Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 88

Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs PowerPoint PPT Presentation


  • 106 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs . Module taal Bijeenkomst 3: woordenschat. Programma. Terugblik op huiswerkopdrachten Introductie woordenschat Belang van woordenschatverwerving Selectie woorden Processen woordenschat

Download Presentation

Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

Module taal

Bijeenkomst 3: woordenschat


Programma

Programma

  • Terugblik op huiswerkopdrachten

  • Introductie woordenschat

  • Belang van woordenschatverwerving

  • Selectie woorden

  • Processen woordenschat

  • Vier fasen woordenschatverwerving

  • Type woorden

  • Koppeling aan referentieniveaus en TVO

  • Opdrachten

  • Afsluiting


Introductie woordenschat

Introductie woordenschat


Taal leren begint met woorden

Taal leren begint met woorden!

Opdrachtje om je voorkennis te activeren: waar gaat deze tekst over?


Waar gaat deze tekst over

Waar gaat deze tekst over?

Van het …. bestaanverschillendetypen. Het …. van het lichaamwordtbij de strijdtegen het … zwaarbelast. Ditkaneenbijkomende …. Door bijvoorbeeld … tot gevolghebben. De klachtenkunnendanverergeren en erkunnen … zoalseen … ontstaan. Voorgezondevolwassenen en kinderen is het … van een … meestalnieternstig.


Vervolgopdrachtje ken je deze woorden

Vervolgopdrachtje: ken je deze woorden?

Alexandrijn

Chromosoom

Biest

Glip

Plankton

Plecht

Rokade

Spectrum

Tonsuur

Urbanisatie

Valletje

Yin

Zenit


Gedachten raden

Gedachten raden…

Ik weet het wel ongeveer…

Waarom zou ik deze woorden moeten kennen?

Hoe had ik deze woorden ooit moeten leren?


Conclusies n a v opdrachtjes

Conclusies n.a.v. opdrachtjes

Woordenschat is persoonlijk

Woordkennis is er in veel gradaties

Woordkennis heeft veel aspecten


Singaporetest

Singaporetest

  • Bedenk:

  • Hoeveel procent van de woorden van een tekst moet je kennen om die tekst te begrijpen? Schrijf een percentage op


Singaporetest 1

60% versie

We moeten - , zei een - uit Singapore tegen - .

We hebben geen - meer. Singapore is maar - - - met een - - -.

We - met - - dat we niet - kunnen. - - ik - een - met een - aan - -, het - er -.

Voor de - mensen is dit nog - de - - van - , maar dat is een niet meer te - - geworden.

Singaporetest (1)


Singaporetest 2

70% versie

We moeten - , zei een - uit Singapore tegen - .

We hebben geen - meer. Singapore is maar een klein - met een sterk - -. We - met - - dat we niet anders kunnen. - - ik - een huis met een - aan beide -, het - er -.

Voor de - mensen is dit nog - de - - van - , maar dat is een niet meer te - - geworden.

Singaporetest (2)


Singaporetest 3

80% versie

We moeten -, zei een - uit Singapore tegen me.

We hebben geen - meer. Singapore is maar een klein - met een sterk groeiende bevolking . We - met zo’n - dat we niet anders kunnen. - - ik - een huis met een - aan beide - , het liefst er -.

Voor de meeste mensen is dit nog steeds de - wijze van wonen, maar dat is een niet meer te - - geworden.

Singaporetest (3)


Singaporetest 4

90% versie

We moeten omhoog, zei een - uit Singapore tegen me.

We hebben geen - meer. Singapore is maar een klein eiland met een sterk groeiende bevolking . We - met zo’n ruimtegebrek dat we niet anders kunnen. - - ik wil iedereen een huis met een tuin aan beide zijden, het liefst er -.

Voor de - mensen is dit nog steeds de ideale manier van wonen, maar dat is een niet meer te - - geworden.

Singaporetest (4)


Singaporetest 5

100% versie

We moeten omhoog, zei een architect uit Singapore tegen me. We hebben geen keus meer. Singapore is maar een klein eiland met een sterk groeiende bevolking. We kampen met zo’n ruimtegebrek dat we niet anders kunnen. Net zoals ik wil iedereen een huis met een tuin aan beide zijden, het liefst er omheen. Voor de meeste mensen is dit nog steeds de ideale manier van wonen, maar dat is een niet meer te realiseren droom geworden.

