have found not just lay people and religious thinkers, but secular philosophers, psychologists, physicists, and even biologists who would prefer, it seems, that Darwin were wrong.” • Dennett noemt het Darwinismeeen “universelezuur” die nietalleen de religie, maarook de politiek, de ethiek, en de anthropologieaantast. • Centraalfilosofischprobleem van het Darwinisme is de plaats en de mogelijkefunctie van de menselijkegeest.

    7. Freuds drie krenkingen • de kosmologische krenking van Copernicus: de mens verliest zijn centrale plaats in de kosmos. • De biologische krenking van Darwin: de mens verliest zijn centrale positie in de schepping. Het idee dat de mens een ziel heeft en dieren niet schijnt onverdedigbaar te zijn . • De psychologische krenking van Freud zelf: de mens verliest de soevereiniteit over zijn eigen psyche.

    8. Filosofische implicaties van de Copernicaanse revolutie • Epistemologie: zijn de zintuigen betrouwbaar? • Metafysica: verval van de Aristotelische kosmische hiërarchie (Bovenmaans vs. Ondermaans), verval van substantiele vormen. • Natuurfilosofie: kwantitatieve fysica i.p.v. kwalitatieve fysica • Ethiek: is de mens vrij of is die ook onderworpen aan de natuurwetten? • Geloof/rede: Galilei affaire

    9. Evolutionair denken Invloed van Darwins theorie op: • Filosofie (epistemologie, taalfilosofie, ethiek, esthetica, cognitiefilosofie) • Psychologie • Politicologie • Geneeskunde • Antropologie • Religie

    10. Deel 1: Darwin en zijn tijdgenoten Deel 2:Het hedendaagse filosofisch debat. Deel 1 van de cursus laat zien: 1) dat Darwin en zijn tijdgenoten zich bewust waren van de brede implicaties van de evolutietheorie. 2) dat er niet alleen sprake is van een invloed van Darwins theorie op de filosofie, maar ook van Darwins schatplichtigheid aan de filosofie.

    11. Thema’s week 1 • De wetenschappelijke en filosofische achtergronden van Darwins theorie • Het ontstaan van de Origin of Species

    12. Standard ontstaansgeschiedenis van de evolutietheorie

    13. Charles Darwin (1809-1882) • Familie omstandigheden • 1825- 1828: Studie geneeskunde aan de Universiteit van Edinburgh (afgebroken): D. volgt colleges van de lamarckiaanse anatoom Robert Edmond Grant. • 1828-1831: Studie theologie en klassieke talen aan Cambridge. Invloed van Paley.

    14. H.M.S. Beagle (1831-36) “Gentleman Companion to Capt. Robert Fitzroy; Royal Survey Ship Beagle”

    15. Darwins reis

    16. De ‘Darwinvinken’ op de Galapagoseilanden “One might really fancy that from an original paucity of birds in this archipelago, one species had been taken and modified for different ends.”

    17. ‘De boom’ van 1837 “First Notebook on the Transmutation of Species” (1837) Maar wat is het mechanisme achter de vertakking?

    18. Het mechanisme achter natuurlijke selectie • Variatie • Selectie • Reproductie

    19. Achtergronden • Biologie: voortplantingstheorieën, taxonomie (Linnaeus, Buffon), evolutietheorieën (Erasmus Darwin, Jean-Baptiste Lamarck) • Geologie: catastrofisme (Cuvier) vs. Uniformitarianisme (Lyell) • Sociale wetenschappen: Malthus, Spencer. • Filosofie : Hume, Herschel, Whewell, Duitse romanticisme (?)

    20. Voortplantingstheorieën EPIGENESE: De ontwikkeling van een embryo gebeurt door een reeks stappen en fasen waarin nieuwe onderdelen worden toegevoegd. PREFORMATIONISME: de ontwikkeling van het embryo is niets anders dan de groei van bestaande structuren, die in miniatuur versie aanwezig zijn in de ei of in de sperma.

