1 / 24

PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 7 INVESTERINGSSELECTIES

PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 7 INVESTERINGSSELECTIES. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAT IS INVESTEREN. INHOUDSOPGAVE 7.1 Inleiding 7.2 Wat is investeren? 7.3 Waarin wordt geïnvesteerd? 7.4 Het investeringselectieproces 7.5 Vaststellen van de cash flows

sulwyn
Download Presentation

PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 7 INVESTERINGSSELECTIES

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 7 INVESTERINGSSELECTIES

  2. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAT IS INVESTEREN • INHOUDSOPGAVE 7.1 Inleiding 7.2 Wat is investeren? 7.3 Waarin wordt geïnvesteerd? 7.4 Het investeringselectieproces 7.5 Vaststellen van de cash flows 7.6 Tijdswaarde van de cash flows 7.7 Beoordeling van het investeringsproject PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 2

  3. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAT IS INVESTEREN • 7.1 INLEIDING • LEERDOELEN • Weten wat investeren is. • Kennis hebben van het investeringsbesluitvormingsproces. • Op basis van verschillende methoden een analyse kunnen maken van een voorgenomen investeringsbesluit. • Een gefundeerd oordeel kunnen vormen over een voorgenomen investeringsbesluit. PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 3

  4. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAT IS INVESTEREN • 7.2 Wat is investeren? • Investeringsbeslissingen hebben een strategisch karakter, zij bepalen de toekomstige rentabiliteit van de onderneming. • Ondernemer moet vandaag iets opofferen met als doel het verwerven of genereren van inkomsten en opbrengsten op de lange termijn. • Investeringen gebeuren op projectbasis; geen routine, tijdelijke organisatie, werken volgens goedgekeurd budget en een vastgestelde planning. PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 4

  5. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAT IS INVESTEREN • Aanleidingen: • Vervangingsinvesteringen: • vervangen van versleten productiemiddelen • Uitbreidingsinvesteringen: • uitbreiding productiecapaciteit • Expansie-investeringen: • inspelen op marktontwikkelingen: nieuwe productiemiddelen • Automatisering of modernisering: • aanschaffingen om werk beter en/of goedkoper te doen • Duurzame investeringen: • investeren vanuit milieu- of maatschappelijke en sociale overwegingen • Strategische investeringen: • specifieke uitrusting is ondergeschikt aan de verwachtingen en moet vervangen worden PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 5

  6. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAARIN WORDT GEÏNVESTEERD • 7.3 Waarin wordt geïnvesteerd? • Investeren is een reeks uitgaven voor de aanschaf van productiemiddelen die langer dan één productie- of verkoopperiode meegaan, dus vaste activa zoals: • Machines • Terreinen • Gebouwen • Transportmiddelen • Gereedschappen • Inventaris • Immateriële zaken (goodwill, octrooien, concessies,…) PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 6

  7. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES WAARIN WORDT GEÏNVESTEERD • Investeringsproject zal meestal bestaan uit de aanschaf van meerdere productiemiddelen zoals: • Aanloopkosten: • Overdrachtkosten van grond • Verbouwingen • Transportkosten • Installatiekosten • Training en opleiding van personeel • Opportuniteitskosten • Werkkapitaal: • Voorraden van halffabricaten en grondstoffen • Debiteuren • Liquide middelen • Crediteuren en kortlopende schulden • Investeringsbegroting bevat zowel vaste als vlottende activa. • Aan einde van investeringsproject vloeien bepaalde geldstromen terug. PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 7

  8. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES HET INVESTERINGSSELECTIEPROCES • 7.4 Het investeringsselectieproces • Rentabiliteit van investeringsproject bepalen • Verschil tussen de ontvangsten en uitgaven is de cashflow • Aanvragen en beoordelen investeringsbudgetten gebeurt doorlopend • Procedure nodig: • Inventariseer, analyseer en selecteer de investeringsprojecten die een kernprobleem oplossen en die het beste aansluiten bij de bedrijfsstrategie. • Stel de huidige en toekomstige cashflows van de investeringsprojecten vast en beoordeel de haalbaarheid en rentabiliteit ervan. • Breng de risico’s die de uitvoering van de projecten met zich meebrengt in kaart door de kans en het effect te meten. • Selecteer het investeringsproject met de hoogste verwachte bijdrage aan de ondernemingsdoelstellingen en de laagste risico’s. • Evalueer de lopende en beëindigde projecten regelmatig. PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 8

