Btw topics 2009 iab
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 78

BTW Topics 2009 – IAB PowerPoint PPT Presentation


  • 57 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

BTW Topics 2009 – IAB. Vrije Universiteit Brussel, 10 oktober 2009 Jan Van Moorsel. Agenda. Belastingplicht – overheden: de Salix case Ontwikkelingen onroerend goed Plaatsbepalingsregels: VAT package en andere nieuwigheden Maatstaf van heffing Aftrek en teruggaaf van btw Verplichtingen

Download Presentation

BTW Topics 2009 – IAB

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Btw topics 2009 iab

BTW Topics 2009 – IAB

Vrije Universiteit Brussel, 10 oktober 2009

Jan Van Moorsel


Agenda

Agenda

  • Belastingplicht – overheden: de Salix case

  • Ontwikkelingen onroerend goed

  • Plaatsbepalingsregels: VAT package en andere nieuwigheden

  • Maatstaf van heffing

  • Aftrek en teruggaaf van btw

  • Verplichtingen

  • Diversen


Belastingplicht overheden

Belastingplicht – overheden

De Salix case


Belastingplicht van overheden hvj salix c 102 08 04 06 2009

Belastingplicht van overhedenHvJ, SALIX, C-102/08, 04/06/2009

Aannemers

Probleem

Bouw kantoorgebouwen parking

Onderverhuurdeel kantoren en

parking

BTW-plichtigen

Salix

IHK

Verhuur kantoor

& parking

Aftrek?

Korte termijn

verhuur van

de overige parking

Derden

Deel eigen

gebruik


Het probleem

Het probleem

  • Onroerende verhuur is vrijgsteld van btw in Duitsland (algemene bepaling), behalve (Duitse uitzondering) wanneer het onroerend goed

    • Verhuurd wordt aan een andere ondernemer voor de doeleinden van zijn activiteiten (de ontvanger)

    • De ontvanger het onroerend goed gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen die hem een recht op aftrek verlenen

  • Salix kan daarom alleen voorbelasting in aftrek brengen wanneer:

    • (IHK een ondernemer is)

    • IHK het goed gebruikt voor belaste handelingen die recht op aftrek doen ontstaan


De tekst

De tekst

Artikel 4(5) van de Zesde Richtlijn (artikel 13 van de BTW-richtlijn) bepaalt:

  • „De staat, de regio’s, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de andere publiekrechtelijke lichamen worden niet als belastingplichtigen aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.

    • Wanneer deze lichamen evenwel zodanige werkzaamheden of handelingen verrichten, moeten zij daarvoor als belastingplichtige worden aangemerkt, indien een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentievervalsing van enige betekenis zou leiden.

    • Genoemde lichamen worden in elk geval beschouwd als belastingplichtig met name voor de in bijlage D genoemde werkzaamheden, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn.

  • De lidstaten kunnen werkzaamheden van genoemde lichamen die zijn vrijgesteld uit hoofde van de artikelen 13 of 28, beschouwen als werkzaamheden van de overheid


De tekst schematisch

De tekst schematisch


Belastingplicht schematisch

Belastingplicht schematisch

“Gewone” BP – art. 9

Overheden – art. 13

verwervingsdrempel

Concurrentieverstoring Lijst van handelingen (Annex I)

Vrijgestelde handelingen


De twee onderdelen van de salix zaak

De twee onderdelen van de Salix zaak


De rol van de vrijstellingen

De rol van de vrijstellingen

De Lidstaten kunnen werkzaamheden van publiekrechtelijke lichamen die vrijgestelde handelingen verrichten, als werkzaamheden van de overheid beschouwen

Dit betekent dat:

  • Als de Lidstaat niet in iets voorziet, een overheidslichaam dat vrijgestelde handelingen verricht, ALTIJD optreedt als een belastingplichtige

  • Als het optreedt als een belastingplichtige, moet het dan ook gebruik kunnen maken van eventuele opties tot taxatie!

  • Maar: de transactie moet natuurlijk eerst en vooral vrijgesteld zijn, anders kom je nooit aan art. 4(5), 4e alinea toe. Zie ook Marktgemeinde Welden (verhuur van gebouw aan brouwerij) vs Fazenda Publica (verhuur openbare parkeergelegenheden), Isle of Wight.


De rol van de vrijstellingen1

De rol van de vrijstellingen

39      In de hoofdzaak moet de verwijzende rechter in voorkomend geval, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, onderzoeken of het feit dat IHK een deel van de ondergrondse parkeerplaatsen voor voertuigen op lange termijn onderverhuurt aan de langetermijnhuurders van kantoren in hetzelfde gebouw, een onderdeel is van één enkele economische handeling in de zin van de in het vorige punt aangehaalde rechtspraak. Als dat niet het geval is, kan de onderverhuur door IHK van die parkeerplaatsen namelijk hoe dan ook niet op grond van artikel 4, lid 5, vierde alinea, van de Zesde richtlijn worden gelijkgesteld met een als overheid verrichte werkzaamheid in de zin van de eerste alinea van die bepaling.

De uitbreiding door de 4e alinea geldt enkel voor vrijgestelde handelingen,

die dus principieel binnen de sfeer van belastingplicht vallen


Moet de lidstaat een wettelijke basis hebben voor art 4 5 alinea 4

Moet de Lidstaat een wettelijke basis hebben voor art. 4(5), alinea 4?

  • De Duitse administratie weigert IHK te beschouwen als een belastingplichtige die handelt als dusdanig. Daarom zijn de voorwaarden voor een belaste verhuur niet vervuld en kan op zijn beurt Salix geen voorbelasting aftrekken. Dit op basis van de vaststelling dat Duitsland “een beetje” artikel 4(5), 4e alinea heeft ingevoerd.

  • Het Hof maakt hier brandhout van: er moet een expliciete bepaling zijn voor de uitbreiding van de niet-BP

  • Vrije keuze van wetgevingstechniek, maar het moet een onbetwistbare dwingende kracht hebben, voldoen aan het vereiste van specificiteit, nauwkeurigheid en duidelijkheid teneinde de rechtsduidelijkheid te waarborgen, en kunnen worden onderworpen aan toetsing door de nationale rechterlijke instanties

Salix heeft de zaak gewonnen, behalve indien de nationale rechter zou

vaststellen dat er zo’n expliciete bepaling in de Duitse wetgeving bestaat.