    21. Swammerdams preformationisme In zijn Miraculum naturae, sive uteri muliebris fabrica (Leiden, 1672) beschrijft Jan Swammerdam de resultaten van zijn observaties van kikkereieren. Hij beweert dat de kleine zwarte stippel in het ei een volmaakte kikker in miniatuur bevat. De conclusie die hij trekt is dat alle mensen zich hebben ontwikkeld uit eieren die oorspronkelijk in de eierstok van Eva zaten. Als de eieren op zijn, sterven mensen uit.

    22. Preformationisme in het mannelijke lichaam: Leeuwenhoeks ontdekking van spermatozoa (1677) “I have in fact imagined that I could say as I beheld the animalcules in the semen of an animal that there lies the head and there as well the shoulders and there the hips; but since these notions have not the slightest shred of certainty, I will not yet put forward such a claim, but hope that we may have the good fortune to find an animal whose male seed will be so large that we will recognize within it the figure of the creature from which it came” (Leeuwenhoek to the Royal Society, 13 July 1685, in L., Alle de Brieven, Amsterdam, 1939-, vol. V, pp. 236-237).

    23. Hartsoekers homunculus Nicolaas Hartsoeker’ afbeelding van een zaadcel, met een kleine mens (Essay de dioptrique, 1694).

    24. Het embryo ontstaat door een menging van semina van beide ouders (aantrekkingskracht). Zelforganiserend beginsel aanwezig in organisch materiaal. Achttiende-eeuwse epigenesisPierre-Louis Maupertuis (1698 - 1759)

    25. De bevruchting van de eicel: Karl Ernst von Baer (1791-1876) Ernst von Baer onderscheidt drie hoofdfasen in de embryo-genese en wijst op de overeenkomst in de embryonale ontwikkeling van verschillende diersoorten. “Algemene kenmerken die een soort deelt met de andere vertebraten verschijnen vroeger in het embryo dan de kenmerken die specifiek zijn voor de betreffende soort.” Belang van de vergelijkende embryologie voor Darwin: “De ontwikkeling van embryo tot dier of mens blijkt voor de verschillende soorten zo sterk overeen te komen dat het idee van een gemeenschappelijke oorsprong zich vanzelf opdringt.” (Buskens)

    26. Carl Linnaeus (1707-1778)  Systema naturae (1735; eng. vertaling van 1780): Orang-oetan (“Wild Man”) behoort tot de homo. “No generic character … by which to distinguish between Man and Ape: It is remarkable that the stupidest ape differs so little from the wisest man, that the surveyor of nature has yet to be found who can draw the line between them.”

    27. Linnaeus’ brief aan Johann Georg Gmelin (25 februari 1747) “It doesn’t please that I placed man among the anthropomorpha, but man must know himself. Let’s forget about the words; I, for one, do not care about which name we use. But I ask you and all the world which generic difference there is between man and ape, which can be derived from the principles of natural history. I myself have certainly not encountered any. That someone come to name a single one to me! If I called man ‘ape’ or vice versa, I would stir up all theologians against me. And yet, according to the law of my discipline, I would certainly have to do so.”

    28. Erasmus Darwin (1731-1802) Zoönomia (1794-96): “Would it be too bold to imagine that, in the great length of time since the earth began to exist, perhaps millions of ages before the commencement of the history of mankind, all warm-blooded animals have arisen from one living filament, which the great First Cause endued with animality, with the power of acquiring new parts, attended with new propensities, directed by irritations, sensations, volitions and associations, and thus possessing the faculty of continuing to improve by its own inherent activity, and of delivering down these improvements by generation to its posterity, world without end!”

    29. Jean-Baptiste-Pierre-Antoine de Monet de Lamarck (1744-1829) Standbeeld in de Jardin des Plantes: “Fondateur de la doctrine de l’évolution”

    30. Lamarck, welke evolutie? • 1809, Philosophie Zoologique. Ontstaan van steeds complexere soorten, dankzij dynamisme van levende materie. • Evolutie is rechtlijnig en opklimmend. • Erfelijkheid van verworven kenmerken. • Natuur streeft naar complexiteit en zelfbewustzijn. • Belangrijk voor Darwin: analogie tussen artificiële en natuurlijke selectie.

    31. Robert Chambers (1802-1871) “Thus we find not only frequent additions to the previous existing forms, but frequent withdrawals which had apparently become inappropriate.”