Singaporetest (5)


Kennis als cruciale factor

Kennis van taal

Kennis van de wereld

Onenessawakening.nl

Kennis als cruciale factor


Kennis van taal

Bestaat uit:

Woordenschat

Grammatica

Schriftelijk en mondeling taalgebruik

Kennis van verschillende soorten teksten

Kennis van taal


Kennis van de wereld

Vermogen om informatie te verwerken en op te slaan  hoeveelheid kennis over onderwerp is de belangrijkste voorspeller van leesbegrip.

Ervaringen (binnen en buiten de school) die bijdragen aan de verdere opbouw van schoolse kennis.

Algemene kennis uit zich in woordenschat (Marzano, 2004).

Werken aan woordenschat = uitbreiden van kennis (Verhallen, 2009).

Kennis van de wereld


Vragen

Vragen

  • Hoe schatten jullie kennis van taal en kennis van de wereld in van pro- en lwoo-leerlingen?

  • Welke problemen hebben zij waarschijnlijk met de Singaporetekst?

  • Zijn dat problemen met kennis van taal en/of kennis van de wereld?


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

  • Belang van woordenschatverwerving


Feiten over woordenschat van kinderen

Feiten over woordenschat van kinderen

Passieve woordenschat:

woorden begrijpen in T1

4 jaar: 3300 woorden

5-8 jaar:600 woorden per jaar erbij

9-12 jaar:1700-3000 woorden per jaar erbij

volwassenen: 50.000-70.000 woorden


Feiten over woordenschat van kinderen1

Feiten over woordenschat van kinderen

Productieve woordenschat :

woorden begrijpen en gebruiken T1

4 jaar: 2000 woorden

8 jaar:4000 woorden

10 jaar:5000 woorden

volwassenen: 30.000-40.000 woorden


Relatie woordenschat kleuters en het latere begrijpend lezen

Eind groep 3:.45

Eind groep 6:.62

Eerste jaar vo: .69

De relatie tussen woordenschat en begrijpend lezen wordt sterker als teksten complexer en de woordenschat veel omvattender wordt.

(Snow, 2002)

Relatie woordenschat kleuters en het latere begrijpend lezen


Verschillen tussen leerlingen

Verschillen tussen leerlingen

Een 12-jarige Nederlandse leerling kent gemiddeld 17.000 woorden receptief.

Een 12-jarige anderstalige leerling kent gemiddeld 10.000 woorden receptief.

Bron: Kuiken & Vermeer, 2005


Omvang receptieve woordenschat

Omvang receptieve woordenschat


Het belang van woordenschatverwerving

Het belang van woordenschatverwerving

T2 leerders en T1-leerders uit een taalarm milieu behoeven extra aandacht t.b.v. woordenschatontwikkeling in het onderwijs.

Dat kan incidenteel, maar beter

intentioneel plaatsvinden:

doelbewust en structureel.


Het belang van woordenschatverwerving1

Het belang van woordenschatverwerving

  • Woordenschat = kennis van de wereld, kennis die nodig is om te communiceren.

  • Je hebt een goede woordenschat nodig om:

  • Te begrijpen wat je hoort

  • Te kunnen spreken

  • Te begrijpen wat je leest

  • Te kunnen schrijven


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

  • Selectie van woorden


Hoeveel woorden kun je leren

Hoeveel woorden kun je leren?

Vijfper dag = 25 per week = 1000 per jaar

Elk woord in context leren

Elk woord in relatie leren

Elk woord zeven keerherhalen


Welke woorden leer je aan

Welke woorden leer je (aan)?

Cruciale woorden

Woorden met relevantie voor de context

Denk aan:

Frequentie

Nut

En onderwijsbaarheid


Frequentie en nut

Frequentie en nut

Beginners:

formules en breed inzetbare woorden

Alle taalleerders:

hoogfrequente woorden

Maak onderscheid tussen receptieve en productieve beheersing van een woord

Nut van woorden die specifiek met een relevant domein te maken hebben


Contextrijk

Contextrijk

Benut het als docent als een woord in een goed passende context wordt gebruikt: leer op dat moment het woord aan!


