Morfologie l.jpg
This presentation is the property of its rightful owner.
Sponsored Links
1 / 48

Morfologie PowerPoint PPT Presentation


  • 202 Views
  • Uploaded on
  • Presentation posted in: General

Morfologie. Woordvormen en woordformatie. Woorden als basis? (1). We denken aan woorden als basiselementen van de grammatica. Maar veel woorden vinden we in verschillende vormen: koek/koeken/koekje/koekjes, praten/praat/praatte/gepraat ,.. Lexicale opslag: kostbaar, ineffici ënt.

Download Presentation

Morfologie

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation

Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author.While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Presentation Transcript


Morfologie l.jpg

Morfologie

Woordvormen en woordformatie


Woorden als basis 1 l.jpg

Woorden als basis? (1)

  • We denken aan woorden als basiselementen van de grammatica.

  • Maar veel woorden vinden we in verschillende vormen: koek/koeken/koekje/koekjes, praten/praat/praatte/gepraat,..

  • Lexicale opslag: kostbaar, inefficiënt.


Woorden als basis 2 l.jpg

Woorden als basis? (2)

  • Gemiste generalisaties: agreement

  • Agreement: overeenkomst in persoon, getal, geslacht.

  • een stoel/*een stoelen, twee boeken/*twee boek, ik loop/*ik loopt/*ik lopen, een mooi boek/*een mooie boek.

  • Twee_pl boeken_pl, ik_1 loop_1.


Morfemen l.jpg

Morfemen

  • Morfemen: kleinste betekenisdragende elementen in de taal.

  • Morfeem: één of meer fonemen

  • Morfeem  lettergreep (syllabe)

  • kind, tafel, groot, gezellig.


Hoeveel morfemen l.jpg

groter

grot-er

cholocaatjes

chocolaa-tje-s

schoolbord

school-bord

wandelen

wandel-en,

wandelt

wandel-t

wandeling

wandel-ing

Hoeveel morfemen?


Woordsoorten 1 l.jpg

Woordsoorten (1)

  • Lexicale categoriën (inhoudswoorden): N (noun), V (verb), A (adjective/adverb).

  • Noun: wandeling, schoolbord, melk,..

  • Verb: wandelen, eten, breken..

  • Adjective: rood, koud, snel.

  • Adverb: gisteren, nog, wel.


Woordsoorten 2 l.jpg

Woordsoorten (2)

  • Grammaticale categoriën‘functiewoorden’

  • Det (determiner, lidwoorden de, een, telwoorden drie, veel, kwantoren alle, geen),

  • pronomina (ik, hij, hem),

  • voegwoorden (nevenschikkend en, maar, want, onderschikkend omdat, wanneer).

  • partikelsopbellen, aantrekken, inpakken..


Criteria l.jpg

Criteria

  • Inhoudswoorden vormen een open klasse, ruimte voor nieuwe woorden, voor woordformatie, referentiële betekenis.

  • Functiewoorden vormen een gesloten categorie, weinig vernieuwing, weinig of geen morfologie, betekenis lastig in isolatie te bepalen, veel contekst.


Twijfelgevallen l.jpg

Twijfelgevallen

  • P (preposition/postposition, adposition): gesloten categorie, b.v. in, naar, op, maar soms ook verwantschap met open klasse, b.v. (rond) de wereld (rond) /ronde tafel).

  • Aux (hulpwerkwoord): hebben, zijn, zullen, maar ook gebruik als zelfstandig werkwoord (ik heb geslapen/heb jij dat boek?).


Compounding l.jpg

Compounding

  • Wat kunnen we doen met woorden, om meer woorden te maken?

  • Compounding: twee inhoudswoorden aan elkaar plakken om een nieuw inhoudswoord te vormen.

  • School-bord, tafel-kleed, wit-bord, achter-ingang, schaats-baan, boen-was.


Portmanteau l.jpg

Mengvorm waarin twee of meer morfen zijn versmolten.

Bollywood: Bombay + Hollywood.

Microsoft: Micro+ software.

Infomercial: informatie + commercial.