    32. Geologie en paleontologie • Catrastofisme (Cuvier): dieren zijn uitgestorven als gevolg van plotselinge catastrofes. Na elke catastrofe een schepping. • Uniformitarianisme (Lyell): aarde is veel ouder dan gedacht en ondergaat natuurlijke processen als erosie, sedimentatie en vulkanisme.

    33. Lyells invloed op Darwin Darwin neemt Lyells Principles of Geology (1830-1833) mee op de Beagle. In het boek wordt Lamarcks theorie bekritiseerd en het beginsel van de onveranderlijkheid van soorten verdedigd. Toch is het boek een belangrijk inspiratiebron voor Darwin : • Leeftijd van de aarde (tientallen miljoenen jaren) is genoeg om evolutie mogelijk te maken. Omdat het aardoppervlak voortdurend door natuurlijke oorzaken verandert, zijn organismen gedwongen zich aan deze verandering aan te passen. • Aan Lyell ontleent Darwin het idee dat het uitsterven van sommigen dieren en plantensoorten het gevolg is van een oorlog in de natuur (Zie reader 1 blz. 40)

    34. Malthus Thomas Robert Malthus: An Essay on the Principle of Population (1798). De bevolkingsgroei is exponentieel, die van de voedselproductie lineair. Leidt tot “Malthusiaanse catastrofe” en tot strijd.

    35. Malthus’ invloed op Darwin “In October 1838, that is, fifteen months after I had begun my systematic inquiry, I happened to read for amusement Malthus on Population, and being well prepared to appreciate the struggle for existence which everywhere goes on from long- continued observation of the habits of animals and plants, it at once struck me that under these circumstances favourable variations would tend to be preserved, and unfavourable ones to be destroyed. The results of this would be the formation of a new species. Here, then I had at last got a theory by which to work". (Charles Darwin, Autobiography, 1876)

    36. Malthus’ invloed op Wallace “Onedaysomethingbrought to myrecollectionMalthus'sPrinciples of Population … I thought of hisclearexposition of …disease, accidents, war, and famine, which keep down the population … Itthenoccurred to me that these causesortheir equivalents are continuallyacting in the case of animalsalso; and as animalsusually breed much more rapidlythan does mankind, the destructioneveryyearfrom these causes must beenormous in order to keep down the numbers of each species, sincetheyevidently do notincreaseregularlyfromyear to year, as otherwise the worldwould long ago have been denselycrowdedwiththosethat breed most quickly. [Then] itoccurred to me to ask the question, Why do some die and some live? And the answer was clearly, thaton the whole the best fitted live. … that is, the fittest wouldsurvive. …The more I thought over it the more I becameconvincedthat I had at lengthfound the long-sought-forlaw of nature thatsolved the problem of the origin of species. … on the twosucceedingevenings I wrote [the theory] out carefully in order to sendit to Darwin by the next post. [Alfred RusselWallace, My Life, pp. 361-363]

    37. 1838-1858/9 Darwin publiceert over alles behalve over de evolutietheorie, die hij degelijk in zijn dagboeken verder ontwikkelt.

    38. Het essay van Alfred Russel Wallace (1823-1913) “On the Tendency of Varieties to Depart Indefinitely from the Original Type” (MS, 1858)

    39. Wallace en Darwin: 1858 1858: Darwin en Wallace publiceren samen On the Tendency of Species to form Varieties; and on the Perpetuation of Varieties and Species by Natural Means of Selection, bevattend Wallace’s On The Tendency of Varieties to Depart Indefinitely from the Original Type en Extract from an unpublished Work on Species from Charles Darwins Essay of 1844.

