1 / 42

futurum (vs) conditionalis perfectum

futurum (vs) conditionalis perfectum. Perfectum. Zou hij zich nu al beter voelen? Zou hij zich daar beter gevoeld hebben, denk je?. Perfectum. Je zou wat meer moeten studeren = Je moet wat meer studeren. Het is nog niet te laat.

Download Presentation

futurum (vs) conditionalis perfectum

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. futurum (vs) conditionalisperfectum

  2. Perfectum • Zou hij zich nu al beter voelen? • Zou hij zich daar beter gevoeld hebben, denk je?

  3. Perfectum • Je zou wat meer moeten studeren = Je moet wat meer studeren. Het is nog niet te laat. • Je zou wat meer hebben moeten studeren = Je had wat meer moeten studeren. Nu is het te laat.

  4. Perfectum • Zij zou niet zo snel hebben moeten gereden. • Zij zou niet zo snel rijden moeten hebben.

  5. Perfectum • Zij zou niet zo snel hebben moeten rijden. • Zij zou niet zo snel gereden moeten hebben.

  6. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Hij is in goede conditie. Zou hij de Tour de France winnen? • Zou hij zich al beter voelen? • Waarom was hij er vorige week niet? Zou hij ziek geweest zijn?

  7. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Heb je het koud? Zou ik de kachel aanmaken? • Zou je de trein halen? Je moet toch om drie uur op school zijn?

  8. Futurum Een voorstel, een belofte: • Heb je het koud? Zal ik de kachel aanmaken? • Zullen we een kopje koffie gaan drinken? • Ik zal je morgen opbellen.

  9. Futurum Iets dat bijna zeker zal gebeuren: • Je zalvast de trein niet meer halen. • Zal je de trein nog wel halen? Ik vrees van niet, ik ben veel te laat.

  10. Bij twijfel Zich iets afvragen: • Zou ik met de bus gaan of met de trein? • Ik voel me niet lekker. Zou ik een pilletje nemen? • Hij was toen al ernstig zijn. Waarom zou hij toch niet naar de dokter gegaan zijn?

  11. Oefening => futurum • Ik stel voor dat ik je help. • Ik denk dat je zal slagen voor het examen. • Ik weet bijna zeker dat hij komt. • Ik stel voor dat ik de afwas doe. • Ik weet zo goed als zeker dat ik niet deelneem aan de cursus. • Ik vermoed dat hij thuis is.

  12. Mogelijke oplossingen • Zal ik je helpen? • Je zal wel slagen voor het examen. • Hij zal vast wel komen. • Zal ik vandaag de afwas doen? • Ik ben er vrijwel zeker van dat ik niet zal deelnemen aan de cursus. • Hij zal wel thuis zijn. (conditionalis: Hij zou moeten thuis zijn (of) Hij zou thuis zijn, dat was in ieder geval de afspraak. )

  13. Oefening => conditionalis • Ik vraag me af of hij naar het feestje komt. • Ik vraag me af of hij niet al in Frankrijk is geweest. • Ik kan maar niet beslissen of ik een rode dan wel een groene trui aantrek. • Ik vraag me af of hij bij haar is gebleven of niet. • Ik vraag me af of hij is moeten blijven.

  14. Mogelijke oplossingen • Zou hij naar het feestje komen? • Zou hij niet al in Frankrijk geweest zijn? • Zou ik de rode of de groene trui aantrekken? (of futurum: Zal ik de rode of de groene trui aantrekken?) • Zou hij bij haar gebleven zijn of niet? • Zou hij daar hebben moeten blijven?

  15. Bij twijfel Iets weten door een gerucht, van horen zeggen: • Ik heb gehoord dat glucosamine zou helpen tegen artrose. Klopt dat? • Piet heeft Irma bedrogen met Maria en Irma zou het bovendien gezien hebben!