Battus: Hugo Brandt Cortius

In Lewis Carroll’s Through The Looking Glass, Humpty Dumpty says to Alice " Well, slithy means lithe and slimy...You see it’s like a portmanteau—there are two meanings packed up into one word."

Portmanteau


Derivatie l.jpg

Derivatie

  • Derivatie: inhoudswoord combineren met een functioneel morfeem om een nieuw inhoudswoord, meestal van een andere lexicale categorie te vormen.

  • Wandel-ing, schrijv-er, computer-en, nomin-atie, ver-grijz-en, ..

  • blauw-ig, be-drinken, on-logisch, ..

  • bemoeizucht-ig-heid, klag-er-ig-heid,


Inflectie l.jpg

Inflectie

  • Inflectie: inhoudswoord combineren met grammaticaal morfeem, dat een andere vorm van hetzelfde woord (dezelfde lexicale categorie) oplevert.

  • Verschillende typen inflectie per lexicale categorie.


Inflectie op n l.jpg

Inflectie op N

  • Enkelvoud/meervoud: stoel-stoelen, gato-gatas (Spaans).

  • Naamval: mensa-mensae-mensam (Latijn). Vgl. pronomina hij/hem.

  • Grammatikaal geslacht: Du der Mensch, die Frau, das Kind. Nl de man, de vrouw, het kind. Sp gato-gata. Vgl. Pronomina hij/zij.

  • Verkleinwoord: koek-koekje, tafel-tafeltje.


Inflectie op v 1 l.jpg

Inflectie op V (1)

  • Getal: loopt-lopen, liep-liepen.

  • Persoon: ik loop, hij loopt, wij lopen.

  • Talen met veel/weinig getals- en persoonsinformatie, b.v. Spaans vs. Nl.


Inflectie op v 2 l.jpg

Inflectie op V (2)

  • Werkwoordstijden: lopen-liep, montre-montrait-montrera (Frans).

  • Soms met hulpwerkwoorden: heeft gelopen, gaat regenen, zal sterven/ il a marché, il va pleuvoir (Frans).

  • Primair tegenwoordige, verleden, toekomende tijd, maar meer vormen dan drie.


Inflectie op v 3 l.jpg

Inflectie op V (3)

  • Aspect: walks/is walking, ate/was eating

  • Slavisch aspect: perfectief (‘complete handeling’) vs. imperfectief (‘ongoing’). malować (schilderen_imp), pomalować, namalować (schilderen_perf ) (Pools).

  • Wijs (‘mood’): indicatief/subjonctief (aanvoegende wijs), leve de koningin; je voudrais que tu viennes/*vient (Frans).


Inflectie op a l.jpg

Inflectie op A

  • Geslacht: een mooi boek/*een mooie boek. (de vs. het). un livre vert une feuille verte (Frans )

  • Getal (niet in Nl). les livres verts/les feuilles vertes (Frans).

  • Graden van vergelijking: groot-groter-grootst, oud-ouder-oudst.


Portmanteau inflectie l.jpg

Portmanteau inflectie

  • Loop-t: t = 3e persoon + enkelvoud + tegenwoordige tijd.

  • Russisch: uitgang -ach, zoals in v gorod-ach (in de steden) = locatief (casus) + meervoud.

  • Vgl Hongaars: twee aparte uitgangen: a város-ok-ban, waarbij -ok = meervoud, en -ban = "in".


Soorten morfemen l.jpg

Soorten morfemen


Gebonden vs vrij l.jpg

Gebonden vs. vrij


Nul morfemen l.jpg

Nul morfemen

  • Soms zie je niet dat een woord van vorm is verandert, maar bestaat het wel in verschillende vormen (met bijbehorende betekenissen).

  • Zingen (V/N): zij begonnen te zingen/ het zingen verveelde mij.

  • Engels deer (sg) – deer (pl).


Volgorde kwesties l.jpg

Volgorde kwesties

  • Derivatie < inflectie, want inflectie categoriegebonden.

  • Tafel-tje-s, *tafel-s-tje

  • Wandel-ing-en, *wandelt-ing


Affixen l.jpg

Affixen

  • Prefixatie (vooraan het woord): on-logisch, ont-aard, a-technisch, re-animatie, be-drinken, ...