De woezel

Wij hebben thuis een woezel.

Een tropische vis

Een mixer

Een leren koffer

De woezel


De woezel1

Wijhebbeneenwoezel, maar het handvat is kapot.

Eentropischevis

Eenmixer

Eenlerenkoffer

De woezel


De woezel2

Wij hebben een woezel, maar het handvat is

kapot, dus nu moeten we met de hand kloppen.

Een tropische vis

Een mixer

Een leren koffer

De woezel


Opdrachtje

Opdrachtje

Maak vijf contextrijke zinnen met :

Dokter

Slapen

Dromen

Denken

Eigenlijk

Vervang het bedoelde woord door een nonsenswoord en beoordeel dan of de zin duidelijk genoeg is.


Wat leren en onthouden

Wat leren en onthouden?

De uitspraak:

Het woord kunnen verstaan en kunnen uitspreken.

De schrijfwijze:

Het woord kunnen lezen en zelf kunnen schrijven.

De betekenis:

Het concept van het woord kennen, de verzameling betekenisaspecten.


Diepe woordkennis

Diepe woordkennis

Woorden leren is over de wereld leren

Woorden leer je in samenhang met andere woorden (netwerken)

Je kent meerdere betekenisaspecten

Je kent ook de klank en hebt grammaticale informatie over het woord


Opdracht diepe woordkennis

Opdracht: diepe woordkennis

Ga na in hoeverre (hoe diep) je onderstaande woorden kent:

Nog nooit tegengekomen

Wel tegengekomen, maar geen idee

Vaag bekend, heeft iets te maken met ….

Tot op zekere hoogte bekend

Volledig bekend, kan het zelf uitleggen

serendipiteit

waterzooi

communisme

adagium

afromen


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

  • Het leren van nieuwe woorden: hoe werkt dat?


Hoe leer je een nieuw woord

Hoe leer je een nieuw woord?

Je moet het woord opslaan in het mentale lexicon.

Het woord moet inbedden, het moet verbinding krijgen met een of meer andere woorden.

Je moet de klank, de schrijfwijze en de grammaticale aspecten van het woord opslaan.


Welke processen spelen zich af

Labelen (concept en label)

Betekenis toekennen

Categoriseren

Opbouwen netwerk

Welke processen spelen zich af?


Labelen

Labelen


Opdrachtje concept en label

Opdrachtje: concept en label

  • Hoeveel betekenisaspecten ken je van het woord ‘kikker’?

  • Hoeveel betekenisaspecten ken je van het woord ‘patroon’?

  • Wat is hier concept en label?

  • Hoe kun je dit voorwerp noemen?

  • Wat is hier concept en label?

  • Hoe zit het met het Nederlandse woord ‘student’ en het Engelse woord ‘student’?

  • Wat is hier concept en label?


Soorten relaties

Soorten relaties

  • Betekenisrelaties

  • Bv. vogel-mus

  • Vormrelaties

  • Bv. bank-rank (rijmend)

  • Bv. bank-bank (verschillende betekenissen)


Netwerkopbouw

Netwerkopbouw

zand

emmertje

schep

spelen


Netwerk uitbreiden

water

modder

Netwerk uitbreiden

zand

emmertje

strand

schep

spelen

graven

scheppen


En verder

water

En verder…..

lepel

snijden

zomer

zee

mes

vork

tuin

leuk

prikken

strand

aarde

eten

slaan

au

schop

zand

pijn

emmertje

heet

schep

spelen

blazen

graven

scheppen

soep

modder


En verder1

water

En verder….

zwemmen

lepel

snijden

zomer

zee

mes

vork

tuin

leuk

prikken

strand

aarde

eten

slaan

kuil

au

schop

zand

pijn

emmertje

heet

schep

spelen

blazen

graven

scheppen

soep

modder


Uitbreiden van kennis

Door:

Nieuwe woorden

Nieuwe verbindingen

Verstevigen van verbindingen

School is belangrijk voor leerlingen die minder meekrijgen vanuit huis!