  16. Oefening => conditionalis • Ik heb gehoord dat ze zwanger is. • Katka heeft me verteld dat Cindy tien jaar geleden abortus heeft gepleegd. • Ik heb gelezen dat een Tsjechische skiër een val van 400 meter heeft overleefd. • Naar het schijnt waren er 40 mensen op het feestje. • Ik heb gehoord dat ze het niet heeft overleefd.

  17. Oefening => conditionalis • Ze zou zwanger zijn. Maar of dat waar is? • Cindy zou tien jaar geleden aburtus hebben gepleegd. Althans, dat heeft Katka me verteld. • Een Tsjechische skiër zou een val van 400 meter hebben overleefd. • Er zouden 40 mensen op het feestje geweest zijn. • Ze zou het niet overleefd hebben.

  18. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou je kamer eens moeten opruimen. • U zou eens kunnen nagaan of uw eisen realistisch zijn. • X

  19. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou naar de dokter gaan, als je je niet lekker voelt. • Je zou niet zo lang buiten blijven, als het vriest.

  20. Het geven van een mening Een suggestie: • Je zou naar de dokter moeten gaan. (of: Je zou beter naar de dokter gaan) • Je zouniet zo lang buiten mogen blijven, als het vriest.

  21. Het geven van een mening Wenselijkheid: • Mensen zouden gezonder moeten eten. • Sommige vrouwen zouden hun huid beter moeten verzorgen. • Nu is ze weg. Je zou wat minder tegen haar hebben moeten schreeuwen. • Ze zou niet naar die koude kerk hebben moeten gaan. Nu is ze verkouden.

  22. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Doe meer aan sport. • Wees creatief. • Luister naar haar. • Hou je mond. • Bemoei je met je eigen zaken. • Ga niet skiën. • Vergeet het niet.

  23. Oefening => conditionalis Conditionalis • Zou je niet wat meer aan sport doen? / Je zou meer aan sport moeten doen. • Je zou wat creatiever moeten zijn. • Je zou beter naar haar luisteren. • Hij zou zijn mond moeten houden. • Je zou je beter met je eigen zaken bemoeien. • Vandaag zou je beter niet gaan skiën. • Dit keer zou je het beter niet vergeten. / Dit keer zou je het echt niet mogen vergeten.

  24. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Je zou wat meer aan sport hebben moeten doen. • Je zou creatiever hebben moeten zijn. • Je zou beter naar haar geluisterd hebben. • Hij zou zijn mond hebben moeten houden. • Je zou je beter met je eigen zaken bemoeid hebben. • Gisteren zou je beter niet hebben geskied. • Je zou het niet hebben mogen vergeten.

  25. Voorwaarde, onwerkelijkheid • Als ik een dier zou zijn, zou ik een kat willen zijn. • Wat zou je doen als je een ongeneeslijke ziekte zou krijgen? • Als Piet niet zoveel zou hebben gedronken, zou hij vandaag geen hoofdpijn hebben. • Als Salvador Dalí niet gek geweest zou zijn, zou hij nooit zulke prachtige schilderijen hebben kunnen maken.

  26. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Wat doe je als je de lotto wint? • Als je meer sport, voel je je beter. • Indien hij het aan mij vraagt, zeg ik meteen “ja”. • Als je naar Tsjechië gaat, moet je eens Brno bezoeken. • Wat doe je als ze niet terugkomt?

  27. Mogelijke oplossingen • Wat zou je doen als je de lotto zou winnen? • Als je meer zou sporten, zou je je beter voelen. • Indien hij het aan mij zou vragen, zou ik meteen “ja” zeggen. • Als je naar Tsjechië zou gaan, zou je eens Brno moeten bezoeken. • Wat zou doe je als ze niet meer terug zou komen?

  28. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Wat zou je gedaan hebben als je de lotto zou hebben gewonnen? • Als je meer zou hebben gesport, zou je je beter gevoeld hebben. • Indien hij het aan mij zou hebben gevraagd, zou ik meteen “ja” gezegd hebben. • Als je naar Tsjechië zou zijn gegaan, zou je Brno hebben moeten bezoeken. • Wat zou je gedaan hebben als ze niet meer terug gekomen zou zijn?