  9. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 9

  10. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • 7.5 Vaststellen van de cashflows • Enkele basisgegevens nodig: • De horizon • Het uitgavenpatroon • Het inkomstenpatroon • Kasstroom PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 10

  11. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • De horizon: • Hoever tracht ik in de toekomst te zien? • Gelijkstellen aan één van de volgende periodes: • Fysische levensduur installatie • Economische levensduur • Productlevensduur • Fiscale levensduur • Zelfde horizon nemen om projecten te kunnen vergelijken • Het uitgavenpatroon: • Alle investeringskosten en exploitatieonkosten • Het inkomstenpatroon: • Rendement installatie nauw verbonden met specifieke elementen • Effectieve inkomsten door investering of kostenbesparing t.o.v. huidige situatie PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 11

  12. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • Kasstroom = cash flow: • Geldmiddelen die onderneming via investering kan verkrijgen • Bruto kasstroom: kasstroom voor belastingen • Netto kasstroom: kasstroom na belastingen, verschil tussen positieve en negatieve cashflow • Bepalen netto-cash flow m.b.v. uitgaven en ontvangsten • Met kosten en opbrengsten wordt winst bepaald • Enkele berekeningen: • bruto kasstroom = ontvangsten – uitgaven • bruto kasstroom – afschrijvingen = belastbare winst • belastbare winst – belasting = winst na belasting • winst na belasting + afschrijvingen = netto kasstroom = cash flow • Of cash flow = (ontvangsten– uitgaven)*(1-x) + x*afschrijvingen • (x= belastingpercentage) PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 12

  13. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • Drie soorten cashflows voor investeringsproject van belang: • Initiële cashflow • Operationele cashflow • Finale cashflow • In praktijk ook rekening houden met subsidies bij vaststellen cashflows en wijze van financieren en de daarmee verbonden kosten (hier buiten beschouwing gelaten) PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 13

  14. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • Drie soorten cashflows voor investeringsproject van belang: • Initiële cashflow: • Cashflows aan begin van project • Initiële investeringen • Uitgaven aan vaste activa en alle hieraan gerelateerde kosten • Geen ontvangsten dus steeds negatief • Cashflowinitieel = - investeringen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 14

  15. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • Operationele cashflow: • Netto-cashflow per periode gedurende investeringsproject • cashflow operationeel = positieve cashflows – negatieve cashflows • Als alle opbrengsten en kosten in dezelfde periode worden ontvangen en uitgegeven: • cashflow operationeel = nettowinst + afschrijvingen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 15

  16. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES VASTSTELLEN VAN DE CASHFLOWS • Finale cashflow: • Samenstelling uit operationele cashflow van laatste jaar en desinvesteringen van het project • Desinvesteringen bestaan uit: • Verkoopopbrengst vaste activa • Vrijvallende werkkapitaal • Desinvesteringen zorgen meestal voor extra ontvangsten • Cashflow finaal = nettowinst + afschrijvingen + restwaarde • + vrijgevallen werkkapitaal PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 16

  17. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES TIJDSWAARDE VAN DE CASHFLOWS • 7.6 Tijdswaarde van de cashflows • Ondernemer wil cashflows zo hoog mogelijk krijgen • Sturen door omzet en ontvangsten tijdens investeringsproject maximaliseren en kosten en uitgaven te beperken • Tijdstip speelt rol: bedragen vandaag ontvangen zijn direct beschikbaar • Waarden herleiden tot eenzelfde ogenblik door actualisatie om ermee te kunnen werken • Cashflows in toekomst hebben lagere waarde dan cashflows vandaag • Ondernemer stelt voor investeringsproject een rendementsnorm en rekenmethode vast • Huidige waarde van toekomstige cashflows berekenen om haalbaarheid te bepalen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 17