Als die er niet is  geen werkzaamheid als overheidsinstelling


Vraag 2 concurrentieverstoring

Vraag 2: concurrentieverstoring

59      Met zijn tweede vraag wenst het Bundesfinanzhof in wezen te vernemen of artikel 4, lid 5, tweede alinea, van de Zesde richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat publiekrechtelijke lichamen als belastingplichtig moeten worden beschouwd voor de werkzaamheden of handelingen die zij verrichten als overheid, niet alleen wanneer de omstandigheid dat zij niet belastingplichtig zijn uit hoofde van de eerste of de vierde alinea van die bepaling leidt tot concurrentievervalsing van enige betekenis ten nadele van hun particuliere concurrenten, maar ook wanneer dat leidt tot een dergelijke vervalsing in hun eigen nadeel.


En opnieuw de logica van artikel 4 5

En opnieuw… de logica van artikel 4(5):

64      Derhalve moet de verwijzende rechter eerst vaststellen of de verhuurwerkzaamheden van IHK werkzaamheden zijn die een publiekrechtelijk lichaam als overheid verricht in de zin van artikel 4, lid 5, eerste of vierde alinea, van de Zesde richtlijn. Enkel als dat het geval is, kan artikel 4, lid 5, tweede alinea, worden toegepast

Enkel als een activiteit buiten de werkingssfeer van btw valt (als overheid) kan er maar sprake zijn van die activiteit terug binnen de werkingssfeer van btw te trekken via concurrentieverstoring (dat niet eng kan worden uitgelegd)


Het antwoord op de tweede vraag

Het antwoord op de tweede vraag:

 Artikel 4, lid 5, tweede alinea, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat publiekrechtelijke lichamen als belastingplichtig moeten worden beschouwd voor de werkzaamheden of handelingen die zij verrichten als overheid, niet alleen wanneer de omstandigheid dat zij niet belastingplichtig zijn uit hoofde van de eerste of de vierde alinea van die bepaling leidt tot concurrentievervalsing van enige betekenis ten nadele van hun particuliere concurrenten, maar ook wanneer dat leidt tot een dergelijke vervalsing in hun eigen nadeel.


En in belgi

En in België?

  • Er bestaat geen expliciete wettelijke bepaling ingevolge dewelke de vrijstellingen van artikel 44 vallen onder de status van niet-belastingplichtig overheidslichaam

  • Een overheid die vrijgestelde handelingen verricht handelt dus als belastingplichtige!


En in belgi1

En in België?

  • Grondwettelijk Hof, 17 juli 2008:

    • Artikel 13, lid 2, van de richtlijn van 28 november 2006 kan bijgevolg niet in die zin worden geïnterpreteerd dat het aan de lidstaten de vrijheid laat om te beslissen dat de in artikel 13, lid 1, eerste alinea, vermelde regel van de niet-btw-plichtigheid van de publiekrechtelijke lichamen niet van toepassing is op de publiekrechtelijke lichamen die als overheid handelingen verrichten die van btw zijn vrijgesteld krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek.

  • Onjuiste redenering want:

    • Is gebaseerd op het antwoord op de zesde vraag in HvJ, C-446/98, 10 december 2000 (Fazenda Publica)

    • Als de uitbreiding van art. 4(5), vierde alinea alleen maar geldt voor vrijgestelde handelingen (en dus niet voor belaste verhuur van parking), wil dit dan zeggen dat een overheid dit niet meer als overheid kan doen?

    • HvJ: jawel, art. 4(5), vierde alinea is een uitbreiding van art. 4(5), eerste alinea en geen beperking ervan.

    • Maw: art. 4(5), eerste alinea kan nog perfect spelen voor BELASTE handelingen.

    • Beste bewijs dat vrijgestelde handelingen oorspronkelijk binnen de werkingssfeer van btw moeten vallen, is de bevestiging dat art. 4(5), vierde alinea een uitbreiding van alinea 1 is, die daarenboven expliciet wettelijk moet zijn voorzien.


En in belgi2

En in België?

  • De programmawet van 2006 sloot uitdrukkelijk art. 44 handelingen uit van de niet-belaste sfeer

  • Dit is niet nodig: art. 44 handelingen vallen binnen de werkingssfeer behalve indien België in een uitbreiding van de niet-BP zou hebben voorzien

  • Impact van vrijgesteld versus buiten de werkingssfeer is eerder beperkt in België (art. 19, §2, 1° and art. 21, §3, 7° -- VAT package; geen optie onroerende verhuur)

  • Belangrijkste les van Salix: concurrentieverstoring in het nadeel van de overheidsinstelling kan aangekaart worden (optimalisaties?)


En in belgi3

En in België?

Frequently Asked Questions

  • Na de beslissing van het Grondwettelijk Hof werd een overheid terug een overheid voor vrijgestelde handelingen art. 44

  • Het kan enkel belastingplichtig worden wanneer er concurrentieverstoring is

  • Concurrentieverstoring wordt niet veroorzaakt door art. 19

  • Concurrentieverstoring wordt niet veroorzaakt door aftrek van voorbelasting (zelfde regime overheden en vrijgestelden)

  • De btw-administratie behoudt zich het recht voor haar standpunt te herbekijken in functie van de Salix case


En in belgi4

En in België?