    40. Darwins Ontstaan van soorten (1859)

    41. Ch. 1: Variation under Domestication Ch. 2: Variations under Nature Ch. 3: Struggle for Existence Ch. 4: Natural Selection Ch. 5: Laws of Variation [p. 167: “Our ignorance of the laws of variation is profound”] Ch. 6: Difficulties of Theory Ch. 7: Instinct Ch. 8: Hybridism Ch. 9: On the Imperfection of the Geological Record Ch. 10: On the Geological Succession of Organic Being Ch. 11: Geographical Distribution Ch. 12: Geographical Distribution—continued Ch. 13: Mutual Affinities of Organic Beings: Morphology: Embryology: Rudimentary Organs Ch. 14: Recapitulation and Conclusion Indeling van The Origin

    42. Wetenschapsfilosofie • John Herschel’s (1792-1871), Preliminary Discourse on the Study of Natural Philosophy (1830) : begrip vera causa alsontdekte natuurwet die bij nadere bestudering ook een verklaring kan geven voor allerlei andersoortige natuurverschijnselen. Belang van de analogie. • William Whewell’s (1794-1866), History of the Inductive Sciences (1837): begrip consilience of induction: ‘“The Consilience of Inductions takes place when an induction, obtained from one class of facts, coincides with an induction obtained from another different class. Thus consilience is a test of the truth of the theory in which it occurs.”

    43. Vera causa Hoofdstukken 1-4 bewijzen het bestaan en de geschiktheid van trasmutatie d.m.v. natuurlijke selectie. Zoals de natuurlijke variatie onder domesticatie wordt veroorzaakt door menselijke selectie (hoofdstuk 1), zo wordt de natuurlijke variatie in de vrije natuur (hoofdstuk 2) door middel van de strijd om het bestaan (hoofdstuk 3) veroorzaakt door natuurlijke selectie (hoofdstuk 4). Hoofdstukken 5, 10-13 bewijzen de verantwoordelijkheid van natuurlijke selectie.

    44. Consilience of inductions • Geologie: leeftijd van de aarde compatibel met het langzame proces van evolutie. • Embryologie: “Agassiz insists that ancient animals resemble to a certain extent the embryos of recent animals of the same classes; or that the geological succession of extinct forms is in some degree parallel to the embryological development of recent forms” (Origin, ch. 10)-- “ontogenie recapituleert de fylogenie” • Vergelijkende anatomie : overeenkomsten in de bouw van verschillende organismen. • Anatomie : rudimentaire organen die hun functie hebben verloren. • Paleontologie: fossielen tonen missing links aan tussen bestaande soorten. • Biogeografie: niet homogene verspreiding van planten en dierensoorten op aarde.

    45. Thema’s week 2 • Darwin’s delay • Draagt de wereld de sporen van haar schepper?

    46. Darwin’s Delay: 1838-1859 Bang, want iedereen geloofde destijds in de onveranderbaarheid van de soorten. Is dit waar? Uit ons verhaal blijkt van niet! Bang, want zijn vrouw, gezin en vrienden waren heel kerkelijk. Maar familie en vrienden wisten van zijn theorie.

    47. S.J Gould, “Darwin’s Delay” Darwin’s M and N Notebooks “include many statements showing that he espoused but feared to expose something he perceived as far more heretical than evolution itself: philosophical materialism--the postulate that matter is the stuff of all existence and that all mental and spiritual phenomena are its by-products. No notion could be more upsetting to the deepest traditions of Western thought than the statement that the mind -- however complex and powerful -- is simply a product of brain.” (reader, blz. 78)

    48. S.J Gould, “Darwin’s Delay” “Other evolutionists spoke of vital forces, directed history, organic striving, and the essential irreducibility of mind – a panoply of concepts that traditional Christianity could accept in compromise, for the permitted a Christian God to work by evolution instead of creation. Darwin spoke only of random variation and natural selection.” (reader, blz. 78)

    49. Materialisme? “Thought (or desires more properly) being heredetary — it is difficult to imagine it anything but structure of brain heredetary, analogy points out to this. Love of the deity effect of organization. Oh you Materialist! … Why is thought being a secretion of brain more monderful than gravity a property of matter? It is our arrogance, our admiration of ourselves.” (Notebook C, p. 16)

    50. Van Wyhe: Darwin slow thinker “I suppose that I am a very slow thinker, for you would be surprised at the number of years it took me to see clearly what some of the problems were, which had to be solved … Looking back, I think it was more difficult to see what the problems were than to solve them, as far as I have succeeded in doing; & this seems to me rather curious.” (Darwin to Lyell, 30 Sept. 1859) (geciteerd in John van Wyhe: “Mind the Gap: Did Darwin Avoid Publishing His Theory for Many Years?” Notes and Records of the Royal Society 61 (2007), 177-205.)