1 / 41

Micro-organismen

Micro-organismen. bacteri ën virussen Schimmels & gisten Protozoën. Maar ook:. insecten wormen luizen, enz. gebruik bij produktie van levensmiddelen:. Bacteri ën. Een bacterie is een relatief eenvoudig eencellig organisme zonder celkern

amma
Download Presentation

Micro-organismen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Micro-organismen • bacteriën • virussen • Schimmels & gisten • Protozoën

  2. Maar ook: • insecten • wormen • luizen, enz.

  3. gebruik bij produktie van levensmiddelen:

  4. Bacteriën • Een bacterie is een relatief eenvoudig eencellig organisme zonder celkern • de meeste bacteriën zijn niet schadelijk. Veel bacteriën doen nuttig werk, bijvoorbeeld in onze darmen ( bijv. vorming vit. K ) • Bacteriën planten zich voort door celdeling.

  5. Bacterie onder microscoop

  6. Vorm • spiraalvormig, spirillen flagellen, beweeglijkheid • staaf • bolvormig, coc • streptococ • kommavormig, vibrio

  7. Enkele door bacterie veroorzaakte aandoeningen: • Longontsteking, hersenvliesontsteking • steenpuist ,tuberculose, cholera, syfilis

  8. Virus • Een hoeveelheid erfelijk materiaal ingesloten in een omhulsel van eiwit . • wordt niet tot de levende wezens gerekend • Kan niet zelfstandig kan voortplanten • Geen eigen stofwisseling . • Voor het voortplanten heeft het virus de hulp nodig van een gastheer.

  9. Virussen

  10. Virus

  11. Door virus veroorzaakte aandoeningen: • wratten • verkoudheid • griep • hepatitis • AIDS

  12. Gisten & schimmels • Gisten zijn eencellige schimmels • Behoren tot het plantenrijk

  13. Schimmel van de slijmvliezen (Candida Albicans) Spruw (bij baby's in de mond) Witte vloed (vagina infectie)

  14. : Zwemmerseczeem

  15. Protozoën • Eencellige dierlijke organismen • Leven vooral als parasiet • Een parasiet is een levensvorm die zich ten koste van een ander organisme (de gastheer) in stand houdt en vermenigvuldigt • Voorbeeld: malaria

  16. Wormen • lintworm • spoelworm • aarsmade

  17. Insecten • Transporteurs • voorbeeld: malariamug Bedwants

  18. Vlooien en luizen

  19. Voorkomen vanmicro-organismen • overal op het lichaam • al 2 weken na geboorte vaste bewoners • blijvende (residente) en transiënte flora

  20. Groeifactoren: • water • zuurstof • voedingsstoffen • temperatuur

  21. Besmettingswegen • Aërogeen: via de luchtwegen • Enteraal: via maag/darmkanaal • Cutaan: via de huid • Heamatogeen: via bloed • Seksueel contact

  22. De mens heeft 3 niveaus van afweer: Fagocyten Koorts Afweer door lymfocyten Afweer door antistoffen Huid Epitheel Hoesten – slijm

  23. Zure laag door zweet • Huid • ondoordringbaar: sommige bacteriën en virussen komen er toch bij uitzondering doorheen • De huid is zuur: dat doodt micro-organismen ondoordringbaar

  24. Epitheel cellaag 2) Epitheel (epitheel = huid van je ingewanden, longen en urogenitale stelsel) I) ondoordringbaar II) Produceert slijm/traanvocht: III) Hoesten Hoesten is een vorm van afweer: Door te hoesten probeer je micro-organismen die in je slijm zitten uit te hoesten.