Onroerend goed

Onroerend goed

Recente ontwikkelingen


Domeinconcessies in havens en luchthavens wet van 31 07 2009 b s 06 08 2009

Domeinconcessies in havens en luchthavens – Wet van 31/07/2009 (B.S. 06/08/2009)

  • Terugblik

    • HvJ, Temco Europe, 18/11/2004

      • Onroerende verhuur = een autonoom begrip uit het communautair recht dat niet beïnvloed kan worden door puur nationale begrippen

      • “Precaire overdrachten verliezen niet hun hoedanigheid van huur door het enkele feit dat de beëindiging van de overeenkomst afhangt van de wil van de eigenaar” (Conclusie A.G. Colomer)

    • Vrijstelling in België voor domeinconcessies vanaf 01/01/2006, maar blijft status quo voor havens en luchthavens in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak CO GEP

    • HvJ, CO GEP, 25/10/2007

      • Domeinconcessies moeten worden behandeld als verhuur van eigendom (beginsel van neutraliteit)


Domeinconcessies in havens en luchthavens wet van 31 07 2009 b s 06 08 20091

Domeinconcessies in havens en luchthavens – Wet van 31/07/2009 (B.S. 06/08/2009)

  • De wet van 31/07/2009 introduceert een bijkomende uitzondering op de vrijstelling voor onroerende verhuur(art.44,§3,2°a) laatste lid W. btw)

     Domeinconcessies zijn volledig onderworpen aan btw.

  • Toegestaan door artikel 135, §2, laatste zin van de btw-richtlijn nr. 2006/112/CE

  • Oplossing gemaakt op maat van haven -en luchthavenactiviteiten die belangrijke investeringen moeten doen.


Onroerende verhuur bijkomende prestaties hvj rlre tellmer property 11 06 2009

Onroerende verhuur – Bijkomende prestaties – HvJ, RLRE Tellmer Property, 11/06/2009

  • Feiten

    RLRE Tellmer Property (RTP) is eigenaar van appartementsgebouwen die zij verhuurt. Bovendien factureert zij de kosten voor schoonmaakdiensten aan haar huurders afzonderlijk en zonder btw.

    De Tsjechische fiscale administratie gaat er echter van uit dat er wel btw op deze facturen moet vermeld worden.

  • Vraag

    Zijn schoonmaakkosten die gefactureerd worden aan huurders begrepen in onroerende verhuur en moeten zij bijgevolg ook worden vrijgesteld van btw?


Onroerende verhuur bijkomende prestaties hvj rlre tellmer property 11 06 20091

Onroerende verhuur – Bijkomende prestaties – HvJ, RLRE Tellmer Property, 11/06/2009

  • Het Hof herhaalt enkele grote principes:

    • De uitzonderingen dienen strikt geïnterpreteerd te worden aangezien zij een afwijking vormen van het algemene principe van belastingheffing voorzien door de Richtlijn.

    • Elke prestatie moet normaal beschouwd worden als “afzonderlijk en onafhankelijk”

    • Het Hof herhaalt desondanks het principe waarbij “de bijzaak de hoofdzaak volgt.”

      (Vaste rechtspraak)

      • ”Een prestatie moet beschouwd worden als bijkomstig aan een hoofdprestatie wanneer zij voor de klanten geen doel op zich is, maar een middel om de hoofdprestatie van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken.”

      • Er kan ook gesproken worden van één enkele prestatie “wanneer twee of meer elementen of handelingen die de belastingplichtige levert of verricht, zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie vormen.”


Onroerende verhuur bijkomende prestaties hvj rlre tellmer property 11 06 20092

Onroerende verhuur – Bijkomende prestaties –HvJ, RLRE Tellmer Property, 11/06/2009

  • In dit geval

    • Schoonmaakdiensten vallen niet onder het begrip verhuur.

    • Bovendien staat vast dat de diensten bestaande in de schoonmaak van de gemeenschappelijke delen van een gebouw op verschillende wijzen kunnen worden verricht: ofwel door een derde die direct de huurders factureert, ofwel door de verhuurder die hiervoor zijn eigen personeel inschakelt of een schoonmaakbedrijf hiermee belast.

    • Het Hof besluit dat in dit geval, de verhuur en de diensten bestaande in de schoonmaak moeten worden aangemerkt als zelfstandige, onderling scheidbare handelingen.

  • Quid in België?

    • In principe maken bijkomstige diensten (verwarming, verlichting, water, tuinonderhoud, …) deel uit van de vrijstelling van onroerende verhuur.

    • Maar er is een administratieve tolerantie (circ. 4/1973): optionele belastbaarheid van bijkomstige diensten wanneer een aparte en vaste prijs werd bepaald tussen de partijen.


Verhuur van opslagplaatsen rechtbank gent 08 05 2008

Verhuur van opslagplaatsen – Rechtbank Gent, 08/05/2008

  • Feiten

    • Een verhuurder sluit in 1993 een huurovereenkomst af voor een gebouw dat gebruikt zal worden door de huurder als bureau, show-room en opslagplaats: het geheel van deze verhuur is vrijgesteld van btw (art.44,§3,2°, W. btw).

    • Vervolgens in 1999, koopt de verhuurder een aangrenzend gebouw dat hij in 2000 ter beschikking stelt aan dezelfde huurder als opslagplaats via een nieuw contract. Dit nieuw contract is onderhevig aan btw (art.44,§3,2°,a, W. btw).

    • De administratie gaat er van uit dat deze twee contracten beschouwd moeten worden als één onroerende verhuur vrijgesteld van btw (aangezien het magazijn grenst aan het eerste gehuurde onroerend goed).


Verhuur van opslagplaatsen rechtbank gent 8 5 2008

Verhuur van opslagplaatsen – Rechtbank Gent, 8/5/2008

  • De rechtbank

    • De vrijstelling voor onroerende verhuur moet strikt worden geïnterpreteerd.

    • In dit geval is de beschikbaarheid van het magazijn een doel op zich, dat onafhankelijk is van de huur van het eerste gebouw.

    • De 2 gebouwen bevinden zich daarenboven in een verschillend kadastraal perceel en zijn duidelijk geïndividualiseerd door een scheidingsmuur.

    • Er is geen enkele wettelijke verantwoording te vinden waardoor deze verhuur van de opslagplaats niet onderworpen zou zijn aan btw.