  • Suffixatie (achteraan het woord): wandel-ing, loop-t, tafel-tje,..

  • Circumfixatie (om het woord heen): ver-grijzen, ge-gev-en.


Infixatie l.jpg

Infixatie

  • Infixatie (midden van het woord): niet in Nederlands. Tagalog:


Klankverandering l.jpg

Klankverandering

  • Verandering van klinker in de stam geeft inflectie aan.

  • spreken-sprak-gesproken, zingen-zong-gezongen, sing-sang-sung (Engels), finden-fand-gefunden (Duits).


Haakjesprobleem l.jpg

haakjesprobleem

  • Wat is de structuur van een woord met zowel prefixatie als suffixatie?

  • on-gelukkig-er, re-animatie-s.

  • Semantisch: [[on [ gelukkig]] er], [[re [animatie]] s].


Taalvariatie 1 l.jpg

Taalvariatie (1)

  • Talen maken niet evenveel gebruik van morfologie.

  • Nederlands: veel compositie, relatief veel derivatie (verkleinwoorden!), relatief weinig inflectie.


Taalvariatie 2 l.jpg

Taalvariatie (2)

  • Isolerende talen: geen gebonden morfemen (Chinees etc.).

  • Agglutinerende talen (Turks): alle gebonden morfemen zijn affixen; één betekenis per morfeem.

  • Inflectionele talen (Indo-Europees): naast gebonden morfemen ook klankvariatie, portmanteau morfemen.

  • Polysynthetische talen (Inuit): extra veel morfologie, weinig syntaxis, b.v. incorporatie.


Verwerving van lexicale categorie n l.jpg

Verwerving van lexicale categorieën

  • Hulp van syntactische contekst. Test: nonsense woorden.

  • Zaf kwam binnen.

  • Een zaf kwam binnen.

  • Jan en Piet zaften.

  • Jan zafte Piet.

  • Wie is zaf/wat is eenzaf/wat is zaffen?


Verwerving van morfologie l.jpg

Verwerving van morfologie

  • Woordverwerving via geheugenopslag (volledige vormen, taalafhankelijk).

  • Kinderen hebben vroege kennis van hiërarchische woordstructuur, b.v. volgorde inflectie/derivationele morfemen: boek-je-s.

  • Voor onbekende vormen: ‘fillers’ (die!).


Root infinitives l.jpg

Root infinitives

  • Baby spugen, papa schoen wassen, andere beentje ook wiebelen,..

  • Finietheid wordt gaandeweg verworven: eerste hulpwerkwoorden (is, doet, wil), later verleden tijd ((ge)daan, (ge)maakt)), pas daarna combinaties hulpwerkwoord + infinitief (wil lopen, gaat slapen, moet drinken).


Verbale inflectie l.jpg

Verbale inflectie

  • Werkwoordsvervoegingen.

  • In volwassenentaal: ik loop, jij loopt, zij lopen, wij liepen, wij hebben gelopen, wij zullen lopen, wij gaan lopen.

  • Startpunt voor kinderen: root infinitives.

  • Hebben, lezen, drinken, kleuren, bouwen,…

  • Baby huilen, boekje lezen, broodje eten, toren bouwen, mama helpen, …


Volwassenentaal l.jpg

Volwassenentaal

  • In volwassenentaal zijn root infinitives zeer beperkt, b.v.:

  • Parel altijd bij ons blijven? Dat zie ik niet gebeuren.

  • We liepen en we liepen maar. En die hond achter ons aansjokken.

  • Wacht, de wekker even proberen voor morgenochtend.


Fase in kindertaal l.jpg

Fase in kindertaal

  • Root infinitives: fase in ontwikkeling: ruwweg 20-36 maanden.

  • Ook in vrij complexe uitingen: andere beentje ook wiebelen? (22 mnd).

  • Fase van root infinitives niet homogeen in tijd: synt/sem ontwikkeling.

  • Ontwikkeling mondt uit in volwassenstadium.