  25. Wat als een bacterie toch doordringt? Dan komen eerst de witte bloedcellen in actie: bacterie cytokines Bacteriën dringen door huid na een snee: de cellen geven stoffen af (cytokines) Door cytokines wordt het bloedvat doorlatend: bloedstolsel en bloedplasma (bloedvacht) stroomt het bloedvat uit Door histamine komen witte bloedlichamen naar de infectie toe Witte bloedlichamen eten bacteriën op. Soms gaan de witte bloedlichamen hierdoor dood en blijft pus over. fagocyt

  26. Fagocyt = witte bloedcel die andere cellen, virussen of delen daarvan opeet Een macrofaag (grote eter) is een type fagocyt dat lymfocyten kan activeren Cytokines= stoffen (hormonen) die witte bloedcellen afscheiden om aan elkaar signalen door te geven

  27. Specifieke afweer Non specifieke afweer is niet genoeg als: 1) De ziekteverwekker tegen de non-specifieke weerstand is opgewassen (resistent) 2) Een virus in een cel zit en niet herkend wordt 3) De ziekteverwekker te snel groeit

  28. Lymfocyten (specifieke afweer) Stamcellen in rode beenmerg (platte botten) Stamcellen in RB (hieruit kunnen B-lymfocyten ontstaan) Sommige stamcellen verhuizen naar thymus (hieruit kunnen T-lymfocyten ontstaan) T- en B-lymfocyten verspreiden zich over het lichaam (vooral lymfe en milt)

  29. Vaccinatie Inge- bracht Wat voor immuniteit zorgt Opmer- king Geheugen cellen antigeen via infectie ziek Natuurlijk ziekte krijgen Actieve immunisatie Geheugen cellen antigeen via injectie Soms een beetje ziek Kunstmatig vaccinatie Natuurlijk tijdelijk via placenta Passieve immunisatie Kunstmatig tijdelijk via injectie

  30. CHLAMYDIA • Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening (soa) in ons land. circa 60.000 p/j • Baterie • onveilig seksueel contact • veroorzaakt ontstekingen in de slijmvliezen van de geslachtsdelen en/of de anus

  31. CHLAMYDIA • Klachten: 70 % van de vrouwen merkt niets • pijn of een branderig gevoel bij het plassen; • meer of andere afscheiding; • tussentijdse bloedingen; • pijn of bloedverlies tijdens of na het vrijen; • pijn rechtsboven in de buik.

  32. CHLAMYDIA • Klachten man: • pijn of een branderig gevoel bij het plassen of poepen; • afscheiding uit de penis; • pijn in de balzak. • Complicaties: Bij vrouwen kan chlamydia baarmoeder- en eileiderontstekingen veroorzaken verklevingen en littekenweefsel in de eileiders vruchtbaarheidsproblemen

  33. HIV / Aids • Hiv is een afkorting voor Humaan Immunodeficiëntie Virus. Dit virus veroorzaakt aids. Zodra iemand met hiv is besmet, begint het hiv-virus zijn afweersysteem af te breken • Per 1 juni 2007: 13.556 geregistreerde patiënten met een hiv-infectie.

  34. Gonorroe •   veroorzaakt door een bacterie, die leeft op en in de slijmvliezen van de vagina, penis, anus, keel en ogen. ♀veelal geen klachten Soms iets meer afscheiding dan normaal, kan onaangenaam ruiken,ziet er anders uit (pus). Plassen kan pijn doen ♂pusachtige afscheiding uit de plasbuis, vaak gelig of groenig van kleur, branderig of geïrriteerd gevoel bij het plassen. Ook regelmatig kleine beetjes plassen

  35. Gonorroe

  36. Erysipelas • (synoniem: wondroos of belroos) is een acute ontsteking van de diepe lagen van de huid en het onderhuidse weefsel • wordt gekenmerkt door een scherp begrensde vuurrode en gezwollen huid, pijn, hoge koorts met koude rillingen, vermoeidheid, duizeligheid, flauwte, hoofdpijn en soms braken. • Voorkeursplaatsen :onderbenen, gelaat (rond het oor).

  37. Erysipelas

  38. Paratyfus • een infectieziekte, veroorzaakt door de bacterie Salmonella. • vooral in ontwikkelingslanden • Klachten: Koorts, Hoofdpijn Diarree. • Uitslag: plekken op een groot deel van de romp. • Niet-specifieke symptomen, zoals onwel zijn (vermoeidheid, spierpijn, gewrichtspijn en verminderde eetlust. • Behandeling; antibiotica

  39. Herpes zoster • Herpes zoster of gordelroos is een zeer pijnlijke, plotseling optredende huidreactie, die gepaard gaat met kleine blaasjes. Het wordt veroorzaakt door een reactivatie van het waterpokkenvirus

  40. Herpes zoster

More Related