De vat package 2010 plaatsbepaling schuldenaar listing voor diensten

De VAT package 2010 Plaatsbepaling – schuldenaar – listing voor diensten


Wijziging van de hoofdregels

Wijziging van de hoofdregels


De vaste inrichting 2 begrippen i in hoofde van de dienstverrichter

De vaste inrichting – 2 begrippen? (i) in hoofde van de dienstverrichter

  • De vaste inrichting veronderstelt:

    • De permanente vereniging van de volgende elementen

      • Personeel

      • Technische middelen

      • Noodzakelijk voor het verrichten van prestaties

      • (zie onder meer HvJ, C-168/94, 4 juli1985, Gunter Berkholz)

  • Zie ook HvJ, Planzer, C-73/06, 28 juni 2007

    • Een vaste plaats die enkel wordt gebruikt om voor de onderneming voorbereidende of hulpactiviteiten te verrichten, zoals het aanwerven van personeel of het aankopen van technische middelen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de ondernemingsactiviteiten, is geen vaste inrichting.


De vaste inrichting 2 begrippen ii in hoofde van de ontvanger van de dienst

De vaste inrichting – 2 begrippen? (ii) in hoofde van de ontvanger van de dienst

  • Om de dienst te lokaliseren op de plaats van de vaste inrichting (B2B – artikel 44, 2e zin van de BTW-Richtlijn), is het nodig dat die inrichting zelf als gebruiker van de gefactureerde diensten optreedt


De regel prioriteit voor de bedrijfszetel

De regel – prioriteit voor de bedrijfszetel

  • De Belgische administratie vindt dat de lokalisatie van diensten op de plaats van de vaste inrichting subsidiair is ten opzichte van de bedrijfszetel en daarom alleen maar van toepassing is wanneer de bedrijfszetel geen rationele oplossing geeft voor wat de plaats van het echte gebruik van de diensten betreft.


Afwijking plaatsbepaling in functie van de vaste inrichting

Afwijking – plaatsbepaling in functie van de vaste inrichting

  • Om te kunnen afwijken van de lokalisatie op de plaats van de bedrijfszetel en de dienst te taxeren op de plaats van de vaste inrichting, kunnen de volgende formele elementen een rol spelen. Deze elementen zijn nuttig, maar niet noodzakelijk voldoende:

    • Het feit dat het contract gesloten wordt door de vaste inrichting;

    • Dat de bestelbon werd opgemaakt door de vaste inrichting;

    • Dat de handeling wordt gefactureerd op naam van de vaste inrichting en onder zijn adres en btw-nummer;

    • Dat de betaling wordt verricht vanuit een rekening op naam van de vaste inrichting.

  • Het is dus minstens van belang dat de afhandeling van de commerciële en financiële stukken met betrekking tot de handeling gebeurt door middel van de vaste inrichting.

Parlementaire Vraag nr 498 van de heer François-Xavier de Donnea van 28.05.2009


Opgepast impact van de laatste zin van overweging 4 van de richtlijn 2008 8 eg

Opgepast – Impact van de laatste zin van overweging 4 van de richtlijn 2008/8/EG

  • De bepalingen met betrekking to artikel 44 van de richtlijn moeten volgens de gebruikelijke voorschriften niet gelden voor diensten die door een belastingplichtige worden afgenomen voor persoonlijk gebruik door hemzelf of door zijn personeel.

  • De regels B2C (artikel 45 van de richtlijn) zijn niet alleen van toepassing op privé-personen (niet-BP), maar ook op BP die handelingen in hun privé-belang.

  • Geen B2B  geen listing


Parl vr nr 489 van de heer fran ois xavier de donnea van 28 05 2009

Parl. Vr. nr 489 van de heer François-Xavier de Donnea van 28.05.2009

  • De administratie aanvaardt dat als de dienstverrichter, wanneer hij handelt met een belastingplichtige die de ontvangen diensten zowel voor privé-doeleinden als voor de doeleinden van zijn economische activiteiten aanwendt, de plaatsbepaling vaststelt alsof de belastingplichtige afnemer volledig als dusdanig handelt.

  • Het begrip « uitsluitend voor privé-doeleinden » lijkt onverenigbaar te zijn met een belastingplichtige afnemer van de dienst die een rechtspersoon is.


Btw topics 2009 iab

Culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs, vermakelijkheidsactiviteiten – toegang tot culturele, sportieve, enz evenementen – vanaf 2011

  • Het begrip evenement heeft een beperktere draagwijdte dan het begrip activiteit dat gekenmerkt wordt door het voortdurend karakter ervan.

  • Een evenement op cultureel, artistiek, sportief,… vlak onderscheidt zich aldus van een activiteit door het occasionele karakter van de organisatie.

  • De toegang tot een evenement houdt de toelating in om een plaats binnen te gaan waar het evenement plaatsheeft en bij te wonen (toegangsbiljet).


Btw topics 2009 iab

Overzichtstabel - vanaf 2011

1. Toegang tot evenementen (B2B) met de mogelijkheid om een toegangsbiljet ter plaatse te krijgen

2. Andere gevallen dan 1

Afnemer is BP

Afnemer is niet-BP

Plaats waar het

evenement

effectief plaatsvindt

(art. 53 – versie

2011)

Plaats waar de

afnemer is

gevestigd

(nieuw art. 44)

Plaats waar het

evenement

effectief plaatsvindt

(art. 54 – versie 2011)


Schuldenaar einde van het attractieprincipe

Schuldenaar – einde van het attractieprincipe


Attractieprincipe nieuwe draagwijdte

Attractieprincipe – nieuwe draagwijdte

  • Nieuw artikel 192bis

    • « Voor de toepassing van deze afdeling wordt een belastingplichtige die een vaste inrichting heeft op het grondgebied van de lidstaat waar de belasting verschuldigd is, geacht een niet in die lidstaat gevestigde belastingplichtige te zijn wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

      a) hij verricht op het grondgebied van deze lidstaat een belastbare goederenlevering of een dienst;

      b) bij het verrichten van die goederenlevering of die dienst is geen inrichting van de leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van deze lidstaat betrokken»

    • Nieuwe interpretatie van artikel 51 W.BTW vanaf 1 januari 2010


Begrip van betrokkenheid

Begrip van betrokkenheid

  • Zeer brede interpretatie

  • Een dienst wordt verricht vanuit een vaste inrichting wanneer deze direct of indirect en in om het even welke hoedanigheid, betrokken is bij het verrichten van de dienst.