Uitbreiden van kennis


Ontwikkeling van kennis

Door:

Levensechte ervaringen

Interactie met de wereld

Ook door:

(Voor)lezen verschillende soorten teksten

Combineren van kennis en eigen ervaringen

Experimenteren, ontdekken, toepassen

Praten met & luisteren naar elkaar

Educatieve televisie

Internet

Ontwikkeling van kennis


Wat is nodig om dit doel te bereiken

Explicietaanleren van: woorden en strategieën

Aandacht voor toepassingin andere vak-/ vormingsgebieden > TVO

Verschuiving van woorden aanleren door de leerkracht naar woorden leren door de leerling: woordbewustzijn

Schoolbreedbeleid (taalbeleid)

Wat is nodig om dit doel te bereiken ?


Impliciet expliciet

Expliciet door instructie

Specifieke woorden behandelen

Ontwikkelen woordbewustzijn

Strategieën voor het leren van onbekende woorden

Impliciet door creëren van mogelijkheden

Voorlezen

Veel lezen over allerlei onderwerpen

Taalrijke omgeving

Impliciet & expliciet


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

  • Didactiek woordenschatverwerving


Fasen in het proces van woorden aanleren 4 takt

Fasen in het proces van woorden aanleren (4-takt)

Aanbieden

Semantiseren

Consolideren

Controleren


Aanbieden voorbewerken

Aanbieden: voorbewerken

Introduceer een woord

Activeer voorkennis

Bied een goede context aan

Laat het woord zien


Semantiseren

Semantiseren

Geef betekenis, gebruik voorkennis

Leg uit, geef een definitie

Bied pregnante contexten aan

Beeld uit, met mimiek of TPR (Total Physical Response)

Spreek het woord uit

Schrijf het woord op en laat het opschrijven

Breid uit: koppel het woord met woorden die daarmee betekenisverbindingen hebben


Woorden verbinden

Woorden verbinden

Een nieuw woord aanbieden in een duidelijke context, in verband met andere informatie:

Beeld: voorwerpen, illustraties, beschrijvingen

Inhoudelijke informatie: verbinden met bestaande kennis

Informatie over klank en schrijfwijze

Woorden waarmee het woord een vaste combinatie vormt (de tafel dekken)


Werkvormen voor semantiseren

Werkvormen voor semantiseren

Woordspin

Paraplu

In tegenstellingen (rubrieken)

Op een trapje om gradaties uit te drukken


Woordkast en woordtrap

Woordkast en woordtrap


Opdracht

Opdracht

Bedenk verschillende manieren (verbaal en non verbaal) om de betekenis van de volgende woorden uit te leggen:

Dun

Inzamelen

Drinken

Burger


Opdracht1

Opdracht

Leg in duo’s één van de volgende woorden uit:

Fotosynthese

Kredietcrisis

Ketters


Consolideren

Consolideren

Inslijpen, oefenen, gebruiken, herhalen

Woordspelletjes:

woordspin, galgje, vijf minutenoefeningen…

Laat verbindingen leggen

Woordenschriftoefeningen, woordenlijsten


Hulpmiddelen van semantiseren naar consolideren woordweb

Hulpmiddelen van semantiseren naar consolideren - woordweb


Woordtrap

woordtrap


Woordkast

woordkast


Woordparaplu

woordparaplu


Woordschriftje

woordschriftje


Tabel

Tabel

O = niet

-= niet veel

+ = veel


Voorbeelden van consolideeroefeningen

Tekstimpressie: leerlingen krijgen aantal woorden (ontleend aan thema/les) in een bepaalde volgorde en moeten deze in de gegeven volgorde gaan gebruiken in een eigen tekst

Kruiswoordpuzzels

Quiz

Bingo met woorden

Leerlingen maken zelf spelletjes (bv. kwartet, memory)

Sorteeroefeningen

Spelletjes met woordkaartjes

Persoonlijke ezelsbruggetjes

Belangrijk is dat de woordbetekenis gegeven wordt in de eigen woorden van leerlingen