  29. Een plan in het verleden (dat niet gerealiseerd is) • Weet je misschien of dit boek beschikbaar is? Het zou in de bib staan, maar ik vind het nergens. • Het team zou vandaag trainen. Dat heeft de trainer me tenminste verteld. • Ik zou geneeskunde hebben gestudeerd, maar ik was niet geslaagd voor het toelatingsexamen.

  30. Oefening => conditionalis • We gaan niet naar de zee. Mijn vader komt op bezoek. • Ik ga vandaag zwemmen. Ben je dat vergeten? • Ik ging daar naartoe (dat was mijn voornemen). Maar er waren geen kaartjes meer. • Ik had het plan om dat te doen. Maar ik werd ziek.

  31. Mogelijke oplossingen • We gaan niet naar de zee. Mijn vader zou op bezoek komen, weet je nog? • Ik zou vandaag toch gaan zwemmen? Ben je dat weer vergeten misschien? • Ik zou daar naartoe geweest zijn, maar er waren geen kaartjes meer. • Ik zou dat al hebben moeten doen, maar ik werd ziek.

  32. Bijzinnen • Mijn moeder hoopte dat ik tot de universiteit zou worden toegelaten. • Ik rekende erop dat je dat even zou doen. • Ik dacht dat je in Wenen zou studeren. • Ik had er op gerekend dat Mark Sinterklaas zou geweest zijn, maar mooi niet. • Ik had gehoopt dat mijn moeder eten zou hebben klaargemaakt, maar dat was niet het geval.

  33. Oefening => conditionalis + Conditionalis van het perfectum • Ik denk / hij komt niet. • Ik vrees / hij wil niet komen. • Ik hoop / hij gedraagt zich. • Ik reken op / hij bakt de taart. • Ik vertrouw op / hij spreekt de waarheid.

  34. Mogelijke oplossingen • Ik dacht dat hij niet zou komen. • Ik vreesde dat hij niet zou willen komen. • Ik hoopte dat hij zich zou gedragen. • Ik rekende erop dat hij de taart zou bakken. • Ik vertrouwde erop dat hij de waarheid zou spreken.

  35. Mogelijke oplossingen Conditionalis van het perfectum • Ik had gedacht dat hij niet zou zijn gekomen. • Ik had gevreesd dat hij niet zou hebben willen komen. • Ik had gehoopt dat hij zich zou hebben gedragen. • Ik had erop gerekend dat hij de taart zou hebben gebakken. • Ik had erop vertrouwd dat hij de waarheid zou hebben gesproken.

  36. Andere opmerkingen

  37. Prepositionele constituent • Zijn ouders zouden op bezoek komen. • Zijn ouders zouden op officieel bezoek komen. • Zijn ouders zouden komen op officieel bezoek. • Zijn ouders zouden komen op een reeds twee maanden op voorhand aangekondigd bezoek. • Zijn ouders zouden op een reeds twee maanden op voorhand aangekondigd bezoek komen.

  38. Prepositionele constituent • Als ik al die jaren bij mijn ouders had gewoond, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren had gewoond bij mijn ouders, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren met die vervelende kerel had moeten samenwonen, was ik gek geworden. • Als ik al die jaren had moeten samenwonen met die vervelende kerel, was ik gek geworden.

  39. Corrigeer • Ik heb het medicijn gestudeert maar ik slaagde het Bachelorexamen niet.

  40. Corrigeer • Ik heb het medicijn gestudeert maar ik slaagde het Bachelorexamen niet. • Ik heb geneeskunde gestudeerd, maar ik slaagde niet voor het Bachelorexamen.

  41. Corrigeer • We hebben een feest voor alle onze vrienden gegeven.

  42. Corrigeer • We hebben een feest voor alle onze vrienden gegeven. • We hebben een feest voor al onze vrienden gegeven. • Ze kwamen alle drie langs. • Alle drie de kinderen van Marco Borsato hebben de Mexicaanse griep.

More Related