  • Deze regel is ook van toepassing op leveringen van goederen.


Welke redenering te volgen

Welke redenering te volgen?

Heeft de dienstverrichter een vaste inrichting in de lidstaat van de klant?

JA

NEEN

Is “een” inrichting betrokken?

Verlegging van heffing

JA

NEEN

Factuur uitgereikt door de vaste inrichting

Behalve een “administratieve” functie


Een actieve vaste inrichting commissie itali c 244 08 16 07 2009

Een « actieve » vaste inrichting Commissie/Italië, C-244/08 - 16.07.2009

  • Voor de eerste maal in de EU rechtspraak komt het begrip “actieve vaste inrichting” ter sprake (overweging 30)

  • Het bestaan van actieve handelingen in de betrokken lidstaat is een beslissende factor om 8e en 13e Richtlijn teruggaven uit te sluiten (overweging 31)


Een actieve vaste inrichting commissie itali c 244 08 16 07 20091

Een « actieve » vaste inrichting Commissie/Italië, C-244/08 - 16.07.2009

  • Een BP die over een vaste inrichting beschikt in een andere lidstaat wordt derhalve beschouwd als zijnde gevestigd in die lidstaat en mag daarom het recht op aftrek uitoefenen met betrekking tot de btw op aankopen aldaar, ongeacht of die aankopen door de vaste inrichting zijn gedaan dan wel door de hoofdzetel gelegen in een ander land.


Hvj eg 19 februari 2009 athesia druck

HvJ EG 19 februari 2009, Athesia Druck

Klant

DE

+ IVA?

IT

+ IVA

Athesia Advertising GmbH

AT

Athesia Druck

+ IVA?

Reclame in Italiaanse kranten,

tijdschriften, radio en TV

Klant

AT

Handelingen van voor 1995 (Oostenrijk is nog geen lidstaat)

De prejudiciële vragen worden gesteld naar aanleiding van een teruggaafclaim

13e Richtlijn in Italië.


Hvj eg 19 februari 2009 athesia druck1

HvJ EG 19 februari 2009, Athesia Druck

  • De redenering van het Hof:

    • De plaatsbepaling van de twee transacties moet per schakel in de ketting worden bekeken

    • De “werkelijke gebruiks- en exploitatieregel” zorgt ervoor dat een dienst terug binnen de taxatie van “het binnenland” valt

    • “het binnenland” is daar waar het werkelijk gebruik en de werkelijke exploitatie is, ttz het land van waaruit de reclameboodschappen worden verspreid (Italië)

    • Dit geldt alleen maar voor diensten die effectief onder artikel “9(2)(e)” vallen, wat blijkbaar niet het geval is wanneer een dienstverrichter in een derde land de diensten verricht voor zijn klanten

    • Het feit dat de Athesia Oostenrijk een fiscaal vertegenwoordiger heeft in Italië voor de teruggaaf, is niet van belang voor de plaatsbepaling en belastbaarheid


Hvj eg 3 september 2009 rci europe

HvJ EG 3 september 2009, RCI Europe

  • Organisatie die timesharing-pool beheert:

    • Mogelijkheid tot inbreng vakantiegebruiksrechten

    • Beschikking krijgen over door anderen ingebachte gebruiksrechten

    • Leden hebben alleen contact met RCI

  • In ruil voor de beheersdiensten betalen de leden:

    • Inschrijvingsgeld (eenmalig)

    • Lidmaatschapsgeld (jaarlijks)

    • Ruilvergoeding (bij gebruik)


Hvj eg 3 september 2009 rci europe1

HvJ EG 3 september 2009, RCI Europe

Het Hof:

  • Kunnen de bijdragen en vergoedingen van de leden gekoppeld worden aan afzonderlijke diensten van RCI? NEEN:

    • Inschrijvingsgeld en jaarlijks lidmaatschap hebben enkel nut doordat er later rechten geruild worden

    • Bij de inschrijving verbindt RCI zich er toe om in de toekomst de verlangde dienst (ruilen) te verlenen

    • Inschrijvingsgeld en jaarlijks lidmaatschap zijn tegenprestatie voor de deelname aan een programma dat werd opgezet om rechten te ruilen

    • De dienst van RCI bestaat enkel in het ruilen zelf, of het bieden van de mogelijkheid daartoe. De toegang tot de ruilbeurs en informatie erover zijn bijkomstig

  • Wat is de plaats van de dienst? Waar het onroerend goed is gelegen?

    • Dan moet er een voldoende rechtstreeks verband zijn tussen de dienst en het onroerend goed

    • De dienst van RCI heeft betrekking op het onroerend goed waarop de eigenaar die wil ruilen een recht heeft

    • Dit sluit aan bij het principe dat btw zoveel mogelijk moet geheven worden op de plaats waar goederen en diensten worden verbruikt

    • Als de plaats van de dienstverrichter zou worden genomen, kan men de btw trouwens gemakkelijk ontlopen door zich buiten de EU te vestigen (cf RAL case)


Maatstaf van heffing

Maatstaf van heffing


Hof van beroep van brussel 05 01 2009

Hof van Beroep van Brussel 05/01/2009

  • FEITEN

    1. Een vennootschap die evenementen organiseert, reikt op dezelfde dag 2 facturen uit aan de Belgische Staat :

    • Eén factuur voor “de organisatie van conferenties” ten belope van 60.570 € + 21% BTW

    • Eén factuur voor “terugbetaling van kosten gemaakt voor rekening van de Belgische Staat”, met toepassing van 3 BTW-tarieven volgens de aard van elke kost ten belope van 291.061 €, als volgt opgesplitst :

      • 251.450 € aan 21%

      • 23.632 € aan 6%

      • 15.979 € aan 0%

        2. BTW-controle

        Inbreuk op de BTW-wetgeving : de vennootschap diende de totaliteit te factureren aan 21 %

        3. Rechtbank Brussel 02/03/2006

        De kosten zijn geen voorschotten. Eén globale prestatie → alles aan 21%


Btw topics 2009 iab

  • BEROEP BRUSSEL, 01/05/2009

    1. Het doel van de opdracht betrof duidelijk de technische en logistieke organisatie van conferenties, met inbegrip van een geheel van nauw met elkaar verbonden taken. De vennootschap verricht geen dienst van tussenpersoon tussen de Staat en de onderaannemers die een loutere doorfacturering van de initiële kosten rechtvaardigt.