Vroege finiete vormen l.jpg

Vroege finiete vormen

  • Modale werkwoorden komen nauwelijks voor in root infinitives.

  • Vanaf voorkomen vervoegd.

  • Kan niet, lukt niet, lukt wel, moet daar in, mag ik hebben.


Vroege finiete hoofdwerkwoorden l.jpg

Vroege finiete hoofdwerkwoorden

  • Eerste hoofdwerkwoorden in finiete vorm: verwijzen naar toestanden.

  • Baby slaapt, die heef snor, ik ga ook naar de dokter, ik hoor paardje niet, daan ligt in de wieg.

  • Maar niet alle statische werkwoorden: auto hebben.


Voltooid deelwoord l.jpg

Voltooid deelwoord

  • Voltooid deelwoord komt eerder dan verleden tijdsvorm:

  • Heeft gespuugd, heeft gepoept.


Meer finiete ww l.jpg

Meer finiete ww

  • Handelingen: doet ‘ie nou? Wat is dat? Valt bijna om. Hier kom de tractor. Kijk, Ernie huil. Hij zeg toetoet.


Generalisaties l.jpg

Generalisaties

  • Statische werkwoorden komen niet voor in root infinitives (uitzondering: hebben).

  • Verklaring: statische werkwoorden komen nauwelijks voor als infinitieven in volwassenentaal (m.u.v. hebben).

  • Rol van input: wat je niet hoort, leer je ook niet.


Temporele verwijzing l.jpg

Temporele verwijzing

  • Vroege root infinitives kunnen verwijzen naar heden, verleden en toekomst.

  • Mama helpen: ik ben mama aan het helpen, ik wil mama helpen, mama moet mij helpen.

  • Baby spugen: de baby heeft gespuugd/de baby is aan het spugen.


Modaliteit l.jpg

Modaliteit

  • In latere stadia van ontwikkeling krijgen root infinitives steeds meer een modale betekenis: willen, moeten, futurum.

  • Verklaring: Elsewhere principe.

  • Root infinitive is ‘default’ vorm voor alle betekenissen, tot meer gespecialiseerd vormen zijn verworven.


Verwijzen naar verleden l.jpg

Verwijzen naar verleden

  • Met de verwerving van de eerste verleden deelwoorden wordt een manier gecreëerd om naar het verleden te verwijzen.

  • Baby heeft gespuugd/handen gekleurd zijn opvolger van baby spugen/kleuren handen voor verleden tijd betekenis.


Verwijzen naar heden l.jpg

Verwijzen naar heden

  • Met de verwerving van de eerste finiete vormen van lexicale werkwoorden wordt een manier gecreërd om naar het heden te verwijzen.

  • Baby huilt is opvolger van baby huilen.


Futurum modaliteit l.jpg

Futurum/modaliteit

  • Root infinitives blijven bestaan zolang geen complexere constructies zijn verworven voor toekomende tijd en modaliteit.

  • Met de opkomst van gaan spelen, moet zitten, wil boekje lezen, etc. verdwijnen de root infinitives langzaam uit de kindertaal.


Conclusies i l.jpg

Conclusies I

  • Root infinitives zijn ‘default’ vorm in kindertaal, omdat andere vormen nog niet worden beheerst.

  • Fase van root infinitives is niet homogeen: ontwikkelingsstadia.

  • Root infinitives hebben niet één betekenis: afhankelijk van stadium.


Conclusies ii l.jpg

Conclusies II

  • Morfologische/syntactische en semantische verwerving gaan gelijk op: verwerving van vorm èn betekenis.

  • Bootstrapping


Overgeneralisatie l.jpg

Overgeneralisatie

  • Vanaf Vanaf 21/2 à 3 jaar: explosie aan woorden en grammaticale constructies.

  • Alle woorden worden ‘de’ woorden: Mag ik nou de bord? (nog geen grammaticaal gender)

  • Man/vrouw onderscheid bekend, maar iedereen wordt ‘hij’; pas later weer ‘zij’.

  • Alle werkwoorden worden zwak, ook als sterke vorm al verworven: Hij slaapte/hij roepte, hij loopte, wij zoekten, …


  • Login