Voorbeelden van consolideeroefeningen


Controleren

Controleren

Herhaal nieuwe woorden

Vraag terug

Nieuwe woorden op een groot wit papier

Geef woordenschriftopdrachten


Woordenschrift

Vastleggen van nieuwe woorden

Onbekende woorden opschrijven door leerling of leerkracht

Bijvoorbeeld woorden die een andere betekenis hebben dan je dacht

Woordenschrift


Voorbeeld woordenschrift

Voorbeeld woordenschrift


Klassikaal woordenschrift

Gedurende elke dag/week worden woorden bijgeschreven

Zowel leerkracht als leerlingen kunnen woorden aandragen

Betekenis wordt in eigen woorden van de leerling(en) gegeven en zoveel mogelijk samen met een afbeelding/ voorbeeld

Schrift of map wordt doorgegeven aan de volgende leerkracht

Klassikaal woordenschrift


Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs

  • Verschillende soorten woorden


Welke woorden leer je aan1

Welke woorden leer je (aan)?

DAT:

dagelijks algemeen taalgebruik, concrete taal

CAT:

cognitieve academische taalvaardigheid, meer abstracte taal in schoolse situaties


Soorten woorden

Soorten woorden

Wat is algemeen Nederlands/’gewone’ woorden?

Wat zijn schooltaalwoorden?

Wat zijn algemene beroepstaalwoorden?

Wat is vakterminologie?

Wat is figuurlijk taalgebruik?


Algemeen nederlands

Algemeen Nederlands

Woorden die gebruikt worden in het dagelijks leven en niet gebonden zijn aan een specifieke context van opleiding, beroep of vak.


Schooltaalwoorden

Schooltaalwoorden

Woorden die specifiek gebruikt worden in onderwijssituaties. Zij zijn abstracter dan ‘gewone’ woorden, bv. functie, gevolg van.

Schooltaal bevat veel signaalwoorden. Zij geven informatie over taal- en denkrelaties in de tekst: hoewel, tenzij, ten eerste… ten tweede….


Algemene beroepstaalwoorden

Algemene beroepstaalwoorden

Woorden die veel voorkomen in gesproken en geschreven taal die over het beroep gaat

Woorden die op veel verschillende plaatsen in vakboeken gebruikt worden

Elk beroep heeft zijn eigen verzameling beroepstaalwoorden


Vakterminologie

Vakterminologie

Woorden met een specifieke betekenis in het beroep

Zij komen vooral in vakleerteksten voor

Zij zijn gebonden aan een bepaald onderwerp

Zij zijn niet bekend bij aanvang van de studie


Het belang van vaktaal

Het belang van vaktaal

Vaktaalwoorden zijn drager van vakkennis

Uitleggen van de woorden eist veel onderwijstijd op

Woordenschat vervult een sleutelrol in taalvaardigheidsontwikkeling en is voorwaardelijk voor schoolsucces


Woordenschat in vakteksten

Woordenschat in vakteksten

Gebruik synoniemen

Sommige algemene woorden hebben in een bepaald vakgebied een niet-alledaagse, vakgebonden betekenis (verbinding, aansluiting)

Betekenisaspecten van een woord worden verdeeld (niet alles in een keer)

Nuances kunnen de leerlingen ontgaan


Figuurlijk taalgebruik

Figuurlijk taalgebruik

  • Vaak gebruikt in mondeling taalgebruik:

  • “Ik geef je een pluim” tegen leerling, die na de les komt vragen waar zijn pluim blijft

  • Leerlingen moeten het kunnen herkennen, niet actief gebruiken


Opdracht2

Opdracht

Bekijk de uitgereikte tekst en ga na hoe je de woorden kunt rubriceren:

Algemene Nederlandse woorden

Schooltaalwoorden

Algemene beroepstaalwoorden

Vakterminologie

Figuurlijk taalgebruik


Volgende keer over leesvaardigheid

Volgende keer over leesvaardigheid


Huiswerk opdrachten

(Huiswerk)opdrachten

Aan het werk in je leerteam

Verdeling huiswerkopdrachten

Afspraken over uitwisseling via website

Planning uitwisseling


Afsluiting

Afsluiting

  • Denken – delen – uitwisselen

  • (in duo’s/ viertallen):

    • Wat heb je geleerd?

    • Wat wist je al?

    • Waar kun je meteen iets mee?

    • Welke vragen heb je nog?

  • Dringende vragen aan de docent


  • Login