    Het loutere feit dat enkel de kostprijs wordt doorgerekend rechtvaardigt eveneens niet de loutere doorfacturering als initiële kost vermits de kostprijs integraal deel uitmaakt van de dienst gewenst door de klant, en bijgevolg van de prijs waartegen deze dienst wordt verkocht.

    2. Het feit dat, na afrekening met de onderaannemers, de vennootschap per saldo slechts 60.570,00 euro (exclusief BTW) heeft ontvangen op een totaal van 351.631,00 euro (totaal van beide facturen), is van weinig belang.

    → De verdeling van de globale prijs over 2 facturen is in casu puur kunstmatig. De maatstaf van heffing van de organisatie van conferenties, onderworpen aan 21%, omvat zowel de winstmarge als de doorgefactureerde kosten. Correcte toepassing van art. 26,1, W BTW: de maatstaf van heffing = “alles wat de tegenprestatie uitmaakt” (vgl. ook PV n°1286, 10/05/2006 en EU rechtspraak CPP, Levob)


Aftrek en teruggaaf

Aftrek en teruggaaf


Kosten bij verkoop appartementen rechtbank gent 22 september 2008

Kosten bij verkoop appartementenRechtbank Gent, 22 september 2008

Aftrek?

Publiciteitskosten

Commissielonen

Vennootschap X

Bouwpromotor

Koper

Vennootschap Y

Grondeigenaar


Kosten bij verkoop appartementen rechtbank gent 22 september 20081

Kosten bij verkoop appartementenRechtbank Gent, 22 september 2008

  • De uitspraak:

    • De kosten hebben gedeeltelijk niet betrekking op de eigen economische activiteit (de grond)  geen aftrek volgens art. 45, §1 (bestemmingsbeginsel)

    • Geen toepassing van art. 46 (gemengde BTW-plicht), maar wel dezelfde berekeningswijze (teller = gebouw; noemer = gebouw + grond)

    • Het uiteentrekken van een activiteit en het verdelen ervan over twee vennootschappen, behalve voor de kosten, mag geen concurrentieverstorend voordeel inzake btw opleveren

    • Geen toepassing van “Breitsohl” principes, maar een splitsing gebouw (belast) en grond (vrijgesteld)

  • Conclusie

    • Zeer verregaand vonnis: wat met de minst belaste weg en de testen voor rechtsmisbruik?

    • De dienstverrichters hebben immers geen enkele juridische verhouding tot de grondeigenaars die wel als economische begunstigden worden beschouwd. Moest hier dan geen gedeeltelijke doorrekening zijn door de promotor aan de grondeigenaar?


Kosten van onthaal versus publiciteitskosten a never ending story

Kosten van onthaal versus publiciteitskosten: a never ending story

  • Begrippen:

    • Kosten van onthaal: creëren van een algemene gunstige atmosfeer ten overstaan van de onderneming

    • Publiciteitskosten:

      • Niet noodzakelijk kosten die op zichzelf beschouwd reclamediensten zijn (bv advertenties), maar ook kosten die een publicitair oogmerk of karakter hebben (bv events)

      • Kosten die hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel hebben de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of een dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen (Cass., 8 april 2005)

      • Administratie heeft de aftrek van de btw hierover aanvaard

    • NB: rechtspraak inzake inkomstenbelastingen is verdeeld over toepassing van artikel 53,8° WIB 92 (soms 50% receptiekosten, soms overeenstemming met btw en volle aftrek als publiciteitskost)


Kosten van onthaal versus publiciteitskosten a never ending story1

Kosten van onthaal versus publiciteitskosten: a never ending story

  • Maar wat met het eten en drinken? Wat met artikel 45, §3, 3° W.BTW?

    • Administratie: absolute aftrekbeperking, ongeacht of ze een publicitair oogmerk hebben of niet

    • (Lagere) rechtspraak is verdeeld, maar meerderheid is vóór aftrek want catering maakt deel uit van het event (en publicitair karakter neemt dus de bovenhand)

  • Wat met catering in het kader van seminaries (extern, intern) of bedrijfsfeesten, team building events, enz?


Kosten van onthaal versus publiciteitskosten a never ending story2

Kosten van onthaal versus publiciteitskosten: a never ending story

  • Enkele recente uitspraken


Vereniging noordelijke land en tuinbouw organisatie hvj c 515 07 12 februari 2009

Vereniging Noordelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, HvJ, C-515/07, 12 februari 2009

Contributies

Algemene belangen

van de leden

Investeringsgoederen

Niet-investeringsgoederen

(algemene kosten)

VNLTO

Behartiging belangen van de agrarische sector in Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland

Specifieke diensten

Vergoeding

1. Kan VNLTO alle goederen en diensten, die worden gebruikt voor zowel bedrijfsmiddelen als voor andere dan bedrijfsmiddelen, volledig voor zijn onderneming bestemmen (en dus alle btw aftrekken)?

2. Als dat zo is, moet de correctie igv art 26 btw-richtlijn in éénmaal worden toegepast, of ook voor de volgende tijdvakken en als er geen afschrijving is, wat is dan de maatstaf van heffing?


Vereniging noordelijke land en tuinbouw organisatie hvj c 515 07 12 februari 20091

Vereniging Noordelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, HvJ, C-515/07, 12 februari 2009

  • De uitspraak:

    • Handelingen buiten de werkingssfeer van btw (de behartiging van algemene belangen) zijn geen handelingen “andere dan bedrijfsdoeleinden”

    • Dit is niet hetzelfde als de situatie waarin bvb een onroerend goed professioneel wordt gekocht om dan later privé te worden gebruikt. Het latere privégebruik is duidelijk voor “andere dan bedrijfsdoeleinden” en een initiële volledige toewijzing aan het bedrijf (en dus volledige aftrek) met latere correcties is mogelijk

    • De belangenbehartiging van VNLTO is beroepsmatig, maar niet binnen de werkingssfeer van btw. De uitgaven hebben daarom initieel ook betrekking op handelingen buiten de werkingssfeer en het recht op aftrek moet daarom initieel beperkt wordenzonder latere correctie op grond van art. 26 van de btw-Richtlijn.