  18. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES TIJDSWAARDE VAN DE CASHFLOWS • Actualisatie: • Het bepalen van de huidige waarde P van een kapitaal F betaalbaar op het einde van periode n, rekening houdend met een rentevoet i. • Omgekeerde van voorgaande • Welk kapitaal P moet men nu beleggen om na n periodes een kapitaal F te hebben, rekeninghoudend met interestvoet i • Actuele waarde van kapitaal F is P • P = F/(1+i)n • of PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 18

  19. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • 7.7 Beoordeling van het investeringsproject • Om tot een besluitvorming te komen moet men een beeld en antwoord hebben op vier vragen: • Lost het investeringsproject een kernprobleem op en sluit het aan bij de bedrijfsstrategie? • Is het investeringsproject aanvaardbaar en voldoende rendabel op basis van de prognoses van de cashflows? • Zijn de risico’s verbonden aan het investeringsproject – ondanks goede aansluiting bij de bedrijfsstrategie en de haalbaarheid- acceptabel en te beheersen? • Sluit het investeringsproject aan bij de ondernemingsdoelstellingen? PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 19

  20. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • onderscheid maken tussen selectiecriteria en classificatiecriteria • Selectiecriterium: voorstel interessant om voor verdere studie te aanvaarden • Classificatiecriterium: geeft volgorde van prioriteit aan geselecteerde voorstellen • Terugverdientijd of Pay-back periode • Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit • Netto-contante waardemethode • Profitability index • Internal rate of return PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 20

  21. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • Terugverdientijd of Pay-back periode: • Tijdspanne nodig om de uitgaven te recupereren • Project met laagste pay-back periode wordt verkozen • Initiële cashflow + operationele cashflow jaar n = 0; n is terugverdientijd • Tijdwaarde van geld in rekening brengen door kasstroom te actualiseren waardoor men discounted pay-back periode bekomt • Voordelen: • Eenvoudig en simpel toe te passen • Korte termijnhorizon houdt beter rekening met onzekerheden • geeft snel inzicht bij beoordeling • Nadelen: • houdt geen rekening met omvang van cashflows na terugverdientijd • geeft geen oordeel over rentabiliteit van totale investeringsproject PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 21

  22. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit: • = Gemiddelde winst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen x 100% • Gemiddelde winst = totaal nettowinsten/looptijd investeringsproject • Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (totale investering + restwaarde) / 2 • Voordelen: • Houdt rekening met alle nettowinsten • Geeft een beeld van rentabiliteit van een investeringsproject • Eenvoudig toe te passen • Nadelen: • Houdt geen rekening met tijdvoorkeur en volgorde waarin nettowinsten worden ontvangen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 22

  23. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • Netto-contante waardemethode (NHW): • Discounted cash flow of Netto huidige waarde • Project uitvoerbaar als waarde nul of positief is • Vergelijkt de ganse inkomstenstroom met de ganse uitgaven stroom • Contante waarde = cashflow / (1 + i/100)n • i = rentepercentage • n = aantal jaren • Voordelen: • Houdt rekening met alle cashflows gedurende het investeringsproject • Houdt rekening met tijdvoorkeur • Nadelen: • Meet niet de werkelijke rentabiliteit maar toetst of het project minimaal voldoet aan discontovoet • Kan complicatie opleveren bij onderling sterk afwijkende looptijd tussen projecten PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 23

  24. HOOFDSTUK 7: INVESTERINGSSELECTIES BEOORDELING VAN HET INVESTERINGSPROJECT • Alle criteria hebben voor- en nadelen • Om een project goed te beoordelen moet men verschillende criteria berekenen • Bedrijfseconomisch zijn het NHW-criterium en IRR de meest relevante criteria PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 24

More Related