Ontvangst van dividenden hof van beroep antwerpen 4 september 2007

Ontvangst van dividendenHof van Beroep Antwerpen, 4 september 2007

  • De feiten

    • Een vennootschap verricht boekhouddiensten en verhuurt landbouwmachines. Zij ontvangt ook dividenden en interesten: hebben deze een (negatief) effect op het recht op aftrek?

  • Het Hof:

    • Dit is een gedeeltelijke belastingplichtige

    • Aftrek is enkel toegestaan voor de btw op goederen en diensten bestemd voor de economische activiteit en niet voor de inning van dividenden en interesten

    • De berekening kan niet aan de hand van artikel 46 WBTW want dit is voor gemengde BP

    • Daarom is een bijzonder verhoudingsgetal terecht (teller = belastbare handelingen, noemer = totale ontvangsten)

  • Kritiek

    • Constante rechtspraak HvJ: dividenden zijn uitgesloten van het verhoudingsgetal voor een gemengde BP (bvb Satam, EDM)

    • Uitspraak HvJ in Securenta: er zijn andere methoden mogelijk

    • Je moet eigenlijk kijken naar de omvang van de uitgaven met btw die worden aangezogen door de dividenden/interesten ipv de omvang van de inkomsten zelf (EDM case)


Handelingen buiten de werkingssfeer voorafgaande beslissing nr 800 309 van 21 oktober 2008

Handelingen buiten de werkingssfeerVoorafgaande beslissing nr. 800.309 van 21 oktober 2008

  • De situatie en vraag

    • Vereniging die gedeeltelijk/gemengd BP is (beroepsopleidingen, verkoop brochures, wetenschappelijk onderzoek, studiedagen)

    • Hoe input btw aftrekken?

  • De voorafgaande beslissing

    • Overzicht van de btw-behandeling van de activiteiten. Interessant is dat het verrichten van onderzoek in het belang van de leden dmv financiële ondersteuning of subsidie van de overheid geen economische activiteit is.

    • Enkel methode werkelijk gebruik is mogelijk

    • Bijzonder verhoudingsgetal (volgens art. 46, §1 W.BTW) wanneer de precieze bestemming van de inkomende goederen of diensten niet mogelijk is  ook de subsidies in de noemer! (zie ook Parl. Vr. nr. 314 van 22 december 1999 van Nyssens)

  • Er zijn andere mogelijkheden om de aftrek van btw op overheads te berekenen (Securenta)


Teruggaaf van btw bankrekening kb 14 4 09

Teruggaaf van BTW – bankrekening – KB 14/4/09

  • Vroegere procedure

    • Volmacht aan Belgische financiële instellingen teneinde teruggaven van BTW te ontvangen

    • Opgave via formulier 690

    • Administratie gaf globaal terug aan één bepaalde instelling die vervolgens herverdeelde aan de verschillende belastingplichtigen

  • Nieuwe procedure

    • Rechtstreekse teruggaaf op rekeningnummer van belastingplichtigen

    • Buitenlands rekeningnummer mogelijk (SEPA-land)

    • Opgave via formulier 604A – wijziging via formulier 604B


Teruggaaf van btw maandelijkse teruggaaf

Teruggaaf van BTW - Maandelijkse teruggaaf

  • Uitbreiding mogelijkheden maandelijkse teruggaaf

  • Maandelijkse teruggaaf nu mogelijk indien:

    • Tijdens dezelfde periode voor ten minste 30% van omzet leveringen van goederen en diensten heeft verricht::

      • welke van de belasting zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 39, 39bis en 39quater van het Wetboek (IC levering, export, BTW-entrepot);

      • welke van de belasting zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 40, § 2, 1° en 2°, 41, § 1, 2° tot 7° en 42 van het Wetboek;

      • waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig de artikelen 51, § 2, 5° en 51, § 4, van het Wetboek;

      • waarvoor het verlaagd btw-tarief van toepassing is overeenkomstig de artikelen 1bis, 1quater tot 1sexies van het koninklijk besluit nr. 20;

      • die in het buitenland plaatsvinden voor zover het overschot voortvloeit uit de voorfinanciering van de belasting geheven op deze goederen en diensten.

  • Indieners van kwartaalaangiften kunnen overstappen naar maandaangiften na elk kwartaal - tolerantie


Verplichtingen

Verplichtingen

Facturatie, aangifte en listing


Verbeterend stuk parl vr 102 van 14 01 09 brotcorne

Verbeterend stuk – Parl. Vr. 102 van 14.01.09, Brotcorne

  • Vergissingen in uitgaande facturen: wat te doen?

    • De vergissing vereist geen aanpassing van de aangifte:

      • Eén enkel verbeterend stuk (geen creditnota gevolgd door een nieuwe factuur)

    • De vergissing vereist een aanpassing van de aangifte:

      • De belastingplichtige heeft de keuze

        • Eén enkel verbeterend stuk

        • Een creditnota/verbeterend stuk gevolgd door een nieuwe factuur

    • De vergissing betreft de identiteit van de klant

      • Een verbeterend stuk gevolgd door een nieuwe factuur

  • Het verbeterend stuk MOET altijd worden opgesteld door degene die de initiële factuur heeft uitgereikt


Verplichtingen in het kader van de vat package

Verplichtingen in het kader van de VAT package

Mededeling van 23 maart 2009 door de Minister van Financiën


Identificatie en periodieke aangiftes

Identificatie en periodieke aangiftes

  • Identificatie: toekenning van een nummer aan ALLE belastingplichtigen, inbegrepen de vrijgestelde belastingplichtigen die diensten ontvangen zoals bedoeld in artikel 44 van de richtlijn (en ook grensoverschrijdende diensten verrichten wanneer de afnemer btw-schuldenaar is)

    • Zonder implicatie voor de drempel van intracommunautaire verwervingen

  • Verplicht maandelijkse aangiftes zodra de drempel van 400.000 € aan IC leveringen van goederen wordt bereikt

    • Nieuwe roosters 44 en 88 (55 en 59 voor de verschuldigde respectievelijk aftrekbare BTW)

    • Rooster 00: op grond van artikel 44 WBTW vrijgestelde handelingen, verricht door gemengde of gedeeltelijke belastingplichtigen


Intracommunautaire listing

Intracommunautaire listing

  • Uitbreiding van de listing voor intracommunautaire handelingen

    • Intracommunautaire leveringen van goederen (code « L ») en diensten (code « S ») gerapporteerd in rooster 44

    • Maandelijks indien maandelijkse aangiftes

    • Op kwartaalbasis indien aangiftes op kwartaalbasis (tenzij indien IC leveringen goederen > 100.000 EUR in de loop van elk van de 4 voorgaande kwartalen)

    • Jaarlijks voor de landbouwondernemers


Jaarlijkse listing

Jaarlijkse listing

  • Jaarlijkse klantenlisting

    • Geen nihil-listing maar aankruising van een nieuw rooster in de aangifte van december dan wel het vierde kwartaal

    • BTW-eenheid: afzonderlijke mededeling door de leden van de eenheid in geval van nihil-listing

    • Verplichte elektronische indiening. In geval van vrijstelling, indiening op papier bij het scanningscentrum.


Diversen

Diversen


Relanceplan btw maatregelen voor bedrijven in financi le moeilijkheden

Relanceplan btw: maatregelen voor bedrijven in financiële moeilijkheden

  • Relanceplan

    « Bedrijven in financiële moeilijkheden zullen ook voor de btw (en de bedrijfsvoorheffing (…)) uitstel van betaling kunnen bekomen zonder dat daarbij boetes worden toegepast. De nalatigheidsinteresten zullen in dit geval sterk worden gereduceerd. »

  • Toepassingsgebied

    • Bedrijven die door de gevolgen van de huidige economische of bancaire crisis tijdelijk in moeilijkheden terecht gekomen zijn en die bij het hernemen van het vertrouwen van de consument tegen een duurzaam herstel kunnen aankijken.

    • Betreft btw verschuldigd tijdens en over eerste 3 kwartalen van 2009


Relanceplan btw maatregelen voor bedrijven in financi le moeilijkheden1

Relanceplan btw: maatregelen voor bedrijven in financiële moeilijkheden

  • Drie maatregelen:

    • Uitstel van betaling

    • Vermindering nalatigheidsinteresten

    • Niet-toepassing administratieve geldboete wegens niet-betaling btw

  • Procedure:

    • Indiening verzoek bij bevoegd btw-ontvangkantoor

    • Na onderzoek beslist ontvanger en deelt zijn beslissing per brief mee


Proportionele boetes

Proportionele boetes

  • Rechtbank Brussel 5/2/9

    • De btw-administratie mag geen proportionele boete opleggen ingeval de afnemer van bepaalde prestaties ten onrechte de btw niet zelf voldaan heeft

    • Wanneer deze btw in hoofde van de afnemer volledig aftrekbaar is, is er immers netto geen btw verschuldigd

    • De rechter komt tot de conclusie dat de btw-administratie, bij gebrek aan verschuldigde belasting, ten onrechte een proportionele boete heeft opgelegd

  • Parl. Vr. 359 van 30/9/8

    • Bevestiging door de Minister van Financiën dat de huidige administratieve geldboeten met betrekking tot de bestaande systemen van verlegging van heffing niet altijd in verhouding zijn met de begane overtredingen. Bovendien worden vergelijkbare overtredingen niet altijd in gelijke mate bestraft. Dit zal in de toekomst dan ook bekeken worden


Verjaring

VERJARING

  • Programmwet van 22 december 2008 (art. 191)

    • Nieuw artikel 81bis van het BTW-wetboek

      • Bijzondere verjaringstermijn

        • De verjaringstermijn van 7 jaar zal eveneens van toepassing zijn “zodra de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden”

Verjaringstermijn

gewone

In geval van fraude

3 jaar

7 jaar (voorheen 5 jaar)


Rechtbank van eerste aanleg brussel 15 januari 2009

Niet-aangegeven omzet

(bijkomend)

2001

2002

2003

2004

2005

1999

2000

2006

Akkoord gesloten met de administratie

Bijkomend proces verbaal

Voor de periode 1999-2000

Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel – 15 januari 2009

Aanvang activiteit

  • Is in voorkomend geval de invordering verjaard?

  • Wat is de exacte draagwijdte van de notie “bewijskrachtige gegevens waarvan de administratie kennis heeft gekregen” in de zin van artikel 81bis W BTW ?


Rechtbank van eerste aanleg brussel 15 januari 2009 vervolg

Taxatie

BIJZONDERE BELASTINGINSPECTIE (BBI)

VENNOOTSCHAP

AOIF

De informatie van de AOIF werd voorafgaandelijk gevraagd door de BBI zelf

Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel – 15 januari 2009 (vervolg)

  • “bewijskrachtige gegevens waarvan de administratie kennis heeft gekregen”

  • Toepassingsvoorwaarden van art.81bis W BTW :

    • De elementen waarop de administratie haar invordering baseert mogen niet verzameld worden door de controledienst die de taxatie vastlegt, maar moeten gebaseerd zijn op gegevens meegedeeld door derden of door een andere administratie!


Rechtbank antwerpen 24 april 2009

Controle + PV

1

Doorgedreven BTW-controle

3

2

Kopie van het PV

Rechtbank Antwerpen – 24 april 2009

VZW

VZW doet beroep op buitenlandse arbeiders.

BBI vordert de betaling van de BTW op invoeren

BBI

Sociale inspectie

“Bewijskrachtige gegevens” in de zin van art. 81bis W BTW veronderstelt dat dergelijke gegevens ter kennis worden gebracht van de administratie zonder bijkomend onderzoek.

De Rechtbank vonnist: geen toepassing van deze verjaringstermijn


Bedankt voor uw aandacht en tot ziens

Bedankt voor uw aandacht en tot ziens